Hoe onze ouders vakantie "vierden"

Door Katcom gepubliceerd op Friday 26 April 22:12

Ieder mens heeft recht op rust en op vrije tijd, inzonderheid op een redelijke beperking van de arbeidsduur en op periodisch betaald verlof

(Universele verklaring van de rechten van de mens op 10 december 1948 - art. 24)

Vakantie is niet nieuw; ook onze ouders en grootouders hadden vakantie.

We zouden vandaag echter raar opkijken als we hun vakantie mochten, of moesten beleven.

Nog geen honderd jaar geleden werkten arbeiders zestien uur per dag, zeven dagen op een week. Enkel op religieuze feestdagen hadden ze wat vrije tijd.

Toen in het begin van de jaren twintig de eerste ‘betaalde vakanties’ werden ingevoerd, hadden de meeste mensen recht op enkele dagen vakantie per jaar.

Niet alleen de duur van de vakanties, ook de manier waarop we deze invullen is helemaal anders dan enkele tientallen jaren geleden.

Volwassenen waren al blij als ze eenmaal in hun leven de kust hadden gezien, kinderen moesten liefst helpen en anders vooral niet in de weg lopen.

Het motto luidde toen vooral ‘buiten, en kom niet terug voor het donker is’.

Tine Rabhooy en Tony De Herdt vermelden in het boek ‘Willebroek, van landbouwdorp tot industriegemeente’ (pagina 362) ondermeer het volgende: “De jongens speelden indertijd haasje-over, hoepelen, zweeptol en pindop, bikkelen en steltlopen …..”. De meisjes hadden eveneens hun eigen spelen zoals diabolo, touwtjespringen, perkhinkelen, handjeplak en boteren “

Omdat we niet zomaar alles uit boeken willen halen, trokken we op een zonnige woensdag naar de markt om een aantal inwoners naar hun vakantie-herinneringen te vragen.

De mensen waar we mee spraken noemden inderdaad de spelletjes die al in het boek werden opgesomd. Ze voegden er ook nog voetballen, verstoppertje, tikkertje …. kortom ‘samen met de hele buurt buiten op straat spelen’ aan toe.

Anderen stellen dan weer onomwonden dat zij vroeger geen tijd hadden om te spelen: “van zodra we oud genoeg waren om mee te werken, moesten we werken”, en dan bedoeld men niet achttien of twintig maar zes of zeven jaar.

Mevrouw Teugels vertelt over het ‘kallekeschieten’. Haar vader was zelfstandig kleermaker, zodat er ook in dit gezin niet echt veel vrije tijd over bleef. Op zondag werd er echter tijd gemaakt en ging vader met de kinderen op straat ‘kallekeschieten’, of kurken omschieten met geldstukjes.

De heer Vanveggel en mevrouw Minazio spreken vooral over de ontspanning die in de natuur te vinden was: ’s zomers zwemmen in de, toen nog smalle en ondiepe, vaart, ’s winters schaatsen of snoeven, springen in het zand……

De heer en mevrouw De Belder verhalen dan weer met smaak over het kattenkwaad dat ze toen uithaalden: belleketrek, briefjes met grappige boodschappen in brievenbussen gaan stoppen….

Eerder anoniem vermelden we ook respectievelijk meisjes dan wel jongens plagen, doktertje spelen…

De verhalen die in dit artikel worden aangehaald werden ons verteld door

Mevrouw Elizabeth Teugels, 84 jaar

De heer Jean Vanveggel, 80 jaar

Mevrouw Huguette Minazio, 82 jaar

De heer Julien Lamberts, 75 jaar

De heer en mevrouw De Belder, beiden 72 jaar

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.