x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

Hoe en wat: de Maan

Door Lathica gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

De maan is onze naaste buur in het heelal. Haar afstand tot de aarde bedraagt gemiddeld maar 344647 km, en dit is minder dan tien maal de afstand rond de evenaar. Het is een klein lichaam met een diameter van 3520 km; haar massa is slechts 1/81 van die van aarde. De ontsnappingsnelheid van de maan is 2,4 km per seconde, hetgeen te laag is om een atmosfeer vast te houden.

BEWEGINGEN VAN DE MAAN:

Het is niet geheel juist te beweren dat de maan rond de aarde draait. De aarde en maan draaien om het barycentrum, of zwaartekrachtcentrum van het stelsel. Door het verschil in massa van de twee lichamen ligt het barycentrum echter binnen de aardbol, zodat de eenvoudige bewering dat de maan om de aarde draait in de meeste gevallen exact genoeg is. De omloopperiode bedraagt 27,3 dagen, en in diezelfde tijd draait de maan ook eenmaal om haar eigen as. Dat is de reden, waarom altijd dezelfde kant van de maan naar de aarde is gekeerd. Voor de vlucht rond de maan door de loena-3 in 1959 wisten wij niets met zekerheid over de achterzijde van de maan. Libraties (onregelmatigheden in de beweging van de maan) maken het ons mogelijk in totaal 59 procent van het oppervlak van de maan te onderzoeken. De overige 41 procent blijven altijd buiten ons zicht.

THEORIEEN OVER DE OORSPRONG:

Vroeger nam men aan dat de maan eens deel van de aarde had uitgemaakt, dat zij daaruit wegbrak om een afzonderlijk lichaam te vormen. Deze verklaring is door de meeste astronomen verlaten, en men denkt nu dat de aarde en maan ongeveer tezelfder tijd zijn gevormd uit een wolk materie die eens de zon omgaf. Analysen van maansteen toonden aan dat de maan ongeveer even oud is als de aarde (tussen 4,5 en 5 miljard jaar). In het algemeen is het misschien betr de aarde en maan als een dubbelplaneet te beschouwen dan als een planeet met haat satelliet. Omdat de baan van de maan niet geheel cirkelvormig is, treden er kleine variaties op in de schijnbare diameter van de maan. De ons vertrouwde gestalten ontstaan doordat de maan niet altijd de door de zon verlichte kant naar ons toekeert. De grens tussen het door de zon verlichte en het nachtelijk halfrond noemt men de terminator. Omdat het maanoppervlak bergachtig is verschijnt deze grens als ruw en ongelijk. Een bergtop wordt nog door de zon beschenen als de dalen al in schaduw zijn gehuld.

HET OPPERVLAK:

De eerste maankaarten dateren uit 1609. Zij berusten op waarnemingen gedaan door middel van telescopen. Thomas Harriot tekende al een kaart die veel plaatsen herkenbaar weergeeft. Een langere en meer gedetailleerde studie kennen we van Galilei, die de gebergten, kraters en vlakten reeds vrij nauwkeurig in kaart bracht. De grijze gedeelte noemen hij zeeen, en deze namen handhaven we nog steeds, al weten wij al eeuwen dat ze geen water bevatten. De plaatsen op de maan dragen in hetĀ algemeen Latijnse namen: de Wolkenzee heet Mare Nubium, de oceaan der stormen heet Oceanus Procellarum en de Golf der Regenbogen heet Sinus Iridum. Het maanlandschap wordt beheerst door de kraters. Dit zijn omwalde structuren die in grote varieren van kolossen met een middellijn van meer dan 240km tot gaten die te klein om vanaf de aarde waar te nemen. De meeste kraters hebben een wal die maar weinig uitsteekt boven het omliggende land, de bodem ligt wat verzonken en daaruit rijst vaak een centrale berg of een groep bergen omhoog. In sommige gevallen steekt de ringwal wel 3050m bovenhet diepste punt van de bodem uit.

Men heeft lang getheoretiseerd over de oorsprong van de kraters, waarbij nogal wat vreemde ideeen zijn gelanceerd. Tegenwoordig draait de discussie om twee punten: zijn de kraters door externe krachten (meteorieten-inslag) of door interne krachten (vulkanisme) veroorzaakt? Zonder twijfel vinden we beide type kraters op de maan evenals op aarde, maar de astronomen zijn het er nog niet over eens welk proces overheerste. In elk geval is de tegenwoordige activiteit op de maan nogal klein. De verspreiding van kraters is niet zonder regelmaat, een punt waar altijd de nadruk op is gelegd door de aanhangers der vulkanische oorsprong. De grote omwallingen sluiten zich vaak aaneen tot ketens en groepen en ook bij kleinere formaties vinden wij veel krater-kettingen. Als twee kraters in elkaar overlopen (wat vaak voorkomt) is het meestal de grotere en vermoedelijk oudere, die door de kleinere doorbroken is.

Net zoals de gewone kraters hebben ook enkele van de zeeen een ronde vorm met een bergachtige rand. De grote Mare Imbrium bijv. wordt omgeven door de Apennijnen, Karpaten en Alpen, al is deze bergteken niet geheel afsluitend, en zijn er brede openingen in. De Apennijnen zijn de opvallendste van deze hoogten, zijn hoogste toppen reiken meer dan 4570m. De astronauten Scott en Irwin van de maancapsule Apollo 15 landden aan de voet van de Apennijnen. Eveneens karakteristiek voor de maan zijn de koepelvormige heuvels met licht glooienden hellingen en op de top vaak een krater of verschillende katers; breuken in de bodem; en veel kloven of rillen. Dus zelfs voor de amateur astronoom die met een kleine telescoop werkt, is er nog veel te zien op de maan.

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
Interessant er waren dingen die ik niet wist, mooie reportage en foto's Duim Taco
goed artikel!
heel leuk artikel,
veel bijgeleerd.
dank je wel

duim
leuk, ik wist niet dat de kraters dat soort namen hebben.