Cultuurschokjes en nieuwe buren in Thailand

Door Hanstao gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Wonen in een zonnig, exotisch land. Prachtig, velen dromen ervan. Maar helemaal zonder problemen gaat dat niet. Inburgeren in Thailand is een hele klus, zo blijkt uit het relaas van een Nederlandse pensionado.

NEW HOUSE ALMOST SAME SAME PROBLEMS

Zo’n drie maanden geleden laadden wij onze schamele huisraad in de pick up en verkasten naar het droomhuis van mijn echtgenote: niet piepklein, maar ook niet te groot en rustiek gelegen in lieflijk groen. Het was onze vierde verhuizing in nog geen drie jaar. Iedere keer ging het om tijdelijk verhuurde gemeubileerde woningen; ditmaal, zo bezwoeren wij elkaar, zou de nieuwe geheel leeg opgeleverde stek door ons worden omgetoverd tot een permanente woonstee. Het huurcontract werd daarom aangevuld met een optie tot koop.                                                                          de droom vlakbij huis

Ons nieuwe buurtje bevindt zich ver genoeg van Pattaya om de illusie te koesteren dat die stad niet bestaat en er snel te zijn als je inkopen moet doen of een vriend of vriendin wilt bezoeken. Aan vervoersmogelijkheden geen gebrek want ons buurtje ligt op nog geen zeshonderd meter van de Sukhumvit die Pattaya via Sattahip met Rayong verbindt. Bovendien is het hooguit vier minuten brommen naar de school van ons dochtertje.
Paradise now, dachten we bij het eerste bezoek. Ietwat voorbarig natuurlijk. Want die zeshonderd meter tot de Sukhumvit bleken onvoldoende om totale rust te garanderen. Gedurende beschaafde mensenuren is het doodstil, maar op onbeschofte tijden is af en toe sprake van irritante flarden geluidsvervuiling.

ZENDINGSDRANG
Direct aan de Sukhumvit ligt een gehucht met een aantal karaoke-bars dat het gemunt heeft op het fysieke welzijn van de talloze militairen in ons woongebied. Hun geluidsinstallaties worden overtroffen door het geblèr van aanpalende instituten die zich toeleggen op geestelijke bevrediging: een christelijke kerk, een moskee en een Boeddhistische tempel. Het zou een zegen voor de mensheid zijn als er technieken kwamen om in decibellen verpakte religieuze zendingsdrang onhoorbaar te maken voor volhardende ongelovigen als ik.                                  nieuwe woonstek

Maar goed, je kunt niet alles hebben. In de twee parallelle doodlopende straatjes van ons veertien woningen tellende ‘village’ is het voor het grootste deel van de dag onwijs stil en saai. Onze aankomst was dan ook groot nieuws. Bij wandelingen met ons dochtertje ving ik bij het passeren van kwekkende buurvrouwen steevast het f-woord (farang: buitenlander) op. Om duidelijk te maken dat ik begreep hoe schokkend het moet zijn als plotseling een dikke Europeaan in je Thaise leefwereldje binnenstapt presenteerde ik dan m’n mooiste wai en kreeg daar de befaamde verlegen glimlach voor terug.
Deze wat afstandelijke benadering had ik overgehouden aan mijn vorige woonplek. Toen ik daar introk had ik mij met familie onverschrokken bij de naaste buren aangemeld. Die wisten geen raad met dit directe voorstellingsritueel. Enkelen zagen het als aansporing om iedere avond mee te eten en pas te vertrekken als er geen drank meer werd geserveerd. Anderen zetten regelmatig plastic zakjes met etenswaar op het muurtje van onze tuin, een Thaise geste die ik pas na een paar darmspoelingen op werkelijke waarde wist te schatten.
Op het moment dat ik begon te denken nieuwe vrienden te hebben gemaakt hielden de bezoeken plotseling op en ook de verstrekking van voedingssupplementen in plastic stokte. Misschien iets verkeerds gezegd of gedaan, dacht ik, of wellicht dat het ‘exotische’ van een farang-buurman eraf was.

KOOS, GERRIT, TRUUS EN MIEP
De ‘kat uit de boom’-benadering op mijn nieuwe stek leek beter te werken. Na een week kwam de eerste overduidelijk nieuwsgierige buurman zich melden. Een schot in de roos, want niet alleen bleek deze douanier de meest extroverte Thai die ik tot nog toe ontmoette, hij bood zich ook meteen aan als klusjesman en verhielp een paar kleine gebreken aan de lichtinstallatie.
Koos, want zo ging ik hem noemen bij gebrek aan talent om Thaise namen te onthouden, kwam af en toe kijken hoe het ons verging, meldde en passant opgewekt dat zijn aanvraag voor een pistool was goedgekeurd, toonde trots zijn nieuwe aanwinst (..better careful than dead”, brullachte hij) en nodigde ons meteen uit om oudejaarsavond bij hem te komen vieren.
Een stuk rustiger leek mijn overbuurman, maar die is dan ook anesthesist. Laten we hem Gerrit noemen. Op een avond meldde hij zich met een fles whisky en wat cola bij onze veranda en in Thinglish en door mijn echtgenote vertaald Thai kreeg ik behalve drank ook een emmer leed te verwerken. Hij, militair, en echtgenote Truus zetten alles opzij om hun drie kinderen een geweldige schoolopleiding te geven.
Ook Truus werkt in een ziekenhuis, net als hij in ploegendienst en het gevolg is dat twee van de drie kinderen (11 en 13) het grootste deel van de week alleen thuis zijn. De oudste dochter, 16, gaat in Chonburi op school. ,,Ik slaap meestal in het ziekenhuis, dat is gratis en het eten ook. Truus doet op haar werk hetzelfde”, verklaarde hij.

ZOMBIES
Ik keek naar de kinderen, een veel te dikke dochter die ik dagelijks met balen chips uit school zie komen en een                               Gerrit (links) en Koos     

zoontje dat zich nauwelijks buiten laat zien en alleen aangespoord door pa een paar woorden Engels tegen me durft te zeggen.
Truus kwam de volgende dag langs, in de middagpauze van haar werk. In voortreffelijk Engels legde ze uit dat ze haar ‘regular check’ kwam doen om te zien of de kinderen en pa het huis wel goed schoon hielden. En of ik maar zoveel mogelijk met de kinderen wilde praten, goed voor hun Engels, zei ze. Ik knikte beleefd ja, maar dacht aan de twee arme zombies die me dagelijks met gebogen hoofd zwijgend passeren. Wat ik ook zeg, sawadee of hello, how are you today,  het lokt geen enkele reactie uit. Maar wie ben ik om Truus en Gerrit te gaan vertellen dat opvoeden meer is dan je (gezins)leven opofferen voor een goede schoolopleiding?

HONDENHOTEL
Links naast me woont Miep, een Thaise die de veertig ruim is gepasseerd maar met behulp van verfpotten, poederdozen en sexy kledij zich een hiso-image heeft aangemeten. Miep verblijft het grootste deel van het jaar bij haar vriend in Zwitserland, een filantroop kennelijk want hij heeft haar het stenen paleisje naast me en daar weer naast een traditionele houten Thaise woning geschonken. Miep woont in de laatste, de bakstenen woning is het thuis van tien maar het kunnen er ook meer zijn honden in alle soorten, maten en rassen. En een zichtbaar arm Laotiaans echtpaar dat op die honden past in afwezigheid van Miep.
Ik weet dat uit observatie en van Miep zelf, die onlangs met twee auto’s vol spullen en jeugdige mannen haar domeinen kwam inspecteren. Ze kwam onmiddellijk kennismaken, beloofde me een doos vol ‘overheerlijke Zwitserse kazen’ en vertelde me hoe gelukkig ik moest zijn met die mooie honden naast me. ,,Dankzij die honden wordt er hier nooit ingebroken en ik heb ook de bescherming van een militaire boss die erop let dat er niets gebeurt”, zei ze.
Dit leek me een overduidelijke waarschuwing geen enkele kritiek te uiten op de presentie van haar roedel lawaaischoppers (rustige beestjes, dat wel maar er hoeft maar iemand in de buurt van het huis te komen en de hele meute raakt door het dolle heen). Mijn echtgenote werd gebombardeerd met horror-stories over de armoe-kampementen een kilometer verderop, volgens Miep centra van Yaba-gebruikers en -handelaars en niet te beroerd om messen en pistolen te trekken bij rooftochten naar ‘dure dingen’ als videorecorders en computers.

PISTOLEN                                                                                              een bastaard van Miep
Dat gingen we natuurlijk uitzoeken. Van de huisbaas hoorden we dat Miep via haar Zwitserse vriend al vier jaar bezig was ons huis te kopen, maar ver onder zijn vraagprijs. Hij had ze recentelijk meegedeeld dat het gedoe maar over moest zijn.
Gerrit vertelde dat het aantal honden tot tien was teruggebracht nadat hij bezwaar had gemaakt tegen de kennel van veertig honden die ze twee jaar terug op korte afstand van haar woningen had ingericht. ,,Ze liet die beesten gewoon door de straat lopen, overal hondenkak en toen ze niet wilde luisteren naar mijn klachten heb ik mijn pistool gepakt en tussen de honden voor haar huis in de lucht geschoten. Het was meteen afgelopen”.
Ik keek naar Gerrit, geen echte prater behalve na een fles whisky en overwoog voors en tegens van aanschaf van eigen wapentuig. Koos had me inmiddels ingelicht dat Gerrits echtgenote Truus ook bij Miep had geklaagd en vervolgens door de hondenliefhebster met een mes was bedreigd.
Het contact met Miep – opgevrolijkt door een van haar koorknapen die trots een bij ons huis gevangen slang kwam tonen en waarschuwingen om het huis niet te kopen omdat de grond militair eigendom zou zijn – kende een abrupt einde. Ze kwam op een avond de straat inrijden en zag me een praatje maken met Truus. Sindsdien geen lachjes meer, geen ‘useful tips’ en de overheerlijke kazen zijn waarschijnlijk aan de honden gevoerd, ik heb ze nooit gezien.

THINGLISH
Mijn afstandelijke benadering was duidelijk een succes. Ik wist binnen twee, drie weken meer van buren en buurtleven dan gedurende mijn gehele verblijf in mijn vorige woonstek. Echtgenote N. is inmiddels bevriend geraakt met een aantal alleen Thai sprekende buurvrouwen en ons dochtertje vermaakt zich prima met hun kinderen en kan op straat spelen zonder angst voor aanstormende auto’s en brommers.
Aan de flarden geluid en de aanslaande honden ben ik intussen wel gewend geraakt. Maar mijn sociale leven is te beperkt. Ik spreek helaas geen Thai en de contacten met Gerrit, Truus en Koos zijn leuk, maar sporadisch en het Thinglish maakt de conversaties beperkt. De oudejaarsavond bij Koos leerde me bovendien dat ik aan bepaalde aspecten van de Thaise cultuur waarschijnlijk nooit zal wennen.
Koos was fantastisch bezig, organiseerde spelletjes voor de grote kinderschaar, maakte grappen en grollen en hield de sfeer er ook in met leuke Thaise muziek. Maar twee vrienden van hem (gelukkig geen buren) zaten alleen maar dom dronken te worden terwijl de vrouwen niets anders deden dan glimlachen en koken.
Eén van die vrienden had het bovendien op me gemunt, want de farang moest en zou horen welk een geweldig karaoke-zanger hij was. Hij had geen slechte stem, maar met zijn mond te dicht bij mijn oor had ik er na zes songs meer dan genoeg van. Bovendien had de man de kwalijke gewoonte om na ieder lied met zijn vuist op tafel te slaan, het sein voor zijn echtgenote om zich met een gezicht als een oorwurm uit haar hangmat te hijsen en zijn glas bij te vullen.

EXPAT GHETTO
Al deze ervaringen spelen een rol bij het beantwoorden van de vraag of we tot koop moeten overgaan. De prijs voor huis en grond is gunstig, maar er is ook de twijfel over de prijs die ik voor mijn sociale leven moet betalen. De hoogte daarvan hangt af van mijn vermogen om me aan het Thaise leven en cultuur aan te passen en de taalbarrière te slechten. Ik ben daar eerlijk gezegd pessimistisch over.
Er zijn natuurlijk alternatieven. Onlangs heb ik de woonstek van een andere Nederlander bezocht.  Prima huis, maar wel in een bewaakte compound met veel expats al dan niet voorzien van Thaise partner. Strand redelijk dichtbij. Het wemelt er van dit soort villages, waar het ongetwijfeld comfortabel wonen is. Het gevoel van expat-ghetto’s liet me echter niet los en – het idee van meer veiligheid en sociale contacten ten spijt – zorgde ook voor twijfel. Bovendien, je buren heb je nergens voor het uitkiezen en ik maak me sterk dat je het expat-equivalent van mijn Thaise buurvrouw Miep daar ook tegen het lijf kan lopen.
Toch maar als enige farang tussen Thai dan? Mijn echtgenote zou een gat in de lucht springen, dochterlief eveneens. Het bemachtigen van een internet-voorziening (dankzij onze geïsoleerde stek een geweldig probleem) zou ook helpen. Een goed signaal was in elk geval dat ik na een weekje op reis bij aankomst in m’n straatje en m’n bruinbakstenen paleisje werd overvallen door het gevoel he, fijn, thuis. Dat moet ik zien vast te houden. Het bier staat koud, Koos!

 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Oh, wat weet je het fraai te vertellen. Ik had de verhalen over de bewoners rondom jullie Villa Kakelbont al eens 'live' gehoord, maar dit leest toch wel erg lekker weg.

Deze:

"Een stuk rustiger leek mijn overbuurman, maar die is dan ook anesthesist."

Hoe kom je erop?
Geen idee!
Met interesse gelezen!
Duim.