Leven op andere werelden?

Door Lathica gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Het leven heeft zich op aarde ontwikkeld tot de vorm zoals wij die nu kennen, omdat de omstandigheden nu eenmaal voor dit soort leven geschikt waren.

Als de aarde kleiner geweest zou zijn, of kouder, of minder zwaar, zou het leven geheel andere vormen hebben aangenomen, en als de omstandigheden ongeschikt waren geweest zouden zich in het geheel geen levende organismen hebben ontwikkeld. Ongetwijfeld is leven, waar het ook wordt aangetroffen, steeds aangepast aan zijn milieu. Indien een andere ster dan de zon, met overeenkomstige eigenschappen, een planeet heeft van de grootte en met de massa van de aarde, en als die planeet er op een afstand van 150 miljoen kilometer omheen loopt, kunnen er redelijkerwijs zeker levensvormen als op aarde aangetroffen worden. De pioneer- 10, die in 1973 langs Jupiter vloog en in de jaren tachtig het zonnestelsel zal verlaten, draagt een metalen plaat met zich mee die soor zo'n eventuele buitenaardse beschaving zou kunnen worden ontcijferd.

VREEMDE LEVENSVORMEN?

Niet alle vormen van leven behoeven noodzakelijkerwijze volgens aards model te zijn opgebouwd. In theorie is een begaafd sterrenkundige met zes benen en twee hoofden best denkbaar. Als hij bovendien uit dezelfde stoffen was samengesteld als wij, zou hij ondanks zijn voorkomen nog niet gerangschikt behoven te worden onder de exotische scheppingen van fantasierlijke schrijvers. Hiertoe rekent men wel de groene mannetjes met ogen op steeltjes, die (bijv.) puur methaangas ademen en leven bij een temperatuur van -150C. Niet dat volstrekt van ons afwijkende levensvormen onmogelijk zijn, maar voor wetenschappelijke theorieen kunnen we alleen op de beschikbare feiten afgaan. Een rationele discussie over het leven op andere planeten moet zich beperken tot 'leven zoals wij het kennen'. Speculaties over geheel andere vormen van (verstandelijk) leven zullen niet alleen eindeloos voortduren, maar ook nergens toe leiden. Men mag verwachten dat een planeet met aardse kenmerken ook leven met aardse kenmerken zal herbergen. De ster Delta Pavonis, 19 lichtjaar van de aarde verwijderd, vertoont een treffende gelijkenis met de zon. Wij hebben er geen idee van of zij al of niet een planetenstelsel heeft, maar er is geen reden waarom er niet een wereld als onze aarde omheen zou kunnen draaien. Als deze hypothetische planeet verder van Delta Pavonis verwijderd is dan de aarde van de zon, zullen er door het daaruit voortvloeiende koudere klimaat eerder levensvormen ontstaan die verwant zijn aan die in onze poolgebieden; staat zij dichterbij haar zon, dan zijn tropische vormen te verwachten. Natuurlijk is dit alleen maar speculatie, want niemand weet of een planeet waarop leven kan bestaan, die ook inderdaad zal voortbrengen.

VERSCHILLENDE MOGELIJKHEDEN:

Vele sterren in ons Melkwegstelsel zijn dubbelsterren en het is boeiend om te fantaseren over een planeet die twee zonnen heeft, een gele en een blauwe, waardoor vreemde, spectaculaire kleurschakeringen kunnen ontstaan. Dan zijn er de veranderlijke sterren, sommige regelmatig, andere hevig explosief. Wij kunnen ons moeilijk voorstellen dat deze planeten hebben die leven herbergen, gezien de extreme klimaatwisselingen die deze planeten zouden kennen. De meeste veranderlijke sterren zijn echter ver in hun evolutie gevorderd, zodat het leven op de mogelijk nog aanwezige planeten kan zijn uitgestorven. Onze zon ligt in een relatief dunbevolkt deel van het Melkwegstelsel, aan de rand van een van de spiraalarmen waaruit zij ruim 5 miljard jaar geleden is ontstaan. Als de zon deel had uitgemaakt van een van de dichte bolvormige sterrenhopen, zou het uitspansel op aarde een zee van licht lijken. Wij zouden tal van sterren zien die veel helderder waren dan Venus, en daar bolvormige hopen naar komische maatstaven 'oud' zijn, zouden wij ook veel rode sterren zien. Er is geen reden waarom sterren in bolvormige hopen geen planetenstelsel zouden hebben. De astronomen op zo'n planeet zouden echter niet ver buiten de grenzen van hun eigen stelsel kunnen kijken.

INTERSTELLAIRE COMMNICATIE:

De enige manier om met gebruikmaking van de bestaande technologie communicatie met andere planetenstelsels tot stand te brengen, is door middel van radiogolven. Deze planeten zich voort met de lichtsnelheid, maar zouden toch jaren nodig hebben om zelfs de dichtstbijzijnde ster te bereiken. In 1960 begonnen radiosterrenkundigen te Greenbank aan het ambitieuze project Ozma. Gedurende enkele weken werd de 26-m-radiotelescoop gericht op twee nabije sterren, Tau Ceti en Epilson Eridani, die beide iets kleiner en iets koeler zijn dan de zon en op ca. 12 lichtjaar van de aarde staan. De radiowaarnemingen werden gedaan op een golflengte van 21 cm, omdat dit de golflengte is die wordt uitgezonden door de wolken neutraal waterstofgas in sterrenstelsels. Het is logisch om te veronderstellen dat andere sterrenkundige, waar zij zich ook zouden bevinden, waarnemingen op deze 'universele' golflengte zouden doen. Tijdens het project werden echter geen onbekende signalen opgevangen. Momenteel wordt op verscheidene radiosterrenwachten naar signalen uit de ruimte 'geluisterd', ook van andere sterrenstelsels. Met de vaste radiotelescoop te Arecibo is in 1974 zelfs een radioboodschap de ruimte ingestuurd, die door het gehele Melkwegstelsel kan worden opgevangen.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
heel interessant artikel - goed gebracht. maar ik blijf hier leven, het is hier nog "zo" slecht niet hé
Duim erbij