Op volwassen leeftijd ontdekken dat je Adhd hebt

Door SeeTekst gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

SeeTekst interviewde Miriam, die op latere leeftijd ontdekte dat ze ADHD heeft.

Mirjam ontdekte vorig jaar dat ze ADHD heeft

‘Mijn leven is echt in positieve zin veranderd’

Toen Mirjam (27) een jaar geleden te horen kreeg dat ze ADHD heeft, was dat voor haar een enorme opluchting. ‘Ik dacht: zie je wel, ik kan er niets aan doen dat ik ben zo ik ben.’  Jarenlang leefde ze met het onbestemde gevoel dat er meer met haar aan de hand moest zijn, dat ze niet ‘gewoon’ druk was. Na haar diagnose kreeg Mirjam medicijnen en dat veranderde haar leven in positieve zin. 

‘Waar ik heel bang voor was toen ik met de medicijnen begon, was dat ik zou veranderen. Ik wist van te voren niet hoe ik op die medicijnen zou reageren. Ik was bang dat ik niet in de gaten zou hebben als ik zou veranderen, maar gelukkig ben ik mezelf gebleven. Dat voelde ik en dat werd bevestigd door de mensen om me heen. In het begin veranderde er niets, maar na een paar weken merkte ik dat ik rustiger werd. Niet zozeer in mijn doen en laten, maar in mijn hoofd. Simpele dagelijkse dingen zoals gaan werken, boodschappen doen en eten koken kon ik beter plannen. Als het niet allemaal precies gebeurde zoals ik gepland had, kon ik dat relativeren en er mee omgaan. Voorheen raakte ik nog wel eens in paniek als dingen niet gingen zoals ik wilde. Nu kon ik structuur aanbrengen in mijn leven, een flexibele structuur en dat gaf me heel veel rust. Toen ik begon met de medicijnen, ben ik gelijktijdig onder behandeling geweest van een Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige. Ik was mijn hele leven ‘druk’ geweest en met alleen medicijnen konden mijn problemen niet allemaal in één keer opgelost worden. Tijdens de behandeling leerde ik omgaan met de problemen waar ik zo vaak tegenaan was gelopen. Ik moest leren omgaan met de ‘rustige’ Mirjam. Zo leerde ik hoe ik een gesprek kon voeren, zonder boos te worden als het gesprek niet helemaal verliep zoals ik dat wilde. Ik had nu immers de rust en het relativeringsvermogen om niet meteen uit mijn vel te springen, maar hoe ik het gesprek dan aan moest pakken, had ik nooit geleerd. Dat was nooit aan de orde geweest. Ook liet ze me inzien dat als mensen mij niet begrepen ik niet boos op hen moest worden, maar het om moest draaien, dus dat ik hen moest vragen wat ze dan niet begrepen. Ik leerde communiceren op een normale manier en dat is heel belangrijk geweest in het proces. Ook ging ik wekelijks naar een psycholoog. Daar werd steeds mijn hartslag, bloeddruk en gewicht gemeten. Zo werd het effect van de medicijnen op mijn lichaam ook in de gaten gehouden. Al snel hoefde ik maar één keer per maand te komen en nu krijg ik mijn medicijnen gewoon via de huisarts. Ik gebruik nu een jaar Ritalin, speciale medicijnen voor mensen met ADHD, en mijn familie en vrienden zeggen allemaal dat ik nog steeds gewoon Mirjam ben, alleen rustiger en vooral prettiger in de omgang. Dat ik nu de touwtjes van mijn eigen leven in handen heb is echt geweldig. Vroeger kregen anderen niet de kans om iets te zeggen als ik er bij was. Nu kan ik ook luisteren naar wat anderen te vertellen hebben. Als ik nu ruzie dreig te krijgen met mijn vriend Jan, dan kunnen we er rustig over praten. Mijn leven is echt in positieve zin veranderd.’

Druk kind
‘Toen ik zes jaar was is mijn moeder met me naar de huisarts geweest. Ik was een heel druk kind, maar wat vooral zo opviel was dat ik anders was dan mijn broertje en zusje. De huisarts zei dat je nu eenmaal rustige en drukke kinderen hebt en daar moest mijn moeder het mee doen. Ik had soms woede-uitbarstingen waarbij ik helemaal door het lint ging, maar waar ik me dan later zelf niets meer van kon herinneren. Lief spelen met mijn broertje en zusje was er niet bij, dat liep vrijwel altijd binnen vijf minuten uit op ruzie. Want we moesten altijd de spelletjes doen die ik wilde doen. Zo niet, dan was het ruzie. Aan tafel had ik het woord en als iemand anders iets wilde zeggen werd ik kwaad. Mijn ouders zeggen nog steeds dat ik als kind echt onhandelbaar was. Ze wisten niet wat ze met me aan moesten en daarom werd ik soms behoorlijk streng aangepakt. Strenger dan mijn broertje en zusje, want de zachte aanpak had bij mij totaal geen effect. Die strengere aanpak is eigenlijk niet goed geweest, maar ik begrijp het wel. Mijn ouders zagen geen andere oplossing, er was gewoon geen land met me te bezeilen. Zelf had ik toen nog helemaal geen last van mijn drukke gedrag. Als kind was ik daar natuurlijk helemaal niet mee bezig. Hoewel ik er op het moment dat ik naar de middelbare school ging nog niet echt bij stil stond, zijn de problemen toen begonnen. Ik kon me totaal niet concentreren. Overal was ik mee bezig, behalve met leren. Als er bij wijze van spreken een vlieg in de klas rondvloog, zag ik alleen die vlieg nog. Als er buiten iemand voorbij liep, was mijn aandacht daar op gericht. Volgens de Cito-toets kon in naar de HAVO of het VWO, maar na de brugklas stroomde ik door naar 2 MAVO. Huiswerk maken kon ik gewoon niet. Ik kon het niet opbrengen om een half uur of laat staan langer stil te zitten. Op de MAVO hoefde ik amper iets te doen, omdat ik ook zonder te leren goede cijfers haalde. Als ik maar naar de lessen ging, dan wist ik het allemaal wel. Je hoort vaak dat kinderen met ADHD blijven zitten, maar ik dus niet, omdat ik eigenlijk onder mijn niveau aan het leren was.’

Relaties
‘In relaties met vriendinnen en vriendjes liep ik ook tegen problemen aan. Ik was altijd een heel aanwezig persoon. De keren dat er tegen mij is gezegd ‘Mirjam, doe even rustig’, zijn niet op één hand te tellen. Daar werd ik af en toe helemaal gek van. Maar ook onzeker. Ik ging aan mezelf twijfelen. Soms vond ik dat mensen me maar moesten nemen zoals ik was, maar andere keren dacht ik dat het misschien allemaal aan mij lag, dat ik anders was dan anderen. Meestal hielpen die opmerkingen overigens wel. Dat is ook altijd mijn grootste probleem geweest, dat ik mijn eigen grenzen niet kon stellen. Mijn ouders, vrienden en vriendjes hebben die grenzen altijd voor mij moeten stellen. Niet voor niets ben ik op mijn 17de het huis uitgegaan. Ik kon een interne zorgopleiding gaan volgen en dat was een verademing. Voor mij, maar vooral ook voor mijn ouders. Ik was puber, maar dan nog tien keer erger. Dat heeft een behoorlijke druk op ons gezin gelegd. Menig gezellig familie uitje of vakantie werd door mijn gedrag verpest. Als iedereen enthousiast was om te gaan zwemmen, dan had ik daar geen zin in. Als iedereen een patatje met wilde, wilde ik liever een broodje kaas. Altijd dwars zijn, mijn zin doordrammen, zonder rekening te houden met een ander. Wat ik wilde, moest gebeuren en anders was het ruzie. Achteraf voelde ik me dan zo rot, want dan besefte ik dat ik misschien wel iets te veel mijn zin had doorgedreven. Of ik kreeg mijn zin niet en dan had je helemaal de poppen aan het dansen. Elke keer als zoiets gebeurde nam ik mezelf voor om het een volgende keer anders te doen, maar dat lukte me gewoon niet. Als de situatie zich weer voordeed, kon ik het op dat moment niet relativeren en liep het altijd weer op ruzie uit. Op zulke momenten was ik totaal niet voor rede vatbaar. Erover praten was geen optie en dus maakte ik dan weer ruzie. Die vicieuze cirkel kon ik niet doorbreken. Ook in relaties is dat vaak een breekpunt geweest. Problemen niet uitpraten, maar er ruzie over maken. Die ruzies konden soms echt over de meest onbelangrijke dingen gaan. Als ik vond dat de kopjes links en de schoteltjes rechts moesten staan, dan was dat zo. Als mijn vriend het dan niet deed zoals ik wilde, werd ik kwaad. Argumenten waarom het ook anders kon wilde ik niet horen. Ik wilde het zo en dus gebeurde het ook zo. Door zo erg vast te houden aan mijn eigen wil, liep ik elke keer weer vast. Moe was ik, doodmoe. Want ook ’s nachts kreeg ik niet de rust die ik zo hard nodig had. Als ik ’s morgens wakker werd, was ik altijd nog doodop. Ik droomde heel heftig en in mijn hoofd ging ’s nachts alles gewoon door. Doorgaan, doorgaan, doorgaan. Altijd.’

Opluchting
‘Dezelfde problemen volgden elkaar keer op keer op. Mijn relatie was uit, ik ging beginnen aan een nieuwe baan en dit keer wilde ik het allemaal anders doen, ik wilde het goed doen. Maar ik wist dat ik dat niet alleen kon. In mijn nieuwe baan zou ik ook veel moeten gaan plannen, iets wat me niet eens in mijn eigen leven lukte, dus laat staat in mijn baan. Ik was toen al erg bezig met de vraag of er misschien toch meer met me aan de hand zou kunnen zijn. En ik wilde die baan zo ontzettend graag, het zou echt een geweldige nieuwe uitdaging voor me zijn. Ik wilde deze kans niet verpesten. Mede daarom wilde ik bevestigd krijgen wat ik diep van binnen eigenlijk altijd al heb geweten. Maar op de één of andere manier kon ik het toch nooit echt benoemen. Nu wilde ik zekerheid. Ik ben naar de huisarts gegaan en heb gevraagd of onderzocht kon worden of ik misschien ADHD had. Na een aantal tests bleek inderdaad dat ik dat had en dat was zo’n enorme opluchting. Ik was blij, blij omdat het niet aan mij lag en dat mijn gedrag nu te verklaren was. Alle puzzelstukjes vielen op z’n plek. Tegelijkertijd was er opnieuw de twijfel. Ik wist nu wel dat ik ADHD had, maar wat nu? Ik ben bij een psychiater geweest en later bij een psycholoog en daar kreeg ik pas echt te horen wat het inhoudt om ADHD te hebben. Want ADHD is niet alleen maar druk zijn. Ik snapte nu ook waarom ik me op school nooit had kunnen concentreren. Waarom ik soms dubbele afspraken maakte en waarom ik zo vaak een miskoop had met winkelen. Al die dingen vielen op hun plek, maar als ze benoemd worden, als je ermee geconfronteerd wordt, heb je toch de neiging om het te gaan ontkennen. Gelukkig heeft die fase bij mij maar heel even geduurd.’

Vast ritme
‘Het idee dat ik mijn hele leven medicijnen zou moeten slikken, vond ik in het begin best moeilijk. Ik heb er veel met mijn vriend Jan over gepraat. Hij heeft me enorm gesteund. Toen ik eenmaal was begonnen, werd het al snel een gewoonte en nu denk ik er niet eens meer bij na. Ik kan me nog goed herinneren dat ik op een ochtend echt uitgerust wakker werd. Ik had geslapen, echt geslapen! Het was de eerste keer dat ik niet moe wakker werd. Wat ook heerlijk was, was dat ik orde had in mijn hoofd. Ik kon dingen overzien. Winkelen was opeens leuk! Vroeger stapte ik een winkel binnen, keek vluchtig om me heen en dacht dan negen van de tien keer ‘hier hebben ze mijn kleur’ niet. Vervolgens ging ik dan naar een volgende winkel, zonder dat ik maar één kledingrek echt had bekeken. Nu kon ik opeens de rust vinden om eerst te kijken en dan te oordelen. Het klinkt misschien raar, maar als je in je hoofd altijd bezig bent met het volgende wat je gaat doen, is het heerlijk als je even ‘rust’ kunt nemen om de dingen te overzien. Ook een boek lezen behoorde ineens weer tot de mogelijkheden. Voorheen kon ik nog geen bladzijde lezen zonder afgeleid te worden. Het is heerlijk dat ik gewoon even tijd voor mezelf kan nemen, zonder dat ik daar onrustig van word. Ook mensen in mijn omgeving merkten duidelijk verschil. Mijn aanwezigheid was altijd heel sfeerbepalend geweest en dat is nu niet meer zo. Natuurlijk ben ik nog steeds niet de rustigste, maar ik kan nu ook naar anderen luisteren. Ik overheers niet meer. Ik geniet meer van dingen en dat is heerlijk.’

Erfelijk
‘ADHD is een erfelijke aandoening. Het was voor mij zo’n extra bevestiging toen ik te horen kreeg dat mijn vader ook ADHD heeft. Nu wist ik zeker dat het niet aan mij lag. Mijn vader is er pas achtergekomen dat hij het heeft, nadat bij mij de diagnose al was gesteld. Hij had last van depressieve gevoelens en toen hij daar hulp voor kreeg kwam naar voren dat hij ADHD heeft. Hij neemt geen medicijnen, omdat hij de ADHD in zijn leven een plek heeft gegeven. Hij wil niet het risico lopen dat zijn hele leven overhoop wordt gegooid door medicijnen. Hij kan er goed mee leven en dat het nu benoemd is, is voor hem genoeg. Nu we weten dat ADHD in de familie ziet, zijn we er vrijwel zeker van dat mijn opa ook ADHD heeft, ook al is dat nooit vastgesteld, het is gewoon duidelijk dat hij dezelfde symptomen heeft als wij. Ooit wil ik graag kinderen en het feit dat mijn kind dan ook ADHD zou kunnen hebben, vind ik geen probleem. Ik zal natuurlijk extra scherp op de symptomen letten, maar ik zou het niet erg vinden. Als ik nu naar mezelf kijk hoort de ADHD gewoon bij mij en zie ik het zeker niet als iets negatiefs. Er valt heel goed mee te leven. Het maakt me tot wie ik ben en dat is goed. Waar ik wel tegenop zie, is dat als ik zwanger wil worden, ik moet stoppen met de Ritalin. Ik zou dat niet zonder begeleiding doen, maar weloverwogen. Ik weet namelijk niet wat voor effect het op me zal hebben als ik stop. En dat heeft natuurlijk ook effect op Jan. Maar ik weet dat we daar samen uitkomen. Voorlopig is het krijgen van kinderen nog niet aan de orde, dus maak ik me er nu ook nog geen zorgen over. Ik leef bij de dag, ik kijk niet achterom en ook niet te veel vooruit. Ik geniet van het nu, van de ‘vernieuwde’ maar oude vertrouwde Mirjam.’


JAN (24):

‘Ik kende Mirjam een week toen ze me vertelde dat ze dacht dat ze ADHD had. Ik heb haar gestimuleerd om onderzoek te laten doen, zodat ze het zeker zou weten. Omdat ik haar nog zo kort kende, had ik niet vermoed dat ze ADHD had. Wat ik juist zo leuk aan hoor vond was haar spontaniteit en vrolijkheid. Nadat de prognose was gesteld hebben we er veel over gepraat. Ook over het wel of niet gaan gebruiken van medicijnen. We woonden inmiddels samen en als iemand zou merken of Mirjam veranderde, was ik het wel. Ik heb haar toen beloofd het eerlijk te zeggen als ik vond dat ze ten nadele zou veranderen. Maar Mirjam is Mirjam gebleven en ze is nog steeds vrolijk en spontaan. De veranderingen die ze heeft doorgemaakt zijn alleen maar positief. Ze heeft meer controle over haar gedrag en ze kan veel beter omgaan met onverwachte situaties. Om een voorbeeld te noemen, als het koken niet precies ging zoals Mirjam wilde, kon ze heel erg over de top reageren. Wat ik op zo’n moment ook zei, ze luisterde er niet naar. En door haar woede kon ze dan ook niet meer denken aan een oplossing. Dit is een heel simpel voorbeeld, maar zo reageerde ze op heel veel dingen heel sterk, soms overdreven. Als er nu iets onverwachts gebeurt, kan ze er veel rustiger op reageren en valt er ook over te praten. Het is een soort kettingreactie die nu niet in werking wordt gezet, waardoor het veel minder vaak tot confrontaties komt. Als het wel tot een confrontatie komt, valt er over te praten en dus loopt het niet uit de hand.’

OVER ADHD

Een volwassene met ADHD zoekt vaak al langere tijd hulp voor verschillende klachten voordat de juiste diagnose wordt gesteld. Die klachten kunnen erg uiteenlopen. De belangrijkste kenmerken van ADHD zijn: levenslang problemen met de aandacht of concentratie, moeite met organiseren, hyperactiviteit, overbeweeglijk zijn en impulsiviteit. ADHD op volwassen leeftijd kan goed worden behandeld. Het feit dat er eindelijk een verklaring is voor de jarenlange klachten geeft vaak al opluchting.
Er zijn bepaalde medicijnen die goed helpen tegen de verschijnselen van ADHD, maar de medicijnen genezen de ziekte niet. Als met het gebruik wordt gestopt, komen de verschijnselen weer terug. Doorgaans krijgt de patiënt vrij snel na de diagnose medicijnen voorgeschreven. Deze helpen om rustiger en geconcentreerder te worden en om meer van de overige behandeling te kunnen profiteren. Voor de behandeling is het van groot belang om goed uit te zoeken of er inderdaad sprake is van ADHD vanaf de kindertijd tot heden, al dan niet in combinatie met andere stoornissen. Veel van de klachten behorend bij ADHD komen namelijk ook voor bij andere psychiatrische stoornissen.

Zeker 3 op de 100 kinderen in Nederland heeft last van ADHD, waarvan 1 ernstig. Dit zijn zo’n 40.000 kinderen tussen de 5 en 14 jaar. De klachten nemen bij ongeveer eenderde in de loop van de jaren wel af. Ongeveer 30-60% van hen houdt klachten als volwassene. Dit zijn in Nederland circa 100.000 volwassenen. (bronnen: www.nfgv.nl, www.adhdbijvolwassenen)

Meer informatie op internet:
www.adhd.nl
www.adhdbijvolwassenen.nl
www.balansdigitaal.nl

Meer lezen:
In kort bestek. ADHD bij volwassenen
S. Kooij en A. Paternotte, 2001, vereniging Balans, Bilthoven, € 8,10, ISBN 90-8066-741-2.

Aandacht, een kopzorg? Gids voor volwassenen met concentratieproblemen (ADD en ADHD) K.G. Nadeau, 1999, Swets & Zeitlinger, Lisse, € 20,40, ISBN 90-2651-538-3.

Je bent er één of je kent er één. Reis door het landschap van adhd bij volwassenen.
Remko Iedema, Uitgeverij Pepijn, 2006, ISBN 9080757403
 

 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Bedankt Janneke1969!
goed artikel, duim en fan erbij