Wandelen naar Santiago de Compostela deel 5

Door Wisdom Dance gepubliceerd op Friday 28 September 12:09

Sinds 1989 hebben zo'n 22.001 Nederlanders de wandeling door Spanje naar Santiago de Compostela gemaakt. Ik liep mijn Camino in 2002 en voltooide mijn wandeling op 21 juni na ruim 1100 km en 45 dagen genieten op Cabo Fisterra aan de Atlantische Oceaan. Dit is deel 5. Van Fromista op de Meseta naar Leon.

Wandelen naar Santiago de Compostela 5

In de eerste etappe heb ik over mijn wandeling van Lourdes naar de Spaanse grens verteld en in deel 2 mijn belevingen tussen de Spaanse grens en Puente la Reine. Ik heb me aangesloten bij de heel grote groep pelgrims die vanuit Saint-Jean-Pied-de-Port zijn vertrokken. Gelukkig verspreidt de groep zich over de lange route en ontmoet ik een aantal interessante mensen. Deel 5 is van Fromista naar Leon.

 

Hier en nu

Deze pelgrimstocht heeft me heel veel geleerd en vooral ook afgeleerd. Het allerbelangrijkste wat ik geleerd heb is leven in het hier en nu. En verder dat stuff niet belangrijk is, ademhalen zo'n beetje de grootste essentie in het leven is en loslaten een gewichtige zaak is als je niet van alles met je mee wilt sjouwen.

Op een voettocht als deze, welke voor mij 45 dagen duurde, moet je er niet over nadenken hoever je nog moet. Niet tot aan Santiago, maar ook niet tot aan het eind van de dag. Als je loopt, dan loop je. Met aandacht voor waar je bent en wat je ziet. Als je blaren hebt, loop dan op blaren en zeur er niet over, want dan wordt het alleen maar erger. 's Avonds kun je je voeten verzorgen, tijdens het lopen niet. Geniet van waar je op het moment loopt, ook al is het in een stad en verwacht niet dat het morgen mooier is, wel anders. Denk niet aan waar je zult slapen, want je weet niet of je daar wel komt. Soms liep ik 8 kilometer op een dag en er zijn ook dagen geweest van 40 en 50 kilometer, gewoon omdat het zo lekker ging. Als je bang bent dat er 's avonds in de refugio geen plek is, dan krijg je gelijk, maar als je zonder verwachting voor de deur staat is er een plek voor je.

De Meseta is groot

In Fromista heb ik weer een pakketje naar Nederland gestuurd van stuff die ik eigenlijk niet nodig had en die andere pelgrims ook niet wilden hebben. Het was ruim drie kilo stuff. Mijn rugzak werd toch niet lichter, want er waren andere dingen die ik wel met me mee wilde dragen, zoals eten en drinken. Ik begon elke dag met minstens drie liter water en dat was meestal niet genoeg voor de hele dag. Als je goed at en dronk hoefde je aan het eind van de dag minder mee te zeulen.

Ik merkte dat als ik in de loop van de dag vermoeid werd, dat mijn ademhaling niet optimaal was. Uit gewoonte ging ik steeds weer hoger ademhalen waardoor ik vermoeid werd. Als ik me daar van bewust werd en vanuit m'n buik ging ademen, was ik weer zo fris alsof ik pas een half uurtje had gelopen. Dan dacht ik ook minder en had ik weer meer aandacht voor mijzelf en de omgeving. Daarom liep ik ook bijna altijd alleen, in m'n eigen tempo en in stilte. Als iemand overdag contact met me zocht, vroeg ik ze te wachten tot de avond. Misschien sliepen we in het zelfde plaatsje en dan hadden we genoeg te bepraten. Als je daar helder in was vond niemand dat een probleem.

De tocht voerde nog steeds over de Meseta, een hoogvlakte van bijna tweehonderd kilometer, waar niet veel te beleven valt en waar elk stukje schaduw welkom is. Het landschap is hier dor en droog met af en toe een droge rivierbedding. Regelmatig zie je een herder met een kudde schapen en soms moet je je een weg banen door zo'n enorme kudde. De herder die hier liep was volgens mij een bijzonder mens. Kijk maar eens naar zijn lijf, zijn schaduw en de vlek op de weg. Ik vraag me af of die vlek met hem mee bewoog over de weg.

Kort na de middag kom ik aan in Carrión de los Condes en overweeg hier te overnachten. Het volgende dorp is 17 kilometer verder en het is warm, erg warm. Op een thermometer bij een apotheek zie ik dat het bijna 40 graden is. Maar het stadje is vol met pelgrims en ik vind het er erg ongezellig. Ik ben nog redelijk fris en besluit verder te gaan. In een supermarkt koop ik twee grote flessen water van anderhalve liter elk. Langs de rivier houd ik een uurtje pauze en gebruik de gelegenheid om mijn voeten in de rivier te koelen. Daarna loop ik het stadje uit en zie voor me een kaars recht pad voor zover het oog reikt. Verder is er niemand te zien en er is geen spatje schaduw te bekennen. 

17 kilometer is ruim 4 uur lopen, maar het lijkt wel of er geen einde komt aan dit traject. Het is bloedje heet en het zweet gutst van me af. Om een uur of vier neem ik de laatste slok lauw water uit de laatste fles en hoop dat ik gauw in Calzadilla zal zijn. Ik heb geen idee hoe ver het nog is. De weg licht nog steeds als een recht lint voor me en er is geen kerktoren aan de horizon te bekennen. Maar hier zegt dat niet zo veel, omdat alle dorpen beschutting hebben gezocht in een dal of plooi in het landschap. Als na nog eens anderhalf uur de weg weer iets omlaag gaat zie ik huizen in de verte opdoemen. De refugio is het eerste gebouw van het dorp en daar hebben ze fris en koel water. In de schaduw drink ik minstens een liter water voordat ik een pilsje pak. Op het terras zit tot mijn vreugde Myra de roodharige Ierse die een uurtje eerder aan is gekomen. Ook zij vond het een van de zwaarste dagen tot nu toe.

We horen dat er een soort SRV-wagen in het dorp is aangekomen en gaan op onderzoek uit. Het is een groentenman. Wij zijn vooral geïnteresseerd in fruit en ik koop minstens drie kilo druiven, perziken, appelen en pruimen. Na het douchen en wassen gaan we naar het plaatselijke restaurant, maar het blijkt dat we hier pas na negen uur wat te eten kunnen krijgen en dus weer terug naar het terras van de refugio in afwachting van brandstof voor de volgende dag.

De volgende morgen gaan we heel vroeg op weg om de ergste hitte voor te zijn. Het is in deze streek zo droog, dat ze huizen van leem bouwen, adobe noemen ze dat. Zo af en toe kom je door of langs een dorpje en tegen lunchtijd zie ik een interessant terras. Daar zit Myra natuurlijk al met haar grote vriendin Loretta. Ze wenkt me en roept dat ze hier heel goede "bocadillos" hebben. Dus stap ik naar binnen en bestel een broodje met ei en een met ham. Alleen dat broodje ei was al voldoende geweest.

Nog steeds de Meseta

Overal zie je grote nesten, niet alleen op lange staken met een wagenwiel, maar kerktorens en schoorstenen zijn ook voorzien van ooievaarsnesten. Zelfs in de hoogspanningsmasten vinden ze een plek.

Het was vandaag niet zo'n zware dag, slechts 24 kilometer en een redelijk gevarieerd landschap met regelmatig een hermitage. Ik ben dus redelijk vroeg in Sahagún. De refugio is gevestigd in een oude kerk, waar een heel gebouw in is gebouwd. Veel hardhout en heel ruim van opzet. Er is geen plafond, maar een soort van kaasdoek en daarboven het dak van de kerk. Voor de ingang staat een ijzeren pelgrim en als ik de stad ga bekijken zijn twee dames het standbeeldje aan het fotograferen. Ze vragen of ik er bij wil staan om het wat echter te maken. Het blijkt dat een van de dames een paar jaar eerder de Camino heeft gelopen en nu met een vriendin de route met de auto nog eens langs gaat. Ze vraagt mijn adres en maanden later ontvang ik de foto per post. De stad vind ik niet zo interessant en het is zondag waardoor het extra saai wordt. Dus zoek ik samen met Mike, die intussen ook is aangekomen een plekje in een park in de schaduw. 

Zo wachten we tot de restaurants open gaan. Het leven van een pelgrim is niet zo enerverend. In het restaurant is het heel erg gezellig, want er zitten ruim veertig pelgrims, waarvan ik een groot aantal al ken. De nacht is erg onrustig, want de snurkers galmen extra luid in deze kerk.

De volgende dag is het weer heel erg warm en het landschap is heel erg saai. Een lange rechte weg met heel armetierige boompjes er langs. Die zullen over tien of twintig jaar een fijne schaduw geven, maar nu versterken ze alleen maar de saaiheid. Voor me uit loopt een bekende gestalte en een uur later, als ik hem voorbij wandel, blijkt het de man uit Hengelo te zijn. We zien een wat steviger boompje en zoeken de schaduw op. Hij vertelt dat het voor hem een moeilijke onderneming is. Ten eerste is hij niet echt fit en verder heeft hij heimwee naar huis en naar zijn vrouw. Het is de eerste keer dat hij het iemand toevertrouwd en de tranen biggelen over zijn wangen. Over twee dagen zijn we in Leon en dan zal hij beslissen of hij verder gaat of de trein naar huis neemt. Ik beur hem op met de woorden dat hij al halverwege is en eventueel volgend jaar de tweede helft kan lopen. 

Naar later blijkt heeft hij dat ook gedaan, samen met zijn vrouw. Zij met de auto en hij te voet, waarbij ze elkaar elke avond in een hotel weer troffen. Prachtig toch. Zo loopt iedereen op zijn of haar eigen manier de Camino. Ik ontmoette ook een vrouw die alleen de leuke stukken liep en de rest per taxi aflegde en een groep Amerikanen die een bus hadden gehuurd die de bagage vervoerde en ze elke avond naar een luxe hotel bracht. Maar voor die man met één been op krukken had ik nog meer respect dan voor degene die op blote voeten liep of die ander op klompen.

De Meseta is en bleef saai, maar het hoort bij de Camino. Nog twee etappes tot Leon en het land daarachter is weer interessant en bergachtig. Even doorbijten dus.

Leon

Leon is een grote stad met mooie smalle straatjes, oude huizen, een gigantische kathedraal, leuke winkeltjes en veel terrasjes en restaurantjes. Er zijn een paar refugio's en ik vond onderdak in het nonnenklooster. Een prachtig gebouw met kruipdoor sluipdoor gangen en kamertjes. Ik had een eigen kamer ergens heel hoog in het gebouw en het kostte me moeite om de uitgang weer te vinden.

Als je andere pelgrims wilde ontmoeten was de cathedraal van Leon de ontmoetingsplaats. Hier ben ik wel naar binnen geweest en het versterkte mijn mening over de clerus van de katholieke kerk. Het is een enorm gebouw met een gigantisch vloeroppervlak en het dak is zo hoog dat het misschien wel voorbij de hemel gaat. Maar overal staan grote ijzeren hekken met zware doeken ervoor. Alle deuren in de hekken zaten op slot, ik heb er een stuk of vijf geprobeerd. De ruimte waar je kon komen was nog geen kwart van het totaal, de rest was niet toegankelijk voor de burgers, die er wel voor hadden gezorgd dat de kerk gebouwd was. Ze hadden er zweet en geld voor gelaten, maar ze mochten er niet in. Zelfs de pelgrims hadden er voor moeten lijden, want in de tijd dat deze kathedralen werden gebouwd moesten de pelgrims stenen naar de bouwplek sjouwen. En dat waren geen baksteentjes maar grote blokken natuursteen waar onder ze gebukt gingen. Voor mij hadden ze de clerus kunnen krijgen.

De zalf voor mijn voeten was bijna op en door achter m'n neus aan te lopen vond ik een winkel waar ze het zelfde merk verkochten. Dit keer nam ik er meteen maar twee mee, want het beviel zo goed en de vraag was of het in kleine stadjes ook verkrijgbaar was. Ook de binnenzooltjes van mijn schoenen hadden hun beste tijd gehad en ik ging op zoek naar een sportzaak waar ze wandelschoenen verkopen. 

Daar heb ik meteen naast zooltjes ook veters en sokken aangeschaft. De eigenaar van de winkel wilde weten hoe ik het op de Camino vond en onder het genot van een paar koppen koffie heb ik hem verteld wat mijn ervaringen waren. Gelukkig sprak hij goed Engels, want mijn Spaans is nihil en daar heb ik steeds vaker last van. Daarna vertelde hij dat hij op het punt stond ook een mooie wandeling te maken. Hij ging een week wandelen in de Picos de Europa, een heel steil en woest gebergte ten Noord-Oosten van Leon en met toppen boven de 2000 meter. Hij nodigde me uit om mee te gaan de Picos in. Helaas heb ik die uitnodiging afgeslagen, een beetje uit angst voor het gebergte en een beetje uit rigiditeit, want ik liep toch de Camino en dan moet je niet ineens wat anders gaan doen. Nu zou ik de uitnodiging met beide handen hebben aangenomen, want zo'n kans krijg je niet weer. En dan zou ik een weekje later verder zijn gegaan met de tocht naar Santiago. Nu vraag ik me nog steeds af hoe het geweest zou zijn.

De komende weken stond er een behoorlijk ruig en bergachtig gebied op het programma. Een mooie streek, veel boeiender dan de Meseta die achter me lag.

Wordt vast wel vervolgd.

 

Als je de andere delen wilt lezen geef dan "camino" als zoekopdracht.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.