Help puberende peuters

Door Forever2009 gepubliceerd op Wednesday 17 October 20:41

Een peuter groeit niet zo snel meer als een baby, maar zijn vaardigheden en mogelijkheden nemen snel toe. De belangrijkste ontwikkelingstaken van de peutertijd zijn: het ontwikkelen van zelfstandigheid en wilskracht. Veel ouders ervaren de peutertijd als een moeilijke fase.



Peuters maken een stormachtige ontwikkeling door. Ze leren steeds beter lopen: van voorzichtig waggelen als ze een jaar zijn tot het normale lopen als ze vier jaar zijn. Peuters hebben vaak ook een niet te stuiten bewegingsdrang. Ze kunnen amper stilzitten en beleven veel plezier aan het bewegen op zich. Rondjes rennen is een geliefde bezigheid van veel peuters.                

De peuter kan steeds meer en is trots op zijn prestaties. Hij leert veel vaardigheden, die zijn zelfredzaamheid vergroten: zelf eten en drinken, handen wassen, tanden poetsen, aan- en uitkleden en allerlei gedrag dat hij van volwassenen imiteert. Rond de leeftijd van twee jaar leert hij de woorden ‘ik’, ‘mij’ en ‘zelf’. Deze woorden zul je in de peutertijd nog heel vaak horen.

De eerste puberteit
Peuters ontdekken dat ze een eigen wil hebben en tonen die ook. Je peuter verzet zich tegen alles wat je van hem vraagt. Het antwoord is steevast: ‘nee’! Wat vroeger zo gebeurd was, aankleden bijvoorbeeld, kan nu ontaarden in een gevecht. De peuterfase wordt daarom ook wel de koppigheidsfase of de eerste puberteit genoemd. In Amerika hebben ze het over ‘the terrible two’s’ (de vreselijke tweejarigen).            

Hoe ga je hier als ouder mee om? Moedig je je kind aan om dingen zelf te doen of geef je je kind bijvoorbeeld een lepel om zelf te eten, al moet je daarna de hele kamer dweilen? juich je hem toe als hij zelf zijn trui aantreft, al zit die achterstevoren? Vroeger zei men dat men de wil van het kind moest breken. Nu proberen veel ouders de zelfstandigheid aan te moedigen en in goede banen te leiden. Vrijheid binnen duidelijke grenzen werkt het best in deze leeftijd.

Peuters hebben behoefte aan grenzen, aan regels die consequent toegepast worden. Regelmaat en rituelen zijn heel belangrijk in deze fase.Denk aan de drie R's die je meekrijgt als je kind geboren word: Rust Regelmaat en Ritme, dit werkt ook prima voor je peuter. Zo weten ze beter waar ze aan toe zijn en wat er van hen verwacht wordt. Hun wereld wordt er overzichtelijker door.

Ook is het belangrijk om eenvoudige taal te gebruiken. Als je altijd dezelfde uitdrukking gebruikt om iets te verbieden, bijvoorbeeld ‘Nee!’ of ‘mag niet!’, is dat voor een peuter beter te begrijpen dan wanneer je zegt: ‘Loesje mag het glaasje nu even niet pakken’. De kans is groot dat alleen de woorden ‘glaasje’ en ‘pakken’ blijven hangen en dat was ze toch al van plan.

Een peuter moet nog leren om zichzelf te beheersen en zijn eigen impulsen de baas te worden. Wat de peuter ziet, bv. snoep in de supermarkt, wil hij meteen hebben. Als hij dat niet krijgt, zet hij het op een krijsen. Sommige kinderen kunnen indrukwekkende woedeaanvallen krijgen: ze gillen, laten zich op de grond vallen schoppen en slaan wild om zich heen. Deze aanvallen hebben vaak te maken met het onvermogen van de peuter om zijn gevoelens onder woorden te brengen.

Meestal helpt een ‘time-off’ of ‘cool down’ periode. Dat wil zeggen dat je het kind even apart zet en wacht tot de bui overgaat. Overmatig veel aandacht besteden aan dit gedrag, boos worden of schreeuwen, maken de zaak alleen maar erger. Sommige kinderen kunnen heel angstig worden van hun eigen woede. Dan is het beter het kind vast te pakken, tegen je aan te drukken en wachten tot het kalmeert. Leg het kind later op een rustig moment uit wat het wel en niet mag doen als het boos is.

Naarmate een peuter meer alleen kan en zijn omgeving daar positief op reageert, groeit zijn gevoel van eigenwaarde. Peuters genieten ervan als ze zelf iets voor elkaar gekregen hebben of als ze mogen helpen met ‘grote-mensen-dingen’, zoals de wasmachine aanzetten. In een omgeving die hen aanmoedigt en steunt, groeit hun zelfvertrouwen.

Belangrijk is ook dat je laat blijken dat je ook van hem houdt als hij stout is. Maak je kind duidelijk dat je bepaald gedrag afkeurt, maar niet hemzelf. Sommige peuters zijn bang dat hun ouders hen niet meer lief vinden en hen zullen inruilen voor een ander kind. Omdat veel kinderen in deze leeftijd een broertje of een zusje krijgen, kunnen ze denken dat hun ouders de baby liever vinden. Door je peuter te laten meehelpen bij de verzorging van de baby en hem daarvoor te prijzen, stimuleer je zijn zelfstandigheid en een positief gevoel van eigenwaarde.

Duidelijk en consequent zijn tegen je peuter is belangrijk. Het is het een en niet het ander. Anders zal hij altijd blijven proberen iets anders voor elkaar te krijgen. Stel grenzen!

Reageer niet op alles wat je uk doet of zegt als hij in een vervelende bui is. Negeer soms de uitbarsting van je kind, als dat gaat. Zo laat je zien dat dit ‘drama’ geen effect op je heeft. En moet hij een andere manier verzinnen om je aandacht te krijgen.

Probeer het gedrag van je kindje te veranderen door hem af te leiden met een speeltje. Of wijs naar iets leuks op televisie. Vooral bij kleine kindjes wil dit nog wel eens werken.

Laat je kindje zelf dingen ondervinden. Hij is tenslotte bezig om zelfstandig te worden. Wil hij absoluut niet zijn handschoenen aan terwijl het buiten koud is. Laat hem dan maar voelen hoe koud dat is. Zo leert hij zelf en kost het je een discussie minder voordat je weggaat.

een time-out werkt echt. Laat hem tot bedaren komen op een stoeltje in de hoek van de kamer. Geef hem een time-out van een paar minuten en ga zelf door met je werkzaamheden. Op deze manier laat je weer zien dat dit soort gedrag geen invloed op je heeft.
 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Bedankt voor deze prima tips! Mijn kind moet nog even voordat ze in deze fase komt, maar je kunt er maar vast op voorbereid zijn.
Een helder artikel over de puberende peuters. Twee van mijn kinderen zijn al ouder maar de derde zit er middenin. Duim.