Prinsessen(kinder)feestje: Ijzelientje en de sneeuwprins

Door Toontjehoger75 gepubliceerd op Friday 28 September 12:10

Prinsessen-verjaardagsfeestje in verhaalvorm met ingebouwde activiteiten. Voor onder- en middenbouw. Totale duur: ongeveer 3 uur.

969378fbaf6ddbff220e149d536349bfSUp6ZWxpVorig jaar schreef ik dit verhaal voor het feestje van m'n dochtertje. Ze vond het zó leuk, dat ze het dit jaar weer wilde. Dat hebben we dus maar gedaan en ze vond het wèèr geweldig! Het is leuk dat alle activiteiten in het verhaal verwerkt zijn, als een soort verhalend draaiboek.
Ook al heb ik het een prinsessenfeestje genoemd, prinsen zijn natuurlijk ook welkom! Het verhaal gaat namelijk óók over een prins. Pas dan wel bijvoorbeeld de uitnodiging even aan.

Ideaal voor op de woensdagmiddag; wij deden het gelijk uit school (met een stapel pannenkoeken!), tot een uur of 4. Succes verzekerd! :-)

Om te beginnen stuur je minstens een week van tevoren mooie uitnodigingskaarten aan de bevriende "prinsessen". Aan de voorkant print je dan een mooie afbeelding van een prinses, daarvan staan er veel op internet. Als je een zwart-witafbeelding neemt, is het gelijk een kleurplaat. Aan de binnenkant, in mooie sierletters, schrijf je een tekst als:

645f58dc4317a6737e8c7dc8b12e7717UDEwMTY4

Hieronder staat het verhaal. Aangeraden is het om het in z'n totaliteit te copiëren (Ctrl-A en vervolgens Ctrl-C) en in een tekstverwerkingsprogramma, zoals OpenOffice, LibreOffice of Word te plakken (Ctrl-V). In Plazilla kun je niet veel opmaak weergeven, maar waar bij mij een nieuwe pagina begint, heb ik bij de eerste pagina's een "~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~" neergezet voor de duidelijkheid. De tekst past bij mij op 8 pagina's, waarvan 6 verhaal zijn. Kies een leuk, goed leesbaar lettertype. De voorpagina gecentreerd, in grote letters, met het plaatje. Gebruik eventueel paginanummering. Print het verhaal, liefst dubbelzijdig. Lees hem voor en geef elke prinses er aan het einde van het feest één mee naar huis in een doorzichtmapje. Doe er evt. een plastic hoesje bij in, om de geknipte sneeuwvlok, de cakeprinses en het watje in mee te geven.

(Met dank aan Kikafonie voor het ballonnenidee!)

Als alle prinsessen aanwezig zijn begint het. Veel succes; !

dc850243dadb9c3b34f8534f6b3a4d61UDEwMTY5

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

IJzelientje

en de

sneeuwprins.

 

6c5098cc4608afd85baba0ec542ae0adSUp6ZWxp

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

“IJzelientje en de sneeuwprins.”

Prinsessenfeestje in verhaalvorm met ingebouwde activiteiten.

 

Op de plaats van de corresponderende nummers in het verhaal doe je de activiteiten die hieronder staan.
Eventueel de laatste regel van de voorgaande stukje herhalen voor de continuïteit.

 

~1~ Wij gaan ook pannenkoeken eten!

~2~ Prinsessenjurkjes aantrekken, kroontjes op.
Elk kind haar schrijft haar naam op een kaartje voor in een ballon. Volwassenen blazen die op.

~3~ De stapjes lopen zoals in het verhaal.

~4~ 6-Kantig wit kleedje knippen ==> sneeuwvlok.

~5~ Elkaar opmaken.

~6~ Sneeuwvlok blazen: een watje over tafel (met rietje). Eventueel wanden maken van handdoeken en elk kind of elke kant van de tafel waar kinderen zitten één opening houden als doel.

~7~ Drinken en roze prinsessencakejes.

~8~ Slee op de keukenmat in de kamer zetten, kinderen erop, foto's maken (die mail of stuur je nadien naar de kinderen).

~9~ Evt. hier warme soepjes drinken om de gevoelige prinsessenneusjes te warmen.

~10~ Tijd over? Prinsessendans of stoelendans.


~Cadeautjes uitpakken~
Aan het begin van het feestje worden er witte of roze ballonnen opgeblazen waar de namen van de kinderen in zitten. De jarige mag als het in het verhaal voorkomt een ballon kapot prikken. De naam die uit de ballon komt mag haar cadeautje geven. Verdeel het aantal kaartjes van tevoren over het verhaal en plaats ze daar, waar er nog ruimte is om iets te doen. Er is nu gekozen voor drie cadeautjes, maar dat is dus gemakkelijk aan te passen als je meer prinsessen hebt.

Benodigdheden:

  • Stapel pannenkoeken met benodigdheden, zoals stroop, (prinsessen)bordjes, drinken, enz.
  • Kroontjes en/of plastic tiara's.
  • Voor elk kind een ballon en smal naamkaartje, een speld (tussendoor opbergen)
  • Voor elk kind een schaartje (evt. lenen) en een rond of zeshoekig wit papier
  • Make-up (kan eenvoudig)
  • Watjes, evt. rietjes en/of handdoeken
  • Gewaaierde cupcakes, op de kop als rok, met roze glazuur, (gesealde) afbeeldingen van prinsesjes (zwart-witversie voor op roze papier)
  • Slee, deurmat en fototoestel
  • Verschillende drinksoepjes
  • Cd met ballet-/balroommuziek

 

♥ Voor m'n lieve dochter en haar vriendinnetjes. ♥

~ Toontjehoger75 ~
~ November 2010,
aangepaste versie 2011. ~

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Dit verhaal gaat over IJzelientje. IJzelientje hield van pannenkoeken. ~1~ Ze was een gewoon meisje, dat gewoon naar school ging, net zoals jullie. Ze leerde daar keurige letters schrijven, maakte mooie tekeningen, ze luisterde naar verhalen, maakte leuke knutselwerkjes, ze speelde met haar vriendinnetjes, mocht op dansen als ze klaar was met zwemles; alles wat een gewoon meisje doet. En iedereen vond haar aardig. Maar er was één ding dat níémand wist. IJzelientje was namelijk niet zomaar een gewoon meisje. Want stiekem, héél stiekem, was IJzelientje... een prinses! ~2~

Eigenlijk heette ze ook geen IJzelientje, maar IJzelina. Dat klonk veel deftiger voor een prinses. Maar stel je voor, dat haar pappa en mamma, die ook een prins en een prinses waren, haar als prinses IJzelina naar school zouden sturen, dan zou het zoveel anders zijn. Zouden de kinderen dan met haar willen spelen, gewoon omdat ze aardig was, of alleen maar omdat ze een prinses was? Dat zou ze dan nooit weten. Ze zou dan ook altijd deftig moeten zijn, en nooit eens, zoals alle andere kinderen, een vlek op haar broek mogen hebben. Misschien zou ze dan zelfs wel altijd een jurkje aanmoeten. Brrr... dat was in de zomer misschien leuk, maar in de winter was dat natuurlijk veel te koud! Nee, haar pappa en mamma hadden haar maar verteld dat ze thuis een prinses was, maar buiten hun huis een gewoon meisje. En daarom noemden ze haar dus geen IJzelina, maar IJzelíéntje. En dat klonk ook veel liever, vind je niet? In ieder geval zolang ze nog klein was. En hoe dat later dan moest als ze echt prinses zou zijn, dàt zagen ze dan wel weer.

Op een dag, toen prinse... ik bedoel, toen IJzelíéntje de deur uitstapte om naar school te gaan, zag ze dat het een beetje had gesneeuwd. En nòg sneeuwde het een beetje. Leuk! Misschien lag er vanmiddag wel genoeg sneeuw, dat ze met mamma kon sleeën! Ze veegde wat sneeuw bij elkaar om er een sneeuwbal van te maken. Dan zou ze die, als mamma zo buiten kwam, zo - pàts -  tegen mamma's neus gooien! Maar het lukte niet, de sneeuw was een beetje korrelig en smolt snel in haar handen. Vanuit de gang hoorde ze haar moeder roepen: “IJzelientje! Vergeet je je wantjes niet? Het is koud buiten!” Ja, dat voelde zij ook. Vlug trok ze haar wanten aan. Zo, dat was beter. Samen met haar moeder liep ze naar school. Achter zich zag ze haar voetstappen. Ze probeerde haar stapjes op een recht lijntje te krijgen. Dat was nog best moeilijk. Daarna nam ze heel grote stappen, zodat het leek alsof er een reus gelopen had. En toen liep ze met kleine pasjes op haar tenen. Zo kwamen er maar kleine stukjes van voetstappen in de sneeuw. Net zoals bij een vogeltje, of zoals stapjes van een poes. ~3~ “IJzelientje, kom op, we moeten wel dòòrlopen hoor! We willen natuurlijk niet dat de juf op ons moet wachten.” “Oké, mam”, riep IJzelientje”, ik kom!” Maar stiekem pakte ze met twee handjes een bergje sneeuw op en gooide dat naar haar moeder. “Hé, kleine deugniet! Ik zal je krijgen!”, riep haar moeder. Die pakte óók een handvol sneeuw op en gooide, maar dat was net mis. Gelukkig, want IJzelientje hield wel van sneeuw góóien, maar niet van sneeuw tegen haar neus kríjgen. Bŕŕŕ!

Nog net op tijd waren ze op school. Vlug ging ze op haar plek zitten en zwaaide naar haar mamma. De juffrouw vertelde dat ze een verhaal zou vertellen, als ze vanmorgen allemaal goed hun best zouden doen op het knutselwerkje: een mooie sneeuwvlok knippen. Al die sneeuwvlokken zouden dan op het raam komen en samen zou het net een lucht vol vlokjes zijn. Het was leuk om te doen en al snel waren ze klaar. ~4~ De stagiaire ging de sneeuwvlokken op het raam hangen en ondertussen mochten ze in de kring komen zitten. Waar zou jufs verhaal over gaan? IJzelientje was benieuwd; juf kon mooie verhalen vertellen. “Misschien wel over de blaadjes die van de boom af de hele wereld over waaien, net als vorige keer”, zei een jongetje. “Of weer over de bloemen in de schooltuin, die samen elkaar gingen verven”, zei Muzette, haar vriendinnetje. ~5~ Maar IJzelientje zei: “Vast niet, want de juffrouw vertelt een verhaal nooit twee keer. Ze zegt toch altijd dat alle dingen maar één keer gebeuren?”

Ondertussen zaten alle kinderen in de kring en juf Marjorie klapte in haar handen. “Kinderen, kinderen, hoe moet dat nou met jullie?”, vroeg ze. “Jullie kwebbelen allemaal door elkaar. Misschien willen jullie míj het verhaal wel vertellen!” “Nééé! Nééé!”, riepen de kinderen weer door

elkaar. “Oké, lachte juf Marjorie, dan zal ik het jùllie maar weer vertellen. Maar weet je wat? Als één van jullie eens een mooi verhaal weet, dan moet je voor schooltijd maar even naar me toe komen, dan zou ik het heel leuk vinden om eens te luisteren naar jullie verhalen. Oké?” “Oké”, zeiden de kinderen, nu al wat zachter. “Oké, zei de juf, dan zal ik jullie nu eerst mijn verhaal maar vertellen. Het gaat over een sneeuwprins. Prins Hugo. Die woonde in een rijk land, waar altijd sneeuw lag. Eigenlijk heette hij prins Hubèrto, maar dat klonk zo serieus. Dus iedereen vond het veel leuker om hem Hugo te noemen. En iedereen wist wie hij was, want hij droeg altijd witte kleren. En op al die kleren was een koninklijke sneeuwvlok geborduurd. In het goud. Op z'n witte broeken, op z'n witte truien, op z'n witte muts, z'n witte gym-t-shirt, zelfs op z'n witte sokken zaten gouden sneeuwvlokken...

Juf Marjorie vertelde verder over Prins Hugo. Over z'n witte paard, dat nog witter was dan dat van Sinterklaas, en dat hij die zomaar op kon tillen, omdat hij zo sterk was, over het rijke, witte sneeuwland waar Hugo woonde, over de dingen die Hugo als prins moest leren...
IJzelientje hoorde de juf nog wel, maar haar gedachten dwaalden af. Ze dacht aan Prins Hugo. Zou hij echt bestaan? Vast niet, want het was natuurlijk maar een verhaal. Jufs verhalen waren vast niet echt gebeurd. Maar hoe zou het zijn, om een prins te zijn, terwijl iedereen dat wist? Zou iedereen hallo tegen je zeggen op straat? En zou Hugo dat wel leuk vinden? Zou hij wel mogen rennen buiten? Of zou zijn moeder dan bang zijn dat hij viel en dat hij dan een vlek op z'n knie kreeg, of nog erger: een scheur in z'n broek? IJzelientje moest zachtjes grinniken. Hihi, dat zou wat zijn zeg, zo'n deftige prins die bij z'n deftige moeder uit moest leggen hoe die scheur in z'n broek kwam. Of die vlek op die gouden sneeuwvlok. Hihi! IJzelientje gniffelde nu wat harder. Een vlek op een vlok! “Haha!” Oei! De juf hoorde het, stopte en keek even haar kant op. Toen ging ze verder met vertellen.

Cadeautje uitpakken

Toen de stagiaire de bakken met gymtassen in de kring zette en iedereen opstond om te gaan gymmen, schrok IJzelientje op. Ze merkte dat het verhaal afgelopen was. Ze had het niet eens gemerkt. Zo diep had ze zitten nadenken over Hugo en hoe het zou zijn. Stel je voor dat mensen wisten wie zij zèlf was? En wàt ze was: een prinses? Zou iedereen dan alleen maar met haar willen spelen, omdat ze dachten dat het altijd handig was om een prinses als vriendin te hebben? Of zou juist niemand meer met haar willen spelen, omdat ze bang waren dat ze dan ook niet vies mochten worden? Toen Muzette opstond om haar gymtas te pakken en omkeek waar IJzelientje bleef, stond ze ook maar gauw op. Tsjonge, nou wist ze niet eens hoe het verhaal afliep! Zou ze het straks aan Muzette vragen? Maar als die dan zou vragen waarom IJzelientje dat dan niet gehoord had? Nee, ze kon beter niks vragen, Maar ze was toch heel nieuwsgierig! Zou juf Marjorie een boek hebben waar het verhaal in stond? Misschien kon haar moeder die dan eens bij de bibliotheek lenen en hem voorlezen. Maar hoe kwam ze erachter hoe dat boek heette? O, maar dàt kon ze natuurlijk best aan de juf vragen! Dan zou ze gewoon zeggen dat ze het een mooi verhaal vond en dat ze hem in de bieb wilde lenen. Dan zou ze niet eens jokken; het was toch wáár?

Tijdens de gymles was IJzelientje er niet bij met haar hoofd. Ze hoorde steeds maar half wat de juf zei. Gelukkig kon ze gewoon doen wat de andere kinderen deden: van de éne in de andere hoepel springen met gym, aankleden, naar de klas lopen, naar het kiesbord met Muzette. Gelukkig was het woensdag, dan waren ze 's middags vrij. Zou er genoeg sneeuw liggen om te sleeën? O! Zouden ze dan wel naar de bieb kunnen? Dat was misschien wel te ver voor met de slee.
“IJzelientje!” O, had de juf haar naam al eerder geroepen? IJzelientje wist het niet. “Volgens mij heb jij vandaag sneeuw in je oren”, zei juf Marjorie lachend. We gaan opruimen, ga jij dat ook doen? Anders zit je nòg tussen de poppen als wij al naar huis gaan.” ”Oké, juf”, zei IJzelientje. Ze zag dat de anderen al bijna klaar waren met opruimen. De juf kwam naar haar toe. “Ik zal je even helpen, dan zij we zó klaar.” Wat lief van de juf, dan zat ze straks niet als laatste in de kring. Samen ruimden ze de poppen, de kleertjes en het serviesje op. Achter hen ruimde Marjorie het strijkplankje  en het strijkboutje op.

“Volgens mij vond jij het een mooi verhaal, vanmorgen”, zei de juf. IJzelientje schrok een beetje en keek juf Marjorie aan. Haar wangen werden rood. O! Had de juf iets gemerkt? Ze knikte maar dat ze het mooi vond. “Houd je van verhalen? Je weet het hè? Als je zelf eens een mooi verhaal hebt, dan mag je dat komen vertellen, hoor! Doen?” Weer knikte IJzelientje. Zou ze het durven, als ze eens een mooi verhaal had? Ze wist het niet. Samen met Muzette en de anderen ging ze even later naar buiten, waar de moeders stonden te wachten in de sneeuw. Sommigen stonden in hun jas gedoken met hun voeten op de grond te stampen om een beetje warm te blijven. Het was echt koud zeg! Er was nog meer sneeuw gevallen. Nu sneeuwde het gelukkig niet. Stel je voor dat het dan op haar neus zou vallen! Daar hield ze niet van! Zou dat nou komen doordat ze een prinses was? IJzelientje kende geen andere prinsessen. Zouden alle prinsessen zo zijn als zij? Muzette leek het niet erg te vinden dat haar broertje haar met sneeuw bekogelde. Die gooide lachend terug en gooide toen een hele berg sneeuw over zichzelf heen, om het zo te laten sneeuwen. Jakkie, IJzelientje moest er niet aan denken! Snel zocht ze haar moeder op, riep “Doei!” naar Muzette en liep het schoolplein af. ~6~

Onderweg naar huis bedacht IJzelientje dat ze vergeten was aan de juf te vragen of het verhaal van Hugo - of Hubèrto - uit een boek kwam en hoe dat dan heette. Zou ze het morgen aan de juf durven vragen? Het zou wel moeten, anders kwam ze er nóóit achter. En kom op, ze was toch zeker een prinses, ook al wist niemand dat buiten hun huis? Ze zou toch moeten leren wat minder bang te zijn.  Als ze iets wilde, zou ze het zelf moeten vragen. Dus ze zei tegen zichzelf dat ze het morgen, als ze in de klas kwam, meteen aan de juf zou vragen. Ze was nu al trots op zichzelf dat ze dat ging durven!
Voorzichtig, maar zo vlug als het ging over dat glibberige sneeuw-ijs, liepen ze naar huis. Mamma had de thee al klaarstaan, met een roze likkoekje. ~7~ “Gaan we vanmiddag sleeën, mamma?”, vroeg IJzelientje. “Dat kan niet, ik moet nog sneeuwruimen op ons stoepje, stofzuigen, boodschappen doen voor mevrouw Toppie (die was heel oud en woonde in hun straat)... Maar als je dat wilt, mag je zelf wel gaan sleeën met een vriendinnetje of zo. Ik wil wel aan buurvrouw Katinkel vragen of ze even op je wil letten als ik boodschappen doe, dan hoef je niet gelijk weer naar binnen om mee te gaan.”

Eigenlijk wilde IJzelientje liever met haar moeder sleeën, maar ze kon natuurlijk naar Muzette gaan en vragen of die meedeed. Dan konden ze om de beurt zitten en trekken. Nadat IJzelientje met haar moeder thee had gedronken met een roze likkoekje, trok ze haar jas aan en haar muts, wanten en laarzen, en pakte de slee onder het afdakje vandaan en liep door het open hekje de tuin uit. Zou ze eerst even door het parkje lopen om de slee leeg achter zich aan te trekken? Dan was die nog niet zo zwaar als met Muzette erop. Dan kon ze gelijk mooie slee-sporen maken in het gras. Ze liep al naar het parkje. Daar ging ze van het pad af. Híér kon je lekker sleeën! Ze liep tussen een paar bomen door, trok de slee eromheen, en merkte niet dat er iemand bij een boom verderop naar haar keek. Toen hoorde ze: “Hoi! Mag ik ook meedoen?”

IJzelientje keek om zich heen. Bij een boom, een eindje verderop, zag ze een jongen staan. Niet zo gek dat ze hem eerst niet gezien had, want hij had een wit sneeuwpak aan, witte laarzen met zacht spul aan de binnenkant en een witte muts. Die had het vast niet koud! Ze kende hem niet, maar als hij mee wilde doen kon hij haar mooi trekken. Hij was ietsje groter dan zij en zag er sterk uit. “Ja hoor”, riep ze naar de boom, “wil jij dan trekken?” “Oké, waarheen?” “Nou, eh ja, gewoon heen en weer.” Toen de jongen dichterbij kwam, bukte ze om het stokje van het touw alvast te pakken. Ze knipperde met haar ogen; er was een sneeuwvlokje precies in haar éne oog gevallen. Op dat moment pakte de jongen het stokje aan en draaide zich om om de slee te gaan trekken. Vlug ging IJzelientje op de slee zitten. “Hoe heet jij?”, vroeg hij. “IJzelientje”, antwoordde ze. “Mmm, mooie naam”, zei de jongen. “En hoe heet jij dan”, vroeg IJzelientje. De jongen gaf antwoord, maar omdat hij nèt de slee ging trekken en de sneeuw kraakte, kon ze het antwoord niet goed horen. Gaf niks, ze zag hem misschien toch nooit meer na vanmiddag. Een hele tijd trok de jongen de slee met IJzelientje door de sneeuw. IJzelientje vond het heerlijk! Ze gingen langs de vijver, om een boom heen en weer terug, een veldje over, staken een pad over, gingen om nog een boom heen... ~8~ Toen bedacht IJzelientje dat de jongen misschien ook wel eens op de slee wilde zitten. Kreeg hij nog geen zere handen? Ze schaamde zich een beetje dat ze het nog niet eerder had gevraagd: “Wil jij nu ook eens?” “Straks, bij het water daar, oké? Of eigenlijk: bij het ijs”, lachtte hij. “Ik heb brood mee, kunnen we dat gelijk aan de eendjes geven”. Ze zagen dat het ijs nog niet zo sterk was. Maar de eendjes en meerkoetjes die er waren, konden er al wel op lopen. Ze waren bij het ijs en de jongen draaide zich om. Hij stak z'n hand in z'n zak en haalde er een broodzak met korstjes uit. Hij gaf IJzelientje er ook één. “Wil jij ook?”, vroeg hij.

Op dat moment zag IJzelientje het: de gouden sneeuwvlok op de jongen z'n jas. En één op z'n muts. En bovenop z'n wanten... Haar ogen werden groot, ze staarde hem aan en bewoog zich niet meer. Dit was... Hugo! Maar... kon dat wel? “Hé, waarom sta je stil? Ben je een ijspegel geworden? Haha!” En hij stopte een korstje in IJzelientjes hand. Zelf gooide hij wat stukjes naar het ijs. IJzelientje snapte er niks van. Er viel een sneeuwvlok op haar neus en ze zwieberde hem eraf. “Ben jij Hugo?”, vroeg ze? “Ja, dat zei ik toch? Ik heb de eerste op, wil jij ook nog een korstje?”, vroeg hij en hij stak z'n hand weer in de broodzak. “Maar... ben jij dan een prins? Prins Huberto?” “Hé, wat leuk, hoe weet jij dat? Ik dacht dat de mensen in dit land mij niet kenden. Ik ben op bezoek bij m'n oom en tante, die wonen hier aan het eind van het park. Maar ze hebben geen slee. Ga je mee? Dan kun je ze zien en ook m'n vader en moeder en m'n zusje.” “Ehm”, zei IJzelientje, “maar ben jij dan echt?” “Wat bedoel je? Of ik Hugo ben? Dat zei ik toch al? En ja, ik ben een prins, maar daar doen ze in mijn land niet moeilijk over hoor. Iedereen kent me, maar verder ben ik heel gewoon. Gewoon Hugo. Hebben jullie ook prinsen en prinsessen?”

IJzelientje kreeg een kleur, net zoals vanmorgen bij de juf. “Ja, die hebben we hier ook, maar niemand weet het”, zei ze zacht. “Wat bedoel je? Weet niemand dat jullie die hebben? Waar hebben jullie ze dan voor? En waardoor weet jij het dan wèl? Dat snap ik niet”, zei Hugo. “Ik moet het even aan m'n moeder vragen”, zei IJzelientje. “Wat, of jullie ook prinsen en prinsessen hebben?” “Nee, eh, of ik mee mag. O nee, mamma is er niet, ik moet het aan buurvrouw Katinkel vragen.” Ze keek een beetje aarzelend naar de slee. “Zal ik even met je mee gaan, dan?”, vroeg Hugo. “Dan mag jij mij nu trekken.” “Dat is goed”, zei IJzelientje en ze pakte het houtje. Hugo ging zitten, maar hij zat achterstevoren. ”Dan kan ik de sporen goed zien, dat is leuk!” riep hij over z'n schouder naar IJzelientje.

Cadeautje uitpakken

In IJzelientjes straat zag ze dat het autootje van haar moeder bij mevrouw Toppie voor de deur stond. Haar moeder was dus al weer terug. Ze belden aan bij mevrouw Toppie en IJzelientjes moeder deed de deur open. “Ik was hier net klaar, heb je het koud gekregen van het sleeën? Zullen we thuis een warm soepje drinken? Dat lust ik ook wel.” Toen pas zag ze dat achter IJzelientje nog iemand stond. “Dag jongen, ben jij een vriendje van IJzelientje? Haha, dat rijmt!” “Ik ben Hugo, mevrouw”, antwoordde prins Hugo. En hij fluisterde tegen IJzelientje: “Vraag jij het?” Oké, als ze iets wilde, moest ze het zelf vragen, dat had ze zichzelf net nog geleerd. Dus ze zei tegen haar moeder: “We wilden vragen of ik met Hugo mee mag naar zijn oom en tante, die wonen aan het eind van het park. Daar zijn ze op bezoek.” “Met wie ben je daar op bezoek, Hugo?”, vroeg IJzelientjes moeder. “Weet je wat? Als jullie de slee even in de tuin onder het afdakje zetten, zet ik ondertussen de auto even bij ons huis neer en dan kunnen we het er binnen even over hebben. Hier buiten wordt mijn neus koud!” En dat deden ze.

Binnen hingen ze hun jas aan de kapstok en gingen ze op de bank zitten. “Wat een mooie trui heb je”, zei IJzelientjes moeder. “Helemaal wit met een gouden sneeuwvlok erin gebreid. Dat heb ik nog nooit gezien. Heeft je moeder die zelf gebreid?” “Nee, mevrouw, daar hebben we een kleermaakster voor. Die maakt al onze kleren en dat kan ze heel mooi.” “Een eigen kleer-maakster?”, vroeg IJzelientjes moeder, “dan zijn jullie vast wel rijk.”
IJzelientje zei heel zachtjes: “Hugo is óók een prins, mamma...”  Haar moeder keek verbaasd naar Hugo. Hugo vroeg: “Hoezo: ook? Jíj bent toch geen prins? Of ken je er nòg één? Maar ik dacht dat je in het park zei dat mensen in jullie land de prinsen en prinsessen niet kennen.” Hugo snapte er niks van. Maar mocht IJzelientje hem zomaar gaan uitleggen dat ze zèlf een prinsès was? Dat had ze nog nooit mogen verklappen! Ze keek haar moeder aan. De knikte zachtjes. Ze mocht het vertellen. Hugo was immers zelf ook een prins! “Ik ken buiten dit huis geen andere prinsen en prinsessen. Maar ik ben eigenlijk zelf een prinses. En mijn moeder ook. En mijn vader, maar die is natuurlijk geen prinsès, maar een prìns”, lachtte ze.

Nu was het Hugo's beurt om verbaasd te kijken. “Maar nou zitten we hier te kletsen, terwijl je naar je oom en tante wilde met IJzelientje. Weet je wat?”, vroeg haar moeder, “Als we nou eens met de auto gaan, dan zijn we er zó. Dan kunnen we met z'n allen kennismaken. Ik ben eigenlijk ook wel benieuwd naar je familie, naar het land waar jullie wonen en zo. Is dat wat?” “O, dat is leuk!”, riep IJzelientje. Ze stapten in de auto en Hugo wees waar zijn oom en tante woonden. Op de oprit stond een lange witte auto, een gouden sneeuwvlok stond vooraan op de motorkap. “Wauw, is die van jullie?”, vroeg IJzelientje. Hugo knikte. “Dat is nog eens wat anders dan mijn autootje”, zei IJzelientjes moeder. “Weet je hoe wij zo'n auto noemen? Een slee!” “Hee, dan hebben we dus tòch een slee!”, lachte Hugo.

Ondertussen belden ze aan. Een dame deed open en zei ”Kom maar gauw binnen, Huberto, binnen is het warmer dan buiten” ”Gelukkig wel”, vond IJzelientje, “anders zou mijn neus er nu afvriezen, denk ik”. “Wie heb je meegebracht, Huberto?”, vroeg zijn tante. Hugo legde uit dat hij met IJzelientje in het park had gesleed. Pas toen hij bij z'n vader en moeder was, vertelde hij de rest er ook bij. Hij vertelde alles precies, helemaal vanaf het begin, toen hij bij de boom stond en IJzelientje had zien sleeën, tot aan dat ze bij oom en tante aankwamen met het autootje en dat IJzelientjes moeder hun witte auto met de gouden sneeuwvlok een slee had genoemd. “Als je er maar niet mee in het park gaat sleeën!”, lachte zijn vader van onder z'n grote witte snor. Hugo's zusje Wieze, die van de bank afkwam met een boek, vroeg of ze de slee hadden meegenomen. Ze vond het jammer om te horen dat die niet eens in het autootje van IJzelientjes moeder zou passen. “Wat was je aan het lezen?”, vroeg IJzelientje, die zag dat Wieze ongeveer even oud was als zij. Kun jij al lezen?” “Een beetje”, antwoordde Wieze, “maar dit boek is eigenlijk nog een beetje te moeilijk. Hugo leest het me voor, maar hij ging buiten spelen en het verhaal was zo grappig, dat ik zelf maar verder ging lezen. IJzelientje keek naar het boek. Hee, dat was leuk, het heette net als Hugo. 'Huberto, de sneeuwprins', stond er op de voorkant. Eronder stond wie het geschreven had. Maar, huh? Daar stond de naam van haar juf! Dat kòn toch niet? Wieze vertelde verder: “Het is zo grappig, dat boek! Het gaat over Hugo, maar er klopt helemaal niks van! Het gaat wel over ons huis en over zijn paard en zo hoor, maar wat Hugo doet in het boek is helemaal niet echt gebeurd! Maar daarom is het juist zo grappig! En daarom wilde ik verder lezen, maar ik kan het nog niet zo snel.”

“Weet je wat?”, vroeg hun tante, “als jullie nou eens met z'n drieën in de speelkamer op de bank gaan zitten, daar is het ook lekker warm. Hugo kan dan het boek verder voorlezen. Dan gaan de grote mensen eerst eens kennismaken bij de open haard. Ik ben nu wel nieuwsgierig geworden, en ik denk IJzelientjes moeder ook wel. Dan zal ik iedereen een lekker drinksoepje brengen, en natuurlijk blauwe en roze koekjes. Dàt hoort zo bij prinsen en prinsessen.” IJzelientje knikte, dat was waar, dat deden zij óók altijd. Wieze zei: “Ja, lekker, warme drinksoep! Daar krijg ik altijd zo'n lekker warme neus van. ~9~ “Hé, wat grappig, ik houd ook niet van een koude neus”, zei IJzelientje toen ze naar de speelkamer liepen, “en mijn moeder ook niet.” “Nee, nogal logisch”, antwoordde Wieze, jullie zijn toch ook prinsessen? Prinsessen houden nooit van een koude neus. Die zijn heel gevoelig, die voelen dus alles. Dus als wij een koude neus hebben, voelen we dat tien keer zo erg als iemand die geen prinses is. Wist je dat niet?” “Nee, maar nu wel!”, knikte IJzelientje en ze wreef over haar neus.

Maar IJzelientje wilde eigenlijk nog iets weten. “Mogen jullie van je vader en moeder ook buiten rennen? En moet jij altijd een jurk aan? Met een sneeuwvlok?” “Ach joh, natúúrlijk hoef ik niet altijd een jurk aan. Alleen als ik dat wil. Ik heb nou toch ook een broek aan? En die sneeuwvlok hoeft niet per sé hoor, maar ik vind hem mooi, dus ik heb wel veel kleren daarmee. Kijk, hier heeft ze hem op de achterzak van m'n broek gemaakt. Maar ik heb ook vaak een gouden bloemetje, bijvoorbeeld op m'n trui. Dat vind ik ook mooi. Of een gekleurde sneeuwvlok, want waarom zou sneeuw altijd wit moeten zijn?” IJzelientje knikte. Ja, waarom eigenlijk? Maar mocht ze dan wel buiten rennen? “Ja, natuurlijk mogen we dat”, grinnikte Hugo. Ik val heus wel eens, maar er ligt bij ons altijd sneeuw. Dus dan val je altijd zacht en scheur je nooit je broek! En een vlek krijg je ook nooit, van witte sneeuw op een witte broek! Haha! Handig, hè?” Nou, dat vond IJzelientje ook.

Ze kropen allebei aan één kant van Hugo op de bank. IJzelientje moest eerst nog één ding weten. “Wie heeft dat boek geschreven?” “O, een vriendin van onze moeder”, zei Hugo. Ik ken haar niet zo goed, maar mamma vertelt haar alles wat wij meemaken en uithalen. En dan maakt zij er een spannend verhaal van. Wist je dat prinsessen mooie verhalen kunnen verzinnen? Nou, zij ook, en dan schrijft ze ze op. Maar je kunt het boek niet in de winkel kopen, hoor, of in de bieb lenen. Want de mensen in ons land kennen mij natuurlijk, en straks denken ze nog dat ik alles echt zo heb meegemaakt en uitgehaald zoals het in het verhaal gebeurt! Prinsen zijn natuurlijk wel heel sterk, zoals ik, maar dat is om een prinses bij je op je paard te tillen. Wil je ook eens mee op m'n paard?” Dat wilde IJzelientje natuurlijk wel. Ze had nog nooit op een echt paard gezeten en Hugo had er gewoon zèlf één! Hugo vertelde verder: “Maar een páárd optillen, zoals in het boek, dat kan ik niet, hoor. Misschien, als ik later koning ben. Mijn vader is echt supersterk. Maar nou ga ik voorlezen. Zal ik even opnieuw beginnen? Want jij hebt het begin nog niet gehoord.”

“Jawel,” knikte ze, “mijn juf heeft het verteld. Maar ik heb de rest niet gehoord.” Nu waren Hugo en Wieze allebei verbaasd. En IJzelientje vertelde wat haar juf diezelfde morgen had verteld. Hetzelfde verhaal, maar dan uit haar hoofd. “Maar dan is mijn moeders vriendin jouw juf!”, riep Wieze. “Ja, en dan is ze ook een prinses!”, riep Hugo. IJzelientje snapte het nu wel, maar ze kon het nog bijna niet geloven. Háár juf Marjorie een prinses? Kon ze daarom zo mooi vertellen? Ja, dat moest wel zo zijn. Maar als alle prinsessen mooi konden vertellen... IJzelientje was toch zelf óók een prinses? Nou, en juf had toch gezegd dat als ze zelf eens een mooi verhaal had, ze het dan maar moest zeggen?

Cadeautje uitpakken

IJzelientje kreeg een plannetje. Het begin van een verhaaltje kwam in haar hoofd. Ze verzon een verhaal over een prinses, die liever juf wilde zijn. Een juf die bang was voor een koude neus. En dan moest ze een mooie lange witte auto hebben, een cabrio, en dan liet die juf de meester alle wielen eraf halen en dan mochten alle kinderen van haar klas sleeën in haar auto. En dan... Ja! Dat verhaal zou ze morgen aan de klas vertellen! En dan zou juf Marjorie natuurlijk weten dat IJzelientje zelf ook een prinses was, omdat ze zo mooi kon vertellen. En dan zou ze zich afvragen hoe IJzelientje het van háár wist, maar dan zou ze dat niet durven vragen met de hele klas erbij. En dan zou IJzelientje het na schooltijd verklappen. En dan hadden ze samen een geheimpje, een léúk geheimpje!

“Joehoe, hoor je me wel? Zal ik nou gaan voorlezen of niet? Heb je soms sneeuw in je oren?” Hugo keek haar lachend aan en achter hem zag ze Wieze ook lachen. “Ja hoor! Lees maar voor. En kom je nog eens vaker bij je oom en tante? Want ik ga mijn moeder vragen of ze míjn verhaaltje wil opschrijven. Dan kun je dat de volgende keer voorlezen.” “Maak jij dan ook verhaaltjes?”, vroeg Wieze. “Natúúrlijk”, zei IJzelientje, “ik ben toch een prinses?”

Einde.
(Van dit verhaal.
Verzin jij het volgende?)

~10~

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wat een super leuk idee! Echt heel leuk voor een kinderfeestje met die sneeuwvlokjes.:)
Super feest zeg, ik sla deze op onder mijn favorieten! Ik vind het leuk om thuis een eigen feest te organiseren! Wat een ontzettend leuk idee om je feest zo in te delen met een verhaal!