Instituties volgens Douglas North

Door Beefje16 gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Instituties volgens Douglas North

Instituties zijn menselijk bedachte beperkingen die politiek, economie en sociale interactief structureren. Ze bestaan uit informele beperkingen en regels. Instituties zijn ontstaan om orde te creëren en onzekerheid te verminderen. Samen met de standaard beperkingen determineren ze de transactie en productiekosten en de winst en haalbaarheid van economische activiteiten.
Welvaar maximalisatie van individuen is het beste wanneer ze samen werken met andere spelers wanneer het spel wordt herhaald, als ze beschikken over alle volledige informatie over het verleden van de spelers en als er weinig spelers zijn. De hoofd focus van de literatuur van instituties en transactie kosten zijn gefocust op instituties als effectieve oplossingen van problemen van organisatie in een concurrentie kader. (Williamson, 1975; 1985). De formele economische beperkingen of eigendomsrechten zijn specifiek en afgedwongen door politieke instituties.
De eerste economieën waren lokale handel van dorpen. Dit werd toen uitgebreid naar de regio, bazaar-achtig. Daarna langere afstanden, via caravan of scheepsroutes.  Van autarkie naar specialisatie en de verdeling van werk is afgeleid van de German history school. Echter is die niet bewezen.
Specialisatie in de wereld van locale uitwisseling is primitief en zelfvoorzienend. Mensen hebben een intieme relatie met elkaar en de dreiging van geweld is een continu druk voor de handhaving van de orde vanwege de gevolgen voor de andere leden van de samenleving. De kans op een conflict wordt hier groter. De markt wordt groter en transactie kosten stijgen. De uitvinding van lange afstand handel is een duidelijk punt in de economische structuur. Hierdoor ontstaan permanentere steden. Schaalvoordelen beginnen hier een rol te spelen, geografische specialisatie begint belangrijk te worden.
De groei van lange afstandshandel brengt twee transactiekosten problemen met zich mee. Het agency problem, een afgevaardige moet gaan handelen, handelt hij echter wel juist? Het tweede probleem bestaat uit contract onderhandeling en handhaving in andere delen van de wereld. Hierdoor zijn de meetwaardes en valuta ontstaan. Het ontstaan van handel op basis van schaalvoordelen is het begin van de hiërarchie productie organisaties die ontstaan op centrale plaatsen. Hierdoor zijn er contracten nodig, de ‘oude’ persoonlijke zijn niet langer geldig.
Een kapitaalmarkt heeft eigendomsrechten en politieke machthebbers zullen hier dingen willen wijzigen.  Het eerste alternatief was zelden succesvol voor lange tijd. De herhaalde oorlogen leiden tot Glorious Revolution wat resulteerde in permanente heerschappij over de kroon. In het westen is specialisatie gestegen en is de agricultuur maar een klein percentage van de beroepsbevolking, markten zijn wereldwijd. Alle mogelijke handels manieren zijn er hedendaags nog. De Suq, bazaar-achtig, bestaat nog in veel delen van de wereld.
In sommige primitieve institutionele instellingen zal de kennis en vaardigheden niet resulteren tot de evolutie naar een productievere economie. Er zijn drie primitieve soorten uitwisselingen, tribal samenleving, regionale economie met bazaar handel en de lange afstand caravan handel. Elizabeth Colson beschrijft de handel in een tribal samenleving: Elke persoon is voortdurend betrokken bij het het veiligstellen van zijn eigen positie waarin er goede bedoelingen waren. Gewoonten lijken te werken en flexibel te zijn, gezien het feit dat er geoordeeld wordt. Maar dit is persoonlijk beoordeeld en niet de daad zelf. Onder deze omstandigheden (negeren van algemenen normen) is het onwettig en keert het bewijs tegen hem. Afwijkend gedrag en innovaties worden gezien als bedreiging van de groepsoverleving.
Een tweede vorm van handel is de Suq, waar vergaande en relatief onpersoonlijke handel en relatief hoge kosten van transactiekosten bestaan. De basis hiervan zijn veel kleine bedrijven in de stad met lage vaste kosten bij huur en machines, een fijne verdeling van arbeid, een groot aantal kleine transacties, face-to-face contacten en goederen en services die niet homogeen zijn. Er zijn hierbij geen instituties, als regels voor prijzen, productie en werkgeving. De kenmerken van Suq zijn hoge meet kosten, continue inspanning voor klanten, intensief onderhandelen bij elke marge.Wat er mist bij de Suq is instituties die een vrijwillige organisatie levensvatbaar en winstgevend maakt.
Een derde vorm van handel is de caravan handel. Informele beperkingen die de handel mogelijk maakt in een wereld waar bescherming noodzakelijk was en er geen georganiseerde staat bestond.
Innovaties die transactiekosten verlagen, bestonden in Europa uit organisatorische veranderingen, instrumenten en technieken om de kosten voor lange afstandshandel te verlagen. Deze bestonden uit: stijging van mobiliteitscapaciteit, verlagen informatie kosten en risico spreiden.
Een tweede innovatie die de mobiliteit van kapitaal verbeterd is evolutie van de wisselbrief (gedateerde betaling) en vooral de ontwikkeling van technieken die toegestaan zijn voor verhandeling en voor de ontwikkeling van disconteringsmethoden.
Een derde innovatie is die effect heeft op de mobiliteit van kapitaal is ontstaan uit de problemen met behoud van controle van agenten die betrokken waren bij lange afstand handel. De traditionele oplossing in de Middeleeuwen was het gebruik van familieleden.
De uiteindelijk innovatie was de transformatie van onzekerheid in risico. Onzekerheid houdt hierbij in een niet te bepalen  waarschijnlijkheid van een gebeurtenis en kan daarom niet tot verzekering gesteld worden. Risico is de kans om een actuele bepaling van waarschijnlijkheid te kunnen maken en verzekeren.
Innovaties zijn ontwikkeld voor interactie tussen twee fundamentele economische krachten: de schaalvoordelen die voortvloeien uit een groeiende handel en de ontwikkeling van verbeterde mechanismen om contracten tegen lagere kosten af te dwingen. De oorzaak was aan twee kanten. De toenemende omvang van lange afstandshandel verhoogde het rendement voor het opstellen van mechanismen voor de handhaving van contracten.
Het proces van ontwikkelen van nieuwe mechanismen duurde lang. De handhaving ligt in de oorsprong van interne gedragscodes van gildes, kooplieden. Een volgende stap was mercantiele recht.
In Nederland zijn diverse innovaties en instituties gecombineerd als de voorganger van de efficiënte modern set van markten die het mogelijk de groei van handel te maken.
Wat onderscheidde de institutionele context van West-Europa van de anderen? Politieke concurrentie om te overleven in het oude Europa was hier zeer van belang. Waarom zijn er verschillende resultaten binnen West-Europa?
Padafhankelijkheid is meer dan een incrementele proces van institutionele evolutie. De institutionele matrix bestaat uit een web van onderling afhankelijke instellingen en de daaruit voortvloeiende politieke en economische organisaties die zich met het kenmerk door enorme verhoging van rendementen. Dat wil zeggen, de organisaties danken hun bestaan aan de mogelijkheden van het institutionele kader.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dit was een mooie blik in het verleden met een doorkijkje naar vandaag, goed verwoordt maar moeilijk leesbaar taalgebruik.
Had er een paar FOTO,s tussen gestopt dat had het verhaal iets gebroken.

Pork geeft de DUIM.
FAN is hij al.

DRIMPELS zijn als dromen in het water.

Een analyse vanuit het verleden heel mooi gedaan, maar niet gemakkelijk moest het twee keer lezen. Duim Taco en ik ben grijs kalend niet blond meer ha!