Een rugzak vol papier

Door Amiad gepubliceerd op Friday 28 September 12:14
Dit verhaal begint rond kwart voor tien deze ochtend. Op dat moment gaat mijn mobiele telefoon, de harde ringtoon is in de gehele werkruimte duidelijk voor al mijn collega’s hoorbaar. Hoe heb ik er weer niet aan gedacht? Ik heb de telefoon dus niet op stil gezet. Ik druk de ringtoon hem met een ‘sorry’, voor de vader van het jongetje weg. Enkele momenten later gaat de telefoon van ons centrum. Ook deze is duidelijk hoorbaar. Gezien de tijd, de dag en het feit dat beiden telefoons afgaan, geeft mij een indicatie dat het om mijn volgende client gaat. Een jong kind van vijf jaar. Een collega van mij beantwoord de telefoon en even later hoor ik van hem dat mijn vermoeden klopt.

Mijn collega vertelt mij de boodschap als ik de ontmoeting met de jongen en zijn vader heb beeindigd. Het kleine mannetje is vanochtend aanwezig. Echter zonder zijn moeder, de vaste begeleidster een anker in de woelige zee, die deze wereld voor de jongen is. Vandaag is een oppas mee. Als ik in verband met de thee en koffievoorziening van de aanwezige ouders de wachtkamer betreed zie ik een wonderlijk schouwspel. Ik verwachtte een angstig onzeker kereltje ontdaan van zijn wortels. Mijn verwachting was dat hij nog meer gespannen en angstig dan normaal zou zijn.

Het verwachtte is het onverwachtte. Hij lijkt vandaag heel ontspannen aan de tafel van de wachtruimte te zitten. Hij zit op de schoot van een moeder, die op haar zoon zit te wachten. Ik geloof mijn ogen niet. Hij dit angstige mannetje, die elk blik van anderen voor hem vreemde moeders hier in de wachtkamer lijkt te ontvluchten. Hij die hier vaak zo angstig zit, kruipt gewoon bij deze moeder op schoot. Heel bijzonder.

Ik nodig hem uit om met mij mee te gaan en hij drbbelt even later op zijn blauwe sportschoenen samen met zijn begeleidster door de gang naar mijn tafel. De grote ruimte is onderverdeeld in een aantal werkplekken, De tafel en die van mij en van mijn naburige collega wordt gescheiden door een brede metershoge kast. Op deze manier hebben we nog wat privacy. Om ook voor de jongen wat meer geborgenheid te scheppen, vraag ik hem om op de trip-trap stoel bij het raam te gaan zitten. Vanuit het raam is een drukke verbindingsweg tussen Amsterdam en Amstelveen zichtbaar. Behalve auto’s en ander gemotoriseerd verkeer rijden er fietsers en ook een tweetal blauw witte trams. Een sneltram en een gewone tram. Kortom genoeg verkeer om vanuit een het raam een aantrekkelijk schouwspel te hebben. Dit schouwspel gaat even later een rol in onze ontmoeting spelen.

Het mannetje stapt met veel energie op de voor hem bestemde lichtbruine trip trap stoel. Ik heb met onderweg naar hier al in de gang voorgesteld om aan zijn begeleidster te laten zien hoe goed hij de puzzel van Thomas de trein kan maken. Het mannetje houdt van Thomas, niet vna puzzelen. Het idee was dat Thomas hem over de afkeer van puzzelen zou helpen. De speciaal voor hem aangeschafte puzzel vervult niet de verwachting. Er is geen echte liefde voor puzzelen ontstaan, zelfs niet voor deze Thomas puzzel, die weer uit twee complete puzzels van 20 delen bestaat. Toch heeft hij voor enkele weken geleden samen met zijn moeder de twee puzzels weten te leggen. Puttende uit mijn gevoel van tevredenheid en mijn gevoel van deelgenootschap staat de puzzeldoos nu op tafel. Voor mij een doos met een mooie blauwe deksel en de afbeelding van enkele treinen, die over de rails reden, toen ik nog niet op deze wereld rondliep. Voor de jongen is het beeld misschien compleet anders een doos met een mooie trein in een misselijkmakende verpakking, waarvan de zin en betekenis nog niet duidelijk is. Hij kijkt hoe ik een van de puzzels uit elkaar haal en de delen over de tafel verspreid. Elk stukje dat ik in zijn buurt probeer te leggen wordt met zachte maar resolute bewegingen in de richting van de oppas, die tegenover mij zit geduwd. De boodschap is duidelijk. Hier heb ik geen zin in. Hoe meer ik hem probeer te verleiden mee te doen hoe meer en heftiger de weerstand lijkt te worden. Dit is een doodlopende weg.

Tijdens de wandeling op deze weg begint de jongen nu ook heftige geluiden te maken. Het zijn hoge jankende pieptonen. Een sublieme imitatie van de geluiden die wij via de buren binnen krijgen. ‘Niet op reageren’, eindeloos herhaal ik deze drie woorden in stilte voor mijzelf. Als wat aandacht krijgt groeit ook negatieve aandacht is aandacht. Gewoon negeren is het devies. Dit mannetje meot leren dat er andere manieren zijn om aandacht te krijgen. Langzaam wordt het stiller. Misschien is langzaam wel snel, maar voor ons gevoel zijn de naar schatting vijf minuten een eindeloze dimentie van ongebrensde tijd. Pas bij het stoppen van de geluiden, die nu geimiteerd en versterkt bijna niet te negeren zijn, lijkt er een nieuwe weg van rust waarin helder denken mogelijk is open te gaan.

Ik en de oppas van de jongen leggen ondertussen de puzzel. na een stilte naast mij, voel ik wat geprik in mijn rechteroor. Dit kan ik niet negeren. Ik kies ervoor om zo neutraal mogelijk zonder stemverhef te reageren.“ Ik vind dit niet prettig”, zeg ik tegen de kleine man. Ik maak geen oogcontact en geef hem een optie iets anders te doen. “ Kijk maar naar buiten, als je niets wilt doen’. Het werkt geen geprik meer aan mijn oor en stilte. Ik en de oppas tegenover mij maken de puzzel af.

Ik bied hem een ander spel aan. Iets nieuws. Hij glundert lijkt met veel enthousiasme zich op het kleine zwarte doosje met de puzzel met aaneengeklonken kleurrijke plastic balletjes te storten. Openheid voor uitdaging lijkt er te zijn, echter na een seconde ploft het enthousiasme tot een herkenbaar stukje tegenstand. De balletjes blijven onaangeroerd op tafel en het zwarte doosje wordt op de vensterbank gedeponeerd. Wat nu?

Ik schakel naar een ander spel. ‘ He, meneer, ik wil dat doosje kopen?’ ‘Hoeveel kost dat? ‘ ‘55’, is het antwoord. Dit spel hebben we eerder gespeeld. Ik maak met stippellijnen op een vierkant papiertje en laat hem dit overtrekken. In het verleden behaalde resultaten geven garantie voor de toekomst en hij wil dit nu niet doen. ‘Mijn hand is jouw hand’, zeg ik en pak zijn kleine linkerhand. We trekken de lijnen. ‘ Hier heb je 55’, zeg ik tegen de oppas die het papiertje aanneemt. Zij geeft op haar beurt het papiertje weer aan het klein mannetje wat met vurige donker bruine ogen het zogenaamde geld aanneemt. Dit geld wordt in een seconde verfrommeld en vliegt in een boog naar de grond.

Dit gaat nergens over. Wat doet hij nu weer? Ik zou hem hierop moeten aanspreken. Zeker nadat we verder gaan en er meer papiertjes met 55 worden geschreven. Dit doe ik ook.’ Weet je wie al deze papiertjes straks moet schoonmaken? De schoonmaker’, ga ik verder. Deze man wordt vast boos en vraagt dan aan mij. ‘ Wie heeft al die troep gemaakt en dan zeg ik jij. Dus straks ga je die opruimen. Maar als je met papier wilt gooien, kunnen we papieren vliegtuigjes vouwen. ‘Kijk’

Ik haal een vel papier en wil voor doen hoe je een vliegtuig vouwt. Maar het kleine mannetje geeft mij weinig gelegenheid en wil het vel papier uit mijn hand grijpen. Ik verhinder dit en vouw hem het vliegtuigje waarop het kleine mannetje met stippen 55 tekent. Even later vliegt het vliegtuigje door de ruimte richting de speelhoek.

We spelen nog wat met elkaar met speelgoed eieren en servies. Dan is het tijd en moeten we de ontmoeting beëindigen. Samen vullen we mijn rugzak, zodat het papier thuis in de papierbak kan.

Amiad Ilsar.


Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Goed en duidelijk geschreven verhaal met diepgang.
Met plezier gelezen.
Pork de rode kater geeft de DUIM.
DRIMPELS zijn als dromen in het water.
Goed artikel, een vrij herkenbare situatie voor mij. Ik heb namelijk ook autisme. Dit zijn nogal wat symptomen van PDD-nos.