Het gevaar van het streven naar rijkdom.

Door Geliefd gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

In mijn vorige artikel ging het over het betrekkelijke van alles in ons leven. Daarin heb ik getracht de aandacht van de lezer(s) te richten op dat wat werkelijk waarde heeft. In dit artikel wil ik deze gegevens nog wat verder uitwerken.

Waar laten wij ons leven van afhangen...?

Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat ons leven niet wordt beveiligd door onze bezittingen. We worden dan ook aangespoord om 'op te letten en te waken voor alle hebzucht; want ook al hebben wij overvloed, ons leven behoort niet tot onze bezittingen.' (Lukas 12:15) We doen er daarom verstandig aan ons leven niet te laten afhangen van onze bezittingen, 'want wij hebben niets in de wereld ingebracht en kunnen er ook niets uit wegdragen.' (1 Timotheüs 6:7)

God is de Gever...

In het boek van de Psalmen zegt God het volgende: '...want Mij behoort de wereld en haar volheid.' (Psalm 50:12b) God is ook de Gever van het leven, 'Hij heeft aan ieder mens leven en adem en alles gegeven.' (Handelingen 17:25) De mens werd een levend wezen toen God de levensadem in zijn neus blies. (Genesis 2:7) Hij is ook Degene die het leven weer van ons terug kan vorderen.

Naakt bevonden...

Onze aardse rijkdommen zullen het dan schromelijk laten afweten en ons in ons hemd laten staan. We zouden wellicht 'hoewel bekleed, naakt bevonden kunnen worden' (2 Korinthiërs 5:3), als we in ons leven alleen het aardse goed hebben nagestreefd. Want 'wie rijk willen worden vallen in verzoekingen en in een strik en in vele onverstandige en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want de geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te streven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord.' (1 Timotheüs 6:9-10)  Om elk misverstand te verhinderen, wil hier even opgemerkt worden dat er veel vermogende mensen zijn, die van harte de Heer Jezus liefhebben en Hem met hun vermogen dienen en zodoende rijk in God zijn. Het gaat hier niet om het rijk zijn op zichzelf, maar om het rijk willen worden door in het hart naar rijkdom te verlangen en te streven, al is hij niet eens werkelijk in ons bezit.

Geestelijke armoede...

In Laodicea was een christelijke gemeente die dacht alles in huis te hebben. Maar de Heer Jezus Christus liet hun aanzeggen: 'Omdat u zegt: Ik ben rijk en verrijkt en heb aan niets gebrek, en u weet niet dat u de ellendige, jammerlijke, arme, blinde en naakte bent, raad Ik u aan goud van Mij te kopen, gelouterd door vuur, opdat u rijk wordt; en witte kleren, opdat u bekleed wordt en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt (ze hadden niks om het lijf); en ogenzalf om uw ogen te zalven, opdat u kunt kijken (ze waren ziende stekeblind).' (Openbaringen 3:17-18) Hier zien we dat er waarschijnlijk wel materiële rijkdom aanwezig was, maar op geestelijk gebied was men straatarm. God hecht namelijk geen waarde aan materiëel bezit, maar aan harten die op Hem gericht zijn.

Vertrouwelijke omgang...

Wat misten zij dan? Ze hadden de Heer Jezus buitengesloten. Hij stond buiten aan de deur te kloppen, en 'bij degene die zijn stem hoorde en de deur van zijn hart opende om Hem daar binnen te laten, kwam de Heer Jezus binnen om maaltijd met hem te houden en hij met Hem.' (vers 20) Dat maaltijd houden spreekt van vertrouwelijke omgang. De Heer Jezus verlangt naar een persoonlijke relatie met ons, waarin Hij al de kostbare gedachten van Zijn hart met ons kan delen. Dat kan alleen als onze harten daar ook ontvankelijk voor zijn. Laten we onze harten niet bezwaren en belasten met het streven naar materiëel bezit, maar openstaan voor dat wat werkelijk waarde heeft.

Werkelijk rijk zijn...

'Als wij alleen in dit leven op Christus onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de ellendigste van alle mensen.' (1 Korithiërs 15:19) Laten wij daarom onze ogen niet richten op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.' (2 Korithiërs 4:18) Als wij 'Christus genade kennen, dat Hij, terwijl Hij rijk was (Hij bezat namelijk in de eeuwigheid alle heerlijkheid), terwille van ons arm is geworden (Hij heeft die heerlijkheid afgelegd), opdat wij door Zijn armoede rijk zouden worden' (2 Korinthiërs 8:9), laten wij ons dan realiseren, dat wij rijkelijk 'gezegend zijn met alle geestelijke zegening in de hemelse gewesten' (Efeziërs 1:3) en dat voor ons, die geloven, 'een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis in de hemelen is weggelegd.' (1 Petrus 1:4) Laten wij daar al onze aandacht op vestigen, terwijl wij hier en nu bezig zijn 'de dingen die boven zijn te zoeken, waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand, en die dingen ook te bedenken, niet die op de aarde zijn.' (Kolossers 3:1-2)

'Maakt u beurzen die niet verouderen, een onuitputtelijke schat in de hemelen, waar geen dief bij komt en geen mot ze bederft; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.' (Lukas 12:33-34)

 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.