Terugkeer naar de gulden of gewoon weer ruilhandel?

Door Liraatje gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Geld, geld, geld een onderwerp waar helaas telkens meer over wordt gesproken. Het wordt zo langzamerhand telkens meer een schaarse goed. In 2002 namen we met pijn in ons hart afscheid van onze o zo sterke en waardevolle gulden. Bijna 700 jaar heeft zij ons zo trouw en krachtig gediend.

Een zeer slechte economie, een hoge schuldenlast en ook niet veel Nederlanders voelen zich echt verbroederd met landen als Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland. Immers het kost ons klauwen met geld om hen uit de crisis te halen. De overheid gaat gewoon nog meer bezuinigen om het te kunnen opmaken in verre vakantieoorden. Dit terwijl geld voor de meeste onder ons echt een schaarste is. Ik vraag mij af hoe wij onze broek op moeten houden. Of zullen we deze maar eens ruilen tegen een ander goed? Gaan we terug naar ruilhandel of toch weer de terugkeer van onze gulden? Geert Wilders van de PVV, de Partij voor de Vrijheid, pleit voor terugkeer van de gulden. Hij heeft hiervoor een Gulden Rapport laten opstellen door Lombard Street Research. Deze is door Geert Wilders ingeschakeld om de terugkeer naar de gulden te onderzoeken. Zij heeft op 5 maart 2012 een advies gegeven om de euro in Nederland af te schaffen.   

Maar liefst 678 jaar trouwe en krachtige dienst

Ineens werd zij in 2002 afgedaan. Maar liefst 678 jaar heeft zij ons getrouw en krachtig gediend. Maar ze was niet meer gewenst, ongeacht haar geschiedenis en wat zij voor ons als klein landje wereldwijd betekende. Met veel bombarie werd de Euro geïntroduceerd. Het zou goed zijn voor de handel en het zou de Europese landen verbroederen. Als we nu tien jaar verder de balans opmaken zijn de uitkomsten teleurstellend. En de gulden wil onze overheid vooralsnog niet dulden. De PVV is inmiddels al een pleidooi aan het houden voor de terugkeer van de gulden.  Ja, met weemoed en heimwee denk ik terug aan onze sterke gulden florijn. Ik neem jullie dan ook graag mee in een stukje geschiedenis van ons geld. 

Eerst was er ruilhandel

Ooit, heel heel lang geleden, bestond er geen geld. De mensen woonden toen in kleine hutjes en verbouwden zelf hun groenten, graan en hielden wat vee. Kleding, eten en drinken, alles maakten ze voor zichzelf, voor het gezin en de familie. Wat we nodig hadden dat plukten we van een struik, schoten we uit de boom of hengelden we uit een beekje. Maar wat moest je doen als je kip overleed en je geen melk of vlees meer had? Dan ging je naar het dorp en probeerde het te ruilen. Drie kippen voor een haan, vijf schapen voor een koe. Een kilo graan ruilde je tegen een goede en mooie kookpot. Of als je mooie potten kon bakken, maar geen kleren meer had, dan ruilde je de pot voor een jurk.

Maar het was lastig om de waarde van een ruilmiddel te bepalen? 

Vandaag de dag doen wij nog steeds aan ruilhandel. Veel kinderen en volwassenen ruilen bijvoorbeeld postzegeld, computerspelletjes of verzamelkaartjes. Ruilen doe je wanneer je denkt dat je er ‘rijker’ en beter van wordt. Je krijgt iets wat je niet hebt zonder geld uit te geven. Natuurlijk moet je wel een beetje slim zijn en goed opletten wat je ruilt. De geruilde dingen moeten wel goed te verruilen zijn wanneer en als je dat wilt. In het verre verleden werd ruilhandel in de meer ontwikkelde samenlevingen (een dorp of stad) steeds onhandiger en omslachtiger. Hoeveel kippen moest je ruilen voor een geit? Twee, drie, tien of misschien wel slechts één? En soms had je we een kip, maar wou je geen geit omdat je hiervoor allergisch was. Of je had op dat moment niks nodig, maar wou zo graag af van die schreeuwende kip. Ineens kwam dan de groenteboer die je drie aubergines wou geven voor de kip. Maar je wist in die tijd niet eens wat een aubergine was en je had helemaal geen honger. Tja wat dan?

Men wou een algemeen geaccepteerd betaalmiddel

Telkens meer mensen hadden steeds meer behoefte aan een voorwerp dat algemeen aanvaard werd in ruil voor goederen, dat makkelijk te hanteren was. Zo ontstond ‘geld’, ofwel een algemeen geaccepteerd betaalmiddel. Zo’n ruilmiddel moest wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Iedereen moest het betaalmiddel accepteren. Je moest met je schelpjes overal kunnen betalen, je had niets aan een ruilmiddel waarmee je wel de groente kunt betalen maar de smid wil met iets anders betaald worden. Het moest moeilijk zijn om in heel korte tijd een enorme hoeveelheid van het ruilmiddel te maken of te vinden. Wanneer opeens heel veel kraaltjes worden gemaakt dan zijn de kralen die je in bezit hebt opeens veel minder waard. Het ruilmiddel moet niet kunnen bederven. Het moest in kleine hoeveelheden, veel waard zijn. Je wou immers niet een paardenwagen vol aan geld hebben waarvoor je slechts één brood kon kopen. Net genoeg om het paard eten te geven voor de inspanning.

De allereerste algemene betaalmiddel was de Kauri

Door de eeuwen heen zijn heel veel verschillende voorwerpen gebruikt als geld. Eerst was dit vee, maar helaas had dit maar een beperkte levensduur. Daarna kwam er zout, thee, maar ook kralen en schelpen werden gebruikt als ‘geld’. Vooral schelpen, genaamd ‘kauri’ was lange tijd een geliefd betaalmiddel.  Een groot voordeel was nu dat je tegen de bakken kon zeggen dat hij 5 kauri’s moest betalen voor jouw handgemaakte trui. En later, op een moment dat het jou goed uitkwam kocht je dan broden of iets anders voor die kauri’s.  Wist je trouwens dat de Latijnse naam voor de kauri monetaria moneta is? Het grappige is dat in deze naam het woord ‘moneta’ voorkomt. Dat is het Italiaanse woord voor geld. In Engelstalige landen zeggen ze ‘money’en in Frankrijk ‘monnaie’. En wij bergen ons geld op in een portemonnee of portemonnaie, ofwel een ‘gelddrager.’
 

Vervolgens ontstond een geldeconomie

Door de introductie van geld als ruilmiddel hadden we eeuwenlang een geldeconomie, een economie gebaseerd op geld. Maar tijdens het Romeinse Rijk werd weer snel overgestapt op ruilhandel. Dit omdat men geen vertrouwen meer had in het geld. Met het geld konden ze niet meer voorzien in hun levensbehoeften. Dus ging men maar weer over op het ruilen van schapen voor kippen en een aardewerk voor tien broden. We waren weer af bij de ruileconomie. Terug bij af zeg maar "lang leve de ruilhandel".    

Maar al snel gingen we weer terug naar de ruilhandel

Tussen 1000 en 1200 kwam in Europa een aantal steden tot grote bloei door handel en nijverheid. Door de opbloeiende handel, ook met het buitenland, nam de behoefte weer toe aan een ruilmiddel dat door iedereen werd geaccepteerd. De ruileconomie ging geleidelijk dus weer over in een geldeconomie. In winkels  en op markten werd niet meer met een ruilmiddel betaald, maar wederom weer met geld. De economische bloei trekt handelslieden uit heel Europa aan, die met ‘vreemde’ munten betalen. Prijzen werden berekend volgens de door de overheid vastgestelde rekenwaarde van de munt, de nominale waarde. De "eigenlijke waarde" of "intrinsieke waarde" van de munt was echter afhankelijk van de hoeveelheid en de soort en kwaliteit van het materiaal. Dit kunnen edele metalen als goud en zilver of onedele metalen als koper en tin zijn.

Een paar eeuwen verder, weer terug naar de geldeconomie

Door de toenemende welvaart verschenen in de dertiende eeuw voor het eerst in lange tijd ook weer gouden munten. Een heel beroemde was de fiorino d’oro  (de gouden bloem: fiorino betekent bloem; er stond namelijk een lelie op de munt en oro betekent goud), uitgegeven door de stadstaat Florence. Deze Italiaanse stadstaat was in die tijd een van de rijkste gebieden in Europa. De eerste fiorino d’oro werd in 1252 geslagen. Vanwege het hoge goudgehalte konden de kooplieden van Florence overal in Europa betalen met deze munt, ook in de Nederlanden. Daar werd deze populaire munt ‘florijn’ genoemd.  Het was de oermoeder van de gulden. In 1325 werden de eerste eigen gouden guldens, de Nederlandse Gulden, in de Nederlanden geslagen. Rond 1400 bestonden er wel 20 soorten. Die munten heetten allemaal gulden, naar de metaalsoort waar ze van werden gemaakt: goud. Tot zover een gedeelte van de geschiedenis van het geld. Wordt vervolgd.

Weer een paar eeuwen verder, weer terug naar de ruilhandel?

Net als in de Middeleeuwen zijn ook veel mensen het vertrouwen kwijtgeraakt in de huidige geldeconomie. Kijkend en lerend vanuit het verleden, stel ik nu alvast de volgende vragen: Zijn we nu weer terug bij af? Gaan we weer terug naar de ruileconomie? Of blijven we in een geldeconomie? De terugkeer van de gulden? Gaan we echt terug naar onze geliefde fiorino d'oro: de goudensterke florijn?

Liefs Liraatje

Meer weten hierover?

 Lees ook eens
De ruilhandel is weer helemaal terug. Verdien geld door te besparen
De terugkeer naar de gulden of weer naar ruileconomie het vervolg 
Tijdgeest anno 2012

Reacties (33) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
ik heb geen schelpen, mag ik wel meedoen, heb heel veel bloemen in de tuin.. kan dat ook?
@ikkiedikkie: Dank je
@Lucifall: dank je. Ruilhandel geweldig! Kom ik bij jou wonen, zijn we samen rijk. In ons hart maar ook in schelpen;-)
Waarom weer terug naar de gulden? Wie weet hoe het zou zijn geweest als we de gulden nu nog hadden gehad? Waar komt die gedachten vandaan dat het dan nu beter zou zijn?
Het probleem ligt bij die mensen die ons ook vandaag weer denken voor te schotelen dat we moeten bezuinigen terwijl ze zelf met dikke boulides hun ego oppoetsen. En het zijn die mensen die een financieel systeem in stand houden waar jij en ik met sparen enkele luttele procenten krijgen maar als we geld lenen het dubbele aan rente moeten betalen en vaak nog meer geld kwijt zijn als we vroegtijdig willen aflossen.
Ruilhandel geen gek idee. Ik doe mee allen jah hoe betaal ik mijn hypotheek en vaste lasten, misschien met een leuk artikel op Xead....
Heel mooi geschreven en heel duidelijk. klasse
Goed geschreven, prima plan. Duim!
@ Ruud, lang leve de ruilwinkel!