x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

Waarom ijshockey spannender is dan voetbal

Door Tony1977 gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Is voetbal eigenlijk wel zo spannend en onvoorspelbaar als zovelen van ons denken. Waarom is het dan helemaal niet populair in Noord Amerika? Wat doen ze daar anders? Een vergelijking met de NHL, de Noord Amerikaanse ijshockeycompetitie, levert een andere kijk op de zaak.

Waarom ijshockey spannender is dan voetbal

Voetbal is de grootste sport ter wereld. De meeste kijkers, het meeste geld, de meeste fans; je komt in deze categorieën steeds weer uit bij voetbal. Over een paar maanden is er weer een EK en dan kijkt de halve wereld. Is er een WK dan kijkt de hele wereld. Is er Champions League op TV dan moet alles daarvoor wijken; zelfs De Wereld Draait Door wordt dan kort geknipt omdat er een half uur of drie kwartier voor aanvang van de wedstrijd allerlei voorbeschouwingen, pre-analyses, statistische “waarheden” en meer van zulks de wereld in geslingerd dienen te worden. Nou trekt DWDD veel meer kijkers dan al dit gevoorbeschouw, maar dat maakt kennelijk geen verschil. Aldus Matthijs van Nieuwkerk onlangs in College Tour. Tuurlijk, alles draait om geld en in voetbal vliegen de exorbitante bedragen je met regelmaat om de oren. Maar maakt dat het spelletje er voor de liefhebber én de neutrale kijker nou leuker op, of juist niet? Is voetbal eigenlijk wel zo leuk, spannend en onvoorspelbaar als alle statistieken en bedragen daar omheen doen vermoeden? Er kijken immers zo veel mensen naar.

Er is één enorm doelgroepgebied waar voetbal weliswaar in de lift zit, maar nog steeds niet in de verste verte in de schaduw mag staan van al het andere sportgeweld dat daar gaande is. Noord Amerika. Oftewel Canada en met name de Verenigde Staten. “Across the pond”, zoals men het daar uitdrukt als er gesproken wordt over wat er aan de andere kant van de Atlantische Oceaan gebeurt, zijn een handvol sporten enorm populair en voetbal gaat daar de komende jaren misschien een heel klein beetje bij horen. Maar de achterstand is gigantisch. De meest populaire sporten in de VS zijn honkbal, American football (men noemt het voetbal, maar het lijkt er bij lange na niet op), basketbal en ijshockey. IJshockey is in Canada ontstaan, vandaar dat het geen verrassing zal zijn dat dit de absolute nummer één volkssport is onder de Canadezen. Toch een beetje vreemd als je bedenkt dat een aanzienlijk deel van de Canadezen en Amerikanen Europese voorouders heeft en laat dat nou net de plek zijn waar voetbal is ontstaan. In Engeland om precies te zijn en Canada is zelfs een voormalig kolonie van de Britten. Sterker, Queen Elisabeth is officieel nog steeds het Canadese staatshoofd en ze prijkt er op het twintig Dollar bankbiljet. Nou bestaat Noord Amerika natuurlijk al iets langer dan dat voetbal populair is, maar toch. Zou het kunnen dat ze sport across the pond anders aanpakken dan hier in Europa? Laten we de NHL (National Hockey League), de Noord Amerikaanse ijshockeycompetitie, als voorbeeld nemen en afzetten tegen voetbal.

 

De competitie

De NHL bestaat uit 30 teams; 23 Amerikaanse en 7 Canadese clubs. Deze 30 teams strijden niet in een competitieopzet zoals wij die gewend zijn binnen het voetbal; 2 keer spelen tegen elk team (uit en thuis) en aan het eind is de club met de meeste punten kampioen. De NHL zit wat ingewikkelder (of kunnen we het interessanter noemen?) in elkaar. De 30 teams zijn ten eerste onderverdeeld in Oost (Eastern Conference) en West (Western Conference); 15 teams aan beide kanten. Ten tweede bestaat elke conference weer uit 3 divisies (of poules) van 5 teams. De clubs uit dezelfde divisie treffen elkaar het vaakst, namelijk 6 keer. De clubs uit dezelfde conference, maar uit andere divisies spelen 4 keer tegen elkaar. Tot slot treffen de oostelijke teams hun westerse rivalen 1 of 2 keer. Uiteindelijk spelen alle clubs in een tijdsbestek van ongeveer 6 maanden 82 wedstrijden, een gemiddelde van ruim 3 wedstrijden per week! En dit betreft “slechts” het reguliere seizoen. De winnaars van het oosten en westen krijgen ieder een grote beker voor het winnen van hun conference en degene met de meeste punten in totaal ontvangt ook nog de zogenaamde President’s Trophy voor het “winnen” van het reguliere NHL seizoen. Maar geen enkele speler hecht waarde aan deze trofeeën en weigert ze zelfs ook maar aan te raken. Dit laatste berust op een stukje bijgeloof (waar de NHL bol van staat) want die eerste 82 wedstrijden waren pas het begin. De ultieme prijs voor elke ijshockeyspeler is namelijk de Stanley Cup en daar wordt om gestreden in de playoffs, die na het reguliere seizoen beginnen. De winnaars van de 6 divisies en de daarop volgende 5 beste clubs, 8 dus uit beide conferences, nemen deel aan de playoffs, die aanvankelijk ook weer in oost en west apart worden gespeeld. Er volgen 3 zogenaamde “best-of-7” playoff rondes, waarna de uiteindelijke winnaars van oost en west overblijven. Deze 2 teams vechten in een vierde best-of-7 strijd om het recht de Stanley Cup omhoog te mogen houden en hun namen in deze enorme beker gegraveerd te zien worden. De playoffs duren in totaal nog eens 2 maanden en de finalisten spelen in die periode over 4 rondes dus nog eens minimaal 16 en in het uiterste geval 28 wedstrijden, wat het totaal op 110 kan brengen in een kleine 9 maanden tijd. Al met al een heroïsche strijd, die de Stanley Cup niet voor niets de bijnaam heeft bezorgd van “de moeilijkst te winnen trofee van alle professionele sporten”.

De Stanley Cup is 90cm hoog en 15,5kg zwaar

Samenvattend is de NHL één lange competitie die in de Stanley Cup finale haar ultieme climax kent. Het is een rit waar je als toeschouwer van begin tot eind aan “deel kunt nemen” en waar je in mee kunt groeien naarmate het seizoen vordert. Binnen het voetbal kennen we natuurlijk verschillende competities: de Eredivisie, de KNVB beker, de Champions League, de Europa League en ook nog het EK of WK en de bijbehorende kwalificaties. Het zijn vele toernooien en competities die dwars door elkaar heen lopen en waar soms weken of maanden tussen zit voor de volgende ronde wordt gespeeld. De Eredivisie bijvoorbeeld kent gemiddeld één speelronde per week. Wordt er EK of WK kwalificatievoetbal gespeeld, of is het winterstop, dan ligt de competitie meteen 2 weken of langer stil en is de vaart er uit. De snelheid van de Europese clubtoernooien ligt nog vele malen lager.

Natuurlijk is het appels met peren vergelijken omdat zo’n beetje elk Europees land zijn eigen voetbalcompetitie heeft en de Champions League en Europa League zich verspreiden tot in de verste contreien van Europa. Er is dus een enorm aantal verschillende landen, culturen, clubs, voetbalbonden en fans bij betrokken en er dient met iedereen rekening te worden gehouden. De NHL daarentegen is één competitie met “maar” 30 deelnemende clubs en speelt zich af in slechts 2 verschillende landen. Al bestrijken die samen wel een gebied dat qua oppervlakte veel groter is dan het complete Europese continent. Logistiek en organisatorisch zou het natuurlijk onmogelijk zijn om binnen Europa een competitie op te starten van min of meer dezelfde opzet als die van de NHL. Maar je kunt je afvragen of de huidige vorm van de landelijke competities en vooral de Europese toernooien de spanning ten goede komt en of die überhaupt ooit de “suspense” van de NHL kan benaderen.

 

Contracten, salarissen en overige geldzaken

We kunnen er omheen draaien, maar in sport gaat nou eenmaal een enorme schep geld om. Het gaat allang niet meer om het spelletje, maar om de knikkers. De bedragen mogen dan verschillen, het voorgaande geldt in het ijshockey net zo hard als in het voetbal. Maar er zijn wel degelijk verschillen tussen beide sporten als het gaat om bijvoorbeeld contracten met spelers en salarisstructuren. Daar waar het in het voetbal niet op lijkt te kunnen en de grenzen steeds verder verlegd lijken te worden, probeert men financiële uitspattingen en buitensporigheden binnen de NHL, daar waar mogelijk, aan banden te leggen. Zo wordt in de NHL sinds het seizoen 2005-2006 een zogenaamde “salary cap” gehanteerd, oftewel een salarisplafond. Elk jaar wordt dit plafond opnieuw vastgesteld op een bedrag dat maximaal mag worden uitgegeven aan spelerssalarissen. Dit is gelijk voor alle 30 clubs. Momenteel ligt dit rond de 50 miljoen Amerikaanse Dollars voor de gehele selectie bij elkaar. Ter vergelijking: Real Madrid, Manchester City of Bayern München doen wel eens voor € 75 miljoen of meer “inkopen”. Dan hebben we het dus nog niet over het salaris dat die jongens verdienen.

Voor de invoering van het salarisplafond hadden een aantal rijkere clubs het min of meer voor het zeggen en konden zij telkens de beste spelers aan zich binden. Precies zoals dat nu ook binnen het voetbal het geval is. Sinds 2005-2006 kan geen enkele club het zich meer veroorloven om met geld te smijten waardoor er veel meer gelijkheid ontstaat binnen de verschillende selecties. Een club als Real Madrid, met alleen maar sterren op het veld (en op de bank), is in de NHL ondenkbaar. Sterker nog, het komt regelmatig voor dat een club noodgedwongen een van zijn sterspelers moet afstaan aan een andere club om ruimte vrij te maken onder het salarisplafond. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer andere spelers aflopende contracten hebben, een nieuwe verbintenis aangaan en dus ook meer gaan verdienen. Er moet door het management dus uiterst creatief om worden gegaan met het contracteren van spelers, de loopduur van de contracten en uiteraard ook de hoogte van het salaris.

Als het gaat om de spelerscontracten en het overnemen van spelers zijn er ook wezenlijke verschillen tussen de NHL en het Europese voetbal. Binnen het voetbal is een contract eigenlijk “niets” waard, of beter; het zegt niets als er een contract is. Of een speler nou een contract van een jaar heeft, of zojuist een nieuwe verbintenis van vijf jaar heeft afgesloten; als Barcelona, Manchester United of AC Milan aanklopt met een zak met poen dan is de vogel snel gevlogen. Bij zo’n transactie koopt de nieuwe werkgever de speler van de oude werkgever voor een bepaald bedrag en wordt er bij de nieuwe club weer een nieuw contract met nieuwe voorwaarden afgesloten met de speler in kwestie. In de NHL wordt er pas een nieuw contract afgesloten met een speler als zijn oude contract afloopt. Elk contract wordt altijd uitgediend, ook als een speler van club wisselt. Een eventuele nieuwe club is dus altijd verplicht de lopende verbintenis van de speler mee over te nemen. Zo kan een club dus op voorhand op zoek gaan naar een speler die in het salarishuis past, want men weet wat men in huis kan halen en wat niet. In het verlengde van deze contractstructuur worden spelers dus ook niet gekocht of verkocht, maar geruild. Wanneer club A een aanvaller zoekt en eigenlijk van een van zijn verdedigers af wil, kan er wellicht een deal worden gemaakt met club B die een extra verdediger nodig heeft en een aanvaller kan missen die eigenlijk te duur is. Maar uitgebreidere constructies zijn ook mogelijk waarbij meerdere spelers of zelfs meer dan 2 clubs betrokken zijn bij een en dezelfde deal. Ook kunnen talenten uit de jeugdopleidingen betrokken worden bij een ruil als een club aan zijn toekomst wil bouwen. Er komt dus enorm veel kijken bij het samenstellen en in stand houden van een goede selectie en veel, zo niet alles, valt of staat bij de creativiteit, doortastendheid, scouting, het hockeyverstand, geluk en lef van de general manager en de club. In mijn ogen toch net wat dynamischer, spannender en onvoorspelbaarder dan het wapperen met bankbiljetten en het bij elkaar kopen van een sterrenensemble, zoals doorgaans de normale gang van zaken is bij de grotere clubs binnen het hedendaagse voetbal.

Cristiano Ronaldo werd in 2009 voor € 94 miljoen (!!)
door Real Madrid gekocht van Manchester United. Een record.

 

Jeugdopleiding & scouting

Dat de NHL er veel aan doet om een zo eerlijk mogelijke competitie met zoveel mogelijk gelijke kansen na te streven, zie je ook weer terug in de manier waarop de aanwas van jonge talenten is geregeld. Ieder jaar, een paar weken na de Stanley Cup finale, vindt de NHL Entry Draft plaats. Dit betreft een twee daags evenement waar gedurende 7 rondes elke club volgens een bepaalde volgorde nieuwe amateurtalenten mag uitkiezen en op die manier de rechten verwerft om deze spelers uiteindelijk een contract aan te bieden. De volgorde van kiezen wordt vastgesteld door een combinatie van een loterij, het eindresultaat van het reguliere seizoen en de uitkomst van de playoffs. Waar het in het kort op neer komt is dat de winnaar van de Stanley Cup als laatste mag kiezen, de verliezend finalist als 29e en de nummer laatst van het reguliere seizoen als (een van de) eerste. Op deze manier kunnen de clubs die er niet goed voor staan zich direct versterken met het beste talent dat op dat moment in aanmerking komt om door te stromen naar de NHL. Om het nog wat ingewikkelder (en interessanter) te maken kunnen deze “draft picks” ook onderling geruild worden. Het komt dan ook veelvuldig voor dat teams die bijvoorbeeld extra mankracht nodig hebben in een ultieme poging om de Stanley Cup te winnen, (hoge) draft picks afstaan aan clubs die de playoffs niet eens gaan halen en hun team opnieuw aan het opbouwen zijn. Zelfs tijdens het Entry Draft evenement gebeurt het wel eens dat general managers onderling spelers en/of draft picks ruilen om hun team te versterken, of hogerop in de pikorde terecht te komen in de hoop die ene groeibriljant er uit te vissen.

En het komt voor dat zo’n nieuwe speler direct een enorme impact heeft op een team. Een voorbeeldje: in het begin van dit millennium waren de Pittsburgh Penguins een aantal jaren aan een stuk één van de slechtste teams in de NHL. In 2003, 2004 en 2006 werden achtereenvolgens slechts 27, 23 en 22 van de 82 wedstrijden gewonnen. In die jaren kon dus het nodige jonge talent worden verworven via de Draft. In 2005 werd met de allereerste “pick” Sidney Crosby gekozen; een jonge, zeer talentvolle Canadese speler die door alle scouts unaniem als grootste talent van dat jaar werd bestempeld. Niet onterecht, want in 2006 eindigden de Penguins nog onderaan, maar in 2007 werden voor het eerst sinds 2001 de playoffs weer gehaald, in 2008 werd de Stanley Cup finale (!) verloren, maar in 2009 werd de felbegeerde cup voor de derde keer in de historie van de Penguins binnengehaald onder leiding van aanvoerder Sidney Crosby. Tegenwoordig geldt Crosby als een van de, zo niet, dé beste speler in de NHL. Zo snel kan het gaan met een speler, maar vooral ook met het team waar hij voor speelt.

Natuurlijk wordt er binnen het voetbal ook heel veel aan scouting en jeugdopleiding gedaan, maar ook daar is geen enkele speler veilig voor het grote geld en het buitenlandse avontuur bij een grote club. Het gebeurt regelmatig dat een Nederlandse club tijd, geld en energie steekt in het opleiden van jonge talenten en dat de grote buitenlandse clubs zo’n speler wegkapen ver voordat hij 18 is en misschien nog belangrijker: ver voordat hij een aanwinst kan zijn voor de club die hem heeft opgeleid. En mocht een talent wel doorbreken bij een Nederlandse club of een kleinere club in het buitenland, dan ook kunnen de fans er meestal niet lang van genieten omdat de grotere clubs in de rij staan om zo’n speler los te weken.

 

Resultaten op het veld/ijs

Hoe spannend zijn de verschillende voetbalcompetities nou eigenlijk als we puur kijken naar de resultaten? Als we allereerst de Eredivisie onder de loep nemen, kunnen we zeggen dat we 5 hele leuke jaren achter de rug hebben. In 2007 was daar die krankzinnige ontknoping waar AZ, Ajax en PSV met een gelijk aantal punten de laatste speeldag in gingen en het kampioenschap op één doelpunt werd beslist. En sinds 2008 hebben we 4 verschillende kampioenen op rij gehad (PSV, AZ, Twente, Ajax), waarvan twee niet uit de traditionele top 3. Het huidige seizoen verloopt ook allesbehalve voorspelbaar en het ziet er vooralsnog naar uit dat er zelfs een record aantal van 6 (!) clubs een gooi kunnen gaan doen naar de kampioensschaal. Het is een erg mooie ontwikkeling dat traditionele middenmoters als Twente, AZ, Heerenveen en Groningen steeds nadrukkelijker aan de poort beginnen te rammelen en blijkbaar zelfs kampioen kunnen worden. Het had niks gescheeld of Twente had het 2 jaar op rij klaargespeeld. Maar deze verschuiving is pas sinds 4 á 5 jaar aan de gang. Daarvoor was PSV bij wijze van spreken 5 van de 6 keer kampioen en in de jaren ’90 flikte Ajax dat kunstje veelvuldig. En vaak was het kampioenschap al verscheidene speelrondes voor het einde van de competitie een feit, waar het nu vaak op de laatste rondes aankomt. Het is dus te hopen dat de huidige gang van zaken zich doorzet in de toekomst, want dat maakt de Eredivisie wel zo onvoorspelbaar, spannend en dus een stuk leuker dan voorheen. Succes in Nederland blijft echter gevaarlijk omdat het clubs normaliter niet lukt een team na een succesvol seizoen bij elkaar te houden. Zeker niet als er ook nog eens succes is op de Europese velden. Het blijft op die manier een beetje vechten tegen de bierkaai.

Bekijken we de Champions League dan zien we toch veel minder verrassingen. Het is eigenlijk elk seizoen wel mogelijk om voor de start van het toernooi minstens zes van de acht kwartfinalisten in te vullen. Het zijn, uitzonderingen daargelaten, altijd clubs uit de vier grote competities (Engeland, Spanje, Duitsland, Italië). En als we de finales vanaf 2000 bekijken (12 stuks in totaal) zien we dat er alleen in 2004 een Portugees-Franse finale was. De rest ging tussen clubs uit “de grote vier”. Over de 12 finales gezien waren er slechts veertien verschillende finalisten en acht verschillende winnaars. Barcelona, Manchester United en AC Milan hebben bijvoorbeeld ieder drie van de laatste twaalf finales gespeeld, waarvan Milan er twee won en United één. Barça won zelfs alle drie zijn finales en dat in de laatste zes jaar. De beste prestaties van Nederlandse clubs in de laatste 12 jaar staan in schril contrast met een paar kwartfinale plaatsen voor PSV en Ajax en in 2005 een halve finale plaats voor PSV.

De Europa League is wat dat betreft een stuk leuker qua afwisseling en onvoorspelbaarheid, maar dat toernooi is eigenlijk niet veel meer dan een vergaarbak van Champions League afdankertjes, clubs die 3e, 4e, 5e of zelfs 6e zijn geworden in hun competitie en toevallige winnaars van de nationale bekertoernooien. Doordat het niveau een stuk lager ligt dan dat van de Champions League, wordt dit toernooi over het algemeen gezien als tweederangs en minder interessant. De absolute top ontbreekt immers.

Zoals gezegd betreft de NHL slechts één competitie met één absolute hoofdprijs, maar in de regel is die wél voor een groot deel onvoorspelbaar. Er zijn een aantal clubs die eigenlijk altijd meedoen voor de prijzen door goed management, goede scouting en een goede jeugdopleiding en daardoor dus veel diepte en breedte hebben in de selectie. Ook slim en doortastend handelen in de periodes dat spelers en draft picks geruild mogen worden kan een team van de ene op de andere dag veel sterker maken en de puzzelstukjes op hun plek doen vallen.

Van de playoffs wordt altijd gezegd dat het seizoen dan eigenlijk pas begint en dat iedereen weer start met een schone lei. De clubs die in het reguliere seizoen bovenin de stand geëindigd zijn, wandelen zeker niet per definitie de finale binnen. Het gebeurt regelmatig dat de nummer 8 (de laatste plek die toegang tot de playoffs verschaft) in de eerste ronde van de nummer 1 wint, of de nummer 7 van de nummer 2. De laatste 12 jaar is het zelfs een aantal keer gebeurd dat de nummer 8 van het reguliere seizoen tot in de finale van de Stanley Cup reikte en pas in de beslissende zevende wedstrijd verloor. Iedereen heeft gelijke kansen in de playoffs en dat maakt het zo interessant en haast niet te voorspellen. De laatste 12 finales sinds 1999 (in 2005 werd er door de invoering van het salarisplafond, en de daarmee gepaard gaande staking, niet gespeeld) leverden 16 verschillende finalisten en 10 verschillende winnaars op. In het “post salarisplafond tijdperk" hebben de 6 finales die daarin gespeeld zijn 10 verschillende finalisten en elk jaar een andere winnaar opgeleverd. Het beoogde creëren van meer gelijkheid en eerlijke kansen voor alle clubs heeft zijn uitwerking dus niet gemist. Ook het playoff deelnemersveld ziet er steeds weer anders uit en het is vooraf absoluut niet te voorspellen wie het tijdens het seizoen of in de playoffs goed gaan doen, laat staan wie de Stanley Cup gaat winnen.

Dit alles bij elkaar genomen, gewikt en gewogen te hebben, kom ik toch tot de conclusie dat, hoe leuk voetbal ook is, de NHL meer spanning biedt, meer intrigeert en onvoorspelbaarder, interessanter, spectaculairder, eerlijker en gelijkwaardiger is dan het Europese (club)voetbal.

“The coolest game on earth”. Dat is wat men in Canada van ijshockey vindt. En dan hebben ze het niet per se over het materiaal waarop het spelletje gespeeld wordt…

 

Een ieder die er het zijne of hare van wil weten kan eens een kijkje te nemen op www.nhl.com. Een site bomvol informatie, foto’s en beeldmateriaal over letterlijk alles wat met de NHL te maken heeft. Van het huidige seizoen, de teams en de spelers, tot historische gebeurtenissen, eerdere winnaars en  het ontstaan van alles wat met de NHL te maken heeft.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Welkom op xead en succes met schrijven !
Leuk en goed artikel.
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
Ik kan me zo voorstellen dat het bij ijshockey veel sneller heen en weer gaat en dat er meer spektakel te zien valt maar ik ga toch voor voetbal. De populariteit van een sport heeft denk ik deels toch ook wel met de cultuur in dat land te maken. Duim van mij en een prima eerste artikel. je hebt er een fan bij.