x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

De baby - Ontwikkelingsaspecten

Door Xchannx gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Ik dit artikel omschrijf ik de ontwikkelingsaspecten van baby's vanaf de geboorte totdat ze 1 jaar zijn geworden.

0-3 maanden
• Lichamelijke mogelijkheden en beperkingen
De nekspieren van een pasgeboren baby zijn nog niet genoeg ontwikkeld om zijn hoofdje even op te tillen. Na de eerste maand kan de baby, als je hem op zijn buik legt misschien even zijn hoofdje op tillen. Daarna gaat de baby zijn handen ontdekken waarmee hij na negen maanden iets mee vast kan pakken.

Een pasgeboren baby heeft nog niet veel conditie. Als je een pasgeboren baby borstvoeding geeft is de baby na de tijd heel moe, hieraan kun je zien dat de baby nog niet zoveel conditie heeft. De baby slaapt ongeveer zestien á zeventien uren op een dag verdeeld over vierentwintig uur. Dit zijn ongeveer zes slaapjes van een paar uur.

In deze periode oefent de baby met spraak en taal. Hij leert de stemmen van zijn ouders herkennen, ze horen steeds woorden die andere mensen zeggen en die leren ze te herkennen.  De baby communiceert vooral door te huilen hierdoor oefent hij zijn ademhaling en de werking van de stembanden. Tussen de twee en de drie maanden maakt de baby al verschillende klanken.

Ontwikkeling van de zintuigen begint al voordat de baby wordt geboren. Als de baby is geboren ziet de baby vaag en onscherp; hij kan geen verschillen in afstanden zien. Na vier weken begint dit langzamerhand te ontstaan en na twee maanden kan de baby al veel meer gericht kijken dan toen het is geboren en kan hij een voorwerp volgen dat heen en weer wordt bewogen. De eerste dag hoort de baby helemaal niets, dit komt door het vruchtwater achter het trommelvlies. Na drie dagen reageert de baby op de stem van de moeder of op bijvoorbeeld een knuffel. Hierbij is ook de geur heel belangrijk. Om te voelen gebruikt de baby voornamelijk de mond, waarmee hij alles in zijn mond stopt en proeft.

Pasgeboren baby’s vragen om de twee á drie uren om voeding. Je kunt je baby het best borstvoeding geven, want dat bevat meer ijzer en … De eerste paar dagen nadat je baby is geboren geef je net zo vaak en zolang borstvoeding tot de baby er om vraagt, zo komt de voeding het best op gang. Daarna geef je je baby zo’n acht tot twaalf voedingen per dag. Met flesvoeding hangt de hoeveelheid  melk die je aan je baby moet geven af van zijn gewicht. Het minimum aan drinken dat de baby op een dag nodig heeft is 150 ml  melk per kilo (de baby zijn gewicht).

• Verstandelijke mogelijkheden en beperkingen
Tijdens de zwangerschap leert het ongeboren kind al een heleboel. Zo leert hij na de zwangerschap reageren op de stem van de moeder en herkent het een vast melodietje. Na de geboorte ontwikkelt de baby zich d.m.v rijping (tot ontwikkeling komen).  In de eerste zes maanden leert de baby vooral veel door ervaring op te doen.

Door rijping van de hersenen ontwikkelt zich het centrale zenuwstelsel. Hierdoor krijgen kinderen steeds meer mogelijkheden om contact te maken met de omgeving. In de periode van twee tot vier maanden is er een ontwikkeling van oog-hand-coördinatie; de motoriek van de armen en de handen wordt steviger hierdoor kan een baby een handeling willekeurig uitvoeren en treedt er oog-hand-coördinatie op.

De taalontwikkeling van een baby komt al vroeg op gang. Al na een paar weken maakt een baby al verschillende geluiden en leert hij klanken herkennen.

Na ongeveer zestien weken kan de baby voorwerpen langer bestuderen, omdat het concentratievermogen is toegenomen.

• Sociaal – affectieve mogelijkheden en beperkingen
Na ongeveer zes weken vertoont de baby zijn eerste sociale glimlach. De baby lacht nu bij herkenning of bij prettige prikkels vanuit zijn omgeving zoals een knuffeltje die hij ziet. Dit lachen is de eerste zes weken reflexmatig. De eerste maanden begint de hechting tussen de baby en één of meer vaste verzorgers zoals zijn ouders, de leidster, oma, opa en het zusje.

Een baby is helemaal van zijn ouders afhankelijk. Als zijn ouders goed voor hem zorgen, dan voelt hij zich veilig. Doen de ouders alles wat de baby wil en regeren ze meteen zoals meteen een flesje geven of een luier verschonen als hij dat wil, dan gaat hij hen herkennen en vertrouwen. Als er een band ontstaat tussen de ouders en het kind, is er een hechting. Als een kind voldoende basisvertrouwen heeft in zijn ouders, dan is het kind ‘veilig gehecht’, als een kind ‘onveilig’ is gehecht; dat kan als de ouders niet meteen de dingen doen die de baby wil of hem niet op zijn gemak stellen, dan kan dat later problemen opleveren.

De baby kan in de periode van nul tot en met drie maanden naar een gezicht kijken binnen een afstand van dertig centimeter, vertoont de eerste glimlach als antwoord op de aanwezigheid van de moeder, begint met de ogen een voorwerp te volgen en huilt op verschillende manieren.

Doordat de baby geluidjes maakt ervaart hij dat contact met andere mensen prettig is.
Een baby ervaart via de mond zintuiglijk genot, oftewel de baby zit in de orale fase. Door lichamelijk en emotioneel warm contact met anderen ervaren zijn intimiteit, alleen heeft dit nog niks te maken met seksualiteit die volwassenen kennen. Als een baby weinig tot geen intimiteit ervaart bij de ouders of verzorgers, dan is het moeilijk deze gevoelens later te ontwikkelen.

3-6 maanden
• Lichamelijke mogelijkheden en beperkingen
Na drie á vier maanden kan de baby met wat steun op je schoot zitten. Hij gaat zijn handen steeds meer gebruiken om dingen te pakken, strekt zijn armen uit als hij wil worden opgetild en als hij bijna zes maanden is kan hij op zijn handen steunen. De baby wil graag gaan zitten maar dit moet nog wel met steun. Nu kan de baby zich ook omrollen.
Een baby van drie maanden heeft al veel meer conditie dan een pasgeboren baby. De baby wordt al minder snel moe na de borstvoeding en heeft nog maar veertien uren slaap nodig. Dit zijn ongeveer drie á vier slaapjes op een dag en slaapt ’s nachts ongeveer acht uren.
Na ongeveer vier maanden maakt je kind allemaal geluidjes zoals; brabbelen en kraaien.

In deze periode geef je je baby borst- of flesvoeding. Je geeft je baby zo’n acht tot twaalf voedingen per dag. Met flesvoeding hangt de hoeveelheid  melk die je aan je baby moet geven af van zijn gewicht. Het minimum aan drinken dat de baby op een dag nodig heeft is 150 ml  melk per kilo (de baby zijn gewicht).

• Verstandelijke mogelijkheden en beperkingen
In de eerste zes maanden leert de baby vooral veel door ervaring op te doen. De ontwikkeling van een baby kan worden gestimuleerd door een interessante omgeving vol prikkels waarbij variatie erg belangrijk is.

In de periode van twee tot vier maanden is er een ontwikkeling van oog-hand-coördinatie; de motoriek van de armen en de handen wordt steviger hierdoor kan een baby een handeling willekeurig uitvoeren en treedt er oog-hand-coördinatie op. De maanden hierna leert de baby dit steeds beter te ontwikkelen.

Na ongeveer drie maanden maakt de baby bewuste geluidjes om dingen duidelijk te maken. Zo gaat hij kraaien als hij dingen leuk vindt en de baby leert als eerste de klinkers te herkennen a,o,u,i,e en daarna de medeklinkers r,t en d. Na zes maanden begint de baby andere geluiden te maken dan huilen, hij probeert de geluiden van andere mensen zoals zijn moeder of zijn vader te imiteren.
De baby kan zich steeds meer concentreren. Bijvoorbeeld met het kiekeboe spelletje ga dan net buiten het gezichtsveld van het kind staan zodat hij zijn spieren moet gebruiken om zijn hoofdje naar je toe te draaien.

• Sociaal – affectieve mogelijkheden en beperkingen
Na ongeveer drie maanden begint de baby een voorkeur te krijgen voor de vaste verzorgers in zijn omgeving. Tot ongeveer zeven á acht maanden lacht de baby naar iedereen die aardig tegen hem doet, hij vindt iedereen aardig; de baby is nog niet eenkennig.

Een baby weet nog niet dat hij ook iemand is en dat zijn handen en voeten bij hem horen. Door de baby voor de spiegel te zetten ziet hij zichzelf, maar hij herkent zichzelf niet. Vanaf de geboorte heeft de baby een eigen persoonlijkheid, hij reageert heel anders op gebeurtenissen in zijn omgeving dan een andere baby. Zo is de ene baby heel druk, actief en huilt veel terwijl het andere kind juist heel rustig, ontspannen en veel minder zichzelf laat horen.
Totdat de baby eenkennig wordt is de baby heel sociaal naar andere mensen. De baby lacht naar iedereen die aardig tegen hem doet en maakt vrolijke geluidjes, daarna verandert dat en lacht de baby alleen nog maar naar bijvoorbeeld; zijn ouders, de vaste oppas, zijn oma en opa enz.
Doordat de baby steeds leert dat contact met andere mensen prettig is, heeft de baby steeds meer ervaring.
Een baby vindt voldoening in het sabbelen, het knuffelen en het strelen van zijn huid. De baby gaat zijn lichaam ontdekken. Het ontdekken begint met de handjes en de voetjes.



6-12 maanden
• Lichamelijke mogelijkheden en beperkingen
De baby kan met wat steun zitten en zijn speelgoed van de ene naar de andere hand overpakken. Langzaam gaat de baby rondde acht maanden kruipbewegingen maken en na negen maanden kan hij zichzelf vanuit zitpositie optrekken om te gaan staan.
Nu heeft de baby al heel veel conditie opgebouwd en slaapt nu ongeveer twee tot drie keer overdag en slaapt tweeënhalf tot drie uur per keer.
De baby gaat proberen klanken van andere mensen te imiteren. Na negen maanden begrijpt de baby eenvoudige opdrachten en na elf maanden kan hij eenvoudige opdrachten uitvoeren.
Na ongeveer zes maanden kun je je baby ook andere voeding geven naast borst- of flesvoeding, zo leert je baby ook andere smaken te proeven en krijgt hij weer ijzer binnen, die hij na de geboorte heeft opgebruikt. Zo kun je hem bijvoorbeeld geven:
- Pap; je kunt pap maken met warme opvolgmelk. Het best kun je beginnen met de wat fijnere papsoorten zoals meel of bloem. Wat later kun je beginnen met de wat grovere soorten. Je kunt pap geven met de fles, maar ook met een lepeltje; waardoor het kind alvast een beetje leert kauwen.
- Brood; Na zes maanden vindt je baby het leuk om op een broodkorstje te sabbelen. Ook kun je kleine stukjes brood besmeren met margarine eventueel kun je dit doen met broodbeleg. Kies dan voor jam, appelstroop, kwark of vruchtenmoes. Na acht maanden kun je pap vervangen voor een brood maaltijd.
- Gluten; Geef je kind liever geen gluten voordat het zes maanden is, want hij/zij kan intolerant (allergisch) zijn.
- Warme maaltijd; Als het fruit- en groentehapje goed gaan, kun je beginnen met gekookte aardappelen en groente. Dit kun je het beste fijn malen in een mixer of goed fijn prakken. Als dit goed gaat kun je hem vlees, ei of vis geven. Je moet het wel goed gaar maken. Voeg aan het eten een klontje boter of een theelepel olie toe zodat het het eten wat lekkerder maakt en onverzadigde vetten zijn goed voor de baby. Voeg geen zout aan het eten toe, want de nieren van kinderen onder de 18 maanden werken nog niet zo goed.

• Verstandelijke mogelijkheden en beperkingen
Na ongeveer zes maanden heeft de baby al veel kennis door ervaring op te doen in de eerste zes maanden. Daarna leert hij veel door herhalingsleren. Hierbij leert de baby veel doordat de ouders veel dingen vaker herhalen en hem veel stimuleren om nieuwe dingen te leren.

In de periode van zeven á acht maanden leert de baby de oog-hand-coördinatie nog meer te ontwikkelen. Hierbij leert het kind bewegingservaringen en leert het nadenken over het resultaat in de uitgevoerde beweging. Hierdoor krijgt het kind inzicht in oorzaak en gevolg.

Met zes maanden kan hij de klinkers en medeklinkers tegelijkertijd uitspreken en begint de baby te brabbelen wat eigenlijk mee praten is. Na acht maanden begrijpt de baby dat bepaalde klanken bij elkaar horen en samen een woord vormen, maar hij kan nog geen woordjes zeggen (passieve taalkennis). Hij zegt vanaf 8 maanden papa of mama ongericht en vanaf 10 maanden gericht.

Bij ongeveer tien maanden is het concentratievermogen van een baby ongeveer tien minuten. Je kunt de baby nu een kort verhaaltje voor lezen. Ook kan de baby soms al dingen aanwijzen uit een boekje.

• Sociaal -  affectieve mogelijkheden en beperkingen
Na zeven maanden lacht de baby alleen nog maar naar bepaalde personen. De baby lacht alleen naar de mensen met wie hij een hechte band heeft gekregen. Dit noem je de eenkennigheidfase; de baby ontwikkelt een soort scheidingsangst waarmee hij bang is om weg gehaald te worden bij zijn ouders en bij mensen met wie hij een hechte band heeft.

Er zijn baby’s met een makkelijk maar ook met een moeilijk temperament. Een baby met een moeilijk temperament huilt veel, is snel prikkelbaar, vraagt veel aandacht en kunnen onrustig worden van nieuwe en onverwachte gebeurtenissen. Een ander woord voor temperament is karaktereigenschap.
Als baby leert je kind dat contact met de ouders heel prettig is. Bijvoorbeeld als je tegen hem praat bij de luier verschonen of hem aankijkt, dan begint het al. De baby maakt een lach of een klein geluidje, wat betekent dat hij het prettig vindt.
In deze periode leert het kind zich aan te passen aan de Normen en Waarden en aan de gewoonten van het gezin doordat hij al veel ervaring heeft op gedaan in de omgang met andere mensen.
Na het ontdekken van zijn handjes en voetjes begint de baby na ongeveer zeven á acht maanden de rest van zijn lichaampje te ontdekken zoals; de oren, de neus, de tenen, de vingers en de piemel of de vagina.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi overzicht, goede serie. Duim!