Het Principe van een Zwenkbuigmachine

Door Mlootje gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Als je in de Dikke van Dale het woord zwenkbuigmachine zou opzoeken vind je waarschijnlijk niets. Een zwenkbuigmachine is een machine om plaatmetaal te buigen. Voor de meesten onder ons is dit een onbekend terrein en aangezien ik er wel iets van weet, is dit een mooi onderwerp om over te schrijven en uit te leggen.

Zwenkbuigmachines worden heel veel gebruikt bij de productie van allerlei artikelen (van plaatstaal), die in ons dagelijks leven een rol spelen. Denk hierbij aan bureaumeubelen (lades, kasten), omkastingen van witgoedapparaten (vaatwasser, koelkast), Verlichting (TL-bakken), maar ook de metalen liggers en staanders van de schappen in de schuur.

Elke zwenkbuigmachine bestaat heeft in principe 3 belangrijke balken:

  1. De onderbalk of onderbed,
  2. De klembalk of neerhouder, en
  3. De buigbalk

Er zijn zwenkbuigmachines met meer balken en mogelijkheden, maar we beginnen eenvoudig. De standaard zwenkbuigmachine kan alleen van onder naar boven buigen. In onderstaande tekening staat een dwarsdoorsnede van hoe de balken ten opzichte van elkaar staan.

De onderbalk of onder bed is in de standaard zwenkbuigmachine vast gemonteerd en kan niet worden bewogen

De klembalk of neerhouder kan vertikaal worden bewogen. Omhoog om het plaatmateriaal in de machine te brengen, of om het plaatmateriaal na het buigen voor volgende buiging verder te positioneren of om er weer uit te halen. De klembalk moet tijdens het buigen het plaatmateriaal geklemd houden zodat het plaatmateriaal niet kan bewegen. Tijdens het buigen komen er grote krachten op het plaatmateriaal, we gaan het immers vervormen.

De buigbalk maakt de uiteindelijke buiging in het materiaal en maak een draaiende beweging om de punt van de klembalk heen. Het theoretische middelpunt van die draaibeweging ligt dan ook in de punt van de klembalk.

Hoe gaat dit in de praktijk bij het produceren met een zwenkbuigmachine?

De machine staat in de beginstand, de klembalk is omhoog en de buigbalk staat beneden. Het plaatmateriaal wordt ingelegd op de juiste positie om te gaan buigen. Dit gebeurd door middel van een numeriek bestuurde motor.

De klembalk of neerhouder gaat omlaag en klemt het materiaal met grote druk. Voor de klembeweging worden meestal hydraulische cilinder gebruikt. Als het materiaal niet goed geklemd wordt over de gehele buiglengte, kan je niet goed buigen. Het materiaal veert (plaatselijk) tijdens het buigen omhoog en het resultaat is dat over de gehele buiglengte de buighoek niet gelijk is en het product krom en scheef is.

Nu word de buigbalk met draaibeweging bewogen tot de juiste buighoek bereikt wordt. Dit gebeurd meestal met hydraulische cilinders waarbij gebruik wordt gemaakt van een elektronische meetlineaal en proportionaal regeling voor de instelling van de juiste buighoek. Vaak wil men een hoek van 90 graden hebben in het product, maar niet altijd, dit is afhankelijk van het product. Het plaatmateriaal veert na het buigen echter iets terug, dus moet men de buigbalk iets verder door draaien dan de uiteindelijke buighoek in het product. Hieronder geef ik alleen de schematische beweging weer.

Het Product is gebogen en nu kan de buigbalk weer terug en de kan de klembalk weer omhoog. Als er na deze buiging nog een buiging nodig is wordt de klembalk slechts een heel klein beetje omhoog bewogen, men heeft voor deze korte beweging minder tijd nodig als voor de volledige beweging omhoog. Hiermee bespaart men productietijd, als het product voor de volgende beweging weer geklemd moet worden heeft men ook weer minder tijd nodig.

Nu kan het plaatmateriaal verder gepositioneerd worden voor een volgende buiging, of verwijderd worden. Hieronder laat ik een volgende buiging zien.

Men kan zich voorstellen dat er ook een derde buiging gewenst is. Dit gaat precies hetzelfde als de vorige.

Deze zwenkbuigmachine kan alleen omhoog buigen en niet veel verder dan 90 graden. Voor buighoeken groter dan 90 graden, naar beneden,  of een combinatie hiervan heb je een andere of uitgebreidere zwenkbuigmachine nodig. De buigprincipes van deze zwenkbuigmachines zijn echter gelijk aan die van de standaard zwenkbuigmachine.

Om een goede buiging te krijgen is het volgende noodzakelijk:

- Het plaatmateriaal moet over de gehele buiglengte goed geklemd zijn.
- De draaibeweging van de buigbalk moet over de gehele lengte hetzelfde zijn.
- De buigspeling moet over de gehele buiglengte exact gelijk zijn.

Wat is buigspeling?

De buigspeling is de spleet tussen de punt van de klembalk en de buigbalk als de buigbalk op 90 graden staat, en de klembalk omlaag is met materiaal er tussen geklemd. De buigspeling kan men dan met behulp van voelermaten meten. Dit zijn plaatjes staal met een gekalibreerde dikte. Bij dunner plaatmateriaal moet de buigspeling gelijk zijn aan de plaatmateriaaldikte, bij dikker plaatmateriaal moet de buigspeling groter zijn als de plaatmateriaaldikte. Een te grote buigspeling heeft als gevolg een te grote buigradius, dat is de ronding aan de buitenkant van de buiging. Bovendien is het in zo’n geval niet meer mogelijk om 90 graden te buigen, de buigbalk gaat dan niet meer ver genoeg. In geen enkel geval mag de buigspeling te klein zijn, er is dan simpelweg geen plaats voor het plaatmateriaal tussen de punt van de klembalk en de buigbalk. Het plaatmateriaal wordt dan enorm vervormd en de machine gaat kapot. Bij de standaard zwenkbuigmachine kan men gedurende de productie de buigspeling niet veranderen en kan men zonder mechanische aanpassingen slechts één materiaaldikte verwerken.

In andere anrtikelen beschrijf ik nog ander mogelijkheden van zwenkbuigmachines

 

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.