Eten vroeger en nu. Een beknopt historisch overzicht.

Door Jacobjones gepubliceerd op Wednesday 04 September 17:14

In dit artikel vind je een overzicht van de geschiedenis van het eten van de prehistorie tot nu.

 

De prehistorie

 

De eerste mensen die in Europa woonden waren vooral vleeseters of carnivoren. We weten dit door enkele goed bewaarde grotschilderingen. Vaak werden jagers afgebeeld die achter een wild dier zaten.

Toen het vuur werd uitgevonden ontdekte de prehistorische mens dat gekookt of geroosterd vlees veel lekkerder was. Bovendien kon je dit vlees gemakkelijker kauwen.

Al vlug gingen ze andere manieren van koken en bakken ontdekken. Het duurde niet lang voor de eerste oven werd uitgevonden. Het voedsel werd in bladeren verpakt en in een kuil gelegd met daar omheen gloeiende stenen. Daarna ging de kuil met aarde dicht en werd het voedsel gekookt in eigen sap en ook in het sap van de bladeren. Later maakte men potten uit klei om het voedsel in te bewaren. De potten met een dikkere wand werden gebruikt om te koken.

In het begin verzamelde de prehistorische mens wat hij in de natuur aan eetbaars vond. Later begon hij de natuur daarbij een handje te helpen. Hij trok niet meer rond en bleef langere tijd op dezelfde plaats. Hij ontdekte hoe hij zelf graangewassen kon kweken en in plaats van te jagen op wilde dieren kweekte hij er zelf. De jager werd boer.

 

De Romeinen

 

In de Romeinse Tijd werd koken een kunst. Bij de bereiding van hun voedsel gebruikten ze allerlei kruiden zoals peper, zout, komijn, peterselie, tijm, look, ui, dille, anijs, marjolein, …

 

Bij de Romeinen werd er ’s morgens ontbeten. Ze aten bij hun ontbijt meestal brood, kaas, fruit, eieren, melk, honing en dronken wijn. Het middagmaal was op zijn Engels, meer bescheiden maar ’s avonds aten ze drie stevige schotels. Meestal gebruikten ze hun vingers om te eten maar ze hadden wel al messen en lepels van hout, metaal of been. Het eten werd geserveerd op grote schotels en iedereen at uit diezelfde schotels.

 

De Romeinen gebruikten veel honing in hun keuken. Honing werd gebruikt als zoetstof maar ook als bewaarmiddel. Ze dompelden het vlees helemaal onder in de honing zodat het langer bewaard kon worden.

 

Soms at men ook liggend aan kleine tafeltjes zoals je kan zien op de afbeelding hieronder.

De Middeleeuwen

 

In de Middeleeuwen werden in de kastelen feestelijke banketten gehouden waarbij tientallen schotels werden opgediend.

 

De banketten werden meestal aangekondigd met hoorngeschal. Dat was de uitnodiging voor de gasten om hun handen te wassen. Dienaars droegen grote kruiken gevuld met geparfumeerd water. Om het water te parfumeren gebruikte men rozenblaadjes, rozemarijn of sinaasappelschillen. Echte tafels waren er niet. In plaats daarvan werden lange ruwe planken op schragen gelegd. En de gasten zaten niet op stoelen maar op stevige banken. Vandaar de oorsprong van het woord “banket”. Over de planken legden ze lange tafellakens die gebruikt werden als servet en zelfs als zakdoek.

In die tijd ontstonden ook enkele tafelmanieren die we vandaag de dag nog toepassen. Niet praten met volle mond, de handen wassen voor je aan tafel gaat en de volwassenen eerst bedienen.

 

Helemaal in het midden van de tafel stond een soort schip waarin het gereedschap van de gastheer zat en een ganse verzameling kruiden. Ook zaten daarin een bonte verzameling stenen. In de Middeleeuwen dachten ze namelijk dat die stenen verkleurden als ze in contact kwamen met bepaalde soorten gif. Een dienaar nam de stenen en bracht ze in contact met de verschillende soorten voedsel.

 

Op koninklijke en prinselijke banketten serveerde men fazant, zwaan, kraanvogel, reiger, … Maar het absolute hoogtepunt was het serveren van een pauw. Het dier werd eerst helemaal versneden en de verschillende stukken werden klaargemaakt en gebakken. Nadien werd het beest weer in elkaar gemonteerd. Ook de veren werden weer feestelijk op hun plaats geprikt en opengezet.

Ook in de Middeleeuwen hadden ze geen borden. Ze hadden wel een soort metalen snijplank waarop ze een stevige snee hard brood legden. Daarbovenop kwam het eten. Het sap van het vlees kon tijdens de maaltijd in het brood dringen zodat het week werd.

 

Men at bovendien nog altijd met de vingers. Iedereen had wel een mes om het vlees te snijden. Lepels waren er ook maar ze werden door iedereen samen gebruikt.

 

Om te drinken gebruikten ze allerlei soorten bekers, kroezen en kommen. Soep dronken ze uit een soepkom waarop meestal een deksel zat om de soep warm te houden.

 

Niet iedereen in de Middeleeuwen had voldoende te eten. Het gewone volk leed heel vaak honger.

 

De Renaissance

 

Vanaf de zestiende eeuw kwam de vork op tafel. Dat had te maken met de mannenmode van die tijd. In die tijd droegen de mannen vaak kanten kragen rond hun hals. Door een vork te gebruiken konden ze voorkomen dat de kraag tijdens het eten als slab diende. Ook de lepels krijgen een langere steel en iedereen kreeg zijn eigen lepel.

De ontdekking van Amerika door Columbus veranderde onze eetgewoonten. De ontdekkingsreizigers brachten de aardappel, tomaten, maïs en paprika’s naar Europa. Ook dieren reisden mee uit het nieuwe continent. De bekendste is wellicht de kalkoen die in het begin Indische hoen werd genoemd. Columbus dacht immers dat hij in India zat. In het Frans heet een kalkoen nog steeds “dinde”.

In Amerika werden reusachtige suikerrietplantages aangelegd. Voordien was suiker een zeer zeldzaam product.

 

De achttiende eeuw

 

Na de tinnen en aardewerken teljoren kwamen er borden en vaatwerk van porselein op tafel. De scherpe puntmessen werden vervangen door afgeronde messen. Volgens de overlevering zou Kardinaal Richelieu daar verantwoordelijk voor zijn. Hij was geïrriteerd toen hij een tafelgenoot zijn tanden zag schoonmaken met de punt van het mes.

 

In die tijd werd het bestellen met de bel ingevoerd. Het was vervelend dat er voortdurend dienaars langs de tafels liepen. Daarom werd op tafel een belletje gezet zodat de gasten konden rinkelen als ze een dienaar nodig hadden.

De planken en schragen werden vervangen door echte tafels. Ze waren breder en stabieler zodat er meer spullen konden worden opgezet.

 

Onze tijd

 

Vanaf de negentiende eeuw verdwenen heel wat franjes en tierlantijntjes bij het eten. Grote banketten bestonden niet meer uit zoveel gangen. De gasten kregen een voorgerecht of soep, een hoofdschotel en een dessert met koffie of thee. 

Heel wat mensen vinden het nu gezellig om buiten te eten en organiseren een barbecue. Het doet terugdenken aan de eerste mensen die samen gezellig rond het vuur aten.

 

 

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Leuk artikel! En met de barbecue lijkt de cirkel inderdaad weer rond.