Wereldbeeld en wetenschap in de renaissance

Door Jeffreyf16 gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Het ontstaan van het huidige wereldbeeld, ontstaan in de renaissance.

Werelbeeld

Astronomie is al zo oud als de mensheid zelf. Sinds men kan denken en kijken, observeert men de hemel. De een nog meer dan de ander. Het begon allemaal voor ons in het oude Griekenland. De Grieken hadden ondanks hun godsdienst geen priesters. De landen om hen heen wel. In het nabije Oosten bijvoorbeeld had men priesters. Dat waren gewoon burgers en boeren die na een belangrijke daad een ereplek kregen binnen de samenleving. De Grieken hadden geen priesters. Daardoor konden zangers, voordragers, filosofen, artsen en redenaars er geld mee verdienen. De Grieken hadden een filosofische opvatting waar ze alles op baseerden: de werkelijkheid was niet van goddelijke willekeur afhankelijk, maar is in hoge mate een zelfstandig geheel. Het goddelijke was er niet om te vereren, maar om te begrijpen. Het geheel van krachten en oorzaken waardoor de wereld functioneerde zoals hij functioneerde, was de natuur. In het dagelijks leven gaan wij nog steeds uit van dit principe.
Epicurus, een belangrijke filosoof en de een man met een eigen school, had al in de gaten dat er geen heilige sferen zijn, er zijn allemaal maar atomen en lege ruimtes ertussen. Maar genoeg daarover.
Als je de patronen van de sterren kunt verklaren, ben je een leermeester. Als je veel theorieën had en die (wiskundig) kon onderbouwen, was je een genie.

Aristoteles

Zo’n ‘genie’ uit de oudheid was Aristoteles. Aristoteles was een zeer slimme Griek die zo zijn eigen opvattingen had over de hemellichamen.
Aristoteles was ook op andere gebieden actief naast zijn wereldbeeld. Hij was een zeer goede filosoof en wist vele mensen te overtuigen van zijn ideeën. Zijn theorieën hebben dan ook honderden jaren standgehouden. Hij had het idee dat er een ondermaans en een bovenmaans gebied was. Die waren gemaakt van de vier basiselementen aarde, water, lucht en vuur. De aarde stond stil in de ruimte om ons heen en bestond uit aarde. Daaromheen zat water, dan lucht en dan vuur. Dit was het ondermaanse gedeelte. Het bovenmaanse gedeelte bestond uit een ander, vijfde element.

Dit element heette quintaessentia. Dit bestond uit hele lichte elementen, zoals rook, aangezien dat opstijgt. De aarde draaide niet en was rond. Alle sterren en ook de zon en de maan draaiden om de zon, aangezien je die zag bewegen. De wereld is rond en komt dus aan de andere kant weer omhoog. Men noemt dit systeem geocentrisch: de aarde centraal. Veel mensen geloofden Aristoteles, omdat de hemel toch van de goden bleef. Ook was men niet erg precies met meten en er werden dus geen fouten ontdekt, dus niemand wist de theorie onderuit te schoffelen.

Ptolemeaus
 

Na Aristoteles kwam er weer een Griek, Ptolemaus, een paar honderd jaar later, die ook weer een theorie had. Hij had met een heleboel rare en ingewikkelde theorieën Aristoteles’ ideeën bewezen. Hier klopt natuurlijk helemaal niks van, maar het leek erg overtuigend. Zijn fout was de s-bocht die sterren maken. Als je een willekeurige ster van de aarde zou bestuderen, zal je zien dat hij een soort s-beweging maakt. Dit komt omdat de aarde draait en de ster niet om de aarde draait, dus niet meedraait of er tegenin.

Copernicus

De eerste twijfelaar van het Griekse systeem kwam in de 16e eeuw. De Poolse arts en jurist Nicolaus Copernicus publiceerde in 1543 een boek, de revolutionibusorbiumcoelestium (over de omwentelingen van de hemelse sferen). Het is een zeer technisch boek, niet veel mensen begrijpen het. Copernicus ging er vanuit dat de zon niet om de aarde draaide, maar de aarde om de zon. Alle planeten draaiden zo om de zon, behalve onze maan, die was de uitzondering op deze regel. Hij wist dit filosofisch te beargumenteren: De s-bochten wist hij met behulp van wiskundige modellen te verklaren. Maar hij kon één ding niet achterhalen: Als de zon het middelpunt was, dan zou de aantrekkingskracht daar naartoe gaan, maar waarom valt hier alles dan toch naar de aarde? Mede daarom verviel zijn plan. Men noemt dit systeem het heliocentrisme.

Brahe en Keppler


Toen kwam Tycho Brahe. Tycho bedacht iets heel anders: alle planeten draaiden om de zon, maar de zon draaide om de aarde. Hij combineerde dus de twee systemen. Tycho wist dit systeem niet helemaal goed te onderbouwen, maar hij had wel veel gegevens verzameld. En nauwkeurig.

 De gegevens tot die tijd waren niet erg nauwkeurig geweest, er werd bijvoorbeeld wel eens een nachtje overgeslagen, maar Tycho was heel precies. Tycho schreef alles op voor zijn dood. Hij gaf het boek dat zo ontstond door aan Keppler. Keppler was een groot wiskundige. Hij begon het denkbeeld van Brahe verder uit te rekenen, maar hij kwam algauw tot de conclusie dat er niks van klopte. Hij ging verder met het werk van Copernicus, maar hij merkte dat ook hier niks van klopte. Hij begon te rekenen, maar hij kwam er niet uit. Na jaren en jaren gerekend te hebben, hij moest het oplossen, kwam hij tot de conclusie dat de planeten niet in cirkelbanen om de zon gingen, maar in ellipsen. In 1609 publiceerde hij zijn resultaten en later stierf ook hij.

Galileï

Toen kwam Galilei. Galilei wordt gezien als een van de belangrijkste wetenschappers uit de oudheid. We hebben gemerkt dat hij nog wel eens dingen jatte, maar hij is een groot man. Hij wist met een telescoop, een hele goeie, zelf gemaakte, de manen van Jupiter te volgen. Hij merkte dat de manen niet om de zon , maar om Jupiter heen draaiden. Hiermee kon hij iets bewijzen: de aarde is ook gewoon een planeet, wij draaien net als andere planeten gewoon om de zon, want andere planeten hebben ook manen. Hij kwam er ook achter dat de maan er heel erg aards uitzag: de maan heeft dalen en bergen. Ook kreeg hij de verschijnselen van Venus in het oog: Venus ligt dichterbij de zon dan de aarde, dus draait de planeet sneller. Je krijgt dan na verloop van tijd te zien dat Venus de ene keer wel zichtbaar is, dan een hele tijd: je kunt het zien als de maan: je ziet de maan niet als die voor of achter de aarde staat.
Galilei was een sterke filosofische denker. Hij wist, dankzij zijn ontdekkingen, hele theorieën van de oudheid onderuit te halen. Hij wist bijvoorbeeld de theorie van de onder- en bovenwereld te ontkrachten: de hemel was namelijk niks, alleen een uitzicht op het universum. Galilei’s theorieën zorgden ook voor veel commotie: omdat de maan er zo aards uitzag, begon men te denken dat er wezens op de maan leefden. Zo ook op de zon en de andere planeten.
Maar er waren ook tegenstanders van Galilei’s theorieën, namelijk wetenschappers die alles met het blote oog wilden zien. Hun motto was: hetgeen ik niet met mijn blote oog kan zien, is niet realistisch. Doordat Galilei instrumenten gebruikte, was hij niet langer in de realiteit.
Galilei heeft dus veel losgemaakt, maar hij wist niet iedereen te overtuigen.


Descartes

Toen kwam Descartes. Descartes pakte alles heel erg wiskundig en scheikundig aan. Hij promootte het atoomprincipe zoals we het nu kennen, dat alles uit atomen bestaat. Ook wist hij de regenboog te verklaren. Maar hij legde vooral een basis van theorieën voor Newton. Veel van Descartes’ theorieën klopt niks van. Hij had zeven ingewikkelde wetten gemaakt waar er maar één van klopt.
Descartes’ mening was dat alle planeten in een draaikolk om de zon draaiden. Op een gegeven moment zouden alle planeten dus opgegeten worden door de zon. Deze theorie heeft hij echter nooit echt uitgewerkt.
De ene wet van Descartes die wel klopte, is die van de druk- en stootbewegingen van atomen, maar Descartes was Frans en Newton, zijn ‘opvolger’, was Engels. De Engelsen vonden de ideeën van de Fransen te radicaal en bekeken het vanaf de andere kant: zij gingen uit van een onstoffelijke kracht. Zo kwam het idee van een aantrekking op afstand. Vele Engelse geleerden braken hun hoofd hierover en uiteindelijk kwam Newton met de oplossing.

Newton

Newton was de laatste geleerde en waarschijnlijk ook de belangrijkste. Newton wist drie natuurkundige wetten uit te werken: de wet van traagheid, kracht verandert de beweging en de actie-reactiewet. We zullen hiervan de meest relevante wet uitleggen. Newton ontdekte, door de wetten van Keppler Ook kon hij integraalrekening. Hij is toch wel het meest bekend van zijn ‘appel onder de boom’ verhaal. Hij zat onder de appelboom en toen viel er een appel op zijn hoofd. Newton schreef al zijn theorieën op voor een andere geleerde. Doordat hij het opschreef, hebben we nu nog steeds al zijn theorieën. Isaac Newton was geïnteresseerd door het heelal en de aarde en wilde de natuur verklaren. Net als alle andere genoemde geleerden.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.