De bloedsomloop van het menselijk lichaam

Door Suzannes gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

Het menselijk lichaam is heel fascinerend, al die organen en cellen die onderling samenwerken. Een belangrijk onderdeel van ons lichaam is de bloedsomloop. Wil je hier meer over weten? lees dan verder.

55% van het bloed bestaat uit bloedplasma (een lichtgelige vloeistof). In de vaste bestanddelen bevinden zich rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes.

Bloedplasma:
Bloedplasma bestaat voor 7% uit plasma-eiwitten (een daarvan is fibrinogeen, dat vervult een functie bij bloedstolling) en voor 91% uit water. De rest zijn in water opgeloste stoffen, oa zouten. Bloedplasma vervoert (een beetje) zuurstof, voedingsstoffen, koolstofdioxide  en andere afvalstoffen.

Rode bloedcellen:
Rode bloedcellen zien eruit als kleine ronde schijfjes die in het midden iets dunner zijn. Ze
hebben geen celkern en vervoeren zuurstof. Ze bevatten de rode kleurstof hemoglobine, waardoor ze makkelijk zuurstof kunnen opnemen (in de longen) en afgeven.

Witte bloedcellen:
Witte bloedcellen hebben geen vaste vorm. Ze doden ziekteverwekkers. De cellen bestrijden bacteriën door ze in te sluiten, de bacteriën komen dan in de witte bloedcellen te liggen en gaan dood, de witte bloedcellen zelf gaan hierbij vaak ook dood. De etter of pus uit een wond bestaat uit de dode bacteriën en witte bloedcellen.

Bloedplaatjes:
Bloedplaatjes zijn delen van uiteengevallen cellen en hebben geen celkern. Bloedplaatjes bevatten stoffen die ervoor zorgen dat bloed buiten het bloedvat stolt. Als het bloed wel in het bloedvat stolt ontstaat er een bloedprop, dat heet trombose.


De bloedsomloop is de weg die het bloed aflegt door het lichaam. Het hart bestaat uit 2 delen. De rechterhelft pompt het bloed naar de longen, dat heet de kleine bloedsomloop. De functie van de kleine bloedsomploop is zuurstof en voedingsstoffen (glucose bijv) afgeven aan de cellen en koolstofdioxide en andere afvalstoffen opnemen in het bloed. Vanuit de kleine bloedsomloop komt het bloed in de linkerhelft van het hart, dat heet de grote bloedsomloop. De functie van de grote bloedsomloop is zuurstof en voedingsstoffen afgeven aan de cellen en koolstofdioxide  en andere afvalstoffen opnemen. Per omloop stroomt het bloed 2x via het hart, dit wordt de dubbele bloedsomloop genoemd.
Door het hart lopen kransslagaders (bloed rijk aan zuurstof en voedingsstoffen) (aftakking aorta) en kransaders (rijk aan koolstofdioxide en andere afvalstoffen).

Zuurstofarm bloed komt binnen via de onderste en bovenste holle ader die uitmonden in de rechterboezem en naar de rechterkamer stroomt. Daarna pompt het bloed in de longslagader. Het splitst in 2 bloedvaten, elk naar een long. In de longen wordt het bloed zuurstofrijk. Stroomt door de longslagaders terug naar hart. Bloedvaten monden uit in de linkerboezem en gaan naar de linkerkamer. Het bloed wordt in de aorta gepompt en gaat vervolgens naar alle organen in het lichaam. Het bloed wordt weer zuurstofarm en gaat via onderste/bovenste holle ader terug naar hart.
De boezems en kamers zijn door hartkleppen gescheiden, die zorgen ervoor dat het bloed niet meer terugstroomt. Aan het begin van de longslagader en de aorta zitten de maanvormige kleppen.

De hartslag is verdeeld in 3 fasen:
• het samentrekken van de boezems: vindt in beide helften tegelijkertijd plaats.
Bloed stroomt de kamers in. Kamers zijn ontspannen.
• Het samentrekken van de kamers: de hartkleppen slaan dicht, zodat het bloed niet meer naar de boezems terug kan stromen. De druk in de kamers stijgt en de halvemaanvormige kleppen worden opengedrukt en het bloed wordt in de aorta en longslagader gepompt.
Boezems zijn ontspannen.
•     Hartpauze:  de boezems en kamers zijn ontspannen. Het bloed stroomt van de holle aders en longaders in de boezems.


Er zijn 3 typen bloedvaten: slagaders, aders en haarvaten. Het hart pompt het bloed in slagaders naar de organen. De bloeddruk in de slagaders is hoog, het hart pompt het bloed namelijk met kracht weg. De wanden van de slagaders zijn dik, stevig en elastisch. De meeste slagaders lopen diep in je lichaam.
In de organen vertakken ze zich in steeds kleinere vaten. Ook de wanden worden steeds dunner. Haarvaten hebben een wand van één cellaag dik, samen vormen ze een haarvatennet. De bloeddruk is er laag. De functie van de haarvaten is zuurstof afgeven en koolstofdioxide opnemen. De haarvaten komen weer bij elkaar in de aders. De bloeddruk in de aders is laag. De aders voeren het bloed weer terug naar de hartspier.
Het hart zuigt het bloed uit de aders terug. De wanden zijn dun, want de hartslag is niet meer merkbaar, aders liggen vaak ook minder diep in het lichaam. In de meeste aders liggen op veel plaatsen kleppen die het bloed maar in een richting doorlaten en voorkomen dat het bloed terugstroomt naar de organen.
In de slagaders komen geen kleppen voor, behalve de halvemaanvormige kleppen bij het hart.
De longader splitst zich al snel in tweeën, er komen 2 longaders bij het hart aan. De aorta heeft heel veel vertakkingen, waar het bloed naar de organen door stroomt.
Er is geen darmader, het bloed dat uit de dunne darm wegstroomt is zuurstofarm en rijk aan voedingsstoffen. Dit bloed stroomt via de poortader naar de lever, waar veel voedingsstoffen tijdelijk worden opgeslagen. De leverslagader stroomt ook naar de lever, die zorgt voor zuurstof in de lever. Via de leverader stroomt het zuurstofarme bloed uit de lever weg.


Sommige mensen hebben last van hun bloeddruk. Een te lage bloeddruk komt weinig voor, je hebt dan wat vaker last van hoofdpijn en duizeligheid. Een te hoge bloeddruk komt vaker voor. Je merkt het niet als je bloeddruk te hoog is, het is alleen te meter met een bloeddrukmeter. De bloeddruk bestaat uit de ‘bovendruk’ (druk wanneer het hart zich samentrekt) en de ‘onderdruk’ (wanneer het hart ontspant). Voor de bovendruk is een getal onder de 160 normaal, voor de onderdruk onder de 95. Hogebloeddruk kan komen door overgewicht, veel zoutgebruik, veel drop eten, meer dan 2 glazen alcohol per dag drinken (vooral bij rokers). Soms komt het door een lichamelijke afwijking. Een hogebloeddruk geeft meer kans op hart- en vaatziekten. Wat je er zelf aan kunt doen: niet roken, niet meer dan 2 glazen alcohol per dag drinken, gevarieerd eten (niet te veel, zout of vet. Elke dag groente, fruit en melkproducten), niet teveel drop eten, voldoende bewegen, voor voldoende ontspanning en afleiding zorgen.

Bij gezonde bloedvaten is de binnenwand glad zodat het bloed er goed doorheen kan stromen, bij sommige mensen wordt die wand langzaam steeds ruwer doordat er cholesterol tegen de wand wordt afgezet. Cholesterol komt vooral voor in vette, dierlijke voedingsmiddelen. Als het cholesterolgehalte in het bloed niet te hoog is kan het cholesterol weer loskomen van de wand. Als het cholesterolgehalte te hoog is wordt die laag alleen maar dikker en kan verstopt raken. In een laat stadium wordt er ook kalk afgezet waardoor de wand minder elastisch wordt (= aderverkalking of atherosclerose). Het hart moet harder pompen om het bloed door de vernauwde bloedvaten te pompen, waardoor het hart overbelast kan raken. Bij aderverkalking in een kransslagader kan een hartinfarct ontstaan, dan krijgt een deel van het hart geen zuurstof en voedingsstoffen meer en kan dat deel afsterven. Hoe gevaarlijk het is hangt af van de grootte van het afgestorven deel. Als dat groot is, is het zelfs dodelijk. Als het kleiner is en het hart is in goede conditie, neemt een andere kransslagader het over. Je moet dan gewoon een paar weken rusten.
Een hartinfarct merk je aan een scherpe pijn in je borst en een benauwd gevoel. Het komt vaak voor bij oudere mensen, maar soms ook bij mensen van 30/35 jaar, dat is dan omdat ze ongezond leven.
Als een kransslagader erg is vernauwd kan je een bypassoperatie ondergaan, er wordt dan omweg gemaakt om het vernauwde deel heen met een stukje bloedvat uit je been. Vaak wordt er ook gedotterd. Via een sneetje in je lies wordt er een slangetje naar het vernauwde deel geschoven, aan het eind van het slangetje zit een ballonnetje en die wordt opgepompt. Hierdoor brokkelt de vernauwing af.
Hartpatiënten moeten vaak een cholesterolarm dieet houden, ze mogen geen: vet vlees, vette vis, eieren, boter, margarine, chocola, koekjes en gebak meer eten. Ze mogen zich ook niet teveel inspannen.
Je kunt een hartinfarct voorkomen door niet te gaan roken, veel te bewegen en stres te vermijden.


Door de bloeddruk wordt bij het begin van de haarvaten vocht (bestaat uit oa zuurstof en voedingsstoffen) naar buiten geperst. Het vocht buiten de haarvaten heet weefselvocht en zit tussen de cellen van de organen.
De cellen nemen zuurstof en voedingsstoffen op uit de weefselvloeistof en geven weer koolstofdioxide en afvalstoffen af. De weefselvloeistof met koolstofdioxide en afvalstoffen wordt voor een groot gedeelte weer in de haarvaten opgenomen en het overige deel in de fijne lymfevaten. De vloeistof in lymfevaten heet lymfe en bestaat uit water met opgeloste stoffen en witte bloedcellen. Lymfe bevat ook een deel van de zuurstof en voedingsstoffen die niet door de cellen zijn opgenomen.
Alle lymfevaten samen vormen het lymfevatenstelsel en alle lymfe komt uiteindelijk terecht in 2 grote lymfevaten: de rechterlymfestam en de borstbuis. Die 2 vaten monden allebei uit in aders die onder de sleutelbeenderen liggen. Via die aders komt de lymfe in de bovenste holle ader terecht.
Op bepaalde plaatsen in je lichaam liggen lymfeknopen (oa. in de hals, in de oksels en in de liezen). Deze lymfeknopen zuiveren de lymfe van onder andere ziekteverwekkers.


De afvalstoffen uit koolstofdioxiderijk bloed worden uit het bloed gehaald en verwijderd, dat heet uitscheiding. Het komt vooral voor in de nieren. Het zuurstofrijke bloed stroomt de nieren binnen via de nierslagaders. de nieren halen de afvalstoffen uit het bloed. Door de nieraders stroomt het gezuiverde bloed weer weg.
Een nier bestaat uit nierschors, niermerg en nierbekken. Het schors en merg halen niet alleen afvalstoffen uit het bloed, maar ook overtollig water, overtollige zouten en schadelijke stoffen. Samen heet dat urine. In de nierbekkens wordt de urine verzameld en via de urineleiders afgevoerd naar de urineblaas. In de blaas wordt het tijdelijk opgeslagen, zodat je niet de hele tijd moet plassen. Van tijd tot tijd wordt de urine uit de urineblaas vervoerd via de urinebuis.
 

Bij bloedstolling spelen niet alleen bloedplaatjes maar ook bloedplasma een rol, vooral het plasma-eiwit fibrinogeen.

als de wand van een bloedvat wordt beschadigd:
* spieren in bloedvatwand trekken samen waardoor er minder bloed door beschadigde bloedvat stroomt
* bloedplaatjes kleven aan beschadigde bloedvatwand en er ontstaat een propje van bloedplaatjes op de wond
* er komen stoffen uit de bloedplaatjes vrij wat fibrine heet en er ontstaat een netwerk fibrinedraden op de wond

Fibrine vormt een netwerk van draden op een wond waar de bloedcellen in blijven hangen. Daardoor stopt het bloeden. Als de fibrinedraden met daartussen de bloedcellen opdrogen ontstaat er een korstje.
bij bloedziekte (hemofilie) stolt het bloed niet goed. Elk wondje is al gevaarlijk, omdat het zonder medische behandeling blijft doorbloeden. Bloedziekte komt alleen voor bij mannen.


Stoffen die niet in je lichaam thuishoren heten lichaamsvreemde stoffen, als die in je lichaam komen stelt je lichaam zich daartegen weer. Bij een infectie dringen de ziekteverwekkers (meestal bacteriën of virussen) je lichaam binnen.

Witte bloedcellen heb je in 2 soorten:
1.  Sluiten de ziekteverwekkers in en maken ze onschadelijk.
2. Maakt antistoffen. Op een ziekteverwekker zitten bepaalde eiwitten die je normaal niet in je lichaam hebt. Deze eiwitten worden door het afweersysteem herkend als lichaamsvreemd, daarom gaan bepaalde witte bloedcellen daar antistoffen tegen maken. De antistoffen hechten zich op de lichaamsvreemde stof en wordt zo onschadelijk gemaakt.

Het duurt een tijdje voor je lichaam een antistof heeft gemaakt, daarom wordt je vaak eerst ziek. Ook bestaat een ziekteverwekker vaak uit verschillende lichaamsvreemde stoffen en moeten er meerdere antistoffen worden gemaakt. Als je lichaam eenmaal een antistof heeft gemaakt, onthoudt je lichaam dat. De volgende keer dat je weer dezelfde ziekteverwekker binnenkrijgt, wordt de antistof bijna meteen gemaakt. Je bent dan immuun voor een ziekte (= immuniteit). Als je de ziekte zelf hebt doorlopen, heet dat natuurlijke immuniteit.
Je kan ook een kunstmatige immuniteit opbouwen. Je krijgt dan een vaccinatie. Bij een vaccinatie wordt een vaccin ingespoten. Een vaccin bevat dode of verzwakte ziekteverwekkers. De witte bloedcellen maken antistoffen aan, omdat de ziekteverwekker dood of verzwakt is, wordt je er niet heel ziek van. Als je later nog een keer die lichaamsvreemde stoffen binnenkrijgt, maakt je lichaam gelijk de antistoffen.
Jonge kinderen krijgen vaak een dktp-prik (tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio) en een bmr-prik (tegen bof, mazelen en rode hond).


In het bloedplasma zitten antistoffen, er kunnen ook antistoffen in zitten tegen het bloed van iemand anders. Iedereen heeft bloed van een bepaalde bloedgroep (A, B, AB, 0). Op het celmembraan van rode bloedcellen kunnen stoffen voorkomen die lichaamsvreemd zijn voor iemand die die stoffen niet heeft, deze stoffen heten bloedfactoren (antigenen). De 2 bekendste zijn bloedfactor A en bloedfactor B. bij ieder mens bevat het bloedplasma de antistoffen tegen de bloedfactoren die niet op de rode bloedcellen voorkomen. Iemand met bloedgroep A heeft dus in het bloedplasma een antistof tegen bloedfactor B, wordt ook wel anti-B genoemd.
Als iemand veel bloed heeft verloren kan hij bloed van iemand anders krijgen (= donor). Bij een bloedtransfusie is het dus belangrijk welke bloedgroep de patiënt heeft en van welke bloedgroep het donorbloed is. Als iemand met bloedgroep A bloed krijgt van iemand met bloedgroep B, reageren A en anti-A, en klonteren de rode bloedcellen samen. Samengeklonterd bloed blijft in de haarvaten vastzitten en de haarvaten gaan kapot, daardoor komt er hemoglobine vrij in het bloedplasma. Dit kan als gevolg oa hersen- en nierbeschadigingen veroorzaken.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Er is nog niet zo lang geleden al een aantal artikelen over de bloedomloop en het vatenstelsel gepubliceerd. Duplicaties worden slecht gelezen. Tip: 1. check eerst (via de zoekfunctie) of er al een artikel bestaat over het onderwerp van je te schrijven artikel, en 2. voeg een aantal foto's toe, dat maakt het artikel aantrekkelijker om te lezen en verhoogt de kwaliteit.