Wegwijs in het snooker. Kent u de finesses van het snookerreglement? Deel 1.

Door Jacobjones gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Vele mensen spelen af en toe eens recreatief een partijtje snooker zeker in de periode van het WK Snooker in Sheffield. Vele amateurs in de clubs maken nog heel wat fouten tegen de spelregels omdat ze de finesses van het reglement niet kennen. Met dit artikel wordt snooker heel wat duidelijker. Veel plezier!

Wegwijs in het snooker. Kent u de finesses van het snookerreglement? Deel 1.


Inleiding:

Snooker is de biljartsport die internationaal aan het doorbreken is. Vele jonge spelers uit België en China konden zich kwalificeren voor het Wereldkampioenschap in Sheffield.

In dit artikel, neem ik een aantal bijzondere regels van het snooker onder de loep.

Het leggen van de ballen voor de aanvang van een frame.

In het snooker zijn er 21 objectballen:
1/ 15 rode ballen met waarde 1 punt
2/ 1 gele bal met waarde 2 punten
3/ 1 groene bal met waarde 3 punten
4/ 1 bruine bal met waarde 4 punten
5/ 1 blauwe bal met waarde 5 punten
6/ 1 roze bal met waarde 6 punten
7/ 1 zwarte bal met waarde 7 punten

Ik heb al heel wat spelers de ballen zien leggen op de snookertafels en de meesten onder hen maken dezelfde fout. De positie van de kleuren is meestal geen enkel probleem. Het grootste probleem hebben ze met het leggen van de rode ballen. In de meeste professionele toernooien gebruikt men een speciale driehoek waarmee je de driehoek met rode ballen ineens juist kan leggen zonder giswerk. In de meeste snookerclubs moet je je behelpen met een eenvoudige houten driehoek waar meestal nog een spatie is zodat je de ballen zelf goed moet aandrukken en moet gokken waar je de driehoek moet leggen.


Hoe moeten de rode ballen nu eigenlijk liggen?

De rode ballen moeten in de vorm van een nauwsluitende gelijkzijdige driehoek worden geplaatst met de rode bal aan de top van de driehoek, op de middenlengteas van de tafel en boven de piramidespot (roze spot), zodat hij zo dicht mogelijk bij de roze bal ligt zonder deze te raken, en met de basis van de driehoek zo dicht mogelijk en parallel met de bovenband.

Vele spelers maken de fout door teveel afstand te laten tussen de roze bal en rode bal aan de top, andere spelers leggen die er gewoon tegen terwijl er eigenlijk enkel nog een sigarettenblaadje tussen mag kunnen.

Basisspelregels

De speler die begint (dit kan je afspreken of door loting bepalen (bijv kruis of munt)) legt de witte speelbal in de D en schiet in de richting van de driehoek met rode ballen.

Het doel van het spel is om zoveel mogelijk punten te halen. Je kan punten behalen door een fout van de tegenstander (hierover meer verder) of door ballen te potten. Zolang je ballen pot mag je verder spelen.

In het begin van het spel moet je eerst een rode bal potten (of meerdere rode ballen in 1 shot) alvorens je een gekleurde bal mag kiezen en als je die hebt gepot en de gekleurde bal is herspot dan moet je opnieuw een rode bal potten  en daarna een kleur en zo verder tot er geen rode ballen meer overblijven. Zolang je blijft potten mag je doorspelen.

Na het potten van de laatste rode bal, mag je nog eens je kleur kiezen en deze kleur wordt dan ook herspot. Vervolgens moet men de gekleurde ballen potten van de kleinste waarde naar de grootste waarde. Dus eerst geel, dan groen, bruin, blauw, roze.

Belangrijk!: Als je meer dan 7 punten voorstaat ben je niet meer verplicht om zwart te potten of op zwart te spelen. Je wint sowieso het frame. Wanneer je verder speelt en je maakt een fout door bijvoorbeeld wit te potten dan dreig je misschien om het frame nog te verliezen.

Is de stand na het potten van de laatste zwarte bal helemaal gelijk, dan wordt zwart herspot. Beide spelers loten voor de keuze om te spelen. De speler die de toss wint mag kiezen wie er begint. De speler die begint krijgt de bal in-hand en moet vanuit de D op zwart spelen. De frame eindigt wanneer zwart gepot wordt of wanneer één van beide spelers een fout maakt door bijvoorbeeld wit te pot of de zwarte objectbal te missen of een bal uit de tafel te schieten.

 


Het herplaatsen van de gekleurde ballen na het potten ervan:

Eender welke gekleurde bal, gepot of uit de tafel geforceerd, moet herspot worden voor de volgende stoot kan uitgevoerd worden. Indien men een rode bal uit de tafel forceert dan komt die niet terug op de tafel.

De algemene regel is dat de gekleurde bal moet herspot worden op zijn eigen spot. Is zijn spot echter gedeeltelijk of volledig bezet, dan wordt hij op de hoogst mogelijke vrije spot geplaatst.

Voorbeeld: Stel je pot de blauwe bal maar een rode bal ligt half op de blauwe spot. De gele spot en de zwarte spot zijn echter vrij. In dat geval moet je de blauwe bal op de zwarte spot leggen.

Indien alle spots bezet zijn door rode of door gekleurde ballen dan wordt de gekleurde bal zo dicht mogelijk tegen zijn eigen spot geplaatst, tussen die spot en het dichtste gedeelte van de bovenband. (De bovenband is de korte band vlakbij de zwarte spot)  In alle geval mag de herspotte gekleurde bal geen andere bal raken.

Speciale gevallen:

1/Stel je moet de zwarte of de roze bal spotten maar de ruimte tussen de eigen spot en het dichtste gedeelte van de bovenband is bezet door bijvoorbeeld rode ballen (alle andere spots zijn ook bezet). Plaats in dat geval de gekleurde bal zo dicht mogelijk bij haar eigen spot op de middenlengte-as van de tafel beneden die spot. Voor het plaatsen van de roze bal kan het soms moeilijk zijn omdat je de roze bal soms ergens in het midden van een pak van rode ballen moet respotten.
2/Indien er meer dan één gekleurde bal moet herspot worden bijvoorbeeld wanneer per ongeluk twee gekleurde ballen pot in één beurt en hun eigen spot is bezet dan heeft de bal met de hoogste puntenwaarde voorrang bij de volgorde van herspotten. Stel bijvoorbeeld dat je een fout maakt en je pot de roze en de gele bal en alle spots zijn bezet behalve de gele spot dan moet je de roze bal op de gele spot leggen en de gele bal moet je spotten tussen de bovenband en de gele spot en dit zo dicht mogelijk van de gele spot zonder de roze bal te raken.

Fouten en hun waarde:

 

Fouten en strafpunten:

Alle fouten worden met vier punten bestraft uitgezonderd als er een bal van hogere waarde bij betrokken is (blauw = 5 strafpunten, roze = 6 strafpunten en zwart = 7 strafpunten) of bij een aantal speciale uitzonderingen. De punten gaan naar de tegenstander.

Lijst met mogelijke fouten (4, 5, 6 of 7 punten)

1/De speelbal (witte bal) meer dan eens stoten. Je stoot bijvoorbeeld maar je merkt dat je te zacht bent en je stoot vlug een tweede keer in dezelfde beweging. Stel dat je op rood moest spelen en je begaat deze fout dan krijgt de tegenstander 4 punten. Moest je echter op zwart spelen en je stoot meer dan eens dan krijgt de tegenstander 7 punten ook al heb je zwart gepot.

2/Stoten met beide voeten van de vloer. Deze regel is natuurlijk niet van toepassing voor wie in een rolstoel zit.

3/Spelen voor zijn beurt.

4/Missen van alle objectballen door de speelbal. Je moest bijvoorbeeld op rood spelen en je raakt geen enkele bal of je raakt een gekleurde bal.

5/De speelbal verdwijnt in de pocket.  Je speelt bijvoorbeeld op blauw en je pot de witte bal. De tegenstander krijgt 5 punten.

6/Snooker leggen achter de vrije bal. (Meer hierover in Deel 2)

7/Ongeldig spelen wanneer je de bal in-hand hebt. Je stoot bijvoorbeeld van buiten de D.

8/Spelen van een springstoot. (Meer hierover in Deel 2)

9/Spelen met een niet-standaard keu. Een snookerkeu mag bijvoorbeeld niet korter zijn dan 914 mm.

10/Overleggen met een partner of een buitenstaander of coach alvorens te spelen. (Uitzondering wanneer men dubbels speelt)

11/Je volgende stoot uitvoeren alvorens de ballen stil liggen. Vele spelers maken deze fout niet alleen in snooker maar ook in poolwedstrijden.

12/Stoten tijdens het herspotten van een kleur door de scheidsrechter (of tegenspeler).

13/Potten van een bal niet on.  Als je bijvoorbeeld op rood moet spelen, zijn alle gekleurde ballen niet on.

14/De speelbal raakt eerst een bal niet-on.

15/Een doorstoot. Een doorstoot wordt gemaakt wanneer de tip van de keu in contact blijft met de speelbal nadat de speelbal zijn voorwaartse beweging is begonnen of op het ogenblik dat de speelbal de objectbal raakt. Uitzondering: als de speelbal en de objectbal elkaar bijna raken is het geen doorstoot indien de speelbal heel fijn de objectbal aanspeelt.

16/Het aanraken van een bal in het spel tenzij met de tip van de keu tijdens de stoot

17/Een bal uit de tafel forceren. Een speciaal geval is wanneer een objectbal bijvoorbeeld bovenop een band blijft liggen. Deze bal is dus ook uit de tafel geforceerd. Een bal die de tafel verlaat en uit eigen beweging terug op de tafel terechtkomt is geen fout. Ook een ball on die bovenop de korte band in de tegenoverliggende pocket rolt is een geldige stoot.

18/Twee ballen tegelijk raken.

Twee ballen gelijktijdig raken:

Wanneer je tijdens het frame met de speelbal (witte bal) twee ballen tegelijk raakt bij het eerste contact speelbal dan is dat een fout.

1/Er gaan 4 punten naar de tegenstander als geen van de ballen blauw, roze of zwart is.
2/Er gaan 5 punten naar de tegenstander als één van de ballen blauw is en de andere bal een lagere puntenwaarde heeft.
3/Er gaan 6 punten naar de tegenstander als één van de ballen roze is en de andere bal een lagere puntenwaarde heeft.
4/ Er gaan 7 punten naar de tegenstander als één van de ballen zwart is en de andere bal een lagere puntenwaarde heeft.

Het is uiteraard niet fout om twee rode ballen (of een free ball en een ball on) tegelijk te raken. Over de free ball heb ik het in deel 2.

Lijst met mogelijke fouten die altijd 7 punten opleveren:

1/Een bal die van de tafel is verdwenen voor gelijk welk doel gebruikt.

2/Een voorwerp gebruiken om een afstand op opening te meten.

3/Op rode ballen of een vrije bal gevolgd door een rode bal spelen in opeenvolgende stoten. Je kan je bijvoorbeeld per ongeluk vergissen. Je pot een rode bal en i.p.v. op een kleur te spelen pot je terug een rode bal. Dit betekent 7 punten voor de tegenstander en NIET 4 zoals vele spelers zouden denken.

4/Je kleur niet nomineren ook al vraagt de scheidsrechter er om.

5/Na het potten van een rode bal of een vrije bal genomineerd als rood een fout begaan voordat een kleur genomineerd werd. (Een fout naar keuze uit de lijst 1-17)

In het tweede deel krijgt u meer uitleg over free-ball, fout en miss-regel, opnieuw spelen, bal op de rand van de pocket, patstelling, …

Lees ook het tweede en laatste deel door op volgende link te klikken:

http://www.xead.nl/wegwijs-in-het-snooker-kent-u-de-finesses-van-het-snookerreglement-deel-2

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
geweldige sport! Kijk elke dag. duim