Bitterzoete rust

Door ZomaarIemandde1e gepubliceerd op Monday 28 October 02:43

Mijmeren in de schaduw van vergaan geluk

De planken kraakten onder zijn voeten tijdens het moeizaam strompelen door de oude gang. Daar waar het vergeelde behang ooit getuige was geweest van speelzaam geluk, kon men nog slechts de muffe geur van vergetelheid waarnemen. Enkele foto’s hingen als stille getuigen. Ingeklonken blikken van hem en de degenen die hij lief had gehad. Tijden die eens waren, momenten die kwamen maar ook weer gingen, vastgelegd als stilstaande beelden die elk moment leken te kunnen gaan bewegen maar roerloos bleven totdat de tijd ook hen voor eeuwig zou doen verdwijnen.

Achter de bruingebeitste houtendeur meende hij haar stem waar te nemen. Een paar zware kuchen vanuit het diepst van zijn borstkas deden hem even wankelen door de duizeling die ze veroorzaakten. Langzaam legde hij zijn hand op de koperkleurige deurkruk die hij zo vaak had beroerd. Met lichte twijfel bracht hij hem omlaag en duwde vooruit. Voor hem ontsloot het portaal naar de ruimte die hij zo moeilijk kon betreden. Cynthia? Haar naam dreef zachtjes over zijn lippen de duisternis in. Zijn linkerhand gleed als vanouds langs de deurpost naar het lichtknopje. Enkele malen schakelde hij het heen en weer. Tevergeefs, het bleef duister in de kamer. Cynthia, ik denk dat de lamp kapot is. Ik kom wel even bij je zitten.

Hij kende de weg in de kamer als een blinde. Niettemin liep hij behoedzaam langs het bed. Ofschoon het al later in de avond was, schenen een paar lichtstralen door een kier in de zware gordijnen. Hij vervolgde zijn weg naar het raam en schoof één roodfluwelen gordijn opzij. Het plein waarop hij uitkeek was gewoonlijk vrij levenloos op dit tijdstip maar vanavond niet. Lichte witte vlokjes schitterden in het schijnsel van de lantaarns voordat ze het zachte tapijt van hun voorgangers verdikten. Enkele jonge mensen lachten terwijl ze elkaar bekogelden met versgedraaide sneeuwballen. Een dik gekleed stel kwam net uit het café op de hoek. Hand in hand liepen zij een stukje op maar stonden opeens stil. Een omarming gevolgd door een lange tedere kus, gaf hun liefde voor elkaar prijs.

Weet je nog Cynthia, hoe wij vroeger lange wandelingen maakten in de kou? Geen kans lieten we voorbij gaan en elke keer mocht ik me verheugen op enkele warme ogenblikken in jouw armen. Had jouw vader ervan geweten was ik mooi de klos geweest! Hij grinnikte even en haalde een zilverkleurige heupfles uit een van z’n zakken. Wat meer op het midden van het plein, keek hij naar het vuur dat de gemeente speciaal voor deze avond had aangelegd. Ondertussen schroefde hij het dopje van de fles en nam een paar teugen. In een grote, zware, gietijzeren korf lagen houtblokken te verzengen in hun geeloranje vlammen. Zo nu en dan werden er een paar bijgelegd door iemand van de brandweer. Op enkele meters eromheen stonden mensen van alle leeftijden te kijken naar het knisperende schouwspel dat hen tevens verwarmde. De ramen sloten niet meer zo hermetisch als ze eens hadden gedaan. Hierdoor was een vleug van de scherpe brandgeur te bespeuren, iedere keer dat de wind deze zijn kant op droeg. Aan de andere kant van het plein stond een kleine kerk. Haar toren stak slechts enkele meters boven de hoogste daken uit. Nadat hij de fles weer had teruggestopt pakte hij zijn bril uit z’n borstzak en tuurde in de verte. Dertien minuten voor twaalf, mompelde hij. Nog even en dan is het zover Cynthia.

Terwijl hij de bril opborg draaide hij zich een kwartslag en liep naar het bed. Met een zachte kreun nam hij plaats op de rand. Bijna iedereen viert feest lieverd. Ik zag net dat er licht brandde achter veel van de ramen aan de overkant. Wie niet thuis is lijkt hiervoor op het plein te zijn. Feestvieren konden wij ook hè? Nou en of! We zijn een beetje te oud geworden voor die flauwekul. Weer moest hij grinniken en pakte opnieuw de fles voor een paar flinke teugen. Hoe is het met je? Je bent zo stil. Of ben je verdrietig? Heb je veel pijn? Het was alweer vier jaar geleden dat zijn vrouw ziek was geworden. Het had veel in hun leven veranderd. Gewoonlijk maakten zij eenvoudige uitstapjes met de bus. Naar het buitenland gingen ze al lang niet meer. In hun jongere jaren hadden zij genoeg van de wereld gezien. Vanaf haar ziektebed gingen zelfs de kleinste wandelingetjes niet meer. Zonder haar was er niets aan daarbuiten. Hij keek al vreemd naar de gedragingen en het uiterlijk van de jongere generaties. Op straat voelde hij zich niet alleen maar wel heel eenzaam. Liever bleef hij bij haar. Daar waar zijn liefde was. Hun enige dochter woonde al een paar decennia in New York. Zo mogelijk kwam zij een paar dagen per jaar over. Elke dag kwam er iemand de belangrijkste zorg voor Cynthia verrichten. Hij deed de rest maar koken niet. Dagelijks werd ze een maaltijd bezorgd. Vaak werd hen gevraagd of ze niet beter af zouden zijn in een huis waar ze goede zorg zouden krijgen. Daarvan wilden ze niets weten. Het huis was nog van haar ouders geweest en was zo vertrouwd. Een traplift maakte het mogelijk dat ze naar de eerste verdieping konden komen waar de slaapkamers zich bevonden.

Je hoeft niet te praten als je dat niet wilt schat. Rust nog maar even. Stil tuurde hij voor zich uit met de fles in zijn hand. Tussen de slokken door kwamen de herinneringen steeds levendiger voor zijn ogen. Hoe hij haar op een zomers terras had ontmoet. Hij zat daar met vrienden en hoorde stoelen schuiven aan een tafel links naast hem. Terwijl hij omkeek nam ze daar net plaats met haar zuster. Het eerste dat hem opviel was de glinstering van de zon in haar goudblonde, golvende haren die met speldjes naar de zijkanten uit het gezicht waren opgestoken. Dan die jadegroene ogen welke hun fonkeling hem deden verstommen. Goedemiddag dames, had hij nog net op z’n charmantst gezegd. Meer dan een klein knikje terug kreeg hij niet die keer maar haar beeltenis leek onmiddellijk op zijn netvlies gegraveerd. Een conversatie starten was toen niet gepast. Sindsdien ging hij elke middag terug naar dat park en liep langs het terras in de heimelijke hoop haar weer te zien. Uiteindelijk kwam hij haar na weken weer eens tegen. Even kruisten hun blikken. Een lichtblauwe zijden sjaal gleed van haar arm, meegevoerd door een plagerig briesje. Nadat hij deze had opgeraapt en mocht aanreiken kon hij voor het eerst de zoete glimlach op haar mond bewonderen en was daar eindelijk de gelegenheid zich voor te stellen. Wellicht de gelukkigste dag van zijn leven.

Zittend op de rand van het bed waar hun dochter het eerste levenslicht had gezien, mijmerde hij verder over alles dat ze hadden mogen maar ook moeten meemaken. Die vreselijke oorlog onder andere. Af en toe rolde er een kleine traan uit zijn ooghoek die zich langs zijn gerimpelde gezicht baande.

Z’n gedachtes werden verstoord door slagen uit de kloktoren en het aanzwellende geluid van feestelijke levendigheid op het plein. Lichtflitsen waren waarneembaar alsook de donderende knallen die hiermee gepaard gingen. Hij nam de laatste slok uit de fles, hees zich wat moeizaam op zijn voeten en strompelde richting het raam. Een brede lach kwam op zijn mond terwijl hij niet eens merkte dat de heupfles uit zijn hand op het tapijt gleed. Cynthia, het is zover! Een nieuw jaar, een nieuw begin. Inhouden kon hij zich niet meer en met een paar bewegingen had hij de gordijnen helemaal opzij- en de ramen opengeslagen. De walmen van afgestoken kruitdampen deerden hem niet. Gelukkig nieuwjaar, brulde hij met enigszins hese stem naar buiten. Opgemerkt werd hij niet door de mensen die elkaar zoenden en glazen in de handen hadden of druk bezig waren met het afsteken van vuurwerk. Cynthia, moet je eens zien wat een pracht. Kijk die gekleurde lichten hoog in de lucht. Lieve schat, kijk toch eens wat mooi! Hij sloot zijn ogen, kromde zijn rechterarm en stak zijn linkerarm naast zich uit. Laten we dansen lieverd, laten we nog een keer dansen zoals we dat vroeger deden bij de muziektent. Langzaam begon hij te wiegen. Daarna draaide het oude lichaam een rondje. Ik hou zo van je, zo onmetelijk veel. Ik wil voor altijd bij je zijn. Bij één van zijn moeizame pasjes kwam een voet bovenop de fles terecht welke weggleed over het tapijt. Een wankeling volgde. Zijn lijf tuimelde achterover de vensterbank en gleed als een sneeuwvlok naar beneden richting de witte deken die zich op het trottoir had gevormd. Er klonk een afgrijselijk gegil uit de monden van enkelen die hem zagen neerploffen. Een groeiende kring mensen kwam om hem heen. Oh mijn God, verzuchtte een jonge vrouw tegen een vriendin. Met tranen in de ogen vervolgde ze: Dat is die eenzame oude man. De stakker! Jarenlang heeft hij zijn zwaar zieke vrouw verzorgd totdat ze een half jaar geleden overleed. Daarna is het bergafwaarts gegaan. Je zag hem nog zelden en als je hem zag viel het op hoe hij vermagerde. Wat vreselijk!

Om het silhouet van het op z’n rug liggende lichaam tekende zich een roze gloed af van het bloed vermengd met de hagelwitte sneeuw. Zijn rechterarm lag nog steeds gekromd op z’n buik en de linkerarm gestrekt naar de zijkant. Lichtflitsen vanuit de hemel waar nog altijd vuurpijlen het nieuwe jaar verwelkomden, gaven het tafereel een bijna surrealistische aanblik. Wie goed naar hem keek, kon op zijn mond een brede glimlach zien.
 

Reacties (6) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wat een mooi verhaal! Heel mooi geschreven
Wat een prachtig verhaal Nico !
Ik heb tranen in m'n ogen.
prachtig verhaal, mooi geschreven, de complimenten!
heel mooi geschreven, leuk om te lezen
Goed geschreven.