Over reizen in Belize; de Hopkins kronieken...

Door Cor-verhoef gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Reizen in Belize gaf mij vaak het gevoel te zijn beland in het diepe Zuiden van de VS in de jaren 30 van de vorige eeuw.

De stoffige wegen die zich door het spaarzaam bevolkte vlakke land slingeren. Houten huizen waar oude creolen met verweerde strohoeden in lome schommelstoelen op de veranda over Afrika dromen. Stokoude Dodge trucks met ronde vrouwelijke vormen die in een slakkegangetje aan je voorbij rijden met een rits kinderen met bestofte gezichten en fijngeknepen ogen tegen de laagstaande zon in de laadbak. Nondescripte scheefgezakte houten bouwseltjes met een uithangbord “COOL SPOT”, het paste allemaal in het beeld dat ik had van het door de crisisjaren geteisterde Zuiden van Amerika. Alleen de palmen en mangobomen hadden zichzelf uitgenodigd en verwrongen het beeld enigszins

   Negorij "Little Creek" aan de Hummingbird Highway, de ietwat geflatteerde naam voor een zandpad

Liften is de beste manier om door het binnenland van Belize te reizen. Er rijden zo weinig auto’s dat, wanneer je eindelijk een stofwolk aan de horizon ziet en er een oude pick-up aan komt pruttelen, je altijd meegenomen wordt. Door een Mennonietenfamilie bijvoorbeeld.

De truck komt piepend tot stilstand en de bestuurden, met een kolossale diepbruinverbrande arm leunend uit het opengedraaide raampje vraagt:

“Donde vas?”

“A la costa” (naar de kust).


Dit mennonietengezin, met vijf kinderen achterin en een wellicht zwangere vrouw naast de robuuste bestuurder, zijn van oorsprong Mexicaanse Mennonieten en spreken naast Plattdeutsch, gewoonlijk Spaans met vreemden.

 

“De donde eres?”


“Holanda”

 

Er krult langzaam een glimlach om de mond van dit godvruchtige werkpaard. “Niederlande!!? De vrome reus gaat meteen enthusiast over in Plattdeutsch tegen zijn vrouw terwijl hij met zijn vlakke hand een paar keiharde klappen op het portier geeft, dat al een aantal deuken vertoont, wellicht getuigen van ontmoetingen met andere Nederlandse lifters. Hij geeft ons een knipoog en met een korte achterwaardse ruk van zijn hoofd geeft hij aan dat we in de laadbak kunnen klauteren. Is het geen Ruud Gullit dan is het wel Menno Simonsch, de Friese stichter van de eerste Mennonietenbeweging, die garant staat voor een warm welkom van Nederlanders in de vreemde.

We werden afgezet bij een afsplitsing waar een smalle onverharde weg naar Hopkins leidde, een Garifuna dorp aan de Caribische zee.

 Belize ligt in Centraal-Amerika en kijkt uit over de Caribische Zee en heeft Mexico en Guatemala als buren.

Er zijn vele manieren om Hopkins, een vissersdorp bevolkt door Garifuna’s aan de Caribische kust van het Centraal Amerikaanse landje Belize, te beschrijven. “Paradijselijk”, hoewel het een finaal uitgewoond bijvoegelijk naamwoord is, kun je toch niet omheen. Tenminste, zolang je van plekken houdt waar absoluut niets te beleven valt. Waar geen restaurants, hotels, banken, souvenirwinkels, strandstoelen, politieagenten, auto’s, jet-skis, hoeren, pooiers, parasailing, time-share condo’s, en beautysalons zijn, maar wel veel loslopende honden, hanen, en kippen, een genereus aantal lekke vissersboten, een handvol door de elementen aangevreten houten krotten die als supermarkt dienen en duizend extreem vriendelijke dorpelingen…

                                                                           Whot's up mon!

Toen Leon, mijn reisgenoot op mijn eerste bezoek aan het dorpje, en ik het dorp binnen kwamen lopen, werden we begroet door een tiental griezelig uitgelaten kinderen die aan onze armen begonnen te trekken, al joelend en where are you frommend.

“Volgens mij willen ze ons iets laten zien” zei Leon terwijl hij een kereltje van een jaar of zes dat op zijn rug was geklommen van zich af probeerde te schudden.

“Ik vind het best”, antwoordde ik, “zolang het maar geen lijk is”. Meegesleurd door de kindercolonne kwamen we terecht bij het huis van Timothea, een houten bouwwerk dat tegen de lucht leek aan te leunen.

Timothea was een enorme negerin met bovenarmen zo dik als een gemiddeld bovenbeen, een strooien hoed als een satelietschotel en een zonnebril met vlindermontuur uit de jaren zestig. Haar leeftijd was, zoals bij alle blauwzwarte negerinnen en negers, moeilijk te schatten, maar haar man, Jopie, die er nogal verfomfaaid uitzag van het jarenlange nietsdoen, was overduidelijk bejaard, dus Timothea moest ergens tussen de zestig en tachtig zijn.

 

Timothea zou de daarop volgende weken uitgroeien tot onze kokkin, moeder, grootmoeder, zus, psychiater, arts, waarzegster, meteorologe en dominee. In haar huis werd niet gevloekt.

Bij Timothea aten we, bij Kent sliepen we. Dezelfde rits kinderen bracht ons naar deze wereldberoemde visser, landbouwer, bareigenaar en kinderverwekker. Kent was, en is denk ik, een van de meest zachtaardige mensen die ik ooit ontmoet heb. Ruim twee meter, twee tanden, fier overeind staand in de onderkaak en een paar zwarte ogen die sterren schoten tijdens zijn talrijke bulderende lachsalvo’s.

Kent had negen kinderen bij zijn vrouw, Ginee, haast even dik als Timothea en in dentaal opzicht het negatief van Kent, aangezien zij de twee tanden miste die Kent nog overhad. Verder had Kent nog een onbekend aantal ander kroost, verwekt bij andere vrouwen, rondlopen in Belize en de VS.

Ik vroeg me laatst af, al mijmerend , hoe Nederland er vandaag de dag eruit zou zien wanneer Geert Wilders zijn jonge jaren in dit verleidelijke vissersoord aan een woeste Caribische kustlijn zou hebben doorgebracht, in plaats van in een Israelische Mosjav. Zou het een mildere inborst in hem gekweekt hebben? We zullen het nooit weten…

We gingen op jacht. Met Kent en zijn 12-jarige zoon Joshua. De Garifuna steken behalve veel tijd in vissen en landbouwen ook nogal wat uurtjes in jagen, wanneer het menu iets anders behoeft dan vis of kip. Kent had een roestig dubbelloops geweer op zijn machtige schouders en Joshua frommelde wat steentjes in zijn broekzak, de munitie voor zijn “one shot-one kill-one-iguana-slingshot”. De jacht kon beginnen.

 

Ik zal U, trouwe lezer, de details besparen van deze jachtpartij. Humoristische anecdote blijft wel dat Kent de schrijver van dit niemendallige blogje bijna voor zijn kloten schoot, toen hij een Gibnut, een soort knaagdier, naar een andere wereld (een maag) wilde helpen, en Joshua, die veel succesvoller was met zijn katapult, me liet zien hoe je een bewusteloze iguana in de boeien kunt slaan:

Men trekke een der nagels van de iguana ver uit (die nagel zit aan een lange rekbare pees)

Men trekke een der nagels van de andere poot ver uit (die zit aan een evenlange pees)

Men legge beide achterpoten op de rug van de iguana en legge een knoop in beide pezen. De iguana is gekneveld, levend en gaat dus niet stinken voordat hij (of zij, daar wil ik vanaf wezen) in de pot verdwijnt. Iguana smaakt, zoals andere vele ander reptielen, zoals de slang, kameleon en krokodil, naar kip.

De kip heeft, wanneer je erover nadenkt, eigenlijk geen bestaansrecht met zoveel concurentie…Wanneer je nog verder nadenkt, dan zou het niet eens ondenkbaar zijn dat Wilders, mits hij zijn jonge jaren in Hopkins doorgebracht zou hebben, vele jaren later de Partij voor de Dieren opgericht zou kunnen hebben.


Sorry, ik draaf door.

 

Vermoeid maar voldaan keerden de jagers terug met de buit: tien kilo sinaasappels en twee iguana’s. De sinaasappels kwamen van de plantage van Kent en hadden zich zonder protest, enigszins lusteloos laten plukken. Die avond was het “Nine Night”, het feest der doden. Wanneer er iemand in het dorp overlijdt, vieren de Garifuna’s een feestje. Iets wat wij Nederlanders heimelijk ook weleens doen…

                                                                  Hey, we're just takin' it easy

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ja hoor... genietuhhhh je kunt het Cor...
Het was weer leuk even met je mee te reizen! Wat leuk dat vergelijk in het begin van het artikel... jaren 30 vorige eeuw... en van het iguana?s verhaal gaan mijn haren overeind staan. Goed geschreven en graag gelezen. Duim