Regeling en gedrag

Door Suzannes gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

Alles wat je wilt weten over het zenuwstelsel.

zenuwstelsel:  - verbinden centrale zenuwstelsel met alle lichaamsdelen
- belangrijke rol bij waarneming en bij het toekomen van gedrag

zintuigcellen nemen prikkels (invloed uit het milieu) op. onder invloed van de prikkels ontstaan in de zintuigcellen impulsen, elektrische signalen die door zenuwen worden voorgeleid gaan naar de hersenen. hersenen geven weer andere impulsen af die via zenuwen naar spieren en klieren gaan. het zenuwstelsel verwerkt impulsen afkomstig van zintuigen. ook regelt het zenuwstelsel de werking van spieren en klieren.


het zenuwstelsel bevat miljoenen zenuwcellen die zijn opgebouwd uit een cellichaam (daar is celkern, ligt in/vlakbij centrale zenuwstelsel) en uitlopers (worden impulsen doorheen geleid naar het cellichaam en terug). 

3 zenuwcellen:
- gevoelszenuwcellen: geleiden de impulsen van de zintuigen naar centrale zenuwstelsel. hebben 1 lange uitloper  cellichaam.
- bewegingszenuwcellen: impulsen van centrale zenuwstelsel gaan naar de spieren en klieren. cellichamen liggen in centrale zenuwstelsel. Hebben 1 lange uitloper dat van het cellichaam af geleid.
- schakelcellen: geleiden impulsen binnen centrale zenuwstelsel, en uitlopers gevoelszenuwcellen met uitlopers bewegingszenuwcellen

uitlopers liggen bij elkaar in een zenuw. elke uitloper is omgeven met laagje dat isoleert. om zenuw stevige laag voor bescherming. meeste lichaamsdelen zijn dmv zenuwen met je ruggenmerg verbonden.


het centrale zenuwstelsel bestaat uit ruggenmerg en hersenen. het ruggenmerg geleidt impulsen van de zintuigen naar de hersenen en van hersenen naar de spieren en klieren. het ruggenmerg ligt in het wervelkanaal en loopt van hersenstam tot lendenwervels. tussen 2 wervels zitten aan iedere kant ruggenmergzenuwen.
hersenen = hersenstam, grote hersenen en kleine hersenen. hersenstam ligt in verlengde ruggenmerg en geleidt impulsen van ruggenmerg naar de grote en kleine hersenen en terug, van zintuigen hoofd en hals naar de grote en kleine hersenen, en grote en kleine hersenen naar de spieren en klieren in hoofd en hals. dmv hersenzenuwen zijn hoofd en hals met hersenstam verbonden.  beide hersenen bestaan uit 2 helften. de schors is grijzig en er liggen veel cellichamen van schakelcellen. in het merg liggen veel uitlopers van schakelcellen en is lichter van kleur (door beschermende laagje om uitlopers).
in de grote hersenen komen veel impulsen van zintuigen binnen. de plaats waar ze aankomen en worden verwerkt bepaalt de aard van de waarneming = hersencentra (onderscheiden gevoelscentra en bewegingscentra).
meeste gevoelscentra ligt achter centrale groeve, worden impulsen verwerkt = bewuste gewaarwording. meeste bewegingscentra liggen bij elkaar in hersenschors vóór centrale groeve. kunnen impulsen via hersenstam, ruggenmerg en bewegingszenuwcellen worden geleid. impuls veroorzaakt beweging die je bewust maakt = bewuste of gewilde bewegingen.
kleine hersenen zorgen ervoor dat alle bewegingen op elkaar zijn afgestemd,  coördinatie en evenwicht.

alcohol, medicijnen en drugs beïnvloeden de werking van het zenuwstelsel. waarom drinken: erbij horen, nieuwsgierigheid, verveling, ontspanning, gezelligheid en stoer doen, problemen vergeten.
niet drinken: slecht voor gezondheid, zonde van geld, slechte ervaring, geen behoefte, moslims.
alcoholhoudende drank: alcohol, water en smaakstoffen, onderverdeeld in bier, wijn en sterke dranken.
veel alcohol is schadelijk op korte termijn en op lange termijn.

effecten op korte termijn:
alcohol komt direct in bloed terecht, het komt in de hersenen terecht, die worden verdoofd. na 2/3 glazen wordt je vrijer en durf je meer = loskomen. meer = aangeschoten, meer zelfvertrouwen. hersenen worden meer verdoofd, je ziet en hoort slechter en je reactievermogen neemt af. nog meer = dronken. ziet onscherp, kunt niet meer recht lopen, vergeet dingen. vaak volgende ochtend een kater, dan heb je hoofdpijn en erge dorst en soms moet je overgeven.

effecten op lange termijn:
als je veel alcohol drinkt went je lichaam eraan, je moet meer drinken om dronken te worden. kan overgaan in een verslaving (geestelijk of lichamelijk afhankelijk van alcohol). geestelijk afhankelijk als je alcohol nodig hebt om je lekker te voelen/tot rust te komen. lichamelijk afhankelijk als je lichaam niet meer goed functioneert zonder alcohol. als je stopt krijg je ontwenningsverschijnselen, voelt je rillerig, ziek en koortsig.

bij een volwassene verwijdert de lever een glas alcohol in ca 1,5 uur. vaak drinken ð lever groter ð werkt minder goed. ook kans op schade aan hersenen, maag en hart en geheugenverlies.
< 16 geen alcohol, < 18 geen sterke drank.
bij verkeerscontroles wordt het alcoholgehalte van uitgeademde lucht gemeten dmv blaastest. alcoholgehalte wordt weergegeven als promille (% ₒ) 1 promille = 1 mg alcohol per 1 ml bloed.

 

2 verschillende reacties op impulsen van prikkels: bewuste reacties en reflexen.

bewuste reactie: vb. duwen. als je wordt geduwd gaan er impulsen van zintuigcellen in je huid via gevoelszenuwcellen naar schakelcellen in ruggenmerg. schakelcellen in ruggenmerg geven via uitlopers impulsen door aan schakelcellen hersenstam. die weer naar grote hersenen. impulsen komen in gevoelscentra en je wordt bewust. terugduwen: impulsen in bewegingscentra grote hersenen via uitlopers naar schakelcellen in kleine hersenen, hersenstam en ruggenmerg. vanuit hersenstam impulsen via bewegingszenuwcellen naar spieren in je nek; je draait je om en kijkt opzij. vanuit ruggenmerg gaan impulsen via bewegingszenuwcellen naar spieren in romp en ledematen. kleine hersenen coördineren bewegingen, zodat je je evenwicht niet verliest.

Een reflex is een vaste, snelle onbewuste reactie op een bepaalde prikkel. (andere: ooglidreflex, pupilreflex) terugtrekreflex: je spoelt per ongeluk je hand met heet water, je trekt je hand direct weg. Pas dan voel je de pijn. Door het hete water op je hand ontstaan impulsen in zintuigcellen, ze gaan via de gevoelszenuwcellen naar de schakelcellen in het ruggenmerg. De impulsen gaan naar de bewegingszenuwcellen en vervolgens naar de spiercellen in armspieren, wat ervoor zorgt dat je bijvoorbeeld je arm terugtrekt. ook geleiden schakelcellen in je ruggenmerg impulsen naar je hersenen. Deze weg is langer waardoor je eerder je hand weg trekt en dan pas pijn voelt. dit is vaak een bescherming tegen beschadigingen. Ook hebben ze een functie bij het handhaven van bepaalde houdingen van je lichaam en beweging. De weg die impulsen bij een reflex afleggen heet een reflexboog. De reflexboog van hoofd en hals werken via de hersenstam en die van je romp via je ruggenmerg.

Het hormoonstelsel bestaat uit een aantal hormoonklieren die hormonen maken. Hormonen zijn stoffen die de werking van bepaalde organen regelen. Veel klieren voeren de geprocedeerde stoffen af via afvoerbuizen (speeksel-, zweet-, traanklieren). Hormoonklieren geven de hormonen af aan het bloed dat door de hormoonklier stroomt, zo komen het in je hele lichaam. ze werken alleen in weefsels en organen die er gevoelig voor zijn. Het regelt vooral langzame, langdurige processen. Zoals stofwisseling, voortplanting, groei en ontwikkeling. Belangrijke hormoonklieren: -hypofyse, eilandjes van Langerhans, bijnieren, schildklier, eierstokken, teelballen

De hypofyse ligt tegen de onderzijde van de hersenen tussen beide hersenhelften. Het produceert een hormoon dat de groei van de beenderen van het skelet regelt. Als het te veel van dit groeihormoon produceert, ontstaat er reuzengroei. En bij te weinig dwerggroei.

De schildklier ligt in de hals, voor het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan. het produceert met behulp van de hypofyse het schildklierhormoon, beïnvloed de stofwisseling en de groei en ontwikkeling. Als er te weinig schildklierhormoon wordt geproduceerd, vindt er te veel verbranding plaats en vermager je sterk. Als er te weinig wordt geproduceerd vindt er te weinig verbranding plaats, waardoor je het koud krijgt en snel moe wordt. bij een kind loopt de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling trager.
bij een volwassene kan de schildklier sterk vergroten = struma (krop). kan door te weinig jood (noodzakelijk voor de vorming van schildklierhormoon). komt bijna niet meer voor.

De bijnieren liggen als kapjes boven de nieren,  produceren adrenaline. Als je woedend, bang of enorm schrikt geven je bijnieren dat af aan je bloed. Je hart gaat sneller kloppen, je ademt sneller en er komt meer glucose in bloed. Hierdoor kunnen je spieren sneller en krachtiger werken. enige hormoon met een snelle, kortdurende werking.

Het ruggenmerg ligt in het wervelkanaal. Tussen 2 wervels komt steeds aan iedere kant een ruggenmergzenuw uit ruggenmerg. In het merg liggen de cellichamen van schakelcellen en bewegingszenuwcellen. In de schors liggen veel uitlopers van schakelcellen die impulsen van en naar hersenen geleiden.
Ruggenmergzenuw verbindt een bepaald gedeelte van een romp of de ledematen met het ruggenmerg en bevat uitlopers van bewegingszenuwcellen en gevoelszenuwcellen. verdikking in zenuwen = zenuwknoop, daarin liggen de cellichamen van gevoelszenuwcellen.
De cellichamen van gevoelszenuwcellen zijn door uitlopers verbonden met schakelcellen, en die weer door uitlopers met bewegingszenuwcellen. De andere uitlopers van schakelcellen lopen door het schors van het ruggenmerg naar de hersenen. de uitlopers van bewegingszenuwcellen verlaten het merg aan buikzijde, komen uit in de ruggenmergszenuw.



De eilandjes van Langerhans zijn hormoonklieren. Het zijn groepjes cellen die tussen de cellen van de alvleesklier (verteringsklier) liggen. Ze produceren de hormonen insuline en glucagon, die het glucosegehalte (bloedsuikerspiegel) van het bloed regelen. Door insuline en glucagon wordt de bloedsuikerspiegel min of meer constant gehouden.
Als het glucosegehalte hoger dan 0,1% wordt produceren ze te veel insuline. Daardoor wordt glucose omgezet tot glycogeen (reservestof die wordt opgeslagen in de leven er in spieren). Hierdoor daalt het glucosegehalte van het bloed.
Suikerziekte: Als het glucosegehalte lager dan 0,1% wordt produceren ze te veel glucagon. Daardoor wordt in de lever en in de spieren glycogeen omgezet in glucose. De glucose wordt opgenomen in het bloed. glucosegehalte van het bloed stijgt. mensen met diabetes kunnen zelf insuline, moet afgestemd zijn met hoeveel de patiënt eet.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een duim omhoog. Weer wat geleerd.