Micro-economie en macro-economie.

Door Stormyweather22 gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

Een handige uitleg over de micro- en de macro-economie en het verband daartussen.

Definitie Macro-economie.


De macro-economie gaat over het grotere geheel. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar het nationaal inkomen, de werkgelegenheid, de betalingsbalans, de consumptie, de investeringen en de overheidsbestedingen. Er wordt gekeken hoe deze grootheden zich in het verleden hebben ontwikkeld en hoe ze zich in de toekomst kunnen gaan ontwikkelen. Erg belangrijk hierbij is het inzicht in de conjunctuurcyclus (is de verandering van het groeipercentage van de economie of de productie op de korte termijn.), het ondernemersklimaat, de productiecapaciteit, de hoogte van de wisselkoersen, de rentevoet enzovoort.
Vooral de groei van het nationaal inkomen is belangrijk voor economen en politici.

 

 

 

 

 

 

Definitie Micro-economie.


Micro-economie kijkt vooral naar het gedrag van de individuele consument. Hierbij kan het gaan om gezinnen, bedrijven maar ook om politici of andere belangengroepen. In deze tak van de economie staan vraag en aanbod centraal. Vraag en aanbod komen samen op de markt waar via het prijsmechanisme een prijs tot stand komt. Deze prijzen beïnvloeden het gedrag van personen. De micro-economie verklaart in welke mate de prijs het aankoop- en verkoopgedrag beïnvloedt. Hiervoor zijn elasticiteiten erg belangrijk. De laatste jaren is ook de speltheorie erg belangrijk geworden binnen de micro-economie.
Ook is er nog de meso-economie, dat gaat over het bestuderen van het economisch handelen van groepen bedrijven, economische sectoren en bepaalde bedrijfstakken.


 

 

 

 

 

 

De geschiedenis van de Micro-economie en de Macro-economie.

In het begin bestond er geen onderscheid tussen micro- en macro-economie. De ideeën van de Engelse econoom John Maynard Keynes brachten hier in de jaren dertig van de 20e eeuw verandering in. Tijdens de Grote Depressie bleek dat het zogenaamde 'klassieke' economische stelsel niet goed zijn werk deed. Ondanks vele pogingen van de regering om de lonen en prijzen laag te houden, groeide de werkloosheid tot een hoogtepunt. Keynes kwam met een radicaal andere benadering. In het kort komt die erop neer dat hij de ontwikkeling van het nationaal inkomen op de korte termijn verklaart op grond van de effectieve vraag. Via 'deficit spending' (openbare werken gefinancierd met leningen) zette de overheid werkloze mensen aan het werk waardoor het nationaal inkomen steeg.

 

 

 

 

 

 

Wat is het verband tussen de Micro-economie en Macro-economie?

Aangezien het gedrag van miljoenen individuen het verloop van de nationale economie bepaalt, is het niet mogelijk macro-economische ontwikkelingen te begrijpen zonder zich te verdiepen in de micro-economische beslissingen die eraan zijn voorafgegaan.
Onder het nationaal inkomen rekenen we: loon, interest, huur, pacht en winst. Dit is wat de individuele consument ontvangt. De hoogte van het nationaal inkomen wordt dus eigenlijk door de individuele consument bepaalt. Dit is op het gebied van inkomen het verband tussen micro-economie en macro-economie.
Hoe meer werkgelegenheid er is, hoe meer mensen kunnen werken. Het nationaal inkomen zal hierdoor stijgen.
Hoe hoger de productiecapaciteit van de bedrijven samen, hoe meer goederen er geproduceerd worden, hoe hoger het nationaal inkomen. Deze moet alleen in evenwicht zijn met de vraag, anders daalt de marktprijs.
Een bijkomend effect van het maximaliseren van de arbeidsproductiviteit is de mogelijke werkloosheid.  
Het werk dat voorheen door mensen werd gedaan wordt vervangen door machines, waardoor er werkloosheid zou kunnen optreden.
Ook kan door de maximalisatie van arbeidsproductiviteit door machines de positie in de wereldmarkt worden vergroot. Als gevolg hiervan moeten de bedrijven meer produceren wat de vraag naar arbeid vergroot. Dit lost de werkloosheid op.
Op het gebied van consumptie zal de overheid kosten overnemen van de consumenten, hierdoor gaan de consumenten meer uitgeven aan andere groepen van uitgaven. De kosten die door de overheid worden overgenomen van alle consumenten vallen onder de macro-economie en de kosten van de consumenten apart vallen onder micro-economie.
De macro-economie is van groot belang voor economisch analisten bij banken en internationale ondernemingen.
Bij de micro-economie komen vraag en aanbod samen op de markt, waar via het prijsmechanisme een prijs tot stand komt. Prijzen beïnvloeden de gedragingen van personen.

 

 

 

 

 

 

Hierboven een  voorbeeld van hoe de micro-economie samenhangt met de macro-economie. Let niet op de getallen. Huishoudens/consumenten kopen producten bij de producenten (= C) en betalen belasting, dat naar de overheid gaat(= B). De overheid geeft dat aan bedrijven in de vorm van subsidies/staatsleningen (= O). De bedrijven betalen weer belasting aan de overheid, waardoor het geld gedeeltelijk weer terugkomt (geen pijl). Bedrijven exporteren hun producten naar de vragers (= M, dat is de export en de bedrijven leveren producten aan de consumenten = Y).
De overheid geeft weer geld aan de consument in de vorm van toeslagen en subsidies (geen pijl). Ondertussen komen er buitenlandse producten via de import binnen bij de producenten en zo ook weer bij de consumente (= E, dat is de import).
De huishoudens onderhouden een spaarreservoir, waarvan de banken de producenten financieren (= S en I). Ook gaat er een deel van het spaarreservoir op aan aandelen in buitenlandse bedrijven (geen pijl).
Buitenlandse investeerders investeren weer in Nederlandse bedrijven (geen pijl).
 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.