Een alternatief paradijsverhaal.

Door Baderooijonsbrabantnetnl gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Terugredenerend beschrijf ik dat het scheppingsverhaal met Adam en Eva wel heel anders bedoeld is dan de RK kerk ons wil doen geloven. Mijn uitleg biedt een veel prettiger perspectief dan de 'hel en verdoemenis' van de kerk.

Gered  van en uit het Paradijs


Ademloos zaten ze bij mijn vader op schoot te luisteren! Hij vertelde het verhaal van ‘Jantje en Mieke’ aan alle kinderen die nog in sprookjes geloofden. Als een kind dat wilde mocht het  bij mijn vader op schoot zitten. Mijn vader was vroeger een niet onverdienstelijk toneelspeler en regisseur geweest bij de plaatselijke toneelvereniging, en dit kleine toneelstukje dirigeerde hij zo dat het maximaal effect zou hebben. Wij hadden dat als kinderen al vaak gezien en het hele gebeuren kende voor ons dan ook geen enkele verrassing. Maar omdat iedere voorstelling van mijn vader van hetzelfde hoge gehalte was, verveelde het nooit. Wij verkneukelden ons al bij voorbaat op de climax waarbij verschoten zou worden, kortstondig verdriet geleden en ademloos van het heldhaftige einde genoten zou worden. Dit alles perfect getimed, met het oog op zo veel mogelijk effect en als eindresultaat dat er gesmeekt werd om het nog een keer te vertellen. Ja, mijn vader wist de kinderziel zo te belagen met zijn vertelkunst dat ze daarna des te meer voelden hoe geborgen ze bij opa of ome Jan wel niet waren.
Ook mijn moeder speelde haar rol in dit psychologische hoogstandje van opvoedkunst tot in de finesses. Er slechts zijdelings bij betrokken, maakte zij voor het verhaal begon de opmerking dat mijn vader het betreffende kind niet zo bang moest maken. (Als geen ander genoot ze van de sentimenten die zich zouden gaan vertonen.) Deze opmerking had een heleboel dingen tengevolge.
Op de eerste plaats kwam het kind alvast in de juiste stemming. Zo van: ‘Als tante Tillie dat zegt, dan zal het wel spannend worden’. Naast een gevoel van alvast prettig griezelen kreeg zo’n kind door die opmerking het gevoel een held te zijn. Als laatste had het de functie, en soms was dat maar goed ook, om alvast de veilige thuishaven voor het betreffende kind aan te geven. Soms overtrof mijn vader zichzelf of was het kind op zijn schoot fout ingecalculeerd wat betreft het aankunnen van zulke heftige emoties als die mijn vader met zijn verhaal zou opwekken en dan moest een brullend van schoot vluchtend kind snel geborgenheid vinden. Waar en door wie ze dan getroost werden zal wel duidelijk zijn. Quasi serieus kon ze dan op mijn vader mopperen dat hij dat arme kind niet zo moest plagen! Die reageerde dan weer met stoere ongevoelige mannenpraat. Soms ook speelde hij onnozele onschuld. Ook gaf hij er mijn moeder wel eens de schuld van dat die met het idee was gekomen om dat verhaal te vertellen. Maar hoe dan ook, de troostende rol van mijn moeder werd er door benadrukt.
De waarschuwing om dat arme kind niet zo bang te maken had nog een doel. Ze liet daardoor aan mijn vader weten dat ze er tijd voor had om haar deel van het toneelspel te spelen. Het werkte als een soort startschot.
Er zat nog zo’n psychologisch hoogstandje zonder erg in, dat was het op schoot zitten. Dat had een niet te onderschatten effect. Ten eerste was het duidelijk dat het verhaal speciaal voor jou alleen werd verteld en gaf je dus het gevoel van de moeite waard te zijn. Tevens had je opa of ome Jan helemaal voor jou alleen. Door de een-op-een  situatie kan de verteller de gevoelens van het gezicht van het kind aflezen en door woordkeuze, intonatie en mimiek het verhaal zo onmiddellijk bijsturen. Doordat de afstand tussen verteller en kind zo klein is kan een te heftige emotie gemakkelijk worden opgevangen. Van de vertellersrol veranderde mijn vader dan maar weer snel in opa of ome Jan. Ik heb het verhaal wel eens voor een groepje kinderen verteld maar dat heeft niet datzelfde resultaat als een-op-een bij je op schoot.

Nu ik daar zo eens over nadenk groeit het respect voor dit wel erg vaak gerepeteerde , maar dan ook subliem opgevoerde toneelstukje. Maar het is juist de inhoud die me tot op de dag van vandaag intrigeert. Onbewust heeft dus niet alleen de wijze van opvoeren geïmponeerd maar ook het verhaal zelf heeft iets dat de moeite waard is.

Jantje en Mieke moeten van moeder een potje mosterd halen. Moeder waarschuwt dat ze om bij de winkel te komen over het glazen bruggetje moeten. Ze mogen daar niet over de rand van de brug kijken want dan komt de draak met de zeven koppen en die zal hen dan opeten. Dubbel spannend want alleen al zo’n glazen brug klinkt niet zonder gevaar. Er is natuurlijk geen betere manier om te voorspellen wat er gaat gebeuren. De voorpret begint dan al! In mijn vaders verhaal is het altijd de avontuurlijke jongen die zijn zusje overhaalt toch heel eventjes samen te kijken. Met veel drama laat de verteller de draak te voorschijn komen en die verorbert Jantje en Mieke met veel smaak. Als de kinderen ’s avonds niet thuis zijn gaat vader met een groot mes op pad. Ook hij kijkt over het randje en weer komt die draak met zijn zeven koppen. De grote sterke vader snijdt alle zeven koppen eraf en Jantje en Mieke worden gezond en wel uit de drakenbuik gehaald.
Nooit verbaasde zich er een kind over dat dit allemaal kon en zo hoort dat ook bij sprookjes.
Ontelbare malen heb ik het hem horen vertellen. Aan mezelf, aan vriendjes, logeetjes en later weer aan zijn kleinkinderen. Zelf ben ik het ook gaan vertellen. Ik zit in het onderwijs en verhalen die zo aanslaan als dit zijn ook op school te gebruiken. Het simpele potje mosterd, het glazen bruggetje en de draak met de zeven koppen, allemaal ingrediënten voor een smakelijk verhaal.
Dat potje mosterd slaat natuurlijk nergens op maar juist daardoor richt het de aandacht: er gaat iets vreemds gebeuren! En dat klopt. Op het bruggetje wordt Mieke overgehaald door Jantje om iets te doen dat nadrukkelijk verboden is. Het scheppingsverhaal met Adam en Eva in de omgekeerde rol. Dat dit de bedoeling van het verhaal is kan ik echter niet geloven. Ook was mijn vader zeker niet de figuur die bewust die zogenaamde dwaling van het vrouwelijke geslacht wilde recht zetten. Volgens mij heeft hij er nooit bij stil gestaan dat hij in zijn verhaal de rollen van Adam en Eva heeft omgedraaid. Al met al zat ik hiermee op een dwaalspoor. Hetgeen me intrigeerde in de vergelijking van de twee verhalen zat hem ergens anders in.

In mijn vaders verhaal wordt het kwaad in de vorm van een draak met zeven koppen voorgesteld. Voor iedereen in onze westerse wereld een duidelijk beeld. Wij zijn opgegroeid met soortgelijke verhalen waarin het kwaad duidelijk herkenbaar is. De heks in het sprookje van ‘Hans en Grietje’, de wolf in ‘Roodkapje’ en de reus in ‘Klein Duimpje’. Daar sluit de draak met de zeven koppen naadloos bij aan. In alle verhalen komt het ontsnappen aan een groot gevaar aan de orde. Pas daarna ‘leven ze nog lang en gelukkig’. Het gaat in die verhalen ook niet om de figuren, die zijn na afloop van geen belang meer. Niemand vraagt zich af hoe het nu later met dat Klein Duimpje is gegaan. Heeft hij een vrouw en kinderen gekregen of juist niet? De sprookjes zijn met de goede afloop ook ècht afgelopen.
Hoe zit dat met het scheppingsverhaal? Als eerste verhaal in de bijbel kleurt dat al wat er nog volgt. Het kwaad was zonder enige twijfel de slang die Eva verleidde het enige verbod van god te overtreden. Het slot van het liedje is dat de mens daardoor gedoemd is tot een ellendig bestaan. De weg terug wordt in het verhaal zoals de katholieken het hanteren onbarmhartig afgesloten. Het paradijs wordt gesloten en het komt nooit meer goed. Maar door volgens de regels van de kerk te leven mag je na je dood naar het paradijs. Hemel heet het dan. Een perfect concept voor eeuwige onderdrukking. Alle vrijheid die je hebt is je daardoor ontnomen. Slim, want het werkt al millennia lang.
Dat zo’n eerste verhaal bedoeld is om mensen te onderdrukken wil ik niet geloven. Dat het door het christendom zo is gebruikt wil nog niet zeggen dat het zo bedoeld is. Welk geloof dan ook is er in wezen niet voor om mensen te onderdrukken maar ze de kans te geven om te geloven dat het leven de moeite waard is om goed geleefd te worden. Het is dan wel een trieste god die meteen al als een wraakzuchtig heerschap ons een eeuwigdurende straf oplegt. Slechts zijn plaatsvervangers hier op aarde zouden weten hoe we daar mee om moeten gaan! Dat heeft me altijd dwars gezeten.

Ik wil in dat oude verhaal zien te ontdekken wat dan wel de waarde ervan is. Het verhaal van Jantje en Mieke geeft me daarvoor de sleutel in handen. Als ik het scheppingsverhaal als een verhaal met een ‘happy end’ wil zien moet ik alles wat ik tot nu toe heb aangenomen aan de kant zetten en terug redenerend de oplossing kunnen vinden.
Uit het paradijs gezet worden is het einde van dit verhaal, dus dat moet de goede afloop zijn. Dat houdt in dat het leven in het aards paradijs niet het goede maar juist het slechte betekent. Dàt is het kwaad waar de mens aan ontsnapt en niet de slang. Die speelt slechts een figurantenrol en heeft zijn slechte naam te danken aan de interpretatie van de kerk. Bij huisartsen zien we diezelfde slang als symbool van het goede! Daar kan ik beter mee vooruit.
Het verhaal is dus gemaakt om aan te geven dat streven naar een nutteloos leven in een soort ‘Luilekkerland’ het grootste gevaar voor de mens is. Hij kan daar echter door eigen vrije wil uit ontsnappen en een leven gaan leiden volgens zijn eigen vrije keus. En dan leeft hij nog lang en gelukkig. De rol die god hierin speelt is dan een heldenrol. Net als vader die de draak verslaat is god in dit geval degene die de mens een handje helpt om de goede beslissing te nemen: dat paradijs uit en leven. In het verhaal zet god de deur van de gouden kooi open. De mens moet zelf beslissen of hij eruit wil of erin wil blijven. Bijten we wel of niet in de appel? En dat is geen boodschap voor alleen Adam en Eva, ieder mens mag die keus in zijn leven telkens opnieuw maken.

Wat die uitleg van mij voor anderen waard is weet ik niet. Voor mijzelf is het een aannemelijker boodschap van een geloof aan zijn gelovigen dan de uitleg van de kerk. Daarmee is alleen een basis gelegd voor onderdrukking. Daar wens ik niet voor te kiezen. Er zijn filosofen die vinden dat de vrije wil, het besef te mogen kiezen, de mens onderscheidt van de rest van de schepping. Dan moet je dus zeker die vrije wil niet vrijwillig afstaan.


Mijn vader zou zich in zijn graf omdraaien als hij wist dat zijn verhaal me uiteindelijk tot deze ‘heiligschennende’ conclusie heeft gebracht.
Pa, bedankt!


Bernard de Rooij,
2000

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
...ieder mens mag die keus in zijn leven telkens opnieuw maken, vindt ik een hele mooie zin!
Duim en fan erbij.