De brief is nooit aangekomen en daarmee een belangrijke boodschap verloren gegaan

Door Amiad gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Ongeveer twee weken geleden hebben Max en ik de brief in de brievenbus laten glijden. Dat wil zeggen ik duwde de brief door de gleuf en Max keek toe. Nu na al die tijd spreek ik met de moeder van Max door de mobiele telefoon. Max wou de afbeeldingen aan je opsturen. De moeder begrijpt niet over welke brief ik het heb. Ik heb geen brief gehad, misschien komt hij nog, is haar optimistische gedachte. Ik weet niet wat ik hoor. De brief is verdwenen.

In een poging zich met de buitenwereld te verbinden is de boodschap verloren gegaan.

Hoe symbolisch voor Max en de gehele doelgroep van mensen met een verstandelijke beperking. Jong en oud. Man en vrouw het is tekent dat de boodschappen die vaak non verbaal worden overgedragen niet overkomt. Het is aan ons de ouders, therapeuten, begeleiders en andere betrokkenen om met gevoel en aandacht ons te richten op degenen die ons zo veel te vertellen hebben. Max heeft ons veel te vertellen en achter een simpel velletje A4tje met twee foto’s en een tweetal getypte woorden is een grote wereld verborgen. Het zijn persoonlijke boodschappen aan zijn moeder, die hem regelmatig bezoekt. Zijn moeder, die de spil is van de hele aandacht die Max krijgt. Maar ondanks haar inzet, schort er soms n mijn ogen toch nog wat aan zijn begeleiding. De begeleiding van onze medemens met een beperking.


Max krijgt nu op deze maandagmiddag weer een ruim half uur aandacht in de vorm van een telefoongesprek tussen mij en zijn moeder. Zij belt mij regelmatig om de vorderingen en ontwikkelingen van de begeleidingen te horen. Zij doet mij Max niet doen vergeten ook al zou ik het willen.


Vanochtend heb ik hem hier in de ruimte hiernaast nog gezien en nu praat ik mijn oor warm aan de mobiele telefoon. Na de verhuizing van ons centrum hebben wij nog geen vaste lijn en redden wij ons met een mobiel pre paid mobieltje. 


Vanuit het raam op de tweede verdieping zag ik de zwarte Mercedes

het grote parkeerterrein van het luxe kantoorgebouw oprijden. ‘ Daar komt Max’, zei ik tegen mijn collega die met zijn T-shirt en trainingsbroek klaar stond om een driekwartier op een sportieve manier met Max door te brengen. Max houdt van beweging.


Auto’s bewegen ook en terwijl de taxi zich in de richting van de ingang beweegt, loopt mijn collega naar beneden. De kalende chauffeur met goudgekleurde bril gekleed in een zwart pak, grijze trui met v hals en een rode stropdas stapt uit. Heel even ben ik in verwarring. Is de taxi leeg? Ik zie Max niet voorin, zoals gebruikelijk? Komt de chauffeur een passagier ophalen? Zit Max misschien achterin? Het antwoord volgt meteen als de chauffeur naar het achterportier loopt en de deur opent en Max uitstapt. Met zijn schrift in zijn hand. Lopende naar de ingang zie ik van boven dat hij zijn rechterwijsvinger aan de chauffeur laat zien. Als hij even later voor me staat in de grote gedeelde werkruimte, waar we met vier collega’s kinderen begeleiden met kasten als tussen wandjes begrijp ik waarom. Zijn vinger is ter hoogte van de nagelriem bebloed. Bloedvlekken zijn op de spijkerbroek zichtbaar. Het bloed is gestold en een pleister is volgens mijn collega niet nodig. Ik heb geen idee of hij dit zegt omdat het echt niet nodig is, hij niet weet dat wij hier pleisters hebben, of dat Max geen pleister op zijn vinger wil. Na een gedag, vertrekt het gezelschap door de deur naar de ruimte tegenover. Twee stagiaires lopen met mijn collega en Max mee. Twee jonge mensen een Joodse man en een moslim vrouw. Twee werelden samengebracht door een gemeenschappelijk doel, de ontwikkeling van mensen met leer en of ontwikkelingsproblemen.

Aan het eind van de middag

rijden wij met ons drieën gezamenlijk in mijn auto naar de instelling waar Max woont. Wij hebben een gesprek met zijn persoonlijke begeleider over de voortgang van Max. Hij wil graag weten hoe het met Max gaat en met welke doelen ik op dit moment met Max werk. Mijn geuite plannen in de vorige evaluatie zijn niet uitgewerkt en hij wil graag weten hoe we verder gaan. We nemen plaats in een ruimte die tot voor een half jaar geleden de kamer van de verantwoordelijke manager was. Het is vreemd om een kamer te betreden die ooit het domein was van iemand anders. De herinnering aan de kleine vrouw met haar krullende kapsel, die dapper probeerde stand te houden bedekt de als een kleed de tafel waaraan we zitten. Ik zit tegenover de persoonlijke begeleider met zijn zwarte haar, blanke huid en helder blauwe ogen.  Naast mij zitten de twee stagiaires met al hun tegenstellingen, geslacht, geloof, en lichaamslengte en bouw. Drie jongen mensen en ik als oude grijzende man.
Wij allen zijn samen om weer eens een moment bij Max stil te staan. De kern van de zaak is simpel in de begeleidingstijd van Max zijn binnen het kader van handelingen die hij al kent nieuwe ontwikkelingen gaande. Zo zat ik verleden week nog tegenover de ergotherapiste en overlegde wij over de manier waarop hij de borden in de vaatwasmachine plaatst en toonde Max ons verleden week aan mij en de stagiaire dat hij maar liefst vier borden recht in het rek kon plaatsen. Vier, ja vier ik kon het niet geloven en gelukkig had ik een ooggetuige.

Na maanden van oefening

kwam als vanzelf de vaardigheid om de borden recht in het rek te plaatsen. De oefening baarde de kunst, zoals de praktijk ons leert. In de zelfde ontmoeting tussen Max en mij imponeerde hij de tengere jonge vrouw naast mij. Hij Max kon imponeren omdat hij de ruimte en tijd kreeg om zich week in week uit met mij aan de slag te gaan. ‘ Inmiddels kan Max veel vaardigheden. Ik kan andere dingen met Max gaan doen. Maar is er iemand die regelmatig met hem de door mij geoefende vaardigheden kan overnemen?’

In een eerlijk antwoord wat ik echt heel waardeer krijg ik te horen dat Max best mag en kan helpen zo nu en dan en dat er vooral gelegenheid voor kleine taken wordt geschapen. Structureel is er echter geen aanbod en dat mag ik voorlopig ook niet verwachten in verband met de personele bezetting. Hier moet ik even slikken. Ik moet denken aan de brief. De brief die nooit is aangekomen.
Mijn woorden, Max zijn handelingen, ze hebben plaatsgevonden, ze zijn gezien, door de persoonlijke begeleider en zijn collega’s, die altijd zoals afgesproken meekeken. Maar ze zijn nooit bij de betrokken instanties terecht gekomen. De verantwoordelijken, die de ontwikkeling van Max hebben kunnen waarborgen. De persoonlijke begeleider doet zijn best, zijn collega’s doen hun best. Maar ik merk dat er wat ontbreekt. De middelen om Max en anderen behalve een goede zorg te bieden ook nog dat beetje extra biedt wat het leven een stuk leuker maakt. Namelijk cognitieve ontwikkeling. Een leven lang leren, ook als je niet behoort tot degene die zelfstandig op deze aarde kan bewegen.
© Amiad Ilsar

Reacties (6) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
goed verwoord en duidelijke boodschap zonder dat je veroordeelt, compliment.
mooi geschreven weer !
dikke duim van je fan erbij !
Helaas de werkelijkheid !
Wat heb je dit liefdevol verteld. Heel mooi en gevoelvol. Ik heb het met plezier gelezen hoe triest het ook is! Duim.
Heel mooi. Duim!