Reisverslag Afrika Fictief

Door Jeffreyf16 gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

Ziehier mijn 'oefenreisverslag', erg leuk om te schrijven, maar ik denk uiteindelijk toch wel beter om echt te beleven :)

Wij zijn in november 2011 naar het Liuwa Plain National Park geweest. Wij hadden daar als taak de gnoes, die elk jaar in november vanuit Angola naar het National Park in Zambia lopen, te begeleiden en te ondersteunen, ervoor zorgen dat Lady Liuwa niks overkwam en het park, dat zeer belangrijk is voor de gebieden en de fauna eromheen, te onderhouden en te beschermen tegen de mensheid. We hadden niet de leiding, aangezien we met het WNF een project aangingen en het WNF dan de baas is en alles verzorgd.


Het park is zeer groot: met zijn 3660 vierkante kilometer zelfs enorm groot te noemen. Een vergelijking: het Beekhuizerzand bij Harderwijk doe je een dag over om overeen te lopen en dat is 200 hectare. Dit is velen malen groter. Het beste vervoersmiddel voor dit gebied is de helikopter of de jeep, wij gebruikten ze allebei. Het gebied ligt op de grens met Angola, wat hier onderaan te zien is. Wij zijn gegaan met het vliegtuig. Het park is vernoemd naar de enige leeuw, Liuwa, die de strooptochten van de mens overleefde. Men gaf de leeuwin een leeuw erbij en die zorgen nu voor nakomelingen, maar met de strooptochten van de mens is dat niet altijd gemakkelijk.

We werken in dit gebied voor het WNF. Het WNF heeft namelijk een project opgezet om de rivier te beschermen. Er leven miljoenen mensen van deze rivier en nog veel meer dieren. Ook probeert men de rivier schoon te houden, omdat de mens nog wel eens vervuilend wil zijn. Er worden stuwdammen in de rivier aangebracht en de dieren eromheen worden beschermd en verzorgd. Een onderdeel van het Zambezi-project is het onderhouden van het Liuwa Plain National park en dat is precies wat wij hier gaan doen.

Het begin

11 november 2011

De dag van de waarheid: we gaan vertrekken richting Zambia voor ons vrijwilligersproject. We pakken het vliegtuig. Hiermee gaat mijn ecologische voetafdruk van 3,8 naar 4,4, maar we doen het voor een beter milieu en een beter leven voor de dieren daar, dus dat geeft niet. Uiteraard vertraging op Schiphol, maar dat is standaard. Het is een paar uur vliegen. De komende weken zullen wij het vlakke Nederland niet meer zien. Na een korte vlucht naar Londen vertrekken we dan eindelijk naar Zambia. Ik hoop dat het land een beetje anders is dan Nederland, want daar doen we het natuurlijk ook een beetje voor. Ik hoop dat we veel flora en fauna gaan zien en natuurlijk dat we leuk werk te doen krijgen met wat actie ertussen.
Na de paar uur vliegen zijn we in Zambia, maar we moeten nog naar het National Park, dus daar gaan we in de jeeps. Het is flink warm vergeleken met ons koude kikkerlandje, gemiddeld 25 graden Celsius. Celsius. Het is intussen een uur later, dus het begint alweer avond te worden. Raar gevoel, een dag van 23 uur, NL UMT +1, Zambia UMT +2. We komen aan in het kamp, we eten wat en gaan slapen, want zo’n reis is erg vermoeiend.

12 november 2011


Dag twee. We gaan richting de staf van het kamp om ons voor te stellen en uitleg te krijgen wat we waar gaan doen en wanneer. De mensen kunnen goed Engels, op twee na, maar communiceren gaat dus prima. Ze geven ons een kaart van het park en een kaart van het gebied ernaast, het gebied in Angola. Het gebied in Angola is niet erg groot, maar wij zitten nu aan de oostkant van het Liuwa Park, dus we moeten alsnog met de helikopter. Dat gaan we dag drie doen, daar hebben we dus zin in. De helikopter is van het park, maar wordt ook gebruikt door het ziekenhuis even verderop, dus we worden al gewaarschuwd dat het misschien gecanceld ging worden. We krijgen wat te eten en de presentatie, want dat is het, gaat verder. We krijgen vreemd genoeg geen drinken. Iedereen in Nederland zo met een temperatuur van 33 graden meteen wat gaan drinken, de Zambianen niet. We krijgen uitleg waarom niet: er is maar 1 waterput in het hele dorpje, dus ze moeten zuinig omgaan met het water. We kijken elkaar aan: het wordt een zware tijd. Uiteindelijk is de presentatie afgelopen en we krijgen een rondritje om alvast te wennen aan het terrein. We zitten op een hoogte van ongeveer 500 meter en het is erg hobbelig in het midden van Afrika, dus veel asfalt vind je er niet. De jeeps komen uit de zestiende lijkt het wel, het is nog een wonder dat ze nog rijden. Tijdens de hobbelige rit voel ik wat regendruppels en ik zeg tegen de chauffeur dat het gaat regenen. De chauffeur bromt iets wat leek op: “Dan regent het de komende 4 maanden.” Ik moest denken aan de film Forrest Gump, wanneer hij in oorlog is en het begint te regenen en het niet meer ophoudt, maar gelukkig stopte het algauw weer met regenen. 
In de maanden november tot februari is het een soort moesson in dit tropische gebied. Er valt enorm veel regen in de maanden, maar dit is dan ook de belangrijkste maand voor de flora en fauna hier: alles komt tot leven als het begint te regenen. De gnoes, die wij gaan begeleiden, komen ook in beweging en lopen van Angola naar het National Park. De twee leeuwen in het gebied komen ook tot leven en dat maakt ze tegelijktertijd ook weer een prooi: er zijn veel mensen in dit gebied die Lady Liuwa wel boven de openhaard willen hebben. Onze taken worden ons dus wel duidelijk op deze dag.

13 november 2011


Dag drie. De dag begint zonnig en we gaan op pad. De helikopter was niet nodig voor het ziekenhuis, dus de vliegtocht begint. Na een paar uur vliegen, de helikopter ging niet zo snel, komen we aan bij een enorme waterbron, waar tienduizenden gnoes zich tegoed deden van de verkoeling. Ikzelf had ook wel zin in een duik en Jan stiekem ook wel, maar volgens de piloot konden we dat beter niet doen vanwege de krokodillen. “Welcome to Afrika,” zei Jan wijs.  Als klap op de vuurpijl zagen we dan ook dat een krokodil een aanval wilde doen op een gnoe, maar een andere gnoe zag het en liep weg, waardoor de prooi gealarmeerd was en snel wegliep.


Het lijkt erg simpel, gnoes verplaatsen. In sommige opzichten is dat ook wel zo: je bent een soort herder die met honden, in dit geval de jeeps, de gnoes verdrijft richting de goede plaats, aangezien je wilt dat de beesten in het National Park komen. Nu hebben gnoes over het algemeen een goed richtingsgevoel, maar als er gevaar is, willen ze nog wel eens de verkeerde kant uitlopen. Vandaag was onze taak om een klein tentenkampje op te zetten een paar kilometer verderop en de route alvast uit te stippelen. Jan wilde niet in een tent slapen, maar in een jeep, want hij vertrouwde de gnoes niet en hij wilde daarom meteen weg kunnen rijden. Einde van dag drie.

14 november 2011


Jan wordt wakker en zit niet een klein beetje, maar bijna geheel onder de muggenbulten. Slapen in de jeep doet hij de komende periode niet meer. Maar ja, in Afrika onder de blote hemel slapen is ook gewoon dom. We ontbijten, maar dan merken we iets raars: waar de kudde de vorige avond nog een paar kilometer weg was, was hij nu tientallen kilometers verderop. Gnoes doen dus niet aan slapen, was onze gedachte. Maar geen nood, we stapten in de jeeps en reden er vrolijk achteraan. Lady Liuwa hebben we nog steeds niet gezien. We komen weer aan bij de kudde en blijven deze rustig volgen. Dan gebeurt er iets raars: de helikopter die ons de vorige dag had afgezet, kwam nu weer aanvliegen. Er stapten mensen uit die zeiden dat ze met ons mee gingen reizen. Wat voor plannen ze hebben, is nog niet duidelijk. We volgen de kudde, die een beetje uitwijkt naar links en we wachten nu totdat de kudde rustig gaat slapen, voordat we zelf gaan slapen.


18 november 2011


Na een aantal dagen rustig de kudde gevolgd te hebben, gebeurt er op deze dag iets raars: wij zien Lady en Mister Liuwa, die een aanval doen op een van de gnoes. Ze weten op de een of andere door de prairie naar voren te tijgeren, samen, en een gnoe te grazen te nemen. Ze verslinden het beest met z’n tweeën en willen dan weer vertrekken, als de nieuwkomers van dag vier duidelijk maken waarvoor ze kwamen: ze willen Lady Liuwa verdoven en een zender geven, zodat ze haar kunnen volgen. Zonder toestemming te vragen springen ze uit de jeep en halen hun verdovingsgeweer te voorschijn, waarmee ze richting Mister en Lady Liuwa sluipen. Een welgemikt schot en een paar minuten later valt Liuwa verdoofd neer. De nieuwkomers lopen op de leeuwen af en pluggen een zendertje in de nek van de beesten, waarna ze weer gauw terugkomen. De gnoes zijn ondertussen weer gekalmeerd en zijn weer op pad, met eentje minder dan toen ze opstonden die ochtend.


25 november 2011


We komen er vandaag achter dat we een heel eind hebben omgelopen met de gnoes: we zijn niet naar het noordoosten, maar naar het noordwesten gegaan. Dit is niet zo’n ramp, maar nu wordt pas duidelijk wat een lastige klus gnoes drijven is: we moeten vandaag voor de eerste echte dag de gnoes de goede kant uit laten lopen. We doen dat met de twee jeeps en de helikopter, tenminste, dat is het plan. De helikopter wordt namelijk opgeroepen en we moeten het dus met twee jeeps doen. We hadden er niet zo’n goed gevoel over, maar we gingen ervoor. Het plan was als volgt: de ene jeep zou vanaf het noordwesten, dus vol tegen de gnoes in, aan komen rijden, de andere jeep zou vanuit het zuidwesten naar de kudde rijden en met een boog het zuiden afdekken. Het plan is duidelijk en simpel: veel kan er niet verkeerd gaan. Jan stapt in de ene jeep en ik bij de andere in en daar gaan we. Jan rijdt richting het zuiden voor de ‘aanval’ aan de zuidkant, wij rijden de kudde voorbij en gaan tegen de gnoes in.

We houden radiocontact en beginnen te rijden volgens plan. We naderen de kudde en de gnoes merken ons op en beginnen al om te draaien, als Jan via de radio roept: “Houston, we’ve got a problem! De motor is ermee gestopt!” Na een paar vloeken in onze jeep begrepen we dat we nu een groot probleem hadden: de gnoes waren al begonnen met lopen, van ons vandaan, en gingen nu regelrecht op Jan af, die ze weg zou moeten drijven. Het werd hopen en bijsturen. Na drie kwartier kwamen we, na de hele tijd stapvoets gereden te hebben, bij Jan aan. Zijn jeep was nog heel, de gnoes hadden hem niet aangevallen, zo bleek, maar het was wel duidelijk waarom de jeep was gestopt: de motor stond bijna op ontploffen, zo heet dat ie was. We konden dus weer van voor af aan beginnen.


26 november 2011


Vandaag kunnen we hetgene doen wat we gisteren hadden willen doen: de gnoes richting het noordoosten laten lopen. Na wat oponthoud kan nu de helikopter helpen. Dit scheelt een hoop. We houden hetzelfde plan aan als gisteren, alleen nu uit andere richtingen natuurlijk: Jan ging richting het zuiden om vanuit het zuiden aan te komen rijden en ikzelf vanuit het westen. De helikopter zou vanuit het zuidwesten komen en iets later aan komen vliegen, zodat de gnoes tijd hebben om zich om te draaien door de jeeps. Deze keer verloopt alles volgens plan en omdat we eerder begonnen zijn, is de motor ook niet oververhit. Aan het eind van de dag lopen de gnoes de goede kant op, maar ’s avonds begint het voor het eerst dat we zijn aangekomen te regenen. Nou ja, regenen, te hozen.


27 november 2011


Het regent vandaag zo hard, dat we er niet eens meer aan denken om de gnoes in de gaten te houden. De leeuwen mogen blij zijn dat ze gisteren zijn wezen jagen.


30 november 2011


Het regent nog steeds. Het papier van dit boekje is ook een beetje nat geworden. Vandaag is de zender actief geweest; de zender houdt de toestand van de leeuwen bij, zowel voor het lichaam, de organen, de fitheid en de temperatuur. Vandaag was de temperatuur een halve graad te laag bij de leeuwen en dit kan wijzen op onderkoeling, dus we moesten op pad. Door middel van de zender komen we bij de leeuwen aan. Ze blijken doorweekt. De onbekenden, die Heinrich en Bob heten, verdoven de beide leeuwen weer met hun geweer en onderzoeken de leeuwen. Ze blijken dus geheel doorweekt te zijn. De twee dierenartsen drogen de leeuwen af in de jeeps en geven ze nog snel een sterk infuus, zodat ze weer verder kunnen. Nu moeten we wachten totdat de leeuwen weer wakker worden, aangezien ze drie uur onder narcose waren. De leeuwen zijn niet de enige jaagdieren hier, dus we moeten ze in de gaten houden. Jan gaat ondertussen op weg naar de gnoes om te kijken waar ze zijn. Uiteindelijk worden de leeuwen zonder problemen wakker en we zoeken de gnoes weer op, om ons kamp weer op te gaan slaan.


3 december 2011


Het regent nu al meer dan een week en nu snap ik dan ook eindelijk de waarschuwing van het WNF om in ieder geval meer dan 1 regenpak mee te nemen. Maar de gnoes denken niet na over het weer, ze lopen iedere dag vrolijk verder, dus wij blijven volgen. En geheel wonderbaarlijk: het blijkt uiteindelijk dat we nog maar 40 kilometer van het National Park afzitten. Een afstand die op 1 dag te lopen is, met goed weer. Maar op deze 3 december wordt geen dag om de cadeautjes voor sinterklaas in te pakken: dat doen we morgen maar. Door de grote hoeveelheid regen zijn er verschillende beekjes ontstaan. We zitten nu dus vast op een soort eiland, aangezien er achter ons ook al beekjes zijn ontstaan. En dit zijn geen beekjes waar je zo even doorheen waadt: zelfs de gnoes zijn gestopt. Maar we kunnen niet met de gnoes op 1 eiland zitten, dat is te gevaarlijk. Dus we moeten of met volle vaart door zo’n wadi heenrijden, of een brug bouwen. Wij, avonturiers, gaan voor het eerste. We zoeken een geschikte plaats en Bob, de dierenarts, waadt er doorheen. Hij komt tot net boven zijn navel in het water te staan, maar het is daar smal, dus het moet kunnen. Als we vast komen te zitten, zijn we zwaar de sigaar, want dan wordt alles nat. We maken touwen vast en gaan ervoor. De eerste jeep gaat met zo’n 60 kilometer per uur door de wadi, lijkt even vast te lopen, maar rijdt dan vol door. De tweede jeep bevestigen we aan de eerste met een touw, zodat de jeeps elkaar trekken. De gids kruipt achter het stuur van de tweede jeep, Heinrich van de eerste. De tweede jeep lijkt ook even vast te lopen, rijdt dan door, maar valt dan met de voorkant naar voren in een poel. Het touw blijkt dus nodig en snel ook. Snel wordt de tweede jeep uit het water getrokken en we zijn veilig.


4 december 2011


De beekjes worden niet minder klein, want de regen stopt niet. De gnoes hebben intussen een oversteekplaats gevonden en lopen moedig door. Het lukt ons ook om met de gnoes mee te gaan, maar dan krijgen we een melding van de zender. We kunnen onmogelijk met de jeeps naar de leeuwen, dus de helikopter wordt gebeld en die neemt Heinrich en Bob mee. Het blijkt achteraf dat de leeuwen hadden geprobeerd een groot dier te vermoorden, maar die had zich kranig verweerd en Lady Liuwa een flinke klap verkocht, waardoor ze bewusteloos was en de zender afging. Bob en Heinrich gaven de leeuwen wat te eten en kwamen weer terug.


5 december 2011


Vandaag vieren we met de club sinterklaas. Helaas waren er geen pepernoten, maar de helikopter bracht toch wat cadeautjes. Jan kreeg een mini jeep, ik een beeldje van Lady Liuwa. Vandaag lijkt het er zelfs even op dat het droog wordt, maar nadat het een klein kwartier droog was, begon het weer te miezeren. Het is nog altijd beter dan de regen van de afgelopen dagen, maar het blijft vervelend. Vandaag hoeven we nog maar 5 kilometer hemelsbreed naar het kamp te gaan, maar we nemen uiteraard een omweg. We komen uit bij een klein bos en daar gebeurt iets raars: de gids merkt dat er een extra pad is in het bos. Er lijkt voor ons, mensen die het gebied niet goed kennen, niks aan de hand, maar de gids rook onraad. We doken dan ook meteen het bos in. En er was iets verkeerd, dat was duidelijk. Er hadden mensen de afgelopen dagen hier het halve bos gekapt, leek het wel. Niet met de hand, want de bomen lagen netjes opgestapeld. Maar bos kappen mag hier niet en er is dan ook geen export van hout, dus de kans dat ze daarom de bomen hebben gekapt is klein. Dan valt onze gids iets op: de modderpoel was bijna helemaal leeggehaald en ernaast uitgesmeerd. Dit bewees iets voor hem; voor ons was nog steeds niets duidelijk. Maar deze informatie was genoeg voor de gids: hij had een vermoeden. Hij zei namelijk: “Weer die opportunisten!” Langzaamaan begreep ik het: het waren mensen geweest, die op zoek waren naar diamanten. Diamanten worden vaak gevonden in water, zo niet in het bos, in dit gebied. Door de grote hoeveelheid regen van de afgelopen dagen waren er grote hoeveelheden grond meegesleurd en blijkbaar was dit een eindpunt van een stroom. Er komt dan een rijke man met een machine en die zeeft het water op zoek naar diamanten. Maar hierbij heeft hij wel het halve bos kapot gemaakt, iets wat je niet moet doen in dit gebied. De gids begint meteen te bellen met het hoofdkwartier van WNF in dit gebied. De WNF is zeer actief op dit gebied en kan ook veel. Ze gaan nu op zoek naar mensen met onbewerkte diamanten en ondervragen die, in samenwerking met juweliers en de politie. Als de dader wordt gepakt…


6 december 2011


Vandaag komen we aan in het park. Niet dat we ineens een bordje tegenkwamen, maar we kwamen zo dichtbij het beginkamp dat we er naartoe konden. We hebben de gnoes dus goed afgeleverd, eentje minder dan toen we vertrokken, maar dat is de natuur. De zenders van de leeuwen worden in het kamp achtergelaten, anderen gaan er nu op letten. Voor Bob en Heinrich zit het er op: ze pakken meteen het vliegtuig terug. Maar Jan en ik hebben nog niet alles gedaan: we zijn nog niet bij de Zambezirivier geweest. De volgende dag nemen we dan ook de helikopter en we vliegen erheen en bekijken het gebied. We bekijken ook nog eens het gebied waar we de afgelopen weken hebben rondgereden: het ziet er zo vredig en klein uit vanuit de helikopter. We vliegen terug en we beginnen met de spullen in te pakken, morgen gaan we weer naar huis.


7 december 2011


De dag van de terugtocht. We bedanken de staf, geven ze nog een afscheidsfoto en we gaan richting het vliegveld. Horloge weer vooruit, ecologische voetafdruk weer omhoog. Jan had uitgerekend dat die van 3,8 naar 4,4 naar 2,1 naar 3,8 is gegaan tijdens deze geslaagde reis.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik hoop voor je dat je de volgende als echt reisverslag mag schrijven.