Het overleven van een soldaat in de loopgraven

Door Bndicte gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Er wordt in vele geschiedenisboeken geschreven over de Eerste Wereldoorlog, hoe die tot stand kwam, wat er chronologisch gebeurde en dergelijke. Maar waar je minder van terug vindt is in welke levensomstandigheden de soldaten aan het front moesten overleven. Dit is een stukje tekst over hoe hun leven er die 4 jaar uitzag.

Het dagelijkse leven van de frontsoldaat:

De eerste wereldoorlog duurde van 1914 tot 1918. Het was het eerste conflict waar de hele wereld bij betrokken raakte en die vooral in Europa voor veel doden en grote vernieling zorgde.

Diegene die het meest geleden hebben zijn ongetwijfeld de frontsoldaten, die moesten vechten voor een oorlog waar ze na verloop van tijd het nut niet meer van inzagen.

Hoe zag hun leven die 4 jaar lang er precies uit?

Logement
De soldaten waren verschrikkelijk slecht gehuisvest.
Dikwijls verbleven ze in schuren die de boeren beschikbaar stelden. Dan was het vooral belangrijk om er als eerste bij te zijn, anders waren de beste plaatsen reeds bezet.
Wat voor hen nog het meest vervelende was, was het feit als ze alles leefbaar hadden gemaakt en eindelijk geïnstalleerd waren dat ze moesten verhuizen naar een ander verblijfplaats waar een voorgaande compagnie gelogeerd had. Die hadden alles zo smerig achtergelaten zodanig dat ze bij aankomst nog eens eerst een grote schoonmaak mochten houden.
In de loopgraven zaten ze in donkere, akelige ruimtes waar ze heel weinig plaats hadden en niet beschermd waren tegen de vaak barre weersomstandigheden.
Het verblijf was er seizoensgebonden. In de winter liepen de loopgraven onder water, waardoor deze veranderden in een modderpoel. In de zomer hadden ze problemen met het gebrek aan drinkwater.

Verlofperiode
Af en toe mochten ze voor een vijftal dagen op vakantie in het geallieerde buitenland. Men moest wel alles zelf betalen, wat voor sommigen die krap bij kas zaten zo goed als onmogelijk was.
Alleen diegenen die gratis bij familie of vrienden konden logeren konden op verlof.
Er waren ook de oorlogsmeters, die via brieven de soldaten aanmoedigden om vol te houden. Velen van hen stuurden bij het horen van de nieuwe mogelijkheid een persoonlijke uitnodiging naar hun correspondent om bij hen te gaan logeren.
Tijdens hun verlof kozen velen om naar Parijs te gaan. Voor hen was dit hun mekka.
Het dure amusement en wereldse leven gingen er gewoon verder. De meesten hadden geen geld, dus veel naar voorstellingen gaan kijken of uitgaan konden ze niet. Maar gewoon ‘weg zijn’ van het front en kijken naar het hele gebeuren fascineerde hen. Het gebeurde dan ook wel meermaals dat soldaten hun terugkeer even uitstelden met 1 à 2 dagen, ook al wisten ze dat ze bij terugkeer een tuchtstraf zouden krijgen.
Voor degene die over extra geld wilden beschikken, konden tijdens hun verlof ook een baantje zoeken ter plaatse.

Voeding
De legerleiding wilde de soldaten alcohol doen drinken om hun strijdlust op te wekken, wat bij velen ook het verwachte effect had.
Ieder jaar kampte de overheid in het voorjaar met ernstige gevolgen. De ene rantsoenverlaging volgde de andere op en ze gebruikten allerlei vervangingsproducten om hun voedingswaarde op peil te houden.
Sommige eenheden stonden na verloop van tijd op rijstdieet .
In die periode leefden ze vooral op rijst, conservenvlees en zwarte bonen.
Er werden wel een aantal zogenaamde ‘keukenpieten’ aangesteld die voor hun taak werden vrijgesteld van frontdienst. Deze beschikten over zogenaamde ‘rijdende keukens’. Maar het vervoer van voeding van de keuken naar de soldaten aan het front was een gevaarlijke onderneming. Het rijden met de karren over de loopbruggen maakte zodanig veel lawaai dat de vijand ze ook kon horen en zo hun posities bepalen. Daardoor lieten de ‘keukenpieten’ soms heel lang op zich wachten, wat tot de nodige frustraties en ergernissen leidde bij de soldaten.
Om toch wat afwisseling te hebben in hun menu zochten de mannen dan ook naar andere oplossingen. De boeren waren daarbij het doelwit bij uitstek. Aardappelen werden zonder toelating gerooid, koeien werden ’s nachts gemolken en kippen, fruit en groenten verdwenen spoorloos.
Hierdoor zagen de boeren de soldaten niet graag komen natuurlijk.
Vele bewoners begonnen de Belgische soldaten als invallers en bezetters te zien. Niettegenstaande dat ze voor hen vochten.
Zo raakten de soldaten steeds meer geïsoleerd van  het gewone burgerleven.

 

Ontspanning
Men vreesde dat de dril zou verslappen tijdens de rustperiodes als men niet regelmatig oefeningen zou doen. Maar als ze regelmatig voetbalden werd dril grotendeels overbodig. Daarvoor kregen ze van de legerleiding het nodige materiaal ter beschikking.
Voor velen was dit een lichtpuntje in deze harde tijden.
Velen hielden zich ook bezig met lezen, schrijven of het bijhouden van een dagboek. Sommige schreven opstelletjes, liedjes of gedichten voor een frontblaadje.
Vooral whisten (kaartspel) was zeer populair bij de soldaten. Vooral omdat het spel weinig concentratie en materiaal vereiste.
In rustigere sectoren kon men zich buiten bezighouden, op voorwaarde dat ze niet te luidruchtig waren.
Ze legden dan tuintjes aan, gingen vissen in naburige vaartjes of jagen in het niemandsland.
Er waren er ook die met niet ontplofte projectielen knoeiden. Ze smolten dan metaal om er allerlei siervoorwerpen van te maken die ze verkochten aan de Britse soldaten.

Censuur
De censuur is zeer streng en laat zelfs niet toe dat ze details opschrijven over het frontleven. Zo mogen ze zelfs niet aan familieleden hun exacte positie meedelen.
En op een bepaald moment krijgen ze zelfs een lijst van alle onderwerpen waar ze niet over mogen schrijven op straffe van vernietiging van de brief.
Vervreemding met hun familie en vrienden is dan ook onvermijdelijk, waardoor de soldaten zich steeds meer geïsoleerd voelden.

Taken
1 van de hoofdtaken van de frontsoldaten bestond uit het voortdurend herstellen van de loopgraven, die door het gure winterweer telkens terug vernield raakten.
Dit deden ze hoofdzakelijk ’s nachts of bij valavond zodat ze minder risico liepen om opgemerkt te worden door de vijand.

Motivatie
De soldaten raakten na een tijd enorm ontmoedigd.
Sommigen wisten zelfs niet waarnaar ze het meest verlangden: voortzetten van de vijandelijkheid of een doorbraak van de Duitsers, wat een einde van de oorlog betekende.
Bij velen was de motivatie ver te zoeken. En sommigen verkozen een longontsteking, waardoor ze naar een warm hospitaal konden boven het harde frontleven.
Het uitzichtloze karakter wekte veel opstandigheid en verbittering op bij de soldaten. Veel Vlamingen hadden het gevoel dat ze moesten vechten voor een zaak die de hunne niet was. Ze voelden zich achteruitgesteld in het leger, omdat de meeste officieren enkel Frans spraken. Dit leidde tot het ontstaan van de Frontbeweging. Die probeerden het Vlaamse bewustzijn bij soldaten aan te wakkeren via de soldatenblaadjes die werden verspreid.
De militaire overheid trad hierbij op door enkele hoofdfiguren van de frontbeweging naar strafkampen te sturen.


Gezondheid
Tengevolge de slechte leefomstandigheden waarin ze zich bevonden, waren ziektes als griep, long, keel- en tandontsteking schering en inslag.
Daarboven was het ongedierte een bron van doorlopende ergernis.
Ze moesten hun brood veilig wegstoppen of ze vonden de volgende morgen enkel de korst terug.
De vlooien en luizen vormden nog een ergere kwaal. Diegenen die zich niet regelmatig wasten werden voortdurend gestoken. De andere soldaten meden dergelijke ‘vuileriken’ dan ook als de pest.
Soms knipten ze zelfs gaten in de door luizen geliefde plekjes in hun ondergoed.
Elke keer dat ze dan even op rust waren achter het front was het tijd voor de grote schoonmaak.
In de zomer lagen de soldaten soms helemaal ingeduffeld in een deken om aan de grote zwermen muggen te ontlopen.
Door hun ongezonde voeding had bijna iedereen in de zomer last van kolieken.
Door het gebrek aan hygiëne sukkelden ze ook regelmatig met allerlei ontstekingen en verwondingen.
In de winter leidden vele soldaten aan wat ze ‘trench feet’ noemen. Dit wordt veroorzaakt door een slechte bloedcirculatie als gevolg van de koude en het wekenlang ploeteren in sneeuw, ijs en modder. Uiteindelijk eindigt dit met amputatie van tenen of de volledige voet.

Onderlinge relatie tussen de soldaten
Men klitte steeds meer samen in hechte groepjes waarbinnen lief en leed werd gedeeld. Taboes en beschaamdheid vervaagden en er ontwikkelde zich een sociaal leven met zijn bijzondere gebruiken en gewoonten.
Er ontwikkelde binnen de eenheid een eigen levensstijl en vooral een specifieke soldatentaal. Zo werden mortieren ‘kiekens’ genoemd, machinegeweren ‘koffiemolens’,… Men probeerde elkaar te overtreffen in het vinden van nieuwe uitdrukkingen.
Voor de nieuwelingen was dit niet altijd gemakkelijk. Ze voelden zich daardoor dikwijls buitengesloten, aangezien ze de uitdrukkingen nog niet kenden en meestal niet wisten waarover de anderen spraken.

Relatie met de vijand
De meeste Duitsers waren de oorlog even beu als de Belgische soldaten. Ze begonnen ze meer als slachtoffer dan als vijand te zien.
De relatieve rust aan het Belgische front werkte de tendens tot verbroedering in de hand.
De Duitsers vroegen zelfs om adressen en beloofden te zullen schrijven.
Vaak begonnen de mannen zich ook onderling te amuseren.
Ze gooiden steentjes naar elkaar, ze hieven helmen en stokken boven de borstwering of door echte kunstenaarshanden in elkaar geknutselde soldatenbustes. De bedoeling was dat men deze van de overzijde probeerde te raken. Maar dit was meestal van korte duur. Wanneer de chef’s het zagen werd er op bevel een einde aan gemaakt. Kort daarna begonnen de beschietingen terug.
Soms werd er tijdelijk een stilzwijgende wapenstilstand overeengekomen zonder dat er sprake was geweest van werkelijk contact.

Onderwijs aan het front
In 1917 zagen veel intellectuelen en geestelijken een uitdaging om beide standen door middel van onderwijs dichter samen te brengen.
Het militaire systeem maakte het organiseren van onderwijs echter niet gemakkelijk. Na een aantal dagen les was men door verplaatsingen dikwijls genoodzaakt het onderwijs verschillende maanden stil te leggen.
In januari 1917 ging de grootscheepse actie ‘School aan het front’ van start.
Er werd voornamelijk les gegeven aan ongeletterden, verder aan Vlamingen die Frans wilden leren en omgekeerd. Ook werd er wat Engels, geschiedenis, aardrijkskunde en wiskunde onderwezen.
Ook voor het verstrekken van beroepsonderwijs werden door ‘School aan het front’ enorm veel inspanningen gedaan. De soldaten werden aangemoedigd om 1 van de beroepsleergangen te volgen via de soldatenblaadjes. De waarschuwing dat zij na de oorlog het gevaar liepen uit het arbeidscircuit te worden gestoten, wierp haar vruchten af.
In de ‘Hogeschooluitbreiding in de voorlinie’ die in 1917 van start ging werden lessen gegeven over vakkunde, taalleer, muziek, tekenen, gezondheidsleer, kunst, geschiedenis en voordracht.
Hoe meer het einde in zicht kwam , hoe meer men aan de na-oorlogse situatie dacht.

 

Lees ook zeker dit artikel die hier heel mooi mee aansluit! : http://www.xead.nl/ieper-de-westhoek-en-wereldoorlog-1
 

Reacties (13) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heel mooi artikel over een verschrikkelijke oorlog.
Welkom op Xead!
Duim en maar gelijk fan van je geworden.
Bedankt!
Danku :-)
ik heb je een privé berichtje terug gestuurd.

liefs!
Zeer interessant en uitgebreid verhaal! Zie dat je hier nog maar net bent, knap dat je dan al zo'n artikel in elkaar flanst!
wat een goed verhaal! misschien kan ik de link van jouw verhaal erbij vermelden als ik het mijne van Ieper publiceer? Zo kan jij ook nog fans en duimen bij krijgen? Je laat maar weten als je akkoord bent hé?
in alle geval hier ene duim van mij en een fan erbij
Bedankt! :-)
Een duim omhoog. Die tijd komt hopenlijk nooit weer.
Suc6 op Xead.