Kwaliteit in het onderwijs

Door Haije-Steiner gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Kwaliteitszorg is zowel in het bedrijfsleven als ook in het onderwijs een hot item geworden. Het begrip kwaliteitszorg is echter voor vele interpretaties vatbaar, aldus de tekst uit een advertentie van een uitgever die een boek aanprijst over Kwaliteitszorg. Als we de aanvullende tekst moeten geloven, dan kunnen we niet zonder een dergelijk boek. Het lijkt dan ook of de kwaliteit van ons onderwijs onder de maat is, of in ieder geval dat het veel beter kan. Maar waar gaat het nu eigenlijk om?

Vanaf augustus 1985 trad de Wet op het Basisonderwijs in werking. De belangrijkste doelstelling van deze onderwijsvernieuwing was misschien wel dat elke school er voor moest zorgen dat alle leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces aangeboden kregen. Aspecten zoals een veelzijdige ontwikkeling, voldoende zorgverbreding, differentiatie, aandacht voor onze multiculturele samenleving, de inrichting van het schoolwerkplan en de afstemming van het kleuter- en lageronderwijs op elkaar stonden daarbij hoog in het vaandel.
Ondertussen zijn we bijna vijftien jaar verder. We mogen ons daarbij afvragen of we die doelstellingen bereikt hebben. De Wet op het Basisonderwijs is inmiddels vervangen door de Wet op het Primair Onderwijs. Het schoolwerkplan is vervangen door het schoolplan en de inspectie onderwerpt scholen tegenwoordig aan een Integraal Schooltoezicht in plaats van het gebruikelijke bezoek van één of twee dagen. Het toverwoord als oplossing  voor alle problemen is nu: Kwaliteitszorg. 

Begripsbepaling
In een circulaire die door de Inspectie van het primair onderwijs aan alle scholen is toegezonden lezen we wat er onder kwaliteitszorg wordt verstaan: “onder zorg dragen voor de kwaliteit wordt in ieder geval verstaan het uitvoeren van het in het schoolplan beschreven beleid op een zodanige wijze dat de wettelijke opdracht voor het onderwijs en door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdracht worden gerealiseerd”.
In eerste instantie een wat algemene omschrijving van dit begrip. Er wordt nog niet gesproken over wat de overheid verstaat onder kwaliteit. Dat recht is voorbehouden aan de school.  Vandaar dat in het schoolplan van iedere school een hoofdstuk aan het kwaliteitsbeleid wordt gewijd. De overheid zal dat beleid (middels het Integraal Schooltoezicht) in de praktijk toetsen. In ieder geval zijn de scholen verplicht er voor te zorgen dat alle kerndoelen  bereikt worden.
De huidige tendens is vooral gericht op de zorg voor kwaliteit. Voor alle mensen die hun beroep serieus nemen en hart voor de zaak hebben een must. Scholen zijn daarnaast verplicht hun kwaliteitsbeleid naar de ouders toe te verantwoorden. Op zich een prima zaak, want zij (de ouders) vertrouwen hun kinderen toe aan de school. Scholen moeten daarom helder voor ogen hebben wat men wil bereiken. Ouders hebben recht op die kwaliteit.

Kwaliteit meten
Het probleem wordt pas ingewikkelder, als we de kwaliteit willen gaan meten: we willen kunnen bepalen of iets goed is, matig of slecht. Omdat voor velen ‘meten weten is’, zijn er de afgelopen jaren instrumenten ontwikkeld om die kwaliteit van het onderwijs te kunnen bepalen. Een kleine greep uit de beschikbare mogelijkheden: de Besturenraad kent de visitatiecommissies, het CPS ontwikkelde “Focus”, velen kennen het DIS en de Overheid bleef niet achter: het Integraal Schooltoezicht was geboren, de kwaliteitskaart kon gemaakt worden.
Het kunnen meten van onderwijs- en opvoedingsprocessen, waarbij vooral de kwaliteit wordt getoetst, is echter niet eenvoudig. Met tastbare en consumptieve  producten ligt dat wat anders. Fietsen, auto’s, magnetrons, brood en zelfs verse haring kunnen onderworpen worden aan allerlei onderzoeken om te kunnen bepalen of de kwaliteit van het product zich verhoudt met de prijs en de verwachtingen van de klant. In keurige tabellen kunnen geïnteresseerden dan lezen welke fiets het best is, welk brood echte zo genoemd mag worden en welke haring het beste smaakt, zonder dat men de volgende dag buikkramp krijgt.
En daar ligt nu juist de fout in het gehele spectrum van het kwaliteitsvraagstuk binnen ons onderwijs. Een industrieel product bestaat uit een aantal vaste componenten. Die kunnen met apparatuur onderzocht, gewogen en bemeten worden. Het onderwijs en het primair onderwijs met name, wordt bepaald door een veelheid van factoren die beïnvloed worden door mensen, situaties, ontwikkelingen en middelen. De laatste factor is misschien wel de meest afhankelijke variabele: met meer geld, betere voorzieningen en faciliteiten wordt er meer mogelijk. Bij ontwikkelingen ligt dat al anders: we kunnen onder meer denken aan de maatschappij en de verhoudingen daarin die veranderen; ook normen en waarden en ideeën over opvoeding en onderwijs zijn onderhevig aan veranderingen. De eerste twee factoren zijn echter de meest onafhankelijke: de situatie waarin een team moet werken kan aan verandering onderhevig zijn zonder dat men daar invloed op heeft (een groei- of krimpschool, witte of zwarte school, het milieu van de leerlingenpopulatie); het team zelf (grootte, samenstelling, fulltimers/parttimers, vergrijzing et cetera).
  
Kwaliteitszorg 
Het is niet alleen de overheid die zich ten onrechte teveel op de kwaliteit focuste.
Ook andere instanties en organisaties, zoals hierboven al genoemd werd, springen enthousiast mee op de rijdende trein. Daar kunnen zeker commerciële belangen aan ten grondslag liggen. Zo zijn er tal van middelen en onderzoeksinstrumenten die scholen kunnen gebruiken om de eigen kwaliteit te onderzoeken of te laten onderzoeken. Er worden cursussen gegeven om directeuren en bestuursleden te scholen in het beschrijven van de kwaliteitsparagraaf, uitgevers geven boeken, handleidingen, diskettes en cd-rom’s uit om scholen hierbij te ‘helpen’.
We kunnen ons dan ook terecht afvragen of dit alles wel de kwaliteit ten goed komt. Dit over denkende bekruipt mij het gevoel dat we iets vergeten. Iets wezenlijks. Gaat het in ons onderwijs niet om de kinderen?  Als we er van overtuigd zijn dat we er voor hen zijn, wordt het dan geen tijd om onze zorg vooral te richten op al die kinderen die onze hulp en begeleiding verwachten. Kwaliteit moet mijns inziens vooral aanwezig en merkbaar zijn in de relatie met de ander(en): leerlingen, collega’s, ouders, andere betrokkenen. Ook in de kwaliteitszorg moeten we het kind centraal stellen. Daarbij moeten we ervoor oppassen dat we niet het kind, de groep reduceren tot een grafiek, een tabel of een percentage. De tijd dat een leerkracht in een schrift met dat oude vertrouwde groene kaftje de meest belangrijke zaken van zijn of haar klas noteerde is al lang voorbij. Als je nu kijkt naar al die dossierkasten met de talloze hangmappen, waarin toetsgegevens, onderzoeksrapporten, gespreksverslagen en andere zaken bewaard worden, dan denk ik met weemoed terug naar vroeger. 

Essentie
Er is echter meer voor kwaliteit nodig. Een goede en verantwoorde zorg voor de kwaliteit van ons onderwijs is zeker terecht. Het getuigt van realiteitszin en goed rentmeesterschap om beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Het is goed dat scholen zich realiseren hoe ze met deze middelen de opbrengst van hun onderwijs (en opvoeding) kunnen verhogen. De mensen binnen een organisatie spelen daarbij een cruciale rol. Directeuren, teamleden, bestuursleden en ouders kunnen de krachten bundelen en gezamenlijk werken aan een dergelijke opdracht. Deze kan men bijvoorbeeld formuleren in de pedagogische visie van de school.  Het kwaliteitsbeleid zal zich in ieder geval moeten richten op het individuele kind, de groep, de sfeer, het pedagogisch klimaat en de werkomgeving. Scholen moeten bovenal zelf gaan bepalen welke activiteiten hier voor ontplooid moeten worden. Een meerjarenplanning is dan ook onontbeerlijk. Op die manier zal men beter in staat zijn de externe druk op schoolniveau hopelijk wat te verminderen, of in ieder geval in de hand te houden.
Zolang we in het onderwijs te maken hebben met overheden (en politici) die, ondanks de deregulering en decentralisatie, er voor kiezen onvoldoende middelen beschikbaar te stellen voor een kwaliteitsverbetering en tegelijk allerlei veranderingen en eisen droppen, is het raadzaam schoolteams te beschermen tegen een te grote druk van buiten.
Verder is het nodig dat er meer middelen ingezet kunnen worden om leerkrachten beter te begeleiden en toe te rusten voor het moeilijke, maar prachtige werk wat zij doen. Ook de opleiding van leerkrachten kan in het kwaliteitsvraagstuk een belangrijke bijdrage leveren. Jonge leerkrachten merken vaak in hun eerste baan, dat er nogal een groot hiaat is tussen theorie en praktijk (cultuurshock).

Tenslotte
Afsluitend kunnen we ons de vraag stellen, waar het in het onderwijs nu om gaat: als onderwijsgevenden zijn we verplicht ons vooral te richten op de leerlingen en op het individuele kind met name. Ons denken en handelen naar en voor dat kind zal getoetst moeten worden op kwaliteit. Het schoolklimaat, waarin we met en voor elkaar werken, moet er op gericht zijn dat onze prestaties (van leerlingen en leerkrachten) en het zelfbeeld positief worden beïnvloed. Door er in alle openheid en  oprechtheid met elkaar over te praten zal de kwaliteit van ons denken en handelen toenemen. We zullen ons er op moeten richten een pedagogische genegenheid voor elk kind te ontwikkelen. Als we met elkaar daarin slagen, dan zijn we op de goede weg en hebben we een kwaliteitskaart niet meer (eens) nodig.

Haije Steiner

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Volkomen eens met het laatst deel van dit verhaal.

Pork geeft de DUIM.

FAN was hij al.

DRIMPELS zijn als dromen in het water.