Psychologische stromingen: De oplossingsgerichte benaderingen

Door Xeadnl gepubliceerd op Wednesday 20 November 14:25

Binnen de psychologie bestaan er verschillende stromingen. Deze stromingen kennen verschillende benaderingen naar de persoon met een psychisch probleem. Geen van deze verschillende benaderingen is fout. De een werkt alleen beter bij de een dan bij de andere. Hier een oplossingsgerichte benaderingen.

Oplossingsgerichte benadering:


Inleiding:

Oplossingsgerichte hulpverleners houden zich niet zoveel bezig met het probleem. Een uitvoerige diagnostiek is niet nodig. Er wordt direct gekeken wat al goed gaat en hoe deze oplossingen versterkt kunnen worden. Oplossingen vormen hierbij niet de keerzijde van problemen. Ze vormen een andere categorie. De ontwikkelde mogelijkheden en competenties van de cliënt staan centraal en niet de klachten. Men vind de oorzaak van een probleem niet zo interessant, want de oorzaak zegt weinig over de oplossing. De hulpverlener gaat niet diep in op het probleem en hij hoeft ook geen oplossingen aan te dragen. Hij hoeft niet zoveel te weten. Zijn basishouding is er een van ‘niet-weten’. De cliënt is de expert. De toegevoegde waarde van de hulpverlener is dat hij ordent en een motiverende gesprekspartner is. De benadering past uitstekend in de trend naar vraaggerichte, kortdurende competentiegerichte vormen van hulpverlening: de cliënt bepaalt de behandeldoelen, de hulpverlener richt zich op wat de cliënt wil en versterkt datgene wat de cliënt positief vindt en al kan. Men gaat ervan uit dat een probleem nooit altijd aanwezig is, er zijn altijd kleine lichtpuntjes, uitzonderingen. De hulpverlening gaat op zoek naar deze uitzonderingen en probeert datgene te versterken wat hierop van invloed is.

Het ontstaan van de oplossingsgerichte benadering:

De oplossingsgerichte benadering wint de laatste jaren snel terrein in uiteenlopende situaties en wordt bij steeds meer doelgroepen en problemen toegepast, van de kinder en jeugd psychiatrie tot aan de begeleiding van vluchtelingen met een posttraumatische stressstoornis.
De therapie is ontwikkeld door Steve de Shazer en Insoo Kim Berg en collega’s in de jaren tachtig in het Brief Family Therapy Center in Milwaukee, VS. Zij werden weer geïnspireerd door Milton Erickson (1901-1980), die alle algemene psychologische theorieën over de mens verwierp. hij benadrukte dat elke cliënt een eigen theorie en aanpak nodig heeft. In de therapie is alles bruikbaar wat de cliënt aandraagt. Erickson gebruikte verhalen, vormen van beeldspraak, paradoxale opdrachten en nieuwe woorden om cliënten te stimuleren hun eigen hulpbronnen aan te horen. Erickson had veel bezwaar tegen een psychiatrische etikettering, omdat cliënten zich dan vaak naar hun problemen gaan gedragen. De Shazer en Insoo Kim Berg sloten zich bij de visie van Erickson aan en ontdekten dat cliënten gemotiveerder zijn voor het maken van kleine stappen in door henzelf gekozen richtingen dan voor grote veranderingen. Kleine veranderingen bleken op den duur tot grote, blijvende veranderingen te kunnen leiden. Ook realiseerden zij zich dat zowel therapeuten als cliënten geneigd zijn om te blijven praten over problemen, terwijl het praten over mogelijke oplossingen veel effectiever is.

Waar richt de oplossinggerichte benadering zich op:

3 punten zijn erg belangrijk voor de oplossinggerichte benadering:

  1. 1. De cliënt is expert

  2. 2. Invloeden van ander benaderingen

  3. 3. Een succesvol eind als uitgangspunt

1 de cliënt is expert
In de oplossingsgerichte benadering gaat het vooral om het goed gebruiken van gesprekstechnieken en om de juiste houding. Een houding waarin de traditionele rollen van therapeut en cliënt zijn omgedraaid: niet de therapeut is de expert, maar de cliënt. De therapeut sluit aan bij de manier van doen van de cliënt. Elk hulpverleningstraject verloopt inhoudelijk gezien op een unieke manier. De hulpverlener gebruikt alles wat de cliënt helpt om zijn eigen doelen te bereiken. Men heeft het begrip ‘weerstand’ de deur uit gedaan. Men gelooft niet dat dat bestaat. Als een cliënt niet meewerkt, komt dat doordat de hulpverlener te veel zijn eigen kader opdringt en de cliënt te weinig volgt.

2 invloeden van andere benaderingen
De oplossinggerichte benadering heeft elementen van de cliëntgerichte van de systeemtherapeutische en van de cogniteif-gedragstherapeutische benadering in zich. Evenals bij de cliëntgerichte benadering sluit de hulpverlener aan bij de belevingswereld van de cliënt. Een verschil is dat cliëntgerichte hulpverleners non-directief te werk gaan en vooral dieper ingaan op pijnlijke gevoelens en beleving. Oplossingsgerichte therapeuten gaan directiever te werk, staan minder uitvoerig stil bij pijnlijke ervaringen en gevoelens en richten zich sterker op wat positief kan zijn in de toekomst. Men is van mening dat te veel ingaan op pijnlijke zaken niet effectief is en de cliënt niet verder helpt.
Een overeenkomst met de systeemtherapeutische benadering is dat de oplossingsgerichte benadering een individueel probleem (of beter gezegd: individueel bedachte oplossingen) altijd in een relationele context plaats. Er wordt nagegaan wat voor effect mogelijke oplossingen hebben op belangrijke anderen en op de relaties met hen. In die zin wordt elke individuele cliënt altijd gezien als onderdeel van een groter, sociaal systeem. Men gebruikt bij het behandelen van gezinnen binnen de oplossingsgerichte benadering bijvoorbeeld vaak ‘circulaire vragen’, waarbij de leden zich moeten bezinnen op de effecten van hun gedrag op elkaar.
De oplossingsgerichte benadering is in feite een moderne variant van communicatietheoretische systeembenaderingen. Door iets op een andere manier te verwoorden, ontstaat een andere manier van kijken die weer kan leiden tot ander gedrag. Hierdoor ontstaat er door anders te kijken daadwerkelijk een andere situatie. Men gaat ervan uit dat er niet een juiste interpretatie van de werkelijkheid is, maar dat er vele mogelijk zijn. Deze postmodernistische, sociaalconstructionistische manier van kijken ziet de werkelijkheid als een bedenksel. De werkelijkheid kan veranderd worden door dingen anders te benoemen.
De oplossingsgerichte benadering is verwant aan cognitief-gedragstherapeutische benaderingen in de zin dat problemen als een vorm van problematische waarnemen en denken worden gezien. Ook binnen de oplossingsgerichte benadering is vooral dat men de cliënt als expert ziet, dat men de cliënt volgt en dat men niet bij voorbaat een bepaalde oplossing voor een probleem ziet. De cognitief-gedragstherapeutische benadering gebruikt vaker standaardinterventies en is sterker klachtgericht. De rol van de therapeut is meer coachend, de rol van de cognitief-gedragstherapeut is meer die van een trainer.

3 een succesvol eind als uitgangspunt
Uitgangspunt is het persoonlijke, maar gestagneerde verhaal van de cliënt. Dat moet weer in de richting van een successtory gaan. Hiervoor kun je het beste beginnen aan het eind, bij oplossingen, bij een gewenst succes. Het begin van het hulpverleningsproces wordt meestal gemarkeerd met de ‘wondervraag’, een vraag aan de cliënt over de manier waarop zijn leven en zijn omgeving eruit zouden zien als er, zonder dat hij dat weet, in zijn slaap een wonder gebeurt. De cliënt wordt uitgenodigd te fantaseren over een gewenste toekomst. Dit ‘wonder’, dit succes, vormt het uitgangspunt van de hulpverlening. Ook al is het wonder niet geheel te realiseren, er kan wel een begin worden gemaakt. Voor hobbels op de weg worden samen met de therapeut oplossingen gezocht, strategieën, trucs om ermee om te gaan, of ze te omzeilen.


Uitgaanspunten bij de oplossingsgerichte benadering:

  • - Problemen horen bij het leven

  • - Verandering is onvermijdelijk, cliënten en situaties veranderen altijd

  • - Problemen kunnen gezien worden als niet succesvolle pogingen en moeilijkheden op te lossen

  • - Het is niet nodig om veel over het probleem te weten om te komen met oplossingen.

  • - Geen enkel probleem is er altijd

  • - Praten over succesvolle veranderingen blijkt positief te werken

  • - Niet alle problemen hoeven te worden opgelost om een cliënt weer op weg te helpen

  • - De cliënt moet een interne locus of control ontwikkelen, wat wil zeggen dat hij ervaart dat hij zelf (enige) invloed op het leven heeft.

  • - Veranderingen gaan in stappen of stadia

  • - Hulpverlener en cliënt werken samen

  • - De cliënt bepaalt de behandeldoelen en de cliënt is verantwoordelijk voor de uitvoering

  • - Voor een probleem bestaat niet een bepaalde beste oplossing

  • - Een actieve houding is belangrijk bij het hanteren en voorkomen van problemen

  • - Weerstand is geen bruikbaar begrip. Weerstand veronderstelt dat de cliënt niet zou willen veranderen.

  • - De werkelijkheid is een kwestie van kijken en benoemen. De hulpverlener moedigt de cliënt aan te fantaseren, een nieuwe werkelijkheid te bedenken.

Hoe ondersteund de hulpverlener de cliënt:

De oplossingsgerichte benadering besteedt soms wel enige tijd aan het in kaart brengen van de problemen van de cliënt. Dit wordt vooral gedaan als de cliënt dat graag wil en om vertrouwen op te bouwen. De taal van de cliënt wordt gebruikt: hij bepaald welke verklaringen hem aanspreken, hoe zijn probleem eruitziet, wat ermee te maken heeft en wat er moet gebeuren. De therapeut helpt in het begin met ordenen. Deze ordening geeft de cliënt meer grip op het probleem en kan hem op ideeën brengen hoe iets kan worden aangepakt en wat hierbij wel en niet haalbaar is. De ‘aard van het beestje’ is vaak niet te veranderen, maar gedrag en omstandigheden wel. Men gaat na hoe de cliënt het tot nu toe heeft aangepakt en er wordt gevraagd wat de cliënt wil. De aandacht wordt op deze manier al snel gericht op datgene wat goed gaat. De hulpverlener geeft complimenten voor wat de cliënt zelf al doet.

De hulpverlener ondersteunt de cliënt door het opstellen van doelen. De cliënt heeft hierbij het laatste woord. Doelen zijn altijd SMART: specifiek, meetbaar, actueel, relevant en tijdgebonden. Ook gaat men na wat de cliënt nodig heeft voor het realiseren van een bepaald doel. Goede doelen hebben een aantal kenmerken:

  • - Ze zijn in overleg met de cliënt vastgesteld

  • - Ze houden een uidaging in voor de cliënt, ze zijn niet te gemakkelijk haalbaar

  • - Ze zijn gekoppeld aan de sociale context

  • - Ze zijn geformuleerd in termen van oplossingen en niet in termen van de afwezigheid van een probleem.

  • - Ze zijn klein en gesplitst in haalbare concrete stappen. Ook is er aandacht voor timing: wat is een geschikt moment om het nieuwe gedrag uit te proberen.

  • - Ze zijn geformuleerd in termen van concreet gedrag

  • - Ze zijn geformuleerd in termen van een proces in plaat van in termen van een eindresultaat.

  •  

Verschillende gesprekstechnieken zijn nodig om een goede motiverende coach te kunnen zijn binnen het referentiekader van de cliënt. Hij moet empathisch zijn, zonder al te veel in te gaan op negatieve gevoelens. De oplossingsgerichte benadering gelooft niet dat het veel ingaan op gevoelens een cliënt veel verder brengt. Ook inzicht helpt niet veel. De volgende technieken worden gebruikt:

  • - Concretiseren: het concreet maken van een vage opmerking

  • - Samenvatten

  • - Parafraseren: korte interpretatieve samenvattingen waarin het verhaal van de cliënt zeer beknopt wordt verhelderd

  • - Direct complimenteren, sterke kanten benoemen

  • - Indirect complimenteren, door een vraag te stellen die iets positiefs over de cliënt verpakt.

  • - Open vragen stellen

  • - Vanuit verschillende perspectieven vragen stellen

  • - Kunnen hanteren en inzetten van stilte

  • - Opmerken van non-verbaal gedrag en dit benoemen

  • - Ondersteunen

  • - Erkenning geven

  • - Gebruik van humor

  • - Sleutelwoorden van cliënt gebruiken

  • - Bevestigen van waarnemingen van de cliënt

  • - Doorvragen

  • - Het richten van de aandacht op kleine zaken die goed gaan.

Omdat de hulpverlener in samenspraak met de cliënt het behandelplan opstelt en geen ‘cliëntvreemde’ woorden of technieken gebruikt, moet de hulpverlener in staat zijn de belevingswereld van de cliënt concreet te ordenen en op een motiverende manier een behandelplan kunnen opstellen.

Een techniek die men vaak gebruikt is het stellen van de ‘wondervraag’. Deze leidt de therapeut in met de opmerking dat hij een ‘rare’ vraag gaat stellen. De vraag heeft als doel een concreet beeld op te leven waaraan doelen gekoppeld kunne worden. Het biedt een nieuw perspectief waarin een nieuwe samenhangende werkelijkheid met nieuwe gevoelens, gedachten, en interacties wordt verbeeld. De wondervraag maakt de gewenste toestand van de cliënt duidelijk en kan daarna verder geconcretiseerd worden. Hierbij herhaalt de therapeut steeds de antwoorden van de cliënt (dat vergroot de realiteitswaarde) en vraagt uitvoerig en heel concreet door op alle details. Hierbij wordt ook het effect op de sociale omgeving betrokken. Uiteindelijk leidt dit tot een reeks doelen. De wondervraag activeert de creativiteit en een actieve hoopvolle houding. Ze creëert perspectief.

Niemand heeft een probleem altijd. De therapeut zal nagaan wanneer een probleem wat minder aanwezig is. Er wordt verkend wat er dan anders is, wat de cliënt dan denkt en doet, in welke situatie zich dit voordoet. Vervolgens kunnen de positieve elementen vaker uitgevoerd en opgezocht worden zodat de ‘uitzonderingsmomenten’ minder uitzonderlijk worden. De uitzonderingsmomenten brengen de gewenste situatie, ‘het wonder’ al wat dichterbij. Soms vraagt dat wat zoeken. Sommige cliënten zien weinig positiefs.

Door een oplossing en een probleem gradueel weer te geven op bijvoorbeeld een schaal van 1 tot 10 wordt er minder zwart-wit gedacht. Een probleem is nooit voor 100 % in alle situaties. Een oplossing hoeft niet perse perfect te zijn: een zesje is ook goed. Schalen bevorderen het denken in en het werken aan kleien stappen en geven het gevoel al veel bereikt te hebben. De 0 op een schaal kan verschillende toestanden aangeven. Het kan de situatie weergeven bij het begin van de therapie, maar ook die van een jaar terug. Een 10 kan ook op verschillende manieren ingevuld worden. De schaal geeft aan dat er beweging in de cliënt zit. Cijfers veranderen. Er is geen sprake van een vaststaand, onbeweeglijk probleem.

De houding van de therapeut is positief, empathisch, directief en coachend. Men gaat niet te veel in op negatieve gevoelens en problemen. De therapeut is voortvarend, steunend, optimistisch en denkt actief mee met de cliënt. De therapeut doet weinig tot niets aan zelfonthulling, hij blijft zelf persoonlijk op afstand. Hij sluit zo veel mogelijk aan bij het referentiekader van de cliënt en zoekt samen met de cliënt naar bruikbare oplossingen. Er is een samenwerkingsrelatie warbij de cliënt de verantwoordelijkheid krijgt voor het bedenken, uitvoeren van het werkplan met de behandeldoelen. De therapeut gebruikt geen enkel theoretisch referentiekader, maar beschouwt de theorie van de cliënt over zijn eigen leven en problemen als de enig juiste.

 


Nadelen van de oplossinggerichte benadering:

De oplossinggerichte benadering is een praktische, positieve benadering, maar heeft ook nadelen en lijkt soms minder goed toepasbaar.
- Cliënten kunnen het gevoel krijgen dat hun probleem, stoornis, of ziekte, te weinig wordt erkend. Sommige stoornissen zijn niet te veranderen. Hoewel de oplossingsgerichte benadering wel kan ondersteunen in het zo goed mogelijk omgaan met ernstige problemen en stoornissen, zijn soms ingrijpender of langduriger trajecten nodig. Ernstige, chronische psychiatrische problematiek is niet te behandelen met deze benadering
- Soms hebben cliënten adviezen, uitleg of een gerichter aanbod nodig om beter te kunne functioneren
- Soms is er sprake van gedwongen hulpverlening. Hoewel de gesprektechnieken uit de oplossingsgerichte benadering ook hier bruikbaar zijn, zal in werkvelden zoals de forensische psychiatrie, meer aandacht aan diagnostiek en probleemanalyse besteed moeten worden dan binnen de oplossingsgerichte benadering ideaal wordt gevonden. De oplossingsgerichte benadering gaat sterk uit van het creëren van keuze mogelijkheden voor de cliënt. In justitiële inrichtingen zijn deze keuzemogelijkheden door de overheid beperkt.
 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (5) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Prachtig artikel: dikke duim!
Prachtig artikel, wel nog een keer lezen. Super benadering van psychologie.
Wat vreemd weer dat Milton Erickson een onbekende is, tenimnste voor mij.
Goed artikel.
Wat een uitgebreid maar leerzaam verhaal.Duim taco
Mooi, goed artikel!