Mijn Peuter En Ik

Door Zarita gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Peuters opvoeden kan lastig zijn. Je wilt natuurlijk niet dat hij gillend en krijsend in de winkel staat omdat hij zijn zin niet krijgt. Ze hebben al een sterke eigen wil en de uitdrukking ''Ik ben twee en ik zeg nee!'' is dan ook op vele peuters van toepassing. Maar hoe voorkom je dat hij zich zo tegen je verzet? Hier zijn 10 veel gemaakt opvoedingsfouten en hoe je die juist kan voorkomen.

Mijn peuter en ik.
De 10 meest voorkomende opvoedings fouten.
 

1. Nee dat mag niet.
Als je je peuter een verbod oplegt doormiddel van ''nee'' zeggen, kan dit zorgen voor woede en frustratie bij je peuter. Het woordje nee betekend voor een peuterhet wegnemen wat hij wilde gaan doen.  Probeer het woordje ''nee'' dus te vermijden en leg juist uit waarom hij bepaalde dingen niet mag doen. Kinderen zijn vaak slimmer dan we denken. Inplaats van te zeggen : ''Nee, je mag niet op de trap spelen.'' Kan je dit zeggen : ''De trap is geen fijne plek om te spelen, want als je valt doet dat heel veel pijn. Zullen we bij de bank gaan spelen.'' Zo laat je namelijk zien dat hij wel gewoon mag spelen, alleen dat hij daar niet mag spelen. Zorg er wel voor dat het voorstel om ergens anders te spelen niet echt als een vraag word gesteld, zodat jij de controle blijft houden.
Dit heeft ook van toepassing op driftbuien. Als je peuter wat anders wilt dan jij kan hij soms ''blokkeren'' en een driftbui krijgen. De kans dat er een patroon ontstaat en hij iedere keer op dezelfde manier blijft protesteert als je hem probeert te straffen of corrigeren is groot. Je moet niet meteen boos worden en juist begrip tonen voor je kind. Bijvoobeeld als je kind rondjes blijft rennen in de crèche en niet mee wilt komen. ''Ik snap dat je graag nog drie rondjes wilt rennen en dat je helemaal niet mee wilt met mama. Zo krijg je de aandacht van je kindje en kan je een alternatief voorstellen. '' We rennen nog één rondje naar je jas en dan gaan we naar de fiets.''


2. Aankleden.
Je geeft je peuter teveel verantwoordelijkheid door hem de volledige controle te geven wat ze aan wilen die dag. Er is te veel keuze en er is een grote kans dat hij minstens drie keer van gedachte veranderd. Je kan dit subtiel veranderen door de keuze te beperken. Zo voorkom je ook dat hij steeds hetzelfde aanwilt. Je kan ze de keuze geven tussen twee outfits. Zo hebben ze namelijk het gevoel dat ze alsnog de controle hebben en leren ze keuzes maken.

3. ''Nog heel even wachten''
Iets waar peuters niet van houden is uitstel en wachten. Ze worden gefrustreed omdat ze niet weten hoeland ''heel even'' is. Zeggen dat hij over 5 minuten mag spelen help ook niet. Een peuter heeft nog geen besef van tijd en hoelang die 5 minuten zijn.
Laat hem naar de klok kijken en leg hem uit dat hij weer mag gaan spelen als de grote wijzer bovenaan staat. Zo weet je peuter waar hij aan toe is en de kans datt hij moeilijk gaat doen is klein.

4. ''Mama is even aan de telefoon''
Als je samen met je kind op stap bent (boodschappen doen bijvoorbeeld) wilt hij jouw aandacht. Als je ondertussen met een vriendin aan het bellen bent zorgt dit voor problemen. Je peuter wilt namelijk betrokken zijn met wat jij doet en zal ook niet snappen hoe jij met iemand kan praten die er niet is.
Vermijd dus telefoontjes zodat hij zich niet buitengesloten voelt. 


5. ''Niet aankomen''

Als je met je kindje naar een winkel gaat heeft het weinig zin om van tevoren te zeggen dat hij nergens aan mag zitten. Dit werkt juist averechts en zal hij alles willen aanraken en oppakken. Je kan ervoor zorgen dat hij bij je in de buurt blijft door te zeggen dat jullie elkaar anders kwijt raken.
Het help ook om hem erbij te betrekken door hem een taak te geven. Je kan bijvoorbeeld in een supermarkt zeggen dat hij het brood mag pakken. Zo kan hij ergens naar uitkijken, en heeft hij het gevoel dat hij mama goed helpt.

6. Wie is hier eigenlijk de baas?
Je moet nooit een discussie aangaan met je kind wat wel of juist niet mag. Als ouder moet jij de controle hebben. Geef je kind niet altijd zijn zin. Zo weet hijj waar de grenzen zijn. Stel je regels duidelijk op voor je peuter en hou je er ook aan! Hij kan er misschien een beetje tegen in gaan, maar ze vinden het fijn dat er grenzen gesteld worden. Als je peuter te ver gaat herinner je hem op een duidelijke toon aan de regels. Zo ziet hij dat jij de controle hebt en zal hij rustig worden.

7. ''Hier komt het vliegtuigje''
Sommige peuters willen hun bordje niet leegeten. Uitdrukking als : ''Eet gewoon wat de pot schaft'' snappen ze niet en geeft hun geen reden om hun bord leeg te eten. Ook hier is het belangrijk dat je het uitlegt. Dat hij eten nodig heeft om groot en sterk te zijn en voor de energie om te spelen.
Stimuleren wet uitdrukkingen als ''Hier komt het vliegtuigje aangevlogen'' help vaak ook. Je doet net of de lepel een vliegtuig is die de tunnel in wilt vliegen. Probeer hier meerdere variaties op te bedenken zodat het steeds ''nieuw'' is.
Je kan ook vertellen hoeveel hapjes hij nog moet. Tel ze tijdens het eten. Zo weet je peuter dat hij.zij bijna klaar is. Doordat je hebt uitgelegd wat er van hem verwacht wordt, zal hij zich hier eerder aan houden.
Zie ook het opvoedmagazine Eten Met Een Dreumes Of Peuter. Daarin staat wanneer je het beste met ''vaste'' voeding kan beginnen.
http://www.opvoedmagazine.nl/artikelen/eten-met-een-dreumes-of-peuter


8. Sarcasme.
Peuters weten niet wat sarcasme is en nemen daarom alles wat je zegt heel serieus. Je moet dus rekening houden met wat je zegt, zodat je hem niet kwetst met opmerkingen als : ''Ik vindt je niet meer lief.'' of ''Zoek maar een andere mama dan.'' Vaak zeg je dit soort dingen in een opwelling en meen je ze natuurlijk niet. Je ben ze dan ook al snel weer vergeten. Je peuter echter niet. Hij kan bang worden dat je echt weggaat.

9. ''Doe eens normaal''
In de ogen van een peuter doet hij niks raars. Hem vragen of hij normaal wilt doen zegt hem daarom heel weinig. Zorg dat je op hetzelfde niveau als je kind komt (zak bijvoorbeelde door je knieën en kijk hem aan. Leg hem rustig uit dat je het niet leuk vindt dat hij de hele tijd grapjes met je uithaalt. Dwing hem echter niet je aan te kijken. Zo zal hij het als een staf zien omdat je hem hard behandeld.
Leg hem uit woorom je het vervelend vindt en hoe je liever hebt dat hij zich gedraagd. 
Je geeft hem zowel een duidelijk voorbeeld van wat je niet leuk vindt en daarbij geef je een alternatief voor hoe hij zich wel kan gedragen.

10. ''Wat is er aan de hand''
Als je je kind vraagt wat er aan de hand is als hij zich ergens niet fijn bij voelt, creëer je ruimte voor zijn geklaag en maakt hij de situatie veel erger dan dat hij is.
Als je kind bijvoorbeeld gevallen is moet je er niet halsoverkop naar toe rennen en laten zien dat je heel erg geschrokken bent. Het verdriet wordt alleen maar groter omdat hij zijn emoties spiegelt aan jouw reactie. Het beste is om even kort aandacht te geven aan de pijnelijke plek door er even over te wrijven of een kusje op te geven. sta op en zeg dat er niks aan de hand is en dat hij gewoon verder kan spelen.
Soms help het ook (als hij alleen maar op zijn billen is gevallen en geen schrammetje heeft) om vrolijk verbaast te doen. ''O, o. Viel je nou zomaar pardoes op je kont! kom dan gaan we weer verder spelen.''
Het kind zal niet stil blijven staan bij de val.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Sluit me aan bij Merle!
Prima artikel. Ooit opgeleid als orthopedagoge en nu al 16 jaar moeder. Op beide fronten herkenbaar. Goed geschreven vanuit het perspectief van het kind en met heldere tips voor papa en mama.