Franco, El Caudillo

Door Cornelialouisa gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

Francisco Paulino Hermenegildo Teódulo Franco y Bahamonde Salgado Pardo (Ferrol, 4 december 1892 Madrid, 20 november 1975) kortweg Francisco Franco y Bahamonde, en beter bekend als generalísimo Francisco Franco was een Spaans dictator, regent, regeringsleider en generaal van 1939 tot zijn dood in 1975. Hij werd ook wel el Caudillo ("de leider") genoemd.

Franco's vader, Nicolás Franco y Salgado de Araújo en zijn moeder, María del Pilar Bahamonde y Pardo de Andrade, kwamen uit een familie met een maritieme traditie. Ook Franco wilde oorspronkelijk de maritieme familietraditie voortzetten, maar de Zee-academie aanvaardde geen nieuwe inschrijvingen tussen 1906 en 1913. Tot groot ongenoegen van zijn vader besloot hij om bij het leger te gaan.

In 1916, Franco was toen 23 en reeds kapitein, raakt hij zwaar gewond in de strijd nabij El Biutz. Dat hij zijn zware verwondingen overleefde, was voor zijn Marokkaanse troepen het bewijs dat hij een man van "baraka" (goed geluk) was.  Hij werd gepromoveerd tot majoor (comandante) en was de jongste majoor in het Spaanse leger op dat moment.

Op 24 juli 1921 leed het slecht uitgeruste Spaanse leger bij Annual een zware nederlaag tegen de Rif-stammen die geleid werden door de Abd el-Krim-broers. Na een geforceerde mars van drie dagen redde het Vreemdelingenlegioen onder leiding van Franco de Spaanse enclave Melilla. In 1923 werd Franco als luitenant-kolonel commandant van het Spaanse Vreemdelingenlegioen.

In datzelfde jaar trouwde hij met María del Carmen Polo y Martínez Valdés. Zij kregen één kind, dochter Maria del Carmen, geboren in 1926. Zijn getuige op dit huwelijk, als eerbetoon aan Franco, was de Spaanse koning Alfons XIII. In 1925 leidde Franco de eerste golf van landingstroepen nabij Alhucemas. Deze landing, in het kerngebied van de stam van Abd el-Krim, betekende, mede dankzij de Franse invasie vanuit het zuiden, het einde van de korte Rif-republiek.

Franco werd in 1928 als jongste generaal van Spanje hoofd van de pas opgerichte Verenigde Militaire Academie van Zaragoza, een nieuwe academie voor alle cadetten.


Op 1 oktober 1936 werd Franco in Burgos publiekelijk uitgeroepen tot Generalísimo van het Nationale Leger en Jefe del Estado (staatshoofd).


Vanaf dat moment tot aan het einde van de oorlog zou Franco persoonlijk de militaire operaties leiden. Na de mislukte aanval op Madrid in november 1936 besloot Franco tot een geleidelijke aanpak in plaats van grote veldslagen.

Op 27 maart 1939 namen Franco's troepen Madrid in. Op 1 april 1939 werd de oorlog beëindigd. Op deze datum plaatste Franco zijn generaalszwaard voor het altaar in de kathedraal van Madrid en zwoer dat hij nooit meer oorlog zou voeren, tenzij Spanje zou worden aangevallen. Een eed die hij hield: Spanje bleef neutraal tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In de jaren '40 en '50 was er echter nog altijd gewapend verzet tegen Franco in de pyreneeen van Spanje. Eind 1944 viel een groep extreem-linkse veteranen van de Republiek, die voordien in het Franse communistisch verzet hadden gestreden, binnen in de Val' D'Aran-streek in noordwestelijk-Catalonië, maar zij werden snel verslagen door het Spaanse leger.

Franco had zijn opvolging goed voorbereid. Al in 1973 had hij de dagelijkse leiding van de regering overgedragen aan een premier, Carrero Blanco. Deze kwam echter zes maanden later bij een spectaculaire aanslag door de Baskische terreurbeweging ETA om het leven. Daarnaast had hij de kleinzoon van de laatste koning van Spanje, Juan Carlos I van Spanje, jarenlang voorbereid op de opvolging. Twee dagen na zijn dood werd deze beëdigd als koning van Spanje. Hoewel hij een vertrouweling was van Franco, stuurde hij toch al gauw onverwacht aan op herstel van de democratie en de federalisering van Spanje.

In de bergen veertig kilometer ten noorden van Madrid liet generaal Franco een zeer grote ondergrondse kerk bouwen; in 1960 werd de kerk door paus Johannes XXIII tot basiliek verheven. Hier, in de Vallei van de gevallenen, werd hij begraven. In de jaren '50 had hij in het kader van de Nationale Verzoening binnen Spanje reeds ervoor gezorgd dat naast Nationalistische strijders uit zijn eigen kamp, ook Republikeinse linkse leiders (mits katholiek) in de basiliek begraven werden. Vanaf 2005 zijn er echter stemmen in de socialistische regering van Spanje opgegaan die alle nationale symbolen en Franco-monumenten willen verwijderen uit de omgeving van de basiliek.

De aanhang van de caudillo is na zijn dood snel geslonken. Zijn volks-fascistische volgelingen werden gemarginaliseerd; zijn uiterst rechtse gunstelingen werden weggepromoveerd. Sommige straten en pleinen die vernoemd waren naar Franco en andere kopstukken uit de Franco-tijd kregen andere namen. Op 17 maart 2005 werd het laatste standbeeld van Franco in Madrid uit het straatbeeld verwijderd op last van de socialistische regering. Desalniettemin, van een publieke en grondige verwerping van de burgeroorlog en de daaropvolgende dictatuur is lange tijd geen sprake geweest.


 

 


 

 


[bewerken] 

 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi informatief geschreven artikel. Duim
Interessant onderwerp, goed verwoord. Tip: voeg een paar relevante foto's toe om leesbaarheid en kwaliteit van het artikel te verhogen. Wel duim.