Eindelijk leren zwemmen

Door ZomaarIemandde1e gepubliceerd op Monday 28 October 02:35

Een paar jaar geleden heb ik het echt geprobeerd. Kon deze oude hond een nieuw kunstje leren?

Leren zwemmen

Drieënveertig jaar oud en niet kunnen zwemmen. Het komt niet zo vaak voor zou je denken. Niettemin blijkt bij navraag zo ongeveer elk zwembad in Amsterdam voor zwemlessen aan volwassenen een wachtlijst te hebben van meer dan een jaar. Eenmaal hiermee geconfronteerd ervaar je de opluchting dat je jezelf niet meer ziet als de enige malloot die gekreupeld is door zich niet op een veilige en gangbare manier door water te kunnen bewegen. Anderzijds is het geen grote stimulans om je in te schrijven voor de lessen.

Wie overeenkomstige impulsieve buien en momenten beleeft als ik, zal herkennen dat juist deze je kunnen brengen tot ondernemen. Vandaag ga ik het doen! Dit is meer mijn stijl ongeacht waar ‘het’ voor staat. Op de één of andere manier klinkt het niet voor mij om te zeggen: “Vandaag ga ik me inschrijven, zodat ik ergens in het volgende jaar misschien eens zal worden opgeroepen als spaarzaam uitverkorene, die het heiligdom van gegloord water en tegeltjes mag betreden, alwaar de hooggeleerde waterguru mij zal inwijden in de edele magie van het blijven drijven.”. Het was mijn zuster die de inschrijving voor mij had gedaan.

Een zwembad is voor mij geen onbekende plaats. Door de jaren heen heb ik menigmaal mogen genieten van de verkoeling en de rust brengende deining van het water, zij het dat dit water is ingeklonken in fraai gevormde bakken en ik dan meestal in het ongekozen gezelschap verkeer van een mensenmassa bestaande uit zwaar gebruinde bejaarden, zich vervelende en derhalve onuitstaanbare jongeren en moeders die nooit helemaal de kunst lijken te verstaan van het in bedwang houden van hun jankende, gillende en vervuilende kroost.

In de vrije vierkante meter die ik doorgaans weet te bevechten kan ik me uitstekend vermaken. Ik hang en spartel wat. Als een bekende meegaat vindt hij of zij meestal ook wel een eigen plekje tussen het gekrioel van handen, voeten en badmutsen. Overigens moet je bij badmuts niet veronderstellen dat ik spreek over het bekende uit rubber vervaardigde hoofddeksel. Nee, eerder een vrouwelijke tiener of twen met sterk geblondeerd haar, een te grote hoeveelheid hormonen en een te klein gesneden bikini, die zelfs in het water ‘Cool’ wil lijken en dit meent te kunnen presteren door met een sacherijnig gezicht ordinaire prietpraat te bezigen en onvermoeibaar te blijven kauwen op haar bubblegum. Als de bekende van mij het plaatsje heeft weten te veroveren is het tijd voor het doen van kunstjes zoals het overgooien van een bal. Daar kun je al snel een half uur mee zoet zijn! Als ik het zo beschrijf kun je het je misschien niet voorstellen maar ik kom er graag.

Plotseling was de oproep daar. Uiteraard komt zoiets dan nooit gelegen omdat je al een bepaalde weekindeling hebt waarvan je niet graag afstapt. De vrijdagavond nog wel.  ‘Stappen’, zoals men het pleegt te noemen, oftewel in kroegen en clubs rondhangen waarbij met zekere vaart het alcoholpromillage in je aderen stijgt, is voor mij iets van het verleden uit de tijd dat ik mij nog jeugdig en onbezonnen mocht voelen. Veel was er dus niet op de vrijdagavond tegen. Eerst een tweede inschrijving, gebood het document.

Enkele dagen later stond ik bij de kassa van het zwembad. Een aardige doch pittige typisch Amsterdamse tante stond mij te woord. In de brief die ik voor de inschrijving moest meenemen, stond al een preek die nog eens dunnetjes werd herhaald door de baliedame. Ik had vier maanden om twaalf lessen te genieten. Zou ik er minder volgen in dit tijdsbestek zouden alle overige komen te vervallen. Verder mocht ik niet meer dan vier lessen achtereen missen anders hing mij onmiddellijke verwijdering uit de groep en herplaatsing onderaan de wachtlijst boven mijn hoofd. De dame vertelde mij verder dat het erg gezellige lessen zouden worden en dat ik weinig te vrezen had vanwege de uitstekende instructeurs en het feit dat ik in een groep terecht zou komen waarbij iedereen vanaf hetzelfde punt moest starten. Veilig gevoel zo’n homogene groep.

De tijd waarbij je nog gewoon een naam had bleek voorbij te zijn. Aan de hand van een nummer op de brief werd ik geïdentificeerd. Tegen betaling van twaalf euro borg nam ik een hoogstaand elektronisch polsbandje in ontvangst. Er werd een foto van mij gemaakt met een minicamera op een buigbaar steeltje. Vanaf dat moment zou ik het polsbandje altijd in het zwembad moeten dragen. Het zou voor mij de glazen poortjes naar de waterhemel openen en de van mij gemaakte foto, levensgroot op een monitor tonen. Voorts zouden de kranen van de douches er spontaan mee ontsloten worden en ook het mechaniek van de kluisjes voor mijn spullen zou er mee open en dichtgaan. Nu nog even vijfenveertig euro vooruit betalen en ik was klaar voor twaalf heerlijke lessen. Ik voelde mij een fortuinlijk mens.

Het was vrijdag. In de middag verheugde ik me er al op. Vanavond zou het gebeuren. Eindelijk zou ik gaan toetreden tot de groep van de zwemmende mens. Eindelijk zou de verdrinkingsdood, op korte termijn niet meer voor mij op de loer liggen. Eindelijk zou ik gaan leren hoe mijn zware lijf, lichter dan ooit, met sierlijke bewegingen door het water te laten glijden. Enigszins opgewonden pakte ik al veel te vroeg mijn spulletjes in een plastic tas van onze nationale grootgrutter. Het polsbandje deed ik thuis al om, trots er op als het symbool voor mijn nieuwe start. De tram bracht mij van vlak bij mij om de hoek naar zowat de entree van het zwembad. Hij leek speciaal voor deze gelegenheid voor mij zo aangelegd. Twee grote glazen deuren schoven voor mij open alsof ze de luxe van mijn nieuwe leven aankondigden.

Binnengekomen bleek ik nog een klein half uur te moeten wachten. Niet erg! Zo kon ik vast een beetje rondkijken. De meest opvallende ruimte was een fraai vormgegeven kantine. Overal gezellige verlichting, zorgvuldig geplaatst meubilair, een enorme bar, leestafels en zelfs een filmhoekje voor de kleintjes. Een doorgang achter in de zaal verschafte toegang tot een terras met uitzicht op één van onze Amsterdamse grachten. De muur tegenover de bar bestond uit enorme glazen platen met kijk op de baden beneden. Één van de baden was in lange stroken verdeeld door de bekende rood en wit gekleurde drijfkoorden. Het was een grappig uitzicht. Tussen de koorden zwommen talloze mensen netjes in rijen achter elkaar of een gerenommeerde choreograaf er de hand in had gehad. Deze mensen waren vast al heel ver gevorderd in de zwemkunst. Toch zag het er wat triest uit, die zwemmende eenheid. Als een school vissen in een te klein aquarium die zonder enig doel of creativiteit verstrikt was geraakt in het almaar heen en weer zwemmen. Geen einde, geen begin alleen maar heen en weer.

Bij de balie hadden zich inmiddels al wat lotgenoten verzameld. Ik begaf mij ertussen en keek naar mogelijkheden tot aansluiting. Die vond ik niet. Men was stil en bemoeide zich voornamelijk met zichzelf. Een jong stel viel op. De twee knuffelden elkaar zoals je mensen bij uiteengaan op een vliegveld ziet doen. Een badbeveiligingsbeambte had de edele taak het startschot te mogen geven. Duidelijk vereerd door deze verantwoordelijkheid, rustend op zijn keurig geüniformeerde schouders vertelde hij in nagenoeg verstaanbare taal dat wij naar binnen mochten. “Hou het polsband bij die plaatje op de poortje. Dan gaan de deurtje open.”, sprak hij in vloeiend Nedermaroc. Een dame uit het gezelschap volgde de instructies gedwee op. Haar foto verscheen op de monitor maar het poortje bleef halsstarrig gesloten. De glimlach die hij eerst ten toon had gespreid verkreukelde zichtbaar in het gezicht van de inmiddels weinig gezag uitstralende veiligheidspersoon. Probleempje met de computer. Het standaard excuus voor menselijk falen. Één voor één werden onze technische wondertjes ingenomen om even later na afroep van voornaam teruggegeven te worden. Eindelijk konden we door de glazen veehekjes. Ik hield mijn bandje bij het plaatje op het poortje. Mijn foto verscheen op de monitor en in een kleine schermpje verschenen de onvergetelijke woorden: “Welkom Nico Nico”.  De deurtjes openden zich. Kennelijk had ik in het systeem mijn achternaam verloren maar ik kon tenminste naar binnen.

Twee trappen naar beneden bevonden zich de kleedkamers. Het was er warm en er hing een weinig aangenaam boeket van verschillende geuren. Een mengsel van talrijke soorten shampoo, deodorants, chloor en lichaamsvocht. Ik ben altijd weer onder de indruk van de fantasieloze sluiting van de individuele kleedhokjes. Bij betreding kun je jouw tas niet op de vloer zetten vanwege de grote plassen waarvan ik altijd hoop dat het water betreft. Hoewel ik er inmiddels bedrevener in ben geworden, volgt voor mij dan toch een kleine worsteling. Met tas in de ene hand sluit ik één der deuren. Hiertoe moet ik opzij zijn gestapt omdat mijn lichaam niet tussen de draai van de deur en de achterwand past. Dan terugschuiven zodat ik met de andere hand de tweede deur kan sluiten. Zolang het bankje niet naar beneden is geklapt zijn de deuren uiterst gevoelig voor loslaten. Zou je dit wagen is de sanctie het onmiddellijk terugklappen van zo’n deur, bij voorkeur in het gelaat. Dat heb ik wel afgeleerd. Dan volgt een soort kraanvogelstand. Armen gespreid tegen de deuren, staand op een iets gebogen been klap ik het bankje met de andere voet neer. Wie een betere oplossing weet, vertel het mij gerust maar vertel liever nog aan een badarchitect een beter sluitingsmechanisme.

Mooie kluisjes! Onpersoonlijk als het maar kan deelt een zogeheten console na licht contact met de polsband een kluisnummer uit. Het toegewezen kluisje gaat open alweer na een aanraking met de bewuste band. Dan de douches, ook polsband gestuurd. De hitte van het water viel me wat tegen. Het leek zo afgesteld dat de douche het doel had de haren van mijn lichaam af te branden. Snel eronder vandaan. Ik volgde de bordjes naar het instructiebad. Het zou nu echt gaan beginnen toch?

Tot mijn verbazing was het instructiebad nog bezet door een twintigtal boven middelbare dames. Op muziek die doorgaans door jongeren wordt gewaardeerd bewogen alle dames in ongeveer gelijk tempo, gewapend met gekleurde uit kunststof vervaardigde haltertjes, door het water. Een instructrice met duidelijk Amsterdamse tongval blèrde onafgebroken om de bewegingen op tel te coördineren. Het betrof aquarobic; een manier van bewegen op muziek waarbij het zweet onmiddellijk door het water wordt opgelost. God zij dank dat er chloor is. We mochten ongeveer vijf minuten genieten van dit onooglijke schouwspel. Toen begonnen de dames zich één voor één uit het water te takelen.

Ondertussen hadden de zweminstructeurs hun opwachting gemaakt. Het leken aardige jongelui. Een jongen en een meisje met een gezamenlijke leeftijd ongeveer gelijk aan de mijne. “Gaat u het water maar in om vast een beetje te wennen”, sprak de jongen. Sommigen daalden af van het trapje. Anderen lieten zien dat zij hun lichaam soepel van de kant konden laten glijden. “Uitslovers!”, dacht ik nog, terwijl ik tree voor tree mijn lichaam in het water liet zakken. Jemig, wat was ook dit bad warm zeg. Even vroeg ik me af of we zouden gaan leren zwemmen of dat er thee van ons werd getrokken. De groep bleek ineens veel minder homogeen dan aanvankelijk was verondersteld. Om mij heen begonnen diverse zwemmers in wording te drijven op hun rug en buik. Anderen zag ik duidelijk zwemmend door de kleine, in de spotlights twinkelende, golfjes gaan. Ik bleek de enige die niets anders wist te doen dan blijven staan en een paar keer door de knieën zakken om helemaal nat te worden. Was ik dan toch weer de uitzondering?

De instructeur betrad het water en sprak ons toe. “We gaan deze les beginnen met drijven op de buik. U strekt de armen en laat u voorover in het water glijden. Dan strekt u het hele lichaam en u houdt het gezicht in het water. Dit vijf seconden lang. Vervolgens beweegt u zich weer rechtop en plaatst de voeten op de bodem.” Hij deed het voor. Het leek een uit te voeren taak. Vol overgave liet ik mij met gestrekte armen voorover glijden. Mijn benen kwamen omhoog en ik lag met mijn gezicht net onder de waterspiegel. Ik telde vijf seconden af. Nu weer omhoog en mijn benen op de grond. Eh, maar hoe doe je dat? In plaats van mijn onderlijf ging mijn bovenlijf richting de bodem. Ik zag niets meer en hoorde slechts geborrel in mijn oren. Na wat gespartel kreeg ik één been onder mijn lichaam maar de bodem was te glad om grip te krijgen. Het werd behoorlijk benauwd. Op alle mogelijke manieren probeerde ik mij overeind te krijgen. Even kwam mijn hoofd boven water maar ging in een zijwaartse rol weer jammerlijk ten onder.

Hoe het precies is gelukt weet ik niet meer maar uiteindelijk stond ik grote hoeveelheden water uithoestend en kotsend weer op beide benen. Eventjes later keek ik om mij heen. Het was verdacht stil geworden in de hal. Alle aanwezige ogen priemden in mijn gestalte. Iedereen was zo verstandig het eventuele lachen in te houden. De instructrice keek vanaf de kant heel ongerust naar mij. De instructeur had zich langzaam mijn kant op begeven. “Verdronk u?”, vroeg hij uiterst beleefd met een brede glimlach op de mond. Het lag me even op de lippen om te zeggen: “Nee hoor, ik maak altijd graag een spektakel van mijzelf en vind het heerlijk om liters zwembadwater op te zuigen. Maak je vooral geen zorgen. Ik ben ook heel blij dat niemand in de afgelopen twintig of dertig seconden ook maar een poot heeft uitgestoken om me te helpen. Ik doe dit soort dingen graag op mijn eigen manier!”, maar zoiets zeg je dan toch niet.

Terwijl de instructrice de anderen ging stimuleren met de les verder te gaan, begon de jongen op me in te praten. “Het geeft niets hoor, er zijn zoveel mensen bang voor water.”, sprak hij bemoedigend. “Ja maar ik ben helemaal niet bang voor water!”, sputterde ik tegen en vertelde hem over mijn bezoeken aan zwembaden en zee. Als volledig geprogrammeerd vervolgde hij zijn relaas. “Tja, maar als je bang bent voor water moeten we het gewoon rustig opbouwen. Leg je handen maar in de mijne als je voorover gaat. Dan ga je eerst drie seconden drijven en dan druk je op mijn handen om weer overeind te komen.” Een paar van deze pogingen later werd ik door hem hevig gecomplimenteerd. “Dat gaat al een stuk beter zo! Op deze manier kom je wel van de waterangst af.” Vervolgens droeg hij me over aan de instructrice.

Het was best een leuk meisje met een lief gezicht. Ze had een atletische bouw, blond krullend haar, en was minstens een kop kleiner dan ik.  Uit haar gekleurde ruitjesbadpak stak haar nog steeds ongerust kijkende hoofd. “Ik zal u drijfmateriaal geven.” Van de kant haalde zij een pastelkleurige kunststof slang tevoorschijn. Ik moest hem met beide uiteinden onder mijn oksels plaatsen en een nieuwe poging ondernemen. Het bleek geen succes. Nog iets ongeruster keek ze nu naar de omvang van mijn lichaam en haalde een tweede drijver. “Misschien kunt u er beter twee tegelijk gebruiken.” Een nieuwe poging leverde weer niets anders op dan spartelen en half verdrinken.

Nu voelde ik me echt angstig worden en stond een beetje lullig met de drijvers onder mijn oksels rechtop in het water. Gelukkig bood ze mij uiterst professionele troost. “Vervelend als je zo bang bent voor water!” Weer bestreed ik deze angst en vertelde hetzelfde verhaal als aan de jongen. Ik kreeg bijna medelijden met haar angstige blik. “Mijn moeder is ook zo bang voor water. Zelfs ik krijg haar met geen stok het zwembad in. Weet u, vroeger is ze eens bijna verdronken en dit heeft zo’n angst bij haar achtergelaten dat ze nooit meer durft te leren zwemmen.”, sprak ze. Was ik nu gek of had ik haar zojuist verteld dat deze angst bij mij ontbrak maar dat ik eenvoudig niet wist hoe rechtop te komen? Misschien had ik het helemaal bij het verkeerde eind en had ik toch angst. Nu begon ik te twijfelen aan mezelf. Ze vervolgde met: “De angst maakt paniek los. Iemand die eenmaal flink in paniek is slaat wild om zich heen en probeert hulp te roepen. De meeste mensen verdrinken door al het water dat ze binnen krijgen door in paniek om hulp te roepen. Tja, en ik ben amper vijftig kilo dus als iemand zoals u eenmaal echt in paniek raakt, kan ik weinig doen. U trekt me gewoon mee onder en dan verzuipen we beiden. Misschien is er in het verleden wel iets gebeurd toen u kind was en dat dit voorval deze angst oproept.”

Terwijl ze iemand anders ging helpen liet ik het even bezinken. Als ik het goed had begrepen was ik volgens haar iemand die door een onbekend voorval enorme waterangst had opgelopen. Ik was met iets heel gevaarlijks bezig want als ik in paniek zou raken was zij niet in het vermogen mij te helpen en zou zelf mee verdrinken. Ik zou vooral geen hulp moeten inroepen omdat ik anders nog sneller aan de verdrinkingsdood zou sterven zoals vele voorgangers. Ze kwam terug. “Probeert u zich anders aan de leuningen van het trapje vast te houden en zo steeds te gaan drijven en weer rechtop te komen. Maakt u zich vooral niet ongerust want ik blijf vlak in de buurt.” Waarom zou haar aanwezigheid me dan gerust moeten stellen? Ze zou immers niets voor mij kunnen doen met haar amper vijftig kilo. Voor de vorm heb ik deze oefening een keer of tien herhaald. Toen stonden er nog tien lesminuten op de klok. Ik heb haar bedankt voor de les en gezegd dat het voor mij genoeg was voor een avondje. Haastig klom ik op de kant en maakte mij uit de voeten. Een snelle douche waarbij ik net geen brandwonden opliep, vlug omkleden en naar de uitgang. Het poortje moest even mijn polsbandje inslikken en spoog het vervolgens weer uit met de mededeling dat ik nog elf baden tegoed had. “Tot ziens!” “Ja, wie weet?”, dacht ik bij mijzelf en ging naar buiten.

Behoorlijk ontdaan ging ik op weg naar huis. Het heeft een paar weken geduurd voordat de slechte dromen waren overgewaaid en ik iets aan mezelf wilde bewijzen. Ik ben naar het zwembad gegaan waar ik gewoonlijk kom. Daar heb ik op mijn vertrouwde manier opnieuw van het water leren genieten. En de lessen? Ik heb het nog één keertje geprobeerd maar heb besloten dat dit niets is voor mij.

Laat mij maar blij zijn in het water op mijn eigen manier. Misschien leer ik nog eens zwemmen en misschien ook niet. In ieder geval voorlopig niet. Nee bedankt!

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Prachtig verhaal, ik denk dat velen zich hierin herkennen. Trouwens, als je zo moet leren zwemmen, dan was het mij ook al over geweest.
ik herken in jouw verhaal heel erg een persoon met hetzelfde en je hebt helemaal gelijk geniet op jouw manier van het water dat is tenslotte het belangrijkste !