Zelf je gouden en zilveren sieraden checken

Door Loesje190 gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Soms krijg je wel eens foldertjes om je gouden sieraden op echtheid te laten keuren. Hoe test je precies of je gouden ring echt of namaak is?

Welke experimenten kun je doen om aan te tonen of een gegeven sieraad echt of vals is?

Ten eerste kun je een sieraad van goud of zilver testen door de dichtheid te bepalen. Je weegt de massa van het sieraad. Daarna stop je het sieraad in een maatcilinder met water. Je kunt dan het volume van het sieraad aflezen. Met deze gegevens kun je de dichtheid bepalen: ρ (dichtheid) = massa / volume.
Deze methode is echter niet erg geschikt, omdat sieraden vaak niet van puur goud of zilver zijn gemaakt. De dichtheid van het sieraad zal dan dus sowieso niet overeenkomen met de dichtheid van bijvoorbeeld goud.

Goud identificeren:

Een makkelijk trucje om goud te herkennen is door een magneet bij het sieraad te houden. Echt goud wordt namelijk niet of nauwelijks aangetrokken door de magneet, een vervalsing wel. Ook kun je met een schoonmaakdoekje over het sieraad wrijven. Als je even stevig schuurt en het gouden laklaagje verdwijnt, heb je met een vervalsing te maken.
Ook weet je dat goud een edel metaal is en niet oxideert. Als er een groene of zwarte aanslag op het voorwerp zit, is het een vervalst sieraad. Ook als je het voorwerp in een bakje water legt of het poetst en er komen stukjes goud af, is het sieraad niet echt.

Zilver identificeren:

Een methode om zilver te identificeren is moeilijker en er zijn veel hulpmiddelen nodig die je niet zomaar in huis haalt. Om zilver te identificeren, kun je een beetje zilver van het sieraad vijlen. Los dit op in verdund salpeterzuur. Daarna voeg je zoutzuur toe. Als er een witte neerslag ontstaat, is dit een indicatie van zilver. (Er is dan AgCl ontstaan).
Los de neerslag op in een ammoniakoplossing en voeg kaliumjodide toe. Als er een gele neerslag ontstaat, heb je bewijs dat er zilver is ontstaan. Een nadeel is dat je je sieraad moet gaan vijlen.

Een andere methode is de toetssteenmethode:

Je kunt door te toetsen met de toetssteen bepalen of een metaal edel of onedel is. Ook het gehalte aan edelmetaal in een legering kan bepaald worden. Een voordeel van deze methode is dat het voorwerp niet beschadigd raakt. Het edelmetaal met een onbekend gehalte wordt aangebracht op de toetssteen, en dit wordt in aanraking gebracht met een zuur. Dan wordt het vergeleken met dat van een bekend gehalte.
De benodigdheden zijn toetsnaalden (waarvan het gehalte bekend is), een toetssteen (lydiet) en toetszuren.

De zilvertoets

Eerst wordt er m.b.v. een zuur bekeken of er zilver in het voorwerp zit. Door de kleur te vergelijken met zilver waarvan het gehalte bekend is, kan het gehalte worden bepaald. Eventueel wordt het voorwerp eerst gevijld, zodat de opperlaag verwijderd wordt.
Er wordt een toetsstreek van het zilver op de toetssteen gezet door goed met het voorwerp over de toetssteen te wrijven.  Nu wordt er zilverwit toetswater (koningswater) aangebracht. Als het voorwerp onedel is, verdwijnt de toetsstreep helemaal.
Als het voorwerp echt van zilver is, ontstaat er een blauw-witte neerslag. Om het gehalte te bepalen, wordt de kleur vergeleken. Ernaast wordt een toetsstreek aangebracht met de zilvernaald met het vermoedelijke gehalte. Nu worden de kleuren vergeleken.
Hoe geler de toetsstreek, hoe lager het gehalte zilver.

 


De goudtoets

Net als bij zilver, kun je deze methode ook gebruiken voor goud. Er wordt een toetsstreep aangebracht van het voorwerp. Daarnaast wordt een streep van de toetsnaald waarvan het gehalte vermoedelijk overeenkomt. De twee toetsstepen worden op kleur vergeleken. Als de kleuren niet hetzelfde zijn, wordt met een andere toetsnaald een nieuwe streep ernaast gezet. Met een glazen staafje wordt toetszuur van de juiste sterkte (deze komt overeen met het vermoedelijke gehalte) op de streken aangebracht. Als toetszuur wordt vaak koningswater gebruikt, een samenstelling van zoutzuur en salpeterzuur.
Als een gouden ring gemerkt is met 585 (14 karaat), neem je dus de 14 karaat vloeistof. Als de streep verdwijnt, is het geen echt goud. Als de streep goed zichtbaar blijft, is het in ieder geval 14 karaat goud, maar we moeten het nog een keer testen met 18 en 22 karaat vloeistof. Bij de vloeistof waar de streep goed blijft staan, weet je dat dat het gehalte is.
Dus de toetsstreep waarop het zuur het minst heeft ingewerkt, heeft het hoogste gehalte.

Een demonstratie is te zien op: http://www.youtube.com/watch?v=Oo55xMOgOho&feature=youtube_gdata

Diamant

Je kunt heel eenvoudig testen of een diamant echt is of vals. Op een  wit papier wordt een potloodstreep getrokken. Daar houd je de diamant boven. Een echte diamant zal het licht breken, daardoor zie je een gebroken streep. Als je dit niet ziet, is de diamant vals en heb je glas in plaats van een diamant.

Je kunt de diamant op vier manieren testen, ook wel de vier C’s genoemd: Carat (gewicht), Clarity (zuiverheid), Colour (de kleur) en Cut (het maaksel).

Gewicht


Het gewicht wordt gewogen met een weegschaal die tot op een honderdduizendste van een gram nauwkeurig is. Het gewicht wordt dan omgezet in karaat. Een echte diamant weegt 0,2 gram per karaat. Zo kun je controleren of de gegevens op het certificaat kloppen. 


Zuiverheid
 

De zuiverheid hangt af van de grootte en het aantal insluitsels die in de diamant zitten. Dat kun je bepalen met een microscoop. Ook met een loep (die 10x vergroot) kun je dit al zien. Een diamant is ‘loepzuiver’ als er onder deze loep geen interne kenmerken worden gevonden. Zijn er wel één of meer insluitsels, dan wordt op het certificaat geschreven dat het een diamant is van het soort VVS (bijzonder kleine insluitsels), VS (erg kleine insluitsels), SI (kleine insluitsels) of P (insluitsels die met het blote oog gezien kunnen worden). Hoe zuiverder de steen (weinig insluitsels), hoe meer geld hij waard is.


Kleur
 

90% van de geslepen diamanten heeft een geelachtige basiskleur. De kleur kan bepaald worden met ijkstenen of speciale kleurkaarten. De kleur van een diamant kan verschillen van uitzonderlijk wit (het best) tot getint (levert het minst op). Om aan te geven welke kleur de diamant heeft, krijgt hij een letter toegewezen van D tot Z. (D is het best, Z het slechtst).


Het maaksel
 

Hoe de diamant is geslepen hangt af van de slijper. Met een computerprogramma en met een loep worden de verhoudingen van de diamant beoordeeld. Er wordt gekeken of de diamant wel symmetrisch is en of de facetten goed staan ten opzichte van elkaar. Dit laatste is belangrijk voor de schittering van de steen.

Atoomspectrometrie (Vlam emissiespectrometrie)

Je kunt ook atoomspectrometrie gebruiken om te bepalen welke metalen er in een sieraad zitten en in welke mate. Atoomspectrometrie berust op de eigenschap van elektronen die elektromagnetische straling uitzenden of opnemen bij verhitting. Een oplossing wordt in een vlam verstoven. Hierdoor breken de bindingen tussen de atomen. Het te meten signaal wordt bepaald door de overgang van de elektronen van de grondtoestand naar de aangeslagen toestand of andersom. Bij het terugvallen naar de grondtoestand komt energie vrij in de vorm van licht. Je meet de emissie. De intensiteit van het licht is evenredig met de concentratie van de stof. Er wordt ook een aantal ijkoplossingen verstoven. De signalen worden vergeleken.

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Even een reactie, als bij het toetsen van 14 karaat, met de 14 krt toetsvloeistof de streep verdwijnt wil dit niet direct zeggen dat het geen goud is. Het kan nl. Goud met een lager gehalte zijn..
Goud, zilver en platina zijn inderdaad niet magnetisch. Echter bij witgoud legeringen gaat dit niet altijd op, omdat veel witgoud werd gemaakt met
Nikkel als bijbetaal, en nikkel is wel magnetisch .
Goed geschreven en prima verwoording! Toch weer een nieuw woord geleerd vandaag 'atoomspectrometrie' :)
zal zo eens in mijn schatkist duiken ;)
leuk artikel.
duim erbij
zeer goed verklaard!