Verbijsterende Schrijfopdracht Obsessie

Door Weltevree gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Het is over, al weet hij niet wat en hij zit suf achter de vitrage. Alweer. Nog steeds. Wat doet hij hier nog?

Het is een schande want het gaat al drie weken zo 

 

Dat doet hem heel verrassend helemaal geen ene moer.

Niets. 

 

“Ik zal het noteren mijnheer de Wals,” zei de telefoniste en ze vroeg verbaasd wat ik had. Natuurlijk, ik ben immers nooit ziek. Het is een leuk mens. Beetje dom, maar altijd wel meelevend en ze beloofde het aan mijn baas door te geven. Ik hoorde haar zuchten want nu had ze door mij dat extra werk. Zij moet alle afspraken met cliënten afbellen. Eerst stapelt het werk zich op en ze zullen het pas vandaag gaan verdelen…Ik liep enkele dossiers achter, maar goed, dan merken ze ook eens wat een k*tklus het is om de troep van een collega over te nemen. Niemand belt van die vrolijke lieden. Zo kom je er achter hoe gek ze op je zijn, maarja, die lui zijn niet zulke weke watjes als ik.

Al jaren doe ik het werk en zonder klagen. In het begin was het ook spannend. Afwisselend. Al die smoezen horen zonder in de lach te schieten. Er een verslagje van schrijven, hen na drie maanden terug laten komen zonder vooruitgang. Doorverwijzen naar een spiegeloog, wat natuurlijk ook niet werkt als ze niet willen. Terug naar de keuringsarts. Zij hebben de opdracht korte metten met simulanten te maken en dan breekt geheid de pleuris uit, maar soms kon ik niet anders. Het begon op te vallen en dan moest ik patiënten wel doorsturen als ik hen al een paar keer de hand boven de kop gehouden had. Ik sta er om bekend weekharig te zijn, dat ik alles zogenaamd geloof…  

Te origineel om niet te honoreren

"Natuurlijk is niet iedereen ziek, maar er zijn toevallig wel ontzettend vindingrijke uitvluchten bij," mompelt hij als een gek tegen te lege ruimte. "Maar goed… Niemand kan van mij zeggen dat ik hardvochtig ben en hen zonder gegronde reden weer aan het werk stuurde, maar wie zoiets unieks bedenkt is net zo gek als ik," neuzelt hij door alsom zichzelf te rechtvaardigen… "Te origineel om over het hoofd te zien, die vrije fantasten."

 

De voorraad brood in zijn diepvries is op

 

Er zijn geen eieren meer en de ijskast is inmiddels bijna leeg. Een laatste restje limonadesiroop staat in de deur. De goede van Karvan Cévitan. Citroen, doch het bubbelwater is al twee weken op. In hun bak, onderin het keukenkastje, liggen drie aardappels te zieltogen.

Eén voor elke dag, maar wie kookt er nou één aardappel per keer? Ik weiger naar de supermarkt te gaan voor magnetrontroep. Stom eigenlijk, nu ik zelf in de prak zit snap ik die werkweigeraars nog veel beter. Deze gemoedstoestand kun je niemand uitleggen. Een stiekeme sluipmoordenaar is het, die je niet ziet. Een vieze vuile uitvreter. Na een week heb je geen puf meer en dat snap je niet want je kunt niet eens meer normaal denken. Als je nog eens twee weken verder bent ligt alles waar iemand zich veilig bij voelde, op een grote gore wanordelijke hoop.  Een mens zakt snel in de stront. Ziek, dat ben ik, maar als ik uit moet leggen waaraan ik lijd, gelooft mij ook geen hond. Het is maar goed dat tegenwoordig geen contolerend geneesheer langs wordt gestuurd want hij zou mij ervan betichten de baas op te lichten. Ha ha. Wat kan het mij nog schelen? Niets heeft nog zin.

De verrekijker óók niet.

Het is hem gaan vervelen om haar continu te begluren en wat moet hij  weten van die stomme saaie buren. Iedere dag herhaalt zich hetzelfde ritueel. Ze vertrekt precies op tijd en maakt af en toe een praatje als de buurvrouw toevallig tegelijk de deur uitkomt. Toneel speelde ze altijd al meesterlijk. Eigenlijk doet ze niets anders dan vroeger en hij deed daar eenvoudig goed opgevoed, betrouwbaar en bloedgeil aan mee.

 

Alles is al door mijn kop gegaan want ik laat geen traan

 

Janken kan ik niet meer sinds dat akkefietje op de kleuterschool. Moord en doodslag heb ik uitgedacht, heerlijk wraakzuchtig.

Op de stille weg waar ze altijd hardloopt om die stinkende anorexia te voeden zorgde hij voor een ongeluk. Nooit komt daar iemand en er staan geen huizen langs die weg. Hij heeft dat ongeluk wel tien keer voor zich gezien en kickte erop. Genoot ervan haar kop te pletter te zien slaan. Alsof hij daadwerkelijk zover zou gaan, want hij is een lafbek. Altijd al geweest. Misdaad komt nicht im Frage. Hij is tenslotte niet gek, weet dat de politie daarna de schade aan de leenauto onderzoekt en dan… de rest van zijn leven in de bak? 

 

Een rijke fantasie, zeiden ze vroeger al en nu pas merkt hij hoe waar dat is

 

Een paar dagen heb ik, omdat ik nog steeds niet janken kon, zitten broeien op een ingewikkeld familiedrama. Het was notabene al helemaal rond. Alles klopte aan het nooit vertelde geheim, dat zich plotsklaps had geopenbaard. Zoals je ze bij Spoorloos ziet. Of bij dat stomme wijf, hoe heet ze ook weer. Dingetje Tensen. Dat met die DNA. Daar komen trouwens wel heel vreemde zaken voorbij. Zoiets zou ik van mijn langzalzeleven nooit hebben kunnen verzinnen, maar sinds de tv bolstaat van al die emo-drama’s lijkt niets meer onmogelijk. Wat een ellende leeft er ongezien onder mensen, die daar nu over vertellen. Ik maakte het wel bont met die onzin. Bedacht dat ik misschien haar broer was. Dat mijn vader van zijn vereerde voetstuk viel met een noodsmak en dat er notabene nog een zus was, waar ik nooit van heb geweten. De vieze kerel, om in het geniep rond te bonken zonder dat iemand het wist. Het meeste kwetste het mij nog dat ik hem mijn leven lang verkeerd heb beoordeeld. Hoe ver kan een mens komen in zijn verlaten waan?

 

Zelfs God heeft hij er aan de haren bij gesleept.

 

Hij zou haar lijden nog niet erg genoeg vinden en haar, indirect dus ook hem, treiteren. Terroriseren met een vreselijke ramp, naast die vermaledijde eetstoornis. Ineens was het hem duidelijk. Hij wist het bijna zeker. Ze had hem aan de kant gedaan vanwege een enge dodelijk ziekte.

Ik was te beroerd om er één op internet bij te googlen, maar het was zeker dat ze nu langzaam sterven zou aan MS of een enge spierziekte… Dat ze me dáárom heeft gedumpt. Ze wilde me dat niet aandoen, maar waarom zei ze dat dan niet? Waarom verdomme, dan had ik het kunnen begrijpen. Verdorie, ik ben bij het grove vuil gezet, als een onbestelbaar postpakket. Een ding is zeker, het weten dat we wel bij elkaar horen, ook al ontkent ze dat, wordt met de dag sterker. Ik moet en zal haar daarvan overtuigen. Maar hoe?

 

Dit is zo geen leven! Drie weken wezenloos achter een raam hangen

 

Met het hart in de keel staan hijgen als ik een glimpje van haar zie. Af en toe even weg om iets te eten te pakken. Die magnetronprak voor de vensterbank naar binnen werken om maar geen moment te hoeven missen. Zonder dat ik proef welke rotzooi ik naar binnen duw. Ik ben wel erg gezonken op de schaal van Pette Pietamientje Doodnormaal. Een mens raakt vanzelf elk gevoel van ritme kwijt. Ik zou onder de douche moeten maar heb geen zin in al dat werk, word al moe als ik eraan denk. Straks MOET ik verdorie wel naar buiten want het closetpapier raakt op. Ik laat me niet meer dwingen iets te doen omdat het moet. Dat doe ik mijn leven lang al en ik dacht dat ik met haar eindelijk vrij zou zijn. Wat een mislukte Aprilgrap. Een achterlijk plot voor een verhaal, waar je allerlei kanten mee op kunt. Behalve de goeie. Ik zou schrijver moeten worden, met al die ongekende mogelijkheden die ik verzonnen heb.

Ja, natuurlijk, recycling. Ik kan aan de oude kranten beginnen!

 

Dat deden ze vroeger ook, vertelde opa ooit. Ze zijn gloednieuw, ik heb ze niet één keer ingekeken. Krijg ik wel een zwart gat van die drukkersinkt, maar wie heeft daar last van? Ik niet. Wat doet het ertoe dat ik kan lezen hoe die lui in de regering ons beflikkeren, of dat het verre oosten nog steeds geen vrede weet op te hoesten? Ik knip die kranten gewoon in repen. Nee, knippen niet, dat knerpt zo scherp. Scheuren, dat is lekkerder om te doen. Zoals vroeger op de kleuterschool. Kisssskratsj reepjes. Daarvan hang ik er een bundeltje naast de WC. Zo voor het grijpen. Aan een touwtje. Scheurt zo lekker weg. Veeg ik letterlijk mijn kont af met het nieuws. Zo houd ik het nog wel drie weken vol. Het kan geen kwaad te vasten en denken, denken… over wat verraad met me doet.

 

Hun, nee zijn, toekomst bestaat niet meer

Geen kinderen, geen kleinkinderen. Hij is moederziel alleen nu zij zonder hem verder wil. 

Ik ben een gore lafzak, lulletje knetterkatoen. Met mij kun je niet eens een oude olielamp aan de praat houden, maar ik ben toevallig wel ik. Dat er ook in mij een moordenaar huist weet ik wel, maar ik heb teveel respect voor liefde om haar iets aan te doen, dat slaat altijd terug op mij. God, ik ben een saaie droogkloot, Janneman de Groentenman met zijn zielige heilige boontje an.

Zij is een mooie vrouw, sterk en intelligent. Hij dacht dat ze de enige echte grote liefde was en ze hadden het spannend, waren gelukkig samen. Voor zijn ogen zag hij haar vermageren en kon niets doen. Het lekkerste maakte hij voor haar klaar. Uren hebben ze erover gepraat. Emotioneel en analytisch, kwaad, opstandig en overwogen verstandig, maar niets hielp. Iets vrat aan haar. Iets dat niemand pakken kan, zijzelf ook niet. Een soort vraatzuchtige draak had haar in zijn macht. Zelfs de dreiging, dat hij haar zou verlaten als ze nog meer af zou vallen, werkte niet.

Ik heb er voor gestudeerd, maar als het erop aankomt help vakkennis net zo min als liefde. Ze moet het zelf overwinnen, alleen. Ze ging keurig naar haar werk, deed wat ze moest doen en ik besloot haar ziekte met rust te laten. Wist dat ze méér was dan het monster dat haar te grazen nam. Onze liefde bleef dwars door dat alles heen eenvoudig bestaan, tot ze me wegstuurde. Waarom?

 

Hij staat op en verbergt zijn neus in haar sjaal. 

 

Een zweem van haar parfum hangt er nog aan. De tillende traan rolt lamgzaam langs zijn wang. 

Daarna drapeert hij het vergeten zijde, het enige dat bij hem achterbleef van haar, liefdevol languit in de vensterbak en loopt de kamer in. Onderin de inbouwkast staat de gereedschapskist waar hij de priem uit pakt. In de keukenla weet hij de bol vliegertouw want bij hem ligt alles immers keurig op zijn eigen plaats. Met precieze bewegingen legt hij deze attributen op het glimmende satijn. Precies in het midden waar de vitrage een kiertje zon doorlaat.

Vervolgens maakt hij rustig een rondje door het huis en pakt op zijn gemak de gevouwen kranten uit de hal, het toilet en de keuken. Overal vandaan verzamelt hij ongelezen dagbladen waarvan hij een nette stapel maakt onder de vensterbank. Keurig op datum gesorteerd, die van vandaag als laatste bovenop. Hij geniet even van de regelmatige structuur aan de vouwkant van het bouwsel. Ja, ik houd ervan dat dingen samen een mooi gelijkmatig geheel vormen, weet hij zeker. 
Daarna staart hij stil door het raam om niets te zien dan een waas, onbeweeglijke schimmen. Het is alsof in hem een deur op een kier wordt gezet, waaruit een frisse lentebies waait. Mijn verhitte lijf verkoelt ervan, merkt hij verwonderd en ineens is het muisstil in hem. Schoon en zuiver. 

Met een intens gelukkige zucht, zakt hij in de makkelijk fauteuil en vouwt de bovenste krant open. Jammer dat ze niet meer zo groot zijn als een paar jaar terug, denkt hij als vanzelf. Weloverwogen neemt hij de rechterkant van de Trouw tussen beiden duimen en wijsvingers. Het puntje van zijn tong likt onwillekeurig langs zijn bovenlip als hij voorzichtig de eerste inkeping maakt.


"Zie het als een uitdaging" fluistert de stem over zijn schouder 

Ik ga de repen keurig recht en gelijkmatig scheuren, beslist hij als de onnavolgbare zonderling, die onbewust altijd in hem huisde, dwars door burgerlijke betrouwbaarheid heen.

Schripsssj. Schraaps. Het is als meditatie.
Schrihipsssj. Schrahaaapsss. Hij gaat er helemaal in op.
Bij de vouw klinkt het net even iets anders. Friepsssje Fraaipsssj.
Schrapssssj, Schripssssj Schrapssssj Schripssssj Schrapssssj, wordt het bijna sacraal als bij de Hoogmis met Pinksteren. Oude vertrouwde Gregoriaanse gezangen gonzen door zijn hoofd en hij neuriet zachtjes het Kyrie Eleisson mee.

Op de vensterbak liggen aan de franjekant van haar sjaal drie regelmatige stapeltje krantenrepen als hij even opkijkt en ziet dat ze thuis komt. Uit haar volle boodschappentas steekt prei en ook een netje sinaasappels. Vergist hij zich? Lijkt ze iets voller in het zachte lieve gezicht? 

Het ruikt plotseling in de bedompte ongeluchte woonkamer naar wierrook en haar heerlijke lijf als ze de liefde bedreven. Dan wordt hij gegrepen door die ene ver weggestopte herinnering.  

 

 

Reacties (22) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Origineel, mooi geschreven en met humor. Wat wil een mens nog meer.?
Origineel, Weltevree! Duim voor de diverse invalshoeken!
dikke duim erbij voor dit prachtig mooi neergeschreven artikel ! top !
Haha, die Edwin, wat een originele constatering: voorbeeld van een 'compleet over-the-top' persiflage
Zo had ik het nog niet bekeken.
Syl, i fuckin love your style!

"Weloverwogen neemt hij de rechterkant van de Trouw tussen beiden duimen en wijsvingers"

Jeetje,hoe krijg je het voor elkaar,graag gelezen!
niet verlegen worden : alle eer is aan jou! Je schreef dit schitterend en ja, je hebt schrijftalent!
Dikke duim verdiend