Kennis: hoe filosofen erover dachten

Door Meesie40 gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Hoe neem je kennis tot je? Over het algemeen denkt iedereen er hetzelfde over. Maar vroeger zat dat wel anders. Hoe dachten de beroemde filosofen erover?

De officiële  naam ervoor is epistemologie, maar het is bekender onder namen als ‘kennistheorie’ of ‘kenleer’. Het is een belangrijke tak in de filosofie, waarbij wordt nagedacht over kennis. In de epistemologie heeft men 3 hoofdvragen:
1. Wat is kennis?
2. Wat kunnen we weten?
3. Hoe kan je het best kennis vergaren?
De term ‘epistemologie’ komt van de Griekse woorden ‘episteme’, wat kennis betekent, en ‘logos’, wat ‘leer van’ betekent.
Epistemologie is een van de grondslagen van de filosofie. Immers, als we niet over kennis zouden bezitten, kunnen we zelfs alledaagse vragen niet kunnen beantwoorden, laat staan echte filosofische vragen.
Voordat we kunnen weten wat kennis is, zullen we eerst moeten weten wat de waarheid is. Over de waarheid bestaan er drie theorieën: de correspondentietheorie, de coherentietheorie en de pragmatische theorie. De correspondentietheorie is de meest traditionele en houdt simpelweg in dat als iets overeenkomt met de werkelijkheid, dit de waarheid is. Dit is ook degene die het meest gebruikt wordt. De coherentietheorie ziet iets als onwaarheid als het beweerde recht tegenover het bekende staat, maar als het beweerde aansluiting vindt met het bekende, is het waarheid. De pragmatische theorie is veel soepeler wat waarheid betreft: als het beweerde voordelig uitpakt, is het waar.
Hieronder staan enkele belangrijke filosofen, die allemaal wat bij hebben gedragen aan de epistemologie.

Plato
Plato beweerde dat je aan kennis komt met zintuiglijke waarneming. Elk soort object heeft namelijk een bepaalde ‘vorm’, waaraan je een object zou herkennen. Door het meerdere keren aanschouwen van een object krijg je de mogelijkheid het object onderscheiden van andere objecten. Dit doe je door het te vergelijken met andere dingen die je al bent tegenkomen. Zo heeft elke stoel een soort van ‘stoelheid’. Dit is waaraan je de stoel herkent; de eigenschappen komen overeen met stoelen die je eerder tegengekomen bent. Waar volgens Plato alles een doel heeft, bijvoorbeeld een zaadje dat een boom wil worden, is het doel van de stoel het zijn van een stoel. De kennis die je bezit is dus het herkennen van de ‘stoelheid’. De beste manier van het vergaren van kennis is volgens Plato dan ook veel ervaringen opdoen en zoveel mogelijk waarnemingen doen.


Descartes
Descartes was een echte rationalist, en geloofde dus ook dat kennis niet kon komen van zintuigelijke waarnemingen, maar alleen van de rede. Descartes probeerde een grondbeginsel van de menselijke kennis te vinden, waarmee iedereen het eens zou zijn. Hiervoor moest hij eerst alle kennis waaraan te twijfelen was verwerpen, dus ook zintuiglijke kennis. Uiteindelijk was er niets meer over naast het feit dat Descartes kon twijfelen. Twijfelen is denken, dus formuleerde Descartes het zo: Cogito ergo sum, ik denk dus ik ben.

Locke
Locke was een echte empirist, en geloofde dus dat de basis van kennis gevormd wordt door zintuiglijke waarnemingen. Alle vergaarde kennis die niet waarneembaar was, was onwaar, volgens hem. Als wij geboren worden hebben we dus nog geen enkele vorm van kennis, die komt pas nadat we onze eerste indrukken hebben opgedaan. Locke veronderscheidde hierbij twee indrukken: indrukken vanuit ons innerlijk, zoals herinneringen, en indrukken van buitenaf, zoals geur of geluid. Al deze indrukken zijn enkelvoudige ideeën en kunnen leiden naar meervoudige ideeën, die niet op waarneming berusten, maar meerdere enkelvoudige ideeën zijn.

Hume
Net als Locke was Hume empirist. Hij geloofde dus ook dat zintuiglijke waarneming de basis van kennisvergaring is. Hume wees de wereld op het inductieprobleem: er werd gegeneraliseerd. Als iemand in zijn/haar leven honderd witte ijsberen was tegengekomen, nam deze persoon  aan dat alle ijsberen wit zijn, terwijl dit helemaal niet zeker is.

Kant
Kant had een theorie die een heel andere kant op ging. Hij beweerde namelijk dat hetgene wat wij zien niet de echte wereld is, maar de wereld zoals deze aan ons verschijnt. Dit komt doordat ons verstand aan alles wat wij waarnemen tijd en ruimte oplegt. Hierdoor is wat wij zien een verdraaide waarheid. Volgens Kant komt onze kennis dus van ons verstand, en is onze kennis subjectief, aangezien elk verstand weer een andere tijd en ruimte aan een object of gebeurtenis zal geven. Hiermee bedoelt hij echter niet dat er geen objectieve kennis, oftewel volledige kennis is, hij beweert enkel dat deze nooit door de mens bereikt zal worden.  Kort gezegd moeten wij de waarheid zo ordenen met tijd en ruimte, dat het nooit het Ding an sich (ding op zichzelf) zal worden, maar een Ding fur mich (ding voor mij).

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Kant heeft het wel bij het rechte eind vind ik.
Leuke cartoon?!
Duim
Tex
Goede info
alweer zo'n goed artikel mees! je kunt er wat van!