Stoom: een revolutie in het vervoer.

Door Lathica gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Toen men in de loop van de 19e eeuw stoomkracht ging invoeren voor vervoer op het land en te water, alsmede in fabrieken en in de landbouw, betekende dat een ommekeer in het gehele wereldhandelstelsel. De mobiliteit van de mens nam enorm toe, evenals de economische heerschappij van de meest ontwikkelde westerse landen over de achtergebleven gebieden op aarde. Van alle veranderingen waren de spoorwegen de ingrijpendste.

NATIONALISME EN SPOORWEGEN:

In het eerste stadium van hun ontwikkeling, tot ongeveer 1870, droegen de spoorwegen bij tot vergroting van nationale markten en de versterking van de nationale staten. De opening van de eerste transcontinentale spoorlijn in 1869 verbond California met ijzeren hoepels met de rest van de VS. De eenwording van zowel Duitsland als Italie en de groei van hun nationale economie werden door de spoorwegen versneld. De voorwaarde van de kustgebieden voor hun aansluiting bij de Canadese statenbond in 1867 was, dat er een spoorlijn zou worden aangelegd om hen met de gebieden in het binnenland te verbinden. Een zelfde voorwaarde werd in 1871 door Brits-Columbia gesteld toen het zich bij de statenbond aansloot. Latere ontwikkelingen van de spoorwegen hadden een ingrijpender invloed op de wereldeconomie, vooral door de veel grotere uitwisseling van handelsgoederen. De uitbreiding van het spoorwegnet naar de prairies in Noord- en Zuid-Amerika ( de Canadian Pacific Railway en de Argentijnse spoorlijn), de opening van de vensters op het westen - Riga en Odessa - door Rusland via spoorlijnen naar hun graan verbouwend achterland en de aanleg van lijnen naar de vruchtbare vlakten van de Punjab en Bengalen droegen alle bij tot de uitbreiding van de wereldhandel in grondstoffen als tarwe, ingeroren vlees, katoen en jute. Voor het spoorwegtijdperk waren nationale economieen grotendeels op zichzelf aangewezen, maar met de komst van de stoom stelde de invoer van grote hoeveelheden essentiele voedingsmiddelen en grondstoffen de ontwikkelde industriele naties in staat zich te concentreren op gestandaardiseerde fabrieksgoederen. Het aantrekken van kapitaal voor de aanleg van spoorwegen was een voornaamste oorzaak van de groei van de kapiaalmarkt, met Londen als toonaanvend middelpunt tot 1914.

 

EMIGRATIE EN KOLONIALISME:

Stoomvaart- en spoorwegmaatschappijen hadden beide belang bij het aanmoedigen van massale emigratie van werkkrachten. Vele vervoersondernemingen gaven de voorkeur aan emigranten boven vracht, omdat die gelost en geladen moest worden. Het tussendektarief Liverpool-New york bedroeg 3 miljaard dollars in de jaren tachtig. 46 miljoen mensen emigreerden tussen 1831 en 1915. Zonder de ulp van kanonneerboten en de spoorwegen zou de militaire en politieke overheersing van koloniale gebieden onmogelijk zijn geweest. In de jaren tachtig zond Frankrijk verscheidene militaire expedities naar Algerije om een ernstige opstand onder Bu Amama te onderdrukken. Dit gelukte uiteindelijk door de aanleg van een spoorweg door het oorlogsgebied.

Na het onderdrukken door de Britten van de Ashanti-rebellie in 1900, werd de pacificatie van de Goudkust bezegeld door de aanleg van een spoorweg. Als eenmaal een koloniaal regime was gevestigd, werden de bestuurkosten gedrukt door het gebruik van spoorwegen voor het vervoer van personen en goederen. Een trein deed in de jaren 1890-1900 het werk van 13000 dragers tegen 5% van de kosten. Voor 1890 verbruikten stoomschepen geweildig veel steenkool, hetgeen hun gebruik beperkte tot kustvaart en korte zeeroutes. (De noordelijke Atlantische Oceaan, met veel passagiersvervoer, vormde een uitzondering.) Technische verbeteringen kwamen bij de scheepsmachine langzamer tot stand dan bij de locomotief. In 1840 kon de Britannia van 1135 ton niet meer dan 90 passagiers en 225 ton vracht vervoeren, omdat zij voor de Atlantische oversteek 640 ton kolen nodig had. Maar toen na 1860 de compoundmachine vooe schepen werd ingevoerd dit een besparing van 40% o het brandstofverbruik. In 1914 vervoerde het schip Bothnia van de Cunardline (4556 ton) meer dan driemaal zoveel vracht als steenkool en er was plaats voor 340 passagiers. Na de opening van het Suezkanaal in 1869 werd het voordelig stoomschepen met compoundmachines te gebruiken voor de handelsroutes naar het Verre Oosten.

De toepassing van staal in de scheepsbouw sinds 1880 en de daarop volgende invoering van de stoomturbine verdreef de laatste zeilschepen van de routes naar Australie en Nieuw-Zeeland en voltooide de verovering van de oceanen door de stoom. Deze ontwikkeling leide tot een toename van de door stoomschepen vervoerde vracht van 27 miljoen ton in 1873 tot 63 miljoen ton in 1898. Voor 1914 waren stoomtextielmachines voornamelijk geconcentreerd in West-Europa en de Verenigde Staten. Maar het gebruik van stoom3verspreide zich en bracht snelle industriele ontwikkeling in India, Japan, Australie en Egypte. Toch ging de verspreiding van de stoomkracht buiten de industriele gebieden langzaam. De grootste rol speelde de stoom bij de verwerking van landbouwproducten, bij het dorsen, malen en brouwen.

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heel boeiend, leuk artikel.
Interessant artikel,
graag gelezen,
duim erbij
informatief stuk, duim
Zeer informatief artikel. Duim