Zo leer je schaken! - Les 4

Door Jojor gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Ben je het zat om van je (klein)kinderen te verliezen? Wil jij eens van je pa winnen? Of wil je gewoon weten waarom mensen schaken al duizenden jaren spelen? Volg deze cursus en misschien kom in contact met het schaakspel.


Dit is de vierde les van Zo leer je schaken!. Het eerste deel van deze serie is hier te vinden, de laatste les is hier te vinden.

Les 4: Het begin is gemaakt.....

In deze les ga ik het concept van aanvallen en verdedigen behandelen. Ook behandel ik de sterkte die we aan elk stuk kunnen toekennen.


Waarde van stukken:

Elk stuk heeft, zoals we in les 1 al gezien hebben, andere mogelijkheden. Hierdoor kunnen we vaststellen dat elk stuk een andere waarde heeft, immers een Dame heeft meer mogelijkheden dan een Toren bijvoorbeeld:

Het sterkste stuk die we kennen is de Dame, omdat hij zowel over de diagonaal als over de lijnen kan bewegen. De dame krijgt daarom de waarde van 9 punten toegekend.


Het tweede stuk in de rangorde die we kunnen vinden is de Toren. De toren kan alleen over de lijnen bewegen. De toren krijgt de waarde van 5 punten toegekend. De dame en de Toren vormen de “zware stukken” omdat ze een hoge waarde hebben en pas in het midden van het spel gebruikt worden.


Het derde stuk in de rangorde is de Loper. De Loper wordt als een zwakker stuk gezien omdat de Loper altijd gebonden is aan kleur veld, namelijk een wit of een zwart veld terwijl een Toren wel alle zwarte en witte velden kan betreden. De Loper wordt de waarde van 3 punten toegekend.


Op een gedeelde derde plaats staat overigens ook het Paard. Gezien de immobiliteit van het paard (het duurt nogal wat zetten om de overkant te bereiken) krijgt hij net zoals de loper een waarde van 3 punten ingediend. De loper en het paard worden de “Lichte stukken” genoemd omdat ze geen grote waarde hebben en omdat ze vaak in de opening gespeeld worden.


Als laatste blijven de pionnen over. De pionnen krijgen de waarde van 1 toegediend.


Deze waardering van de stukken is niet bindend. Het is best mogelijk dat het goed is om een paard weg te geven om bijvoorbeeld daarna schaakmat te geven.
Met dit in ons achtergrond gaan we nu naar het aanvallen:

Aanval:


Schaakmat:

De bedoeling van het schaken is om de tegenstander schaakmat te geven. Dit wil zeggen dat de koning aangevallen (schaak) staat EN dat het schaak niet opgeheven kan worden. De sterkste aanval is dan ook het schaakmat geven van de koning. Op de afbeelding speelt wit 1. Dxf7++, de koning staat schaak en de aanval kan niet opgeheven worden. Ook kan de Dame niet geslagen worden met 1…. ,Kxf7 omdat de Dame verdedigd wordt door de loper op c4 en dan zou de koning dus weer schaak staan. Wit heeft hier dus gewonnen

Schaak:

Een andere aanval op de koning is het aanvallen van de koning (schaak), maar dat de tegenstander deze aanval nog wel kan pareren zodat het schaakgeven opgeheven wordt.
Op de afbeelding speelt wit 1. Lb5+. Wit geeft met de loper de koning schaak. Zwart pareert dit door 1....,Pd7 te spelen, zodat de koning niet meer schaak staat.


Materieel:

Bij het aanvallen kunnen we ons ook focussen op het winnen van materiaal. Hierbij komt de waarde van stukken om de hoek kijken. Het hebben van meer materiaal ten opzichten van je tegenstander geeft jou normaliter meer kans om te winnen. In de afbeelding speelt wit hier 1. Dxg4. Wit wint hierbij een stuk. Wit heeft hier dus een materiële voordeel.

Een ander begrip dat bij het winnen van materieel belangrijk is, is het begrip “ruilen”. Bij ruilen bedoelen we dat wit en zwart een stuk van elkaar afslaan.


 Op deze afbeelding zie je de loper die kan slaan op h4. Na 1. Lxh4 volgt er 1....,gxh4. Wit heeft de loper voor een paard afgeruild.

Veel sterker voor wit is om met de loper de zet 1. Lxf2 te doen. Zwart reageert met 1....,Txf2. Echter wit heeft nu een materieel voordeel want wit heeft zijn loper voor een toren geruild. Wit heeft nu dus twee punten voorsprong.

Bij ruilen is het stuk dat geslagen wordt verdedigd. Het stuk staat gedekt. Bij het laatste voorbeeld zagen wij dat het paard verdedigd werd door de pion op g5 en dat de toren verdedigd werd door de andere toren op f2.

------------------------------------------

Dit was de vierde les. Neem dit tot je en probeer het thuis uit. Schaken is leuk!

 

 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heel goed weer!
weer wat bijgeleerd.
misschien ga ik toch ooit nog eens winnen van mijn zoon.
duim erbij weer