Gesprek met abstrakte schilder-tekenleraar Martin Tissing 1981

Door Fredvanderwal gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Gesprek met abstrakte schilder-tekenleraar Martin Tissing 1981

Gesprek met abstrakte schilder-tekenleraar Martin Tissing 1981

Allersmaborg, Ezinge.

Martin:”

Ik heb die puberale pukkelkop Jan weggestuurd van de les,die komt er bij mij niet meer in,da’s net een oud wijf met dat rafelige snorretje en dan dat korte broekie van hem waar die bleke spillepoten onder aan hangen,een normale doorsnee homo zou d’r nog hetero van worden. Zit die lulhannes met zo’n ouwewijven marterharen penseeltje dubbel nul ter dikte van een mensen haar te pielen tussen die beren van kerels van 130 kilo met jatten als panne koeken, die bij het minste of geringste artistiek ontploffen en een collega uit kunstzinnige overwegingen bij gelijk lachend op d’r lui hun bek slaan,net als Karel Appel en die andere knakkers van vroeger, weet je wel. Nog even en ze hadden die knakker gewoon dat waterverfpenseeltje in zijn reet gestampt. Kon ie naar de eerste hulp post van het gasthuis voor een dagopname om zich van achteren te laten repareren.”


Fred:”Misschien had hij dat nog wel lekker gevonden ook. Ina en ik vonden het altijd toch al zo’n zuinig kijkend,bangelijk,verwijfd mietje!” 


Martin:”Zo’n kontaktgestoorde,gereformeerde in plat half Groningsch,half Drents dialekt pratende kloothommel kan ik niet hebben tussen mijn interna tionaal denkende jongens, die hebben allemaal bij voorbaat al een Amerikaans accent. Ze lachen die boerenlul vierkant achter zijn rug uit met die namaak Henk Helmantel kuttekopschilderijtjes. Die bijziende zwaarbrillende krekelkop valt helemaal in het niet bij al die schildershengsten van mijn afdeling Vrije Schilderkunst,die de verf ongecontroleerd in opperste vrijmaking het doek op slaan, wat zeg ik; schoppen, pletten, stampen en ranselen.

Je moet ze schilderkunstig eens gierend door de bocht zien gaan zonder enige remming ‘s ochends om half elf als ze al een fles of twee wiskey achter de kiezen hebben, nou, dan weet je wel hoe laat het is! Het zijn stuk voor stuk allemaal potentiële Karel Appels. En ruften dat ze kunnen! Da’s andere koffie dan thee!”


Fred: ”Wat je zegt, Martin. Wat je zegt, man!”


Martin: ”Wist je dat die luldebehanger maso Jan wekelijks onderdanig bij Hank Duvelsjas aanbelt met zijn pet voor zijn gulp, want je weet maar nooit, mis schien wel om zijn minieme erektie te verbergen als hij zijn Meester aanschouwt op zijn vrije woensdagmiddag om een onsje bijscholing te halen hoe hij commercieel moet leren schilderen?

Doet laatst die boerin open waar die Duvelsjas mee hokt, zo’n zwaar brillend, loensend, sprieterig, gereformeerd, zoetsappig, onderdanig kindvrouwtje met melkboerenhondenhaar, weet je wel, zo’n gereformeerd, baarmoederlijk tiepe, recht uit de suikerbiet getrokken van dertien in een half dozijn van achter het aanrecht vandaan met de aardappel schillen nog in het schaamhaar van het neuken in de keuken met je zusje onder tafel,maar wel elk jaar een kind binnenstebuitengekeerd driedubbel dwars overgehaald en vierkant verkeerd uitgepakt de baarmoeder uit de wrede wereld in geslingerd. 

Een teef die ik nog niet eens rechtop staand tegen het keukenaanrecht op met het gas voluit zou willen neuken.Ook niet als het gratis was!Al kreeg ik geld toe!Voor geen goud, man! Vraagt die lummel Jantje als hij voor de deur van die uit zijn krachten gegroeide plaggenhut van Duvelsjas staat, bedeesd:”Is de grote meester himself ook thuis?”

Dat loensend vrouwtje van Duvelsjas blaft terug: ”De meester is op bezet, woef, woef, maar ik kan wel even belet gaan vragen, alhoewel de meester overdag niet gestoord wil worden door allerlei artistieke onbenullen.”

Deur gaat dicht.

Jan wacht buiten in de stromende regen met de pet nog steeds voor zijn gulp, anders smelt zijn zuurstok misschien nog. Kwartier later zwaait de deur weer open. 

Vrouw: ”De meester g-l-a-c-e-e-r-t, dus meester niet bereikbaar zijn. Hij in hogere sferen verkeren”.

Die  Groningers spreken geen behoorlijk Nederlands, dus vandaar dat kromme, op Chinees gelijkende dialekt.

Jan: ”Jij misschien boodschap kunnen brengen aan meester? Ik aanwezig kun nen zijn bij glacerende meester? Ik heel erg op prijs stellen! Heel erg knieval doen voor meester als hij wil. Hij mag zelfs zijn voet op mijn hoofd zetten als ik voorover naakt in aanbidding uitgestrekt op mijn buik aan zijn voeten lig!”

Deur voor de tweede keer dicht.

Twintig minuten later;deur open.

Vrouw:”Je mag er een half uurtje bij zijn,maar beslist niet langer. Meester anders uit konsentraatsie worden gewipt. Jij niets mogen zeggen tegen meester tijdens glaceren, vooral niet van de zenuwen aan je gulp gaan wrieme len of je ballen een potje gaan kratzen uit verveling, want meester de hele dag in gebed om hemelse leiding van omhoog bij het glaceren. Daarom gaat het ook zo goed met de meester. Alles komt van boven en aan de regen en de zegen is tegenwoordig met die oplopende belastingdruk veel gelegen!”


Fred; ”Echt een gezellige jongen die Duvelsjas.”


Martin: ”Het geloof is die knakker volgens mij kompleet in zijn bol geslagen.Hij denkt dat hij de Jahezus Keristus van de schilderkunst himself is.”


Fred: ”Dan issie zeker van het kruis af gesodommieterd of de spijkers kwamen uit de verkeerde hema verpakking. In het gekkenhuis,op de kunst akademie of het psychopatenasiel heb je altijd twee die denken dat ze Jezus Keristus zijn en drie die bij hoog en laag volhouden dat ze Napoleon of Picasso zijn. ”


Martin: ”Jahaha.Ik wil ‘m wel even terugspijkeren! Je hebt van die gasten die daar op klaar komen, die zijn niet helemaal koosjer van boven. Ik zou het liefste eigenlijk Napoleon zijn, dat is tenminste nog een merk Cognac!”


  Fred: ”En Jezus Christus is het merk van die gevlochten lederen barrevoets gaande, artistieke gezondheidssandalen! En op mijn bandenplakdoosje stond vroeger Simson. Vertel mij wat, Martin. Als iemand de Bijbel kent, ben ik het wel, ouwe rukker! Vertel mij wat! We zijn één keer bij Duvelsjas op zondag op bezoek geweest en het was voor goed de laatste keer. Ik kreeg met veel moeite en eindeloos lullen één pijpje pils los en dat gaf hij nog met tegenzin, want het kostte 69 cent. Skolpils, waar je gelijk na de eerste slok barstende hoofdpijn van krijgt. De grootste rotsooi, die uilensijk. Dat deed hij expres, want in zijn kelder liggen de duurste wijnen van tientallen jaren geleden voor de collectionneurs klaar. Dat bier was net verschaalde paardepis van Kaatje pisvinger. En een half uur later moest ik om een tweede flesje vragen en dat wilde hij aanvankelijk niet eens geven omdat het de dag des Heren was. Ik kon wel zelfgekookte vergiftigde brandnetelthee krijgen of een of ander beschim meld aftreksel van vlierbessen, maar daar heb ik hartelijk voor bedankt en net zo lang gezeurd tot ik mijn zin kreeg!”


Martin: ”Zo is die goosser.Te gierig om normaal uit zijn gluiperige gereformeer de varkensogen te kijken.”


Fred: ”Hij verzonk voor het avondeten langdurig in een dwingend smeek- en klaaggebed met veel gejammer,waarin hij in de tale Kanaäns met steeds luider stem verzocht of de laatste duisternis niet uit mijn vertroebelde, verdorven, perverse heidense, God lasterende verstand kon worden weggenomen door de allerhoogste en wel liefst per direkt.

Ik werd er niet helemaal goed van dat soort zelfingenomen hypokriet gesijk. Ik heb onderdehand maar een beetje naar die witgestuukte kale, kalvinistiese kloostermuren zitten kijken van zijn huis om kalm te blijven, maar het liefst was ik opgesprongen en had ‘m een paar rammen voor z’n kristelijke kanis gegeven. Hij weet van gekkigheid niet wat hij met al zijn poen moet doen en koopt Chinese vazen van tienduizend gulden per stuk die detonneren in die oude pastoriewoning. Kerk, kut en kapitaal, liegen doen ze allemaal!”


Martin: ”Daar kan ik het toch niet helemaal mee eens zijn.Kut liegt niet.”


Fred: ”Ik heb wel eens een liegende kut meegemaakt!”


Martin: ”Zeker een klapkut.”


Fred: ”Nee,het was een gratekut uit T.,waar ik drie dagen mee op stap was in de tijd dat ik nog wel eens vreemd ging, toen er nog geen aids aan je reets was, man!”


Martin: ”Wat je zegt, Fred. Wat je zegt!”


Fred:”Yeah, man!” Ik neuk niet meeer andermans wijven!


Martin:”"Niet meer? Zeker ook niet minder? Je moet eens langs komen op mijn atelier,weet je!Ik denk dat wij het wel met elkaar kunnen vinden!Jij bent tenminste niet zo’n mietje als Duvelsjas of Jantje.”


Fred: ”Heb je daar wat onder de kurk?”


Martin: ”Boerenjongens onder de kurk…”


Fred:”Boerenmeiden onder de dekens?”


Martin: ”Nee. Boven de dekens natuurlijk!”


Fred: ”Waar ze thuis horen,Martin,waar ze thuis horen!Als het vlees maar schoongewassen en kiemvrij is.Geef anders maar mijn portie aan fikkie!Eén keer een druiper was genoeg!”


Martin: ”Schrijf mijn adres even op, ouwe rukker. Er is altijd genoeg te zuipen bij mij. Ik ben gotdome Hank Duvelsjas niet!”


Fred: ”Gelukkig niet, Martin! Anders bleef ik liever thuis, weet je om op een pijp zoethout te zitten kauwen of een potje aan m’n lul zitten trekken!”


Martin: ”Waar houd je meer van? Van het eerste of van het laatste?”


Fred: ”Malt Wiskey puur,da’s de benzine die de motor van deze jongen doet lopen als een gesmeerde tiet op wonderolie.De rocks kun je terug de zee in smijten!”


Martin: ”Als een collega daar van houdt haal ik het in huis,okee?Dan lul ik niet langer dan het breed is,weet je,dan ga ik als een speer naar de keilenwinkel om de drankomzet tot ongekende hoogte op te juinen!”


Fred: ”Dat is mannentaal! Een beter collegiaal gebaar had je niet kunnen maken, Martin. Ik kom er aan. Heb je vandaag nog tijd? Ik begin langzamer hand dorst te krijgen van al dat gelul in de coulissen!”

  Groningen. Een maand later. Tweede gesprek met Martin Tissing.
 

  

Martin: ”Hé, vogel, te gek, man. Alles kits in de rits, vogel?”


Fred: ”Hou op man, vogels zijn al lang niet meer in de mode sinds de zestiger jaren. Ze zijn allemaal weg gevlogen naar Verweggistan met een hoofddoekie om en komen nooit weerom, net als Berend Botje die uit varen ging.”


Martin: ”Je kent die vogel van een Jan X. toch wel?”


Fred: ”Dat is geen vogel, da’s hooguit een achterbakse afgebefte baardekop, halve paardenkop.”


Martin: ”Vogelspin, paardenkop of paardenbeffer kan mij wat verrotten. Ik bedoel die arrogante Stalen Jezus van Zwiggelte, weet je wel.”


Fred: ”Kennen is een groot woord, maar ik weet wie je bedoelt. Mooi weertje voor de tijd van het jaar. Heb je daarom die geruite pantoffels nog steeds aan , ouwe rukker, speel je voor kulturele antiheldheld of voor Ollie B.Bommel?”


Martin: ”Anders kunnen de leerlingetjes niet zien dat ik een echte artiest ben.Aan iedere ware kunstenaar zit wel een vreemd kantje.”


Fred: ”Dat zien ze toch wel aan je telig wierende befbaard?”


Martin: ”Iedereen heeft tegenwoorig een befbaard.”

  

Fred: ”Ze ruiken het zo wel op een kilometer afstand aan die drankkegel van uit je zure baard dat je artiest bent,Martin.”


Martin: ”Die doorgedraaide mafkikker van een van L. nodigde me uit voor een tentoonstelling in het gemeentehuis van Vries, weet je wel?”


Fred: ”Vries? Nooit van gehoord. Is dat vries van vriezen we dood dan vriezen we dood? Of antivries? Diep Fries?”


Martin: ”Nee, diepvrieskroketten, nou goed.”


Fred: ”Maar wat was er aan de hand?”


Martin: ”Bleek die lul met vingers mij alleen te hebben uitgenodigd om zijn kloterige waterverfjes naast mijn magistrale,breed geborstelde werkenin krachtige ombers op te kunnen hangen,weet je wel?”


Fred: ”Heb je het ooit zo bruin gegeten?”


Martin: ”Ik heb niks tegen die gereformeerde kloteklapperskontkutlikkers klotekankerkoleretroep van die goosser, maar die kaleklotetroep slaat gewoon mijn schilderijen hartstikke dood. En wie zit met de brokken?"


Fred: ”Corrie?”


  Martin: ”Nee,die niet.Corrie en de brokken is weer een ander verhaal,die wilde ik nog als openingsact uitnodigen,weet je wel.Dat kalvinistiese vitriool van die knakker van een Jan van Loon en van zijn maatjes verzuurt alles en iedereen.”


Fred: ”Dan houd je er zure schilderijen van over.Ik vind de meeste van die abstrakte schilders toch al behoorlijk verzuurd.Ze komen ook helemaal niet door de lakmoesproef.”


Martin Tissing:”Als ik van tevoren had geweten,dat hij zijn kristelijk gereformeerde kutschilderijen met die sombere,anaal gefixeerde strontkleuren ook zou ophangen,had ik het natuurlijk nooit gedaan.Ik ga niet naast een dilettant hangen,bejjebesodemieterd.In ieder geval was ik de absolute,onstuitbare publiekstrekker van de show.Het publiek kwam alleen voor mij en die rotsooi van van Loon lieten ze links liggen.Hij heeft ook helemaal niets verkocht en voor mij stonden de klanten net als vroeger in de rij.Die hangjas van Loon trek ik mee als een speelgoedbootje achter een oceaanstomer.Die knakker lag gewoon in mijn kielzog te zieltogen.Als ik een scheet laat blaas ik die lul met vingers van hier de oceaan over naar de Filippijnen en weer terug.


Fred:”Dat moest je maar eens doen.Zijn wijf ziet ‘m toch niet zo zitten.Er is niks aan hem verloren.En als het doodtij is zuig je ‘m zo weer per ongeluk terug je hol weer in.Ben jij ook tevreden,want een gevuld gat is een goed gat.”


Martin: ”Dat is het risiko als een amateur naast een professional en een celebrity als ik ben tentoonstelt met zijn amateuristiese kut met peren akwarellen.”


Fred: ”Het leven als kunstenaar is hard, Martin!”


Martin: ”In New York in the inner circle kennen ze me allemaal. Ik sprak laatst nog met Jackson Pollock.”


Fred: ”Dat drankorgel is gelukkig al lang dood!”


Martin: ”Nou, ja, eigenlijk met zijn broer. Zijn zusje Janet Jackson ken ik ook. Al die Jacksons, die jakken in hun jacks wat af! Of was het nou Francis Bacon, die ik in dat drankhol tegen het ongewassen, dikke lijf liep?”


Fred: ”Je bent beroemd, Martin. Ik heb het nooit geweten,maar jij hebt het me duidelijk gemaakt!Het was heel fijn om met zo’n Art Vip uit Groningen te praten, Martin. Tot ziens over een vijfentwintig jaar of zo. Dag,Martin! Doe ze allemaal de groeten! Vooral aan die vogel Francis Bacon!”

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.