De elfstedenrijders. Het begin

Door Stormerwout gepubliceerd op Thursday 26 September 15:08

De elfstedenrijders. Het begin.

 

Eens…

 

…in de zestiende eeuw, waren het elf kinderen uit elf Friese steden, die ten tijde van het Hanzeverbond de handen ineen sloegen tegen het kwaad.

Waar grote mensen het te druk hadden met handelen of ruzie maken om de handel te beslechten, trokken elf kleine rijders ten strijde.

In een klein stadje. Eén van de vier Friese Hanzesteden. 

Het is in de West-Friese historische stad Bolswaert dat dit avontuur begint…

“Mam! Waar zijn mijn botjes?”, zegt Sietse, “Daar heb ik nu even geen tijd voor jongen. Ik moet de aardappelen nog schillen.” Sietse zoekt en zoekt. Hij had na school afgesproken met zijn beste vriend Harm om te gaan schaatsen op de vaart. Nu hij zijn schaatsen niet kan vinden kijkt hij treurig uit het raam in de keuken en veegt driftig de ijsbloemen van het raam.

“Sietse! Niet doen!”, zegt Sjoukje boos tegen hem. Zijn kleine zusje trekt aan zijn met wol geborduurde jute vest. Sieste kijkt haar aan. Ze heeft haar popje in de hand en haar ogen worden al wat waterig. Iets waar Sietse absoluut niet tegen kan is dat zijn kleine zusje verdriet heeft. Sjoukje is zijn alles, ook al is ze acht jaar jonger. “Sorry Sjoukje. Ik weet dat je de ijsbloemen zo mooi vindt, maar ik kan mijn botjes niet vinden. Weet jij waar ze zijn?”, zegt Sietse. “Ja hoor, mijn popje heeft ze, want het ijs is al dik genoeg en nu kan ze op de vaart schaatsen.” Sietse vraagt haar vriendelijk om zijn schaatsen. Sjoukje pakt de schaatsen van onder het poppenbedje en geeft ze aan Sietse. Hij bindt ze met een vrolijke lach onder zijn puntige lederen schoenen en balanceert op de houten vloer. “Sietse schaatsen!”, zegt Sjoukje trots en ze vouwt haar handjes op haar rug. Ze bukt voorover en schuift met haar voeten over de vloer achter Sietse aan.

Maar dan wordt moeder boos. “Kijk nou eens naar de vloer jongen! Je weet toch dat dat niet binnen kan. Kom, doe ze snel uit en stook even het vuur op voor de aardappelen." Sietse gehoorzaamd zijn moeder en loopt vervolgens de deur uit om hout te halen. De ijzige wind maakt dat hij zijn vest dicht om zijn hals vouwt. Als hij bij de houtstapel onder het afdak staat hoort hij Harm roepen. “Hé slome! Waar blijf je nou?” “Ik moet even het vuur opstoken voor de aardappelen. Ik ga zo met je mee naar de vaart.” Harm loopt mee naar binnen. Zijn glimmende schaatsen hangen om zijn nek. Harms vader is smid en heeft ijzers onder zijn botjes vastgemaakt. Sietse is er een beetje jaloers op want hij schaatst nog steeds op geslepen glissen. Vriend zijn met een smidszoon heeft echter zijn voordelen. Harms vader heeft Sietse namelijk al verklapt dat hij nieuwe schaatsen aan het maken is voor zijn zoon. Nu zit Sietse natuurlijk te azen op de oude schaatsen van zijn speelkameraad.

Sietse legt een paar flinke blokken hout op het vuur. “Genoeg om de hele hut warm te stoken moeder!”, zegt hij met een lach op zijn gezicht. “Dat zullen we nog wel zien. Ga maar gauw schaatsen jongen en op tijd binnen voor het eten hè, anders vind je de hond in de pot.” “Ja moeder, dag” Hij geeft zijn kleine zusje nog een flinke kus en loopt de deur uit op zoek naar een nieuw schaatsavontuur. “We hebben net genoeg tijd om de hele vaart een keer rond te schaatsen”, zegt Harm. Het tweetal loopt vlug over De Dyck naar de Blaeuwe poort en ze zoeken een plaatsje op het eilandje in de vaart om hun schaatsen onder te binden. Het is een drukte van jewelste. Bijna alle kinderen van Bolswaert staan op het ijs. Hier en daar komt er al een vader voorbij zoeven, op weg naar huis voor de avondmaaltijd. Sietse en Harm zien een treintje schaatsers aankomen en proberen genoeg snelheid te maken om aan te sluiten. “Kom op! Roept Harm, wanneer Sietse bijna struikelt over een dichtgevroren wak. “Ben er al”, zegt Sietse als hij Harm bij zijn riem vast pakt.

In een sneltrein van schaatsers zoeven de jongens heerlijk mee over de vaart. Onderweg zwaaien regelmatig kinderen af en sluiten er weer aan. Gelukkig zijn er nog net genoeg over om niet te lang zelf in de wind te hoeven schaatsen wanneer het tweetal bijna terug is bij de Blaeuwe poort. Moe en voldaan ploffen de jongens neer op de bevroren grond van het eilandje. Ze maken hun schaatsen los en lopen bijna zwijgend naar het huis van Sietse. “Tot morgen op school!”, roept Harm als hij zijn pas versneld op weg naar huis. “Tot morgen!” en Sietse zwaait nog een keer als hij de deur opent. Binnen is het behaaglijk en wacht een warme maaltijd. Hij geeft vader een dikke knuffel die zojuist is thuisgekomen en schuift aan tafel.

Sjoerd de Jong

Reacties (11) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heerlijk om iets te leren over de geschiedenis van de Elfstedentocht.
Maar is het verhaal óók ware geschiedenis ?
Geschiedenis gedeeltelijk natuurlijk. Het verhaal is een sage, een verzonnen verhaal, maar met een kern van waarheid in zich ;-) Wordt vervolgd...
Mijn eerste schaatsen waren houten doorlopers, die in het huis waar we toen kwamen wonen waren achter gebleven. Heb er nooit op leren schaatsen trouwens. Later op kunstschaatsen van de vriendin van mijn broer ging het beter, maar echt goed ben ik nooit geworden en schaatsen doe ik nu allang niet meer. Mooi verhaal met fijne sfeerplaatjes.
Dankje! Komt nog meer hoor ;-)
Goh...je laat me nu wel met een vraag zitten of het echt werkelijk de geschiedenis is of niet? :-O
Heerlijk geschreven in ieder geval :-)
Mooi dat ik je met deze vraag laat zitten. Ik zie het als compliment ;-) Dank je wel
Zo mag je het zeker zien!
Mooi begin en ik wacht met spanning op het vervolg. Mijn Friese hart maakt een sprongetje bij jouw idee over het maken van een dergelijk verhaal.
Grote klasse!
Dankjewel hoor! Big smile hier! Ik hou je op de hoogte..
Jawel heerlijk Fries plaatje, ik heb de schaatsen alweer onder!
Mooi zo! En als de schaatsen kapot zijn, gebruik je gewoon een paar koeienbotten. Ff slijpen en gaan met die banaan ;-)