De lagere school was voor mij een soort speeltuin

Door Mijler gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Mijn persoonlijke ervaringen tijdens mijn lagere schooltijd periode 1946-1953

De lagere school was voor mij een soort speeltuin

 

Braaf en volgzaam ging ik naar de lagere school. Er zat ook niets anders op, alle andere kinderen vanaf zeven jaar gingen daarheen. Alleen thuis was voor mij geen optie. Ik moest me, met al mijn energie en geldingsdrang, onder het jonge volk bewegen.
Niet iedereen volgde de lessen met dezelfde interesse, maar onder het toen nog geldende ouderlijk gezag, legde men zich neer bij deze wettelijke plicht. Er werd sowieso al minder gesnoept in die tijd en zoete broodjes waren zeker niet voorhanden.
Mijn lagere schooltijd lag direct na de tweede wereldoorlog en de meeste ouders waren druk met het herstellen van een moeilijke periode. Ze vonden het goed en nuttig, maar vooral ook gemakkelijk dat wij naar school gingen. Ondertussen konden zij hun volle tijd en energie besteden aan herstel of opbouw van hun huiselijk bestaan.

Contact ouders met de school

 

Contacten van ouders met leerkrachten over het wel en wee van hun koters, waren spaarzaam. De kwartaal- en eindrapporten waren normaal gesproken de enige getuigenis van hun prestaties. Wij woonden in een dorp, waarvan de meeste ouderen zelf weinig onderwijs hadden genoten. De stimulans en inspanningen om hun kinderen te motiveren waren doorgaans zeer matig. Het merendeel was sterk ingesteld op “doen.”  “Kantoorpikken,” ook wel “pennenlikkers” genoemd, werden voor wat de arbeid betreft, niet serieus genomen. Mannen met witte boorden en doorzichtige handjes presteerden in hun ogen weinig. Het “ketelpak”, de klompen of schoenen met stalen neuzen, eeltige handen, een kruik met koude thee en vooral een goed gevulde knapzak met brood en spek, waren de ingrediënten van de volwaardige noeste arbeider.
Lezen en rekenen vond men doorgaans wel nuttig. De Nederlandse taal was al minder zinvol. Geschiedenis en aardrijkskunde werd als overbodige ballast beschouwd. Godsdienst, gedrag en vlijt waren misschien wel het allerbelangrijkste, want hun nazaten dienden fatsoenlijke en integere burgers te worden, die weerbaar moesten zijn voor het harde “grote-mensen-leven”

Na de lagere school

 

Met die gedachte en mentaliteit gingen de meeste jongens hierna naar de ambachtschool en de meisjes naar de huishoudschool. Velen gingen ook meteen het arbeidsproces in, om op fabrieken of in de landbouw te werken. Slechts enkelen zochten hun toevlucht, vaak op aandrang van de hoofdonderwijzer van de lagere school, op de MULO of zelfs HBS.

Eigen keus

 

De resultaten op de lagere school werden overwegend bepaald door de persoonlijke interesse van de leerlingen. De variatie liep van de leergierigen tot de ongeïnteresseerden en het was voornamelijk het individu zelf dat zijn lot bepaalde. De “meesters”waren, in overeenstemming met de normen van die tijd, goedwillend maar streng. Afgezien van soms persoonlijk talent van een leraar, zat er weinig stimulerende methodische lijn in de lessen. Het opdreunen en uit het hoofd leren van “rijtjes” vaak beboet met imponerende aantallen strafregels, stimuleerde meer de koppigheid dan de interesse van de matige leerlingen.


Deugnieten van de klas


Ik behoorde tot de categorie: “lastige eikels” en schreef nog liever strafregels dan iets, in mijn optiek zinloos geleuter, in de bol op te slaan. Ik had veel belangstelling voor het “trappen van rottigheid” met mijn compagnons van het ludieke. Zo herinner ik mij dat wij de eerste vraag uit de roomse catechismus uit het hoofd moesten leren.”Waartoe zijn wij op aarde?” Antwoord: (Nu weet ik het ) “Wij zijn op aarde om God te dienen en in het hiernamaals gelukkig te zijn!” Ik vertikte het om het te leren maar stak wel alle energie in het alternatieve antwoord dat ik zo kon opdreunen: “Wij zijn op aarde om te vreten en te zuipen en daarna in een kistje te kruipen!” (Had ik toen al talent voor het gedicht?).

Een gevolg van mijn gedragingen was wel dat ik twee keer ben blijven zitten op de lagere school. Gek is dat ik de school toch niet als onprettig heb ervaren. Ik heb de school als een grote speeltuin ervaren. Er was wel enige ruimte voor de ondeugd en ja laat ons eerlijk zijn. Wat is de huidige moderne mens zonder beschikking over wat frivole streken?
 

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heerlijk stukje historie, graag gelezen!
?ketelpak? Steengoed woord, vind ik nog steeds.
Heerlijk deze Mijler en wat een ander rapport dan ik had, zeg...
Keetrappen? Jij? Kan me nu maar heel in de verte iets daarbij voorstellen, alhoewel, inderdaad, als jij op dreef bent...Dan was ik vroeger maar een braaf dingske hoor, kwa kattenkwaad. Daarentegen had ik dan wel weer antwoorden klaar waar de juffen van stonden te bibberen. Ach ja, de waarheid uit de mond van een snotneus is soms hard he Henk? .... ?Wij zijn op aarde om te vreten en te zuipen en daarna in een kistje te kruipen!? Hahahahahahahahahahaha... Hi
Haha, ja het dichten zat al vroeg in het bloed! Graag gelezen, ik had graag eens zo'n klasje bekeken en nu heb ik het toch een beetje gezien. Sta je zelf op de bovenste foto? Of is hij van internet geplukt? Sorry, ben gewoon ordinair nieuwsgierig!;)
Mooi verhaal en prachtige oude foto's!