Oorlog in Toscane

Door Hanstao gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Het leven in Toscane is niet altijd altijd idyllisch. Zeker niet met alternatieve Germanen in je omgeving...

Vlak voor mijn definitieve vertrek naar een echt leuk land verkocht ik mijn geliefde stulpje op het Toscaanse platteland. Het afscheid van dit idyllische plekje was de enige reden dat ik met een brok in de keel en een traantje in het oog een punt zette achter mijn te langdurige verblijf in het zogenoemde ‘bella Italia’, lustoord voor gepommeerde pizzabakkers, tweederangs acteurs en andere geboren bedriegers.

U kent Toscane natuurlijk en dus zult u me wel niet begrijpen. Het is immers een toeristische trekpleister, met Siena, Florence, Pisa en Lucca als aandachttrekkers. Dat gebied echtter, en zeker in het gedeelte wat de Chianti-streek wordt genoemd, kenmerkt zich door met behulp van een loep in het gelid geslagen cypressen, tot vakantieverblijven omgebouwde landhuizen en gazons waar geen grassprietje ontkomt aan met fluwelen handschoenen gehanteerde tuinscharen.

Kortom, daar woonde ik dus niet. Mijn paleisje, een omgebouwde varkensstal, was gesitueerd in wat de vermogende Britse kolonialen uit de Chianti-streek misprijzend ‘poor man’s Tuscany’ noemden. Waar zich dat precies bevindt vertel ik niet, want een eerdere prijzende loftuiting in verkeerd gezelschap over de schoonheid en rust van dit nog niet door het massa-toerisme verkrachte deel van Toscane was er mede de oorzaak van dat een Nederlands reisbureau er poolshoogte ging nemen. Gevolg: een Nederlandse invasie in het hoogseizoen, iedere week een buslading vol.

Natuurlijk gunde ik die mensen hun vakantieplezier, maar ik zie m’n landgenoten liever per stuk dan per tien- of honderdtal in m’ n directe omgeving. Misschien kent u het gevoel: een mooi plekje gevonden en plotseling is dat niet meer van jou alleen. En m’n situatie was in dat opzicht reeds verre van ideaal. In de jaren voordat ik m’n plekje bemachtigde was de streek al slachtoffer geworden van een weliswaar niet massale maar toch vrij heftige Duitse invasie. Die zijn ERG! Om te beginnen praten ze Duits. Goed, dat is een aangeboren afwijking. Maar het resultaat voor een Nederlander die met enig accent Italiaans brabbelt is dat hij of zij door de vriendelijke autochtonen onmiddellijk voor Duitser wordt aangezien.

Nou is ook dat geen onoverkomelijk bezwaar. Ware het niet dat het type Duitsers dat in mijn buurt op huizenjacht en vakantie ging tot de progressieve broederschap behoort. Kent u ze? Ze bewegen zich voort in Volkswagenbusjes met zo’n zonnetje erop om aan te geven dat de passagiers errug tegen Atomenergie zijn. Elk zomerseizoen was het weer prijs: de serene rust in mijn valleitje ‘s avonds laat aan stukken gescheurd door hordes alternatieve Germanen die hun luidkeelse loftuitingen op de prachtige natuur gepaard lieten gaan met godvergeten geroffel op Tibetaanse gebedstrommeltjes, balkende blokfluiten en manische mishandeling van gitaarsnaren.

Deze natuurgenieters kregen hun ruimte van een architect auch aus der Heimat met te veel geld, te veel land en een te groot huis. Gerd of Johann, ik wil z’n naam maar niet op papier of over de tong krijgen, was zo dol op de natuur dat hij Italianen haatte omdat ze volgens hem eerste klas natuurvernietigers en rotzooimakers zijn. Toen hij telefoon naar zijn riante onderkomen liet aanleggen eiste hij van Telekom Italia een ondergrondse lijn. Die palen met die draden eraan, nou dat was toch geweldig horizonvervuilend. Telekom Italia vond het best.

Tegen betaling van duizenden euro’s (ein bischen Teuer hier in Italia, naja) werden de draden van de telefoonpalen op het land van z’n buren ondergronds naar zijn huis geleid. Zo had mijn Duitse buurman een ongestoorde blik op de ondergaande zon en andere prachtige vergezichten. Maar arme ik wilde ook telefoon en de draden die mijn contact met de buitenwereld moesten geleiden moesten gehangen aan de overgebleven palen op zijn land. Of ik ze niet onder de grond wilde hebben dan konden die palen ook weg. Nein, zei ik, met de toevoeging dat ik principieel voor conservering en schoonheid van het Italiaanse landschap was. Immers, telefoonlijnen op houten palen zijn volgens mij sinds Bell de telefoon liet rinkelen een visuele karakteristiek van het plattelandsleven geworden.

Uiteraard voelde ik er in werkelijkheid geen bal voor om de flappentap open te draaien voor de kostbare aanleg van een ondergronds netwerk. Maar Gerd en gemalin Gertrude hielden vol: desnoods wilden ze een kleine bijdrage leveren om het prijsverschil tussen boven- en ondergronds te verzachten, maar daar hield het ook mee op. Ze ergerden zich gek aan die dwarse kaaskop. ,,Ik heb me gek betaald en dan zit ik straks tegen jouw palen en draden aan te kijken,’’ zei de Duitser. Ondertussen had hij waarschijnlijk bij zijn Telekom-vriendjes met Duitse euro’s gestrooid, want mijn aanvraag voor een (bovengrondse) telefoonverbinding bleek onvindbaar. Wel was de telefoonmaatschappij zo slim om de palen te laten staan, waarschijnlijk uit angst dat een proces kon volgen of ondergorndse aanleg op hun kosten. Zo is er een patstelling gekomen. Ik kreeg nooit telefoon, hunnie bleven met de palen in hun ogen zitten.

De ‘oorlog’ Duitsland-Nederland was uiteraard geruime tijd een dankbaar onderwerp voor roddels in een dorp waar werkelijk niets gebeurt. Lekker belangrijk toch? Ach, ik heb me communicabel gemaakt met een mobieltje. Maar toen ik voor de laatste keer naar die draadloze palen keek fluisterde er wel een sarcastisch stemmtje in m’n oor: hadden ‘ze’ destijds je moeders fiets maar niet moeten stelen.

Reacties (5) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
De strijd tussen de Hollander en de Duitser zal er altijd blijven bestaan.
Mooi verhaal.
Pork de DUIM.
DRIMPELS zijn als dromen in het water.
@Ingrid, je moest eens weten waar ik nu zit! @Cor, ik heb nog een artikeltje over fanatiek Italiaans links in de molen. Kan vast verklappen dat die naadloos in één bed passen met eco-Duitsers, Mussolini revisited als het ware. Niettemin @P1eter, het is wel een verhaal met een knipoog hoor, ik had ook een hele aardige Duitse buurman!
Lang leve de mobiel en toch wel jammer, afgezien misschien van de buurman, dat je dat idyllische plekje hebt verlaten.
Duitsers hebben de neiging om altijd maar weer te veranderen in een fanatieke nazi, wanneer ze een bepaald ideaal koesteren. Ik had ooit een keer een Duits/Nederlands echtpaar in een groep die ik begeleidde op een reis door Midden-Amerika. Ze woonden in een Duitse eco-commune in het Zwarte Woud. Toen ze tijdens een bezoek aan een Guatemalteeks Maya dorp zagen dat daar door de Maya's Coca Cola gedronken werd raakte Gertrude verstrikt in een aanval van dolle woede en begon de stoicijnce dorpbewoners uit te schelden voor maniakale kapitalisten.
Hans, wanneer je teveel van dit soort eco-nazi's tegenkomt krijg je de neiging om de 'Asfalteer Alles Partij' op te richten.

Hilarisch artikel.
Nederland-Duitsland: het zal altijd wel oorlog blijven.
Maar ik begrijp je volkomen. Ik heb jarengeleden een vakantiehuisje in Massarosa gehad. Heerlijk niet toeristisch, of de tijd had stilgestaan. Zo'n irritante Duitser had ik daar ook niet graag ontmoet.