De stenen tijdperk

Door Lathica gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Volgens recente onderzoeken leefden de oudste stamvormen van de mens, de Australopithecinen (voormensen), zo'n 6 tot ca. 1,5 miljoenen jaar geleden.

Het waren wezens van ongeveer 1 meter lang, die zich van de aapmensen onderscheiden een aantal anatomische kenmerken en door hun rechtop lopen. Van de levenswijze van deze mensen is weinig bekend. Als zij gereedschappen gebruikten, waarvoor verschillende aanwijzingen bestaan, waren deze eenvoudig. Zuid- en Oost- Afrika tellen verscheidene vindplaatsen van deze oudste mensenrassen. Men weet evenmin hoe en wanneer de mens vuur leerde gebruiken om te koken en zich te warmen. Zeker weet men dat in een periode die bekend staat als oudere steentijd (Paleolithicum), ongeveer 500.000 jaar geleden, men niet alleen het vuurmaken beheerste, maar het ook gebruiken om er hout in te harden voor het maken van gereedschappen en wapens. Men maakte ook stenen handbijlen en ruwe, maar duurzame en bruikbare gereedschappen. Er zijn handbijlen gevonden die meer dan een miljoen jaar geleden gemaakt zijn. 

DE EUROPESE STEENTIJD:

De ijsbeddeking van de laatste ijstijd in Europa begon zich ca. 10.000jaar geleden terug te trekken. Uit de eerste helft van die periode zijn menselijke overblijfselen zeer zeldzaam, maar er is reden om aan te nemen dat zich uit het mensentype dat men Homo erectus noemt de latere rassen van de moderne mens, Homo sapiens, ontwikelden. Overblijfselen uit de lange periode van de Midden Steentijd (Mesolithicum) omvatten vele verbeterde uitvoeringen van werktuigen en gereedschappen, die men in verband brengt met de zgn. Levallois- cul- tuur (genoemd naar Levallois- Perret aan de Seine in Frankrijk, waar deze het eerst werden gevonden). Ongeveer 30.000 jaren geleden stierf de laatste mensvorm uit die duidelijk niet tot Homo Sapiens behoorde. Dat was de bekende Neanderthal-mens, die een vooroverhellende houding had, zware wenkbrauwrichels en een wijkend voorhoofd, maar met een herseninhoud die even groot was als de onze. Hij wordt in verband gebracht met de Mousterien- cultuur. De Neanderthaler maakte vuur en prachtige, sierlijke handbijlen, en begroef zijn doden met een ritueel. In het Paleolithicum spelen de voorhistorische culturen van Homo sapiens een rol: de grotbewoners van het Aurignacien uit de Haute- Garonne, het Gravettien uit de Dordogne, het Solutreen uit Saone- et- Loire en het Magdalenien van bij de rivier de Vézére, alle in Frankrijk.

TECHNISCHE VORDERINGEN:

De wapens van al deze culturen zijn veelal fijn afgewerkt. De Solutreen- mensen waren vooral kundige gereedschapmakers. De mens werd echter ook creatief in een geheel nieuw vlak, hij begon graveringen te maken van mens- en dierfiguren en ook schilderingen tegen de wanden en plafonds van de grotten waarin hij leefde. De oudste beeldjes die zij sneden waren plompe vrouwenfiguurtjes, 'Venussen', die ongetwijfeld een magische betekenis hadden. De wandschilderijen in de grotten van Lascaux (Frankrijk) en van Altamira (Spanje) zijn beide van een Magdalenien- cultuur en hadden vermoedelijk een magische betekenis in verband met de jacht. De mensen van deze culturen maakten ook eenvoudig vaatwerk van steen, waaronder olielampjes. Zij gebruikten vuursteen, beenderen en geweien als materiaal voor gereedschappen en vermoedelijk verwerkten zij ook hout en leer, hoewel dat materiaal geen duidelijke resten heeft achtergelaten. In een latere cultuur, van de Azilien- mensen ( te Ariege in zuidwest- Frankrijk) uit de midden steentijd maakte men ook bv. gekleurde keien. De midden steentijd (10.000 tot 7000 v. Chr.) was in het midden- oosten en ook later in Europa een tijd van grote veranderingen. Door het terugtrekken    van de ijskap waremn de mensen weer in staat te trekken; zij werden daartoe feitelijk gedwongen omdat ook het wild zich verspreidde en het moeilijker werd dieren buit te maken.In het mildere Europese klimaat verrezen overal dichte bossen. De Maglemosien- cultuur van Denemarken (gesitueerd rond Maglemose) ontwikkelde zich in nauwe relatie tot deze bossen en leverde houtsnijwerk op dat  een zuiver decoratieve functie had.

NOMADEN EN LANDBOUWERS:

Van 7000 to 5000v. Chr begonnen zich in de eerste 'steden' in het meer gelijkmatige klimaat van Turkije en Mesopotamie stammen te vestigen die tot dan een nomadisch leven hadden geleid. Er werd een begin gemaakt met het fokken van dieren en het verbouwen van gewassen voor voeding. Dat was het begin van de jongere steentijd ( Neolithicum). In de vruchtbare vlakten tussen Eufraat en Tigris was deze stedenbouw de aanzet tot de eerste grote stadcultuur, die van de Soemeriers. In het midden- Oosten duurde de steentijd maar tot ca. 3500 v. Chr., toen men leerde metalen te smelten; dit luide de bronstijd in. In het wat achterblijvende noorden van Europa duurde de steentijd tot ca. 2000 v. Chr. Daartussen lagen de stadsculturen, zoals die van Habasesti in Roemenie. De jongere steentijd was tevens de tijd van de grote volsverhuizingen en men sprak de taal waarvan vrijwel alle Europese talen zijn afgeleid. De trekkende volksstammen lieten wapens, gereedschappen en zelfs speelgoed achter. De enorme steenblokken, de megalieten, zijn echter wel de indrukwekkende relicten uit de jongere steentijd.

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
veel en goede informatie, goed beschreven! duim!
Ik blijf erbij dat de aarde jong is. Wel informatief artikel, duim
mooi, uitgebreid en informatief.
Ik hou wel van dit soort artikelen. Goed gedaan.