Hij kroop 550 km na een aanval van een beer 2e deel

Door Josh gepubliceerd op Friday 06 December 15:51

Verhaal over een pelsjager rond 1823 Gebaseerd op ware feiten. 2e deel van een vierdelig verhaal.

 http://www.xead.nl/hij-kroop-550-km-na-een-aanval-van-een-beer

Om dit verhaal van het begin "deel 1 "  te  lezen , klik je op bovenstaande link voor dat je verder gaat.   

    Aan zijn lot overgelaten  begint Hugh Glass aan een  moeilijke tocht  ,zwaar gewond  maar vastberaden begint hij te kruipen ,niet wetend wat voor afstand hij af zal moeten leggen, Een van de sterke staaltjes  waar gedreven mensen toe in staat zijn. Deel 2      de tocht.

 

Voorzichtig steunend op zijn rechter elleboog keek Hugh om zich heen.

Hij begreep dat hij alleen achtergelaten werd en bemerkte dat zijn wapens en munitie hem waren afgenomen.

Het kampvuurtje smeulde nog na.

Kreunend probeerde hij zich verder op te richten maar bemerkte dat zijn onderbenen dienst weigerden. 

Hij sleepte zich naar het kampvuur en nam onderweg gelijk wat droog hout dat hij in de richting van het vuur wierp.

Met een van pijn vertrokken gezicht merkte hij zijn zwaar gekneusde ribben op.

Hij keek naar zijn linkerzij waar zijn bloes donkerrood gekleurd was door het gestolde  bloed.

De beer had met zijn klauwen een spoor achtergelaten dat vast en zeker een mooi litteken zou opleveren, `die wil ik nog aan mijn kleinkinderen laten zien`  dacht Hugh optimistisch.

Hij had het kampvuur bereikt en rakelde het op waardoor er weer een vlam kwam,met wat kleine takjes en droog gras begon het weer te branden.

Het droge hout gooide hij op het vuur en hij genoot van de warmte.

Het vuur moest eventuele roofdieren op een afstand houden.

Hij dacht na over zijn situatie.

`Ze hebben me beroofd en in de steek gelaten,ik zal mijn wapens en eigendommen terugkrijgen  en afrekenen met die gasten,` Een kille blik lag in zijn ogen.

"John Fitzgerald and Jim Bridger" zei hij hardop,hij had ze herkend toen hij zijn ogen even geopend had.

`Die zal ik nooit vergeten`,dacht Hugh wraakzuchtig,`maar eerst moet ik op krachten komen`.

Zijn veldfles hing nog aan zijn broekriem er zat nog een halve liter water in.

Hij nam een paar slokken omdat hij niet wist of hij het kon aanvullen.

`ik kan maar beter gaan slapen dan ben ik morgen een stuk fitter`dacht hij,en hij draaide zich moeilijk op zijn rechterzij,zo ging hij de eerste nacht in.

 

`s Morgens vroeg werd hij wakker,de slaap had hem goed gedaan en hij voelde zich beter uitgerust.

Wel was hij gemeen stram.

Zijn gekneusde ribben protesteerden tegen elke beweging en zijn been was gebroken  door het gewicht van de grizzlybeer.

Hij strekte onwennig zijn spieren.

Lopen kon hij niet,maar blijven liggen was een zekere dood. 

Het vuur was uitgegaan en om zich heen kijkend zag  Hugh onder de bomen een aantal struiken die vruchten droegen.

Hij sleepte zichzelf in eerste instantie er naar toe maar bemerkte toen dat hij zijn knieën nog kon gebruiken.

Al kruipend van vrucht naar vrucht deed hij zich tegoed aan de rijpe bessen  die heerlijk sappig waren, de pijn negerend.

Toen hij genoeg gegeten had keek hij nog eens naar zijn wonden,hij veegde wat gestold bloed weg.`Het lijkt 10 keer zo erg dan dat het is`,dacht hij, ... maar als hij beter had  kunnen kijken had hij kunnen zien dat zijn ribben deels bloot lagen.

Vastberaden keek hij naar de zon.

Hij moest weer terug naar de bewoonde wereld zien te komen.

Hugh besloot om richting zuidoost aan te houden en kroop met een verbeten gezicht op handen en  knieën in die richting.

 

De eerste dag had hij  maar een kilometer afgelegd.

In het begin rustte hij om de tien meter,zijn polsen en knieën voelden pijnlijk aan door de ongewone houding en telkens moest hij zijn polsen masseren.

Hij had erg veel last van zijn onderbeen,en besloot het te spalken met twee rechte takken die hij aan weerszijden van zijn  onderbeen vastzette met behulp van gevlochten gras.

Ook zijn ribben voelden pijnlijk aan maar hij besloot er niet te veel op te letten.

Gelukkig had hij een beekje bereikt waar helder water door stroomde.

Opgelucht vulde hij zijn waterfles en dronk meteen een halve liter op,zijn fles was nagenoeg leeg geweest.

Door zijn inspanningen moest hij regelmatig drinken,maar hij had zichzelf steeds maar een slok toegestaan en op het laatst alleen nog maar druppels.

 

Bij het water was ook de begroeiing dikker en bood naast een schuilplaats ook meer sappige vruchten.

Hij zou in de buurt van het water blijven,maar moest wel op zijn hoede zijn want ook wilde dieren zoeken het water op.

Hij trok zijn geruite flanellen blouse voorzichtig uit,zijn blouse plakte aan de wonden en met een van pijn vertrokken grimas trok hij hem los en waste hem in het helder stromende water,daarna reinigde hij zijn wonden door met zijn natte blouse te deppen.   Zijn wonden waren toch zo diep dat hij zijn ribben kon zien zag hij geschrokken, waarschijnlijk hadden ze hem daarom afgeschreven.

Hij waste de blouse nog eens,scheurde hem aan repen, toen hij wat gedroogd was  verbond hij zijn ribben ermee.

 

Hij had een droge holle boom gevonden die hem beschutting gaf en waar in hij  gemakkelijk steunend kon zitten,daar at hij nog een aantal verzamelde bessen op. Dodelijk vermoeid viel hij daarna  in een onrustige slaap. 

In zijn dromen achtervolgde de beer hem terwijl hij in een hoek gedreven was stortte de beer zich op hem.

De twee anderen stonden lachend toe te kijken.

Bezweet en met een snelle ademhaling schrok hij wakker.

Het was maar een droom, maar zijn haat jegens de mannen werd er door aangewakkerd.

      

 

                   

Vele dagen volgden.

Hugh kwam steeds meer op krachten,en werd behendiger in het kruipen.

Hij had reeds 100 km afgelegd en overleefde door het eten van vruchten  en bladeren.

Af en toe kwam hij een plant tegen die hij uit groef om zijn eetbare wortels.

Hij was wel vaker op zichzelf aangewezen geweest maar niet zo zwaargewond en hij mistte zijn paard en zijn wapens enorm.

Van taaie bladeren had hij beschermende handschoenen en  kniebeschermers gemaakt. Zijn handen en knie-en waren opengehaald door doornen en scherpe steentjes en de bladeren konden hem deels beschermen,daardoor kon hij zich een beetje vrijer bewegen,maar de honger naar vlees groeide.

Opeens hoorde hij een geluid,wat hij onmiskenbaar herkende als het zachtere geluid van een onbeslagen paard ...

 

" Meteen doorlezen  in deel 3 ?          klik op deze link "

http://www.xead.nl/09hij-kroop-550-km-na-een-aanval-van-een-beer3

 

Dit is gebaseerd op een  waargebeurd verhaal , de feiten komen uit het tijdschrift  Port Folio uit maart 1825

FEITEN.  

De pelsjager Hugh Glass 1780-1833  deed in 1823 mee aan een bont -expeditie

Moeder grizzlybeer met jongen moet je niet verstoren ,Boze moeder beer bleef op hem inslaan en werd uiteindelijk gedood door twee expeditie leden.

De zwaargewonde pelsjager raakte buiten bewustzijn.

Expeditie leider gaf twee man de opdracht bij Hugh Glass te blijven tot hij dood was.

Ontdaan van wapens en stropersuitrusting voor dood achtergelaten.

Kruipend zou hij ruim 550 km afleggen naar een handelspost " Fort Kiowa "

Hij wou zijn geweer terug en zon op wraak.

Andere Bronnen zijn  Roosevelt Inn en wikipedia

The Revenant Is een titel van een film die  gebaseerd is op een gelijknamig  boek over dit onderwerp 

Fictief verhaal gebaseerd op ware feiten.

 

"dit werk is auteursrechtelijk beschermd".

                                                                                                    Door Josh

 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi geschreven. En het laat zien waar de mens toe in staat is als ze er de wil voor hebben
Man wat moet die vent een eelt op zijn ellebogen gehad hebben! Super dit verhaal.