De peuter - Ontwikkelingsaspecten

Door Xchannx gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Ik dit artikel omschrijf ik de ontwikkelingsaspecten van Peuters vanaf 2 jaar totdat ze 4 jaar zijn geworden.

2-3 jaar
• Lichamelijke mogelijkheden en beperkingen
In deze periode leert je kind zichzelf uitkleden, met aankleden moet je hem vaak nog helpen door de veters te strikken, de rits vast te doen en de knoopjes vast te maken. Ook gaat de fijne motoriek hard voor uit in deze periode. Je kind leert torentjes bouwen, met een potlood krassen, de bladzijden van een boek omslaan en hij leert om zelf te eten. Verder leert de peuter steeds beter lopen, rennen, klimmen, springen en leert hij koppeltje duiken. In deze periode fietst de peuter op een driewieler.

De peuter heeft al veel meer lichamelijke conditie dan een baby. Hij is bezig het rennen, klimmen en springen goed te ontwikkelen, waardoor hij veel meer in beweging is dan een baby.

Voor peuters is praten het middel om te communiceren met andere mensen en dingen te leren. Peuters leren nu hun mening te geven en korte gesprekjes te voeren. Ze begrijpen korte zinnetjes en ze kunnen eenvoudige aanwijzingen opvolgen zoals wil je je bord op leegeten of wil je je beker op tafel zetten?. Ook kunnen ze antwoorden op vragen die beginnen met wie of wat en ze vinden het heerlijk om naar verhaaltjes te luisteren en taal gebruiken tijdens het spelen.

Door middel van de zintuigen ontdekt de peuter de wereld. Een peuter stopt eigenlijk nog van alles in zijn mond net zoals de baby, daarom is het verstandig om medicijnen en schoonmaakmiddelen veilig op te bergen zodat de baby er niet bij kan. Ook moet je ervoor zorgen dat de peuter bij zijn speelgoed geen kleine materialen in kan slikken.

Kinderen van 2 tot 3 jaar drinken gemiddeld zo’n ¾ liter vocht op een dag. Hierbij is water drinken voor kinderen erg belangrijk. Vanaf deze leeftijd mag je zout aan het eten van je kind toevoegen om het eten op smaak te brengen, want de nieren van de peuter werken nu goed.

• Verstandelijke mogelijkheden en beperkingen
In de peutertijd ontwikkelt de peuter zijn hele persoonlijkheid. Zo heeft de peuter door dat hij een eigen wil heeft en gaat deze gebruiken. Dit doet hij door bijvoorbeeld nee te zeggen als hij iets niet wil en gaat dan tegenstribbelen. Het heeft dan geen zin om ruzie met je kind te maken, want je kunt dit probleem vaak oplossen zonder ruzie te maken. Dit kan door bijvoorbeeld zijn aandacht op zijn favoriete speelgoed te brengen.

Een peuter jokt wel eens. Dit hoort bij zijn ontwikkeling en de ouders moeten er niet te veel aandacht aan besteden. Wel is het verstandig de peuter te laten merken dat wat hij zegt niet helemaal waar is. Dit kan door er bijvoorbeeld een grapje over te maken. Hierdoor leert de peuter wat waar is en wat is verzonnen.
In deze periode van de peutertijd leert de peuter zijn taalontwikkeling verder te ontwikkelen. Zo leert hij bijvoorbeeld zinnen van één woord te zeggen en later worden dit zinnen van twee of drie woorden.
Het concentratievermogen van een peuter heeft veel invloed op de zindelijkheid. Een peuter wordt zindelijk als hij zich veel concentreert op het zindelijk worden. De meeste peuters worden zindelijk als ze 2,5 jaar oud zijn. Meestal zijn de peuters dan overdag zindelijk en ´s nachts hebben ze dan nog een luier om. Door zindelijk te worden moet een peuter begrijpen wat de bedoeling is en moet hij de controle krijgen over de sluitspieren van de blaas en de anus.

• Sociaal – affectieve mogelijkheden en beperkingen
Peuters doen veel nieuwe ervaringen op en hebben een grote fantasie. Doordat de fantasie soms zo echt lijkt kan de peuter angstig worden. Zo kunnen ze bijvoorbeeld bang zijn in het donker, voor vreemde mensen of een vreemde omgeving. Hierdoor durft de peuter soms niet naar de dokter, niet te slapen, naar de peuterspeelzaal of naar het kinderdagverblijf.

De karakters van peuters kunnen vaak met elkaar botsen, doordat de peuter een eigen wil heeft en jaloers is. Zo is een peuter vaak jaloers op een nieuw broertje of zusje waarbij veel aandacht wordt geschonken aan de baby en wat minder aan de peuter. Belangrijk hierbij is dat je laat merken dat je van hem houdt en dat je je aandacht verdeelt. Kwaad worden helpt hierbij niet. Ook kan er jaloersheid optreden bij peuters onderling. Denk hierbij aan vriendjes of vriendinnetjes die met elkaar spelen en de ene een nieuwe fiets heeft. De andere peuter kan hier dan jaloers op worden.

De peuter groeit in zijn sociale ontwikkeling hierbij gebruikt de peuter beter het ik-besef maar haalt dit nog wel eens door elkaar met jij, pakt speelgoed af van andere kinderen, kan rijmpjes, versjes en verhaaltjes onthouden. Ook probeert hij te vertellen wat hij heeft beleefd, noemt zichzelf bij de naam, is erg gevoelig voor lof en kritiek, gebruikt het begrip wij, leert met andere mensen te delen en op zijn beurt te wachten en doet sneller wat vriendjes zeggen dan wat de ouders zeggen.

De peuter leert veel doordat hij het sociale gedrag van andere kinderen nadoet. Hij ziet bijvoorbeeld hoe broertjes en zusjes met elkaar en met hem omgaan en hoe andere kinderen tegen hem en tegen elkaar doen. De peuter gaat dit gedrag nadoen.

Peuters leren het verschil te ontdekken tussen jongens en meisjes. Ze ontwikkelen als het ware een eigen identiteit en daarbij is hun lichaam en dat van anderen heel interessant.

3-4 jaar
• Lichamelijke mogelijkheden en beperkingen
Naarmate je kind ouder wordt leert hij steeds beter zichzelf aan- en uitkleden. In deze periode heeft de peuter eigenlijk geen hulp meer nodig bij het aankleden, want dit kan de peuter nu vrijwel zelf. Met de fijne motoriek gaat het krassen over in tekenen en leert hij na te denken over wat hij gaat tekenen. In deze tijd tekent hij zijn eerste poppetje, koppoter, een poppetje die bestaat uit een groot hoofd en strepen die de benen voor stellen. Het is leuk om de tekening voor hem te bewaren en de datum erop te zetten. De peuter leert nu fietsen op een fiets met zijwieltjes.

De peuter krijgt steeds meer lichamelijke conditie. Zo kun je een peuter al op een sport doen, bijvoorbeeld peutergym, peuterzwemmen enzovoort. Hierdoor leert de peuter meer conditie op te bouwen.
In deze tijd kan de peuter makkelijk communiceren en zonder jouw hulp praten over een onderwerp. De peuter leert toestemming te vragen, andere kinderen te plagen en over anderen te praten. Verder kunnen ze antwoord geven op vragen als hoe oud ben jij? en kunnen andere mensen de peuters op deze leeftijd ook verstaan. Kinderen van vier jaar kunnen gesprekken, verhalen en vragen goed verstaan. Ze gaan steeds meer waarom vragen stellen en leren langzamerhand steeds beter spreken en maken langere zinnen, zoals; `Ik geef beer een kus, want hij huilt´.

Een peuter gebruikt op deze leeftijd meestal de zintuigen voor het kijken, daarom is het belangrijk om deze zintuigen en de andere zintuigen te laten ontwikkelen. Zo kan de peuter een beter gehoor ontwikkelen door het luisteren naar verhaaltjes, televisie kijken, liedjes zingen etc. Proeven kun je beter ontwikkelen door de peuter veel verschillende soorten eten te laten proeven en als hij dit niet lust later nog eens te proberen, want dan kan het zijn dat hij het wel lekker vindt.

Peuters houden veel van snoepjes, koekjes en andere tussendoortjes. Daardoor is het beter om je kind niet te veel tussendoortjes te geven, anders heeft hij te weinig zin aan gezonde voeding. Het beste kun je op vaste momenten een tussendoortje geven. Ook is het verstandig om hem gezonde tussendoortjes te geven, zoals; fruit, een soepstengel, rozijntjes, kleine tomaatjes, een volkoren biscuittje, een wortel of stukjes komkommer.

• Verstandelijke mogelijkheden en beperkingen
Het denkvermogen van een peuter bevindt zich in de pre-operationele fase. Een peuter denkt nog erg concreet, zo kan hij alleen nadenken over waar hij mee bezig is of over wat hij nu ziet. Een peuter kan nog geen onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid en beleeft de werkelijkheid door zijn eigen ogen en bedenkt zelf verklaringen voor datgene dat hij niet begrijpt, zo kan hij achter de televisie kijken of zich daar de beesten van sesamstraat bevinden.

Tijdens het spelen nemen kinderen veel kennis op en krijgen ze vaardigheden onder de knie. Kinderen worden de hele dag bestookt met allerlei prikkels (stukjes informatie). Om deze informatie op te slaan en te verwerken is een hele klus. Voorbeeld: Sam kent het begrip ‘vogel' en hij weet al dat vogels vliegen. Nu ziet hij een vliegtuig in de lucht en roept ‘vogel'. Zijn vader vertelt hem dat dit een vliegtuig is. Sam stopt het begrip ‘vliegtuig' nu in het vakje ‘dingen die kunnen vliegen'. Hij heeft iets geleerd en kan het ook toepassen. De volgende dag ziet hij een vliegtuig en roept ‘tietuig'.

Een peuter van drie jaar kent ongeveer 896 woorden, met drieënhalf jaar 1222 woorden en met vier jaar 1540 woorden. Een peuter leert nieuwe woorden door naar verhalen te luisteren, televisie kijken en doordat de ouders hem stimuleren om nieuwe woorden te leren. Omdat de peuter veel nieuwe woorden wil leren en doordat de woordenschat nog niet groot genoeg is, gaan peuters zelf nieuwe woorden bedenken. Een peuter vindt rijm- en taalspelletjes leuk om te spelen en de kringgesprekjes in peuterspeelzalen en kinderdagverblijven zijn een goede gelegenheid om de taal te leren.

De oudere peuter heeft nog niet zo veel concentratievermogen opgebouwd, hierdoor kun je bijvoorbeeld luisterspelletjes met hem doen zodat de kinderen meer concentratievermogen krijgen om te luisteren.

• Sociaal – affectieve ontwikkeling
Een peuter kan erg koppig zijn, zo ontdekt de peuter zijn eigen wil wat betekent dat hij alles zelf wil doen; aan- en uitkleden, naar het toilet gaan, eten en drinken. Doordat de peuter koppig is is het een teken dat het kind veilig gehecht is en durft zijn opvoeders boos te maken, zonder dat hij bang is de liefde van hen te verliezen.

Nu de peuter al wat ouder is leert de peuter het ik-besef steeds beter te gebruiken. Zo merkt de peuter dat hij degene is die morst met drinken, dat hij de bal wegschopt en dat hij iets anders kan doen dan zijn ouders. Tot zijn derde jaar noemt de peuter zichzelf bij de eigen naam; ‘Kim heeft de voetbal’ vanaf zijn derde jaar noemt hij zichzelf ik; ‘ik heb de voetbal’. Hierdoor wordt de peuter egocentrisch (alleen aan zichzelf denken) en kan hij zichzelf niet meer in andere mensen inleven en rekening houden met anderen. Doordat de peuter egocentrisch wordt is de peuter koppig en kan hij driftig worden als hij zijn zin niet krijgt.
De sociale vaardigheden van een peuter van circa drie tot en met vier jaar zijn: de peuter kan met andere kinderen spelen, heeft het saamhorigheidsgevoel, accepteert sociale regels en eenvoudige spelregels, weet mijn en dijn te onderscheiden, begint zichzelf van huis te verwijderen en kan zelfstandig terug naar huis gaan.

De peuter leert steeds beter te spelen en te delen met andere kinderen, wat in het begin nog wel moeilijk zal gaan, maar door de peuter goed te stimuleren en te leren dat spelen met andere kinderen leuk is gaat hij langzamerhand spelen met andere kinderen. Zo leert de peuter ook delen met andere kinderen. Dit kun je stimuleren door een leuk samenwerkingsspelletje te doen zoals een andere variant van tikkertje. Je knoopt een sjaal aan het rechterbeen van de ene peuter en aan het linkerbeen van de andere peuter dit doe je met 1 sjaal zodat de peuters aan elkaar vast zitten en moeten dan samenwerken om de andere kinderen te tikken.

Met doktertje spelen en elkaar en zichzelf bekijken tijdens plassen en verschonen ze de verschillende kenmerken tussen een jongetje en een meisje. Verder gaan ze zichzelf betasten en leren ze welke reactie hun lichaam daarop geeft. Ook gaan ze beginnen met vragen te stellen over waar ze vandaan komen.

Reacties (5) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
goed artikel! zal later wel van pas kunnen komen ;)
Dankjewel!
Interessant, goed geschrven en schattige kindjes op de foto.
Duim
Tex
Ook deze toegevoegd aan mijn favorieten, duim!
mooie info. D