Willem Frederik Hermans

Door Laurarosierse gepubliceerd op Monday 22 October 16:01

Het enige deel van het vak geschiedenis dat ik altijd interessant vond was de Tweede Wereldoorlog, en de Eerste misschien ook wel. De rest kon me vrij weinig schelen, gebeurd is gebeurd, het is niet terug te draaien dus waarom zouden we het uit ons hoofd leren? Leren moest ik toch, dus daar waagde ik me vandaag aan en toen ik mijn boek opensloeg (iets dat zelden voorkomt) viel hij open op een bladzijde waar bovenaan heel groot stond: Ik heb altijd gelijk.

Uit het geschiedenisboek: 

Nederland leek kort na de oorlog een tevreden natie, maar uit romans van jongeren uit die tijd spreken walging en woede. Een voorbeeld is de roman Ik heb altijd gelijk van Willem Frederik Hermans. Hermans beschreef daarin de volgens hem beklemmende sfeer van de verzuiling. Het boek veroorzaakte zoveel opschudding dat hij voor de rechter gesleept werd vanwege belediging van het katholieke volksdeel.
In het eerste hoofdstuk keert hoofdpersoon Lodewijk Stegman op een schip stampvol militairen terug uit Indonesie. Als ze s'nachts de sluizen bij IJmuiden binnenvaren, wordt het hem te veel. Bij het weerzien met het vaderland barst hij uit in een scheldkanonnade tegen het volk dat de soldaten op een nutteloze missie naar Indonesie heeft gestuurd. Zijn generatie is verloren. 'Vijf jaar op je buik getrapt door de Duitsers. Daarna naar Indonesie gestuurd om Soekarno te halenn. Nergens hebben ze je nog voor nodig. Wij zijn nergens goed voor, wij hebben nooit iets geleerd.' 
Zijn toespraak eindigt in een massale vechtpartij, waarbij een douanebeambte wordt gedood. De volgende ochtend wordt hij aangesproken door een soldaat die een publieke partij op wil richten: de Europese Eenheidspartij. Lodewijk moet leiden worden, want hij heeft laten zien dat hij de massa kan opzwepen. Omdat Lodewijk geen idee heeft wat hij anders zou moeten doen in Nederland, werkt hij mee.
Het doel van de nieuwe partij is de opheffing van Nederland. Nederland is te onbeduidend om voort te bestaan en moet opgaan in een Verenigd Europa. In zijn fantasie spreekt Lodewijk een opgewonden massa toe. Daarin legt hij uit waarom alles in Nederland middelmatig is: alles is te klein en benauwd en bovendien is Nederland door de verzuiling verdeeld in hokjes.
De partij loopt uit op een fiasco. Niemand heeft belangstelling en binnen twee weken bloedt de zaak dood. Wat Lodewijk verder moet in Nederland, 'die gaskamer van vervleing', blijft onduidelijk. 
Met zijn boek wekte Hermans de indruk dat 'je in Nederland je bek niet open kan doen', maar dat viel mee. Het proces tegen hem won hij. De rechter hield hem neit verantwoordelijk voor de beledigende woorden van zijn romanfiguur. Nederland was misschien bekrompen, het was ook een rechtsstaat met vrijheid van meningsuiting. 

Fragment uit het boek Ik heb altijd gelijk:

'Daar liggen ze, de protestanten, de katholieken, de socialisten en de liberalen... Daar liggen ze zich wat te verbeelden, daar zijn ze bezig kinderen te maken! Of er nog niet genoeg zijn! Het hoogste kinderaantal van de wereld! Dat hebben wij! Het laagste sterftecijfer. In tien jaar gegroeid van acht naar tien miljoen. Dat zijn wij! De hoogste bevolkingsdichtheid van Europa, die kun je vinden bij ons! Maar geen huizen!... Ik vraag, waar moeten al die kinderen naartoe? Moeten ze naar Canada, naar Australie? Exporteren maar, exporteren maar!' 'Wat wou jij anders?', vroeg Croese. 'Ik wou dat roomse bleekscheten zoals jij hun smoel hielden.' Hij bleef zo sterk in zijn kaken, of zijn wangen bezig waren te bevriezen. Maar hij bewoog zijn kin op en neer en zijn woorden sprongen over zijn tanden en werden door iedereen verstaan die zich in de gestadig groeiende menigte om hem heen bevond. 'De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! Maar die naaien erop los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen. Die emigreren niet! Hij wilde lachen, maar het leek eerder of hij kokhalsde. Niemand is het met mij eens, niemand, niemand. Zij kunnen mij overwinnen, zij kunnen mij vermoorden. Maar ik heb gelijk!'

Dat noem ik nog eens een interessante gedachtegang. 

Over Willem:

Willem Frederik Hermans stierf in 1995. Tot aan zijn dood stond hij te boek als de ongenadige gelijkhebber en schrik van allen die ooit de moed hadden met hem te polemiseren. In 1951 verscheen de geruchtmakende roman Ik heb altijd gelijk. De titel die later programmatisch zou worden voor het essayistische en polemische deel van zijn werk: voor sommigen het meest tot de verbeelding sprekende gedeelte en in elk geval voor zijn persoon en zijn ‘Nachleben’ misschien wel het meest bepalende roman. Daarmee gaan wij dus niet voorbij aan de grote romans die hem ontegenzeggelijk tot een van de grootste Nederlandse romanciers hebben gemaakt. Maar het beeld van Hermans bij het grote publiek is misschien toch primair dat van de grote gelijkhebber. Bij de vele herhalingen van beeldmateriaal op tv - interviews vooral - overheerst het grimmige karakter van de geïnterviewde; zijn aimabele kant - zijn humor ook - lijken minder vastgelegd.

(Bron: http://www.literairnederland.nl/2011/09/09/symposium-w-f-hermans-ik-heb-altijd-gelijk-1951-2011/)

 

Misschien ga ik nu toch een voldoende halen voor mijn toets en ik hoop dat ik mijn lieve lezers een beetje heb kunnen boeien/prikkelen/niet vervelen.

Laura.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.