Brandalarm tijdens een synagogedienst

Door Amiad gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

Een sjabbatdienst, krijgt een bijzonder karakter als er een brandalarm afgaat. Iedereen moet het pand verlaten ook ik en mijn mannen met een verstandelijke beperking.

Het is zaterdagochtend tien over half tien.

Ik loop met drie mannen het ziekenhuis in. Drie mannen waar ik de verantwoording over heb. De oudste is 74, de man heeft een bril, klein postuur hij draagt een zwarte hoed. De jongere man heeft een grijze gloed over zijn ooit bruine haar, zijn blauwe ogen fonkelen. Hij loopt met zijn handen op zijn rug een beetje naar voren gebogen. Zijn blauwe sportjack is niet in balans met zijn zwarte broek en sportieve blauw, groen, zwart geruite overhemd en bruin witte uitgaans schoenen. Ik duw een man op een rolstoel, gekleed in het zwart en wit, colbert, overhemd, stropdas en grote zwarte keppel. Wij gaan een bijzondere synagoge bezoeken. Een synagoge in een Amstelveens ziekenhuis. Een synagoge, die ruim dertig jaar werd opgericht als uitvoering van een idee om ook patiënten van Joodse afkomst de gelegenheid te geven bij een gebedsdienst aanwezig te zijn. Misschien is het niet toevallig dat ik met de drie mannen juist deze synagoge bezoek. Deze mannen hebben een verstandelijke en of fysieke beperking.

Het ziekenhuis binnen lopen gaat via de zijdeur. Ik wil de elektrische draaideur op sjabbat niet activeren. De zijdeur zwaait naar binnen open, maar even hard weer terug. Zo snel dat ik onmogelijk met de rolstoel toegang tot het ziekenhuis kan krijgen. Hoe kom ik nu met de rolstoel via deze deur het ziekenhuis binnen?


Daarvoor heb ik hulp nodig. Hulp die ik van de 74 jarige man kan krijgen. Hij loopt voor mij uit, duwt het handvat van de deur omlaag, duwt de deur open en blijft netjes met geopende deur wachten totdat ik met de man op de rolstoel en de man in het blauwe sportjack gepasseerd ben.
De hal van het ziekenhuis is om dit tijdstip bijna kwart voor tien en op deze dag, zaterdag, sjabbat, verlaten. Vanachter de balie kijkt een blonde receptioniste glimlachend toe. Met een goedemorgen lopen we verder, de eveneens verlaten gangen in. Als we rechts richting de synagoge, die niet meer dan een in twee delen gescheiden ruimte is lopen, haal ik twee keppels uit mijn zak. Een voor de man met het blauwe sportjack en een voor mijzelf. De handeling van mijn hoofd bedekken vind altijd in de buurt van een synagoge plaats. Het dragen van een keppel buiten op straat in Nederland geeft mij nooit een goed gevoel.


In deze buurt lijkt mij dat je ongestoord met een keppel kunt rondlopen, maar in mijn woonplaats Almere, kun je dat in sommige buurten en plekken, zeker niet.
Aan het eind van de gang staan twee jonge mannen. Deze mannen, die een rol spelen inde beveiliging van de synagoge, spelen later deze ochtend nog een rol, hoewel ik daar op dit moment geen weet van heb. Met een sjabbat sjalom, groeten wij elkaar.


In de hal voor de zaal die nu op zaterdagochtend als synagoge en morgen zondagochtend als kerkruimte dienst doet, kunnen we onze jassen op een rek vol hangers hangen. Geleerd van gebeurtenissen van vroeger toen ik na afloop van de dienst allerlei jassen moest zoeken, hang ik de door de 74 jarige man opgehangen jas, bij die van mij. De man in de rolstoel heeft alleen een colbert. ‘Doe maar niet uit’, was de boodschap van de energierijke begeleidster van zijn woongroep, toen ik hem vanochtend ophaalde. “Het is een hele toer, om de jas weer aan te krijgen’, ging ze verder. De man is spatisch, hij heeft een verhoogde rustspierspanning waardoor het buigen van zijn ledematen bijna onmogelijk is. Probeer dan maar eens een mouw over of uit zijn arm te krijgen. Dat is een ingewikkelde procedure, waarbij je ervaring en kennis nodig hebt.


Behalve dat de 74 jarige man zijn jas op het rek hangt, verwisselt hij zijn zwarte hoed voor een kleurrijke keppel, die door veel Jemenitische Joden wordt gedragen. De hoed gaat op het rek boven de jas en zijn talles, het gebedskleed, in de talleszak, neemt hij onder zijn arm mee.
Om de zaal binnen te komen moet er weer een deur geopend worden. Mijn mannen lopen naar binnen en de deur zwaait weer dicht. Voor de tweede keer sta ik voor een dichte deur. Ik moet dus de man met de rolstoel even ‘parkeren’, om vervolgens naar de deur lopen, deze openzetten om met de man naar binnen te kunnen rijden. Ik vind een plek aan de zijkant van enkele rijen stoelen, die uitzicht op het centrale gedeelte van de zaal geeft, waar de biema, de verhoging waar de Tora wordt gelezen, staat. Daar zet ik de man in de rolstoel neer en ik ga naast hem zitten. Voor mij zitten de twee mannen die met mij zijn meegekomen en nog twee mannen, waarvan de een mij sterk aan de dunne, van het duo de dikke en de dunne, de acteurs Stan Laurel en Olivier Hardy moet denken. De beiden mannen hebben ook een beperking en wonen in een andere woongroep van dezelfde stichting, die het beheer heeft over mijn mannen. Zij zijn samen met een vrouwelijke bewoonster en een begeleidster, die achter het gesloten gordijn achter ons zitten, naar de synagoge komen lopen. Elke twee weken gebeurt dit. In tegenstelling met mijn aanwezigheid en die van mijn mannen, die een veel minder frequente vorm kent.

Brandalarm


Het gordijn scheidt mannen en vrouwen en wordt alleen geopend als de rabbijn een drasja houdt. Het gordijn gaat ook vandaag weer open. We hebben net de parsja, het wekelijks te lezen deel uit de Tora, gehoord, waarin tegenstanders van Mozes door vuur van de aardbodem worden verwijderd als een jankend geluid van buiten de aandacht van alle aanwezigen trekt. De op en neer gaande tonen geven zonder twijfel een brandalarm aan. Onze Stan Laurel raakt in paniek. Nu wordt het lastig. Hij wil naar de gang, de toegangsdeuren naar van de zaal staan inmiddels open. Hij loopt weer terug, maar draait zich weer om en loopt de zaal uit. Ik volg hem terwijl ik weet dat er ook nog een aantal bewoners binnen zijn. Ik voel me even uit elkaar te worden gescheurd. Ik kan onmogelijk op twee plekken tegelijkertijd zijn. In de gang roep ik naar de op Stan Laurel lijkende man, dat hij hier moet blijven, als hij naar de inmiddels geopende liften loopt. Verplegend personeel van het ziekenhuis rent door de hal naar de eerste verdieping en een van de twee beveiligers deelt ons mede dat wij eruit moeten. Langzaam loopt een groot gedeelte van de mensen de gang in. Ik hoor de woorden, ‘allemaal naar links naar de uitgang’, en zie dat links na de garderobe en de kast waar de gebedenboeken, die geleend kunnen worden  een nooduitgang is. Mensen lopen naar buiten. Het geloei van de sirene gaat onverminderd door. Ik pak de jassen, vraag aan Stan Laurel te wachten en loop naar de rest van mijn mannen. De jassen leg ik op de tafel van de man in de rolstoel en ik loop met alle mannen de sjoel uit, mee met de stroom. Buiten ontmoet ik de begeleidster van de anderen. Daar staan we dan op een parkeerplaats recht tegenover de spoedpost, waar ook bezoekers naar buiten lopen. Op de achtergrond is de sirene van een brandweerauto te horen, dit overstemt het geluid van het brandalarm op de achtergrond. In de eerste minuten controleer ik of al mijn mannen buiten zijn en waar ze zich bevinden. De jassen zijn blijven liggen op het tafelblad van de rolstoel overbodig in de stralen van de zomerzon. De langste sjabbat van het jaar vandaag. Het is een bijzondere ervaring. Mannen, vrouwen en kinderen rabbijnen met hun talliet, gebedskleed, we vangen veel verbaasde blikken van de mensen tegenover ons.


Na een naar schatting tien minuten mogen we weer naar binnen. Het was loos alarm. Iedereen loopt gedwee in een rij door de geopende deur het alarm tegemoet, dat nog onophoudelijk aan het loeien is. Ik neem de man, die op de rolstoel zit over van een sjoelbezoeker, die zich totaal onnodig verontschuldigt dat hij niet uit de voeten komt met de rolstoel. Ikzelf strand bij de drempel van de deur. Een kleine drempel maakt het onmogelijk om eenvoudig het gebouw binnen te komen. De hulp van anderen is nodig om deze hindernis te nemen. Hulp die met veel plezier en overmatig wordt gegeven. Niet alleen nu maar ook de tijd dat we buiten stonden. Hier worden mijn mannen, ondanks hun beperking ook met veel respect behandeld.
Alle eer aan al deze mensen, die ons met veel warmte altijd weer ontvangen, ook op deze bijzondere sjabbat.


Om half een lopen we zoals gepland de deur van het ziekenhuis weer uit. Een nieuwe ervaring rijker.
©  Amiad Ilsar.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Bijzondere ervaring, herinner mij mijn eerste brandalarm nog bangelijk op hoeveel zaken je moet letten.

Groetjes
Goed artikel. Een hele operatie, nog gecompliceerder gemaakt door het brandalarm. Mooi beschreven, graag gelezen. Duim.