Wie is mijn naaste? Een hedendaags verhaal.

Door Toontjehoger75 gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Beroofd en gewond ligt hij op de grond. Wie zal hem helpen?

Wie is mijn naaste? Een hedendaags verhaal.
 

Op reis

Een jonge man liep door de stad. Hij ging op reis. Het was donker en rustig deze zondagavond. Omdat hij geen auto had, liep hij naar het station. Toen hij een straat overstak, zag hij dat er nauwelijks verkeer was deze avond. Hij was een beetje op tijd weggegaan, want hij wist dat de kaartjesautomaat aan deze kant van het station gesloopt was. Hij zou dus even extra heen en weer moeten lopen. Net voordat hij door het tunneltje onder het spoor door zou lopen, hoorde hij achter zich iemand roepen.

bron: www.stationsweb.nl

De aanval

“Hee, jij daar, Marokkaan. Wat moet jij hier?”
De jonge man, die zich van geen kwaad bewust was, keerde zich om. Dat had hij misschien beter niet kunnen doen. “Ga je naar het station? Ben je op weg terug naar Marokko? Ik hoop het voor je, want hier heb je niks te zoeken. Vieze Marokkaan! Jullie zijn alleen maar lui en leven van onze belastingcenten.” Voordat hij het wist, had hij van een ander een por in z'n ribben te pakken. Hij wilde nog zeggen: “Nee, ik moet naar Amsterdam, daar is een mannenavond van de kerk”, maar daar kreeg hij de kans niet voor. Z'n tas werd uit z'n vingers getrokken, hij kreeg een harde duw tegen z'n schouder, en voordat hij het wist lag hij op de grond. Hij probeerde zich tegen de schoppen en het spugen te beschermen, maar ze waren met teveel. Wat in werkelijkheid maar een minuut of twee was, leek wel een uur te duren. Uiteindelijk wist hij niet meer precies wat er gebeurde en zakte hij weg in een bewusteloosheid.

Toen hij even later bijkwam door de lichte regen op z'n gezicht, wist hij eerst niet waar hij was. Tot hij de smaak van bloed proefde en z'n dikke lip voelde. En verder voelde hij z'n zere hoofd, waar vast ook iets mee was, want het deed zo'n zeer. Het ademen ook. Z'n hand lag open, daarmee had hij zich vast verweerd of opgevangen, hij wist het niet meer. Wat hij wel wist, was dat hij niet overeind kon komen. Zijn rechterbeen deed erg pijn, en als hij zich bewoog, draaide alles om hem heen...

Voorbijgangers die voorbij gingen

In de straat die hij net overgestoken was, stond een grote kerk. Vanuit de deur kwam iemand het trapje aflopen, zijn richting op. Gelukkig! Die had vast net het goede nieuws gehoord en zou hem helpen. Hij sloot even zijn ogen. Nu kwam het goed. Maar het duurde nu wel lang, en waar bleef die kerkganger nou? De gewonde man opende zijn ogen weer, en zag dat zijn hoop overgestoken was, en nu om een winkel heen gauw linksaf sloeg. Waarom? Had die niks begrepen van liefde voor je medemens?

Een eindje verderop zag hij iemand uit een huis komen. Die kon vast wel een ambulance voor hem bellen! De man zag hem en keek hem aan. Hij deed z'n deur achter zich op slot. Deed een stap in zijn richting, maar draaide zich toen om en stak over, stapte in z'n auto met scherpe xenonlampen en verdween.

Alle hoop verdween in de jonge man. Waarom hielp niemand hem?

De booster

Hij hoorde niet dat er achter hem een booster aan kwam rijden. Een oude heer bekeek hem van een afstandje. Daar lag een vent, duidelijk dronken, want een poging om op te staan lukte niet. Een vieze vlek braaksel lag naast hem. Of niet? Toen hij een beetje zenuwachtig z'n bril goedzette, zag hij dat het bloed was wat er naast de figuur lag. Wat was daar aan de hand? Dichterbij gekomen zag hij dat er een buitenlander lag, die duidelijk hulp nodig had. Op slag vergat hij het gesprek van die middag, dat hij gevoerd had met een buurman. Dat ging over dat Nederland de laatste jaren zo veranderd was. Dat het eigenlijk flink achteruit gegaan was hier. En dat dat vast de schuld was van al die buitenlanders... Er kwamen er steeds meer! Maar dat gesprek was hij op slag vergeten. Hij reed naar de man toe en vroeg: “Kan ik je helpen?”

Hij kreeg een kreun als antwoord. Nou, hij wist één ding zeker: hier moest wat gebeuren. Hij stapte van z'n booster af en hukte moeizaam naast de man neer. Hij keek om zich heen of iemand hem kon helpen. Maar hij zag niemand. Dan moest hij het maar alleen doen. Hij was dan zelf misschien wat krakkemikkig, maar hij had wel voor hetere vuren gestaan in z'n leven. En hij kon die vent hier toch niet laten liggen? Wie weet kwamen zijn belagers nog terug. En zo'n mobieltje als waar de jeugd tegenwoordig mee rondliep, had hij niet. Zo goed en zo kwaad als het kon, trok hij de gewonde op zijn booster. Die kreunde slechts. De “Kroon”, een hotel-restaurant waar hij wel eens at, was hier dichtbij. Daar kon hij vast hulp krijgen. Hij liep naast z'n booster mee en stuurde de gewonde man voorzichtig over de stoep naar het hotel. De bediende daar had het druk, maar toen hij de flinke fooi zag die de oude man hem voorhield, zei hij zijn andere gasten even te wachten en hielp mee de gewonde op een bed te leggen. Vervolgens gaf hij de oude man een telefoon, zodat die een ambulance kon bellen.

Dankbaar

Een paar dagen later kreeg de Marokkaan bezoek in het ziekenhuis. Het ging al weer wat beter met hem, maar hoe hij hier kwam na zijn overval wist hij niet meer. De oudere heer die zijn kamer in kwam, vertelde hoe hij hem gevonden had. De jonge man wilde de oudere graag belonen. “Maar”, zei hij, “ze hebben mijn portemonnee ook gejat”. “Hoeft toch niet jongen”, zei de oudere man, “ik ben jou juist dankbaar. Je hebt me een belangrijke les geleerd. Bedankt! En ik heb wat kleren meegenomen voor je, voor als je weer naar huis mag. In die ziekenhuispyjama kun je niet over straat. En als je nog wat nodig hebt; ik heb m'n kaartje in de tas gestopt, dan kun je me bellen of langskomen. Zou ik sowieso wel gezellig vinden hoor! Kunnen we eens praten.”


Ter vergelijking

Lucas 10: 25-37

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.