Terugkeer naar de gulden of naar ruilhandel (het vervolg)

Door Liraatje gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

In 2002 namen we met pijn in ons hart afscheid van onze o zo sterke en waardevaste gulden. In het vorige artikel over de terugkeer van de gulden of weer terug naar ruilhandel, hebben we een korte blik geworpen op de geschiedenis van het geld. Bijna 700 jaar heeft zij ons zo trouw en krachtig gediend.

In het het vorig artikel over de terugkeer van de gulden hebben we aandacht geschonken aan de geschiedenis van onze goudensterke gulden, ook wel de florijn. In dit artikel gaan we verder met het vervolg op de terugkeer van de gulden. Een beter inzicht van de eeuwenlange geschiedenis van de gulden, kan je helpen om een gegrond antwoord te geven op de vraag: Is het vreemd dat er door Geert Wilders van de Partij voor de Vrijheid, wordt gepleit voor de terugkeer van de gulden? Hij heeft hiervoor reeds een Gulden Rapport laten opstellen door Lombard Street Research. Deze is door Geert Wilders ingeschakeld om de terugkeer naar de gulden te onderzoeken. Zij heeft op 5 maart 2012 een advies gegeven om de euro in Nederland af te schaffen. Laten we weer eens verder gaan in de geschiedenis van de gulden.   

De introductie van het bankbiljet

In de 19de eeuw werd naast het bestaande muntgeld ook het bankbiljet geintroduceerd. De Nederlandsche Bank was vanaf haar oprichting in 1814 gerechtigd bankbiljetten uit te geven en zij maakte daar ook meteen gebruik van. In die begintijd had het publiek overigens nog maar weinig vertrouwen in papiergeld. In de tweede helft van de 19de eeuw werden bankbiljetten echter breed geaccepteerd, hoewel ze pas in 1904 wettig betaalmiddel zouden worden. De coupures waren hoog, van 25 tot 1000 gulden, dus de biljetten waren uitermate geschikt voor het doen van omvangrijke betalingen. Daarnaast waren in de jaren veertig ook muntbiljetten in omloop gekomen, die, anders dan bankbiljetten, waren uitgegeven door de minister van financiën. Deze biljetten hadden lagere coupures. In het economisch verkeer begon het klinken van munten zich steeds vaker te mengen met het geritsel van biljetten.

De waarden van de gulden

De carolusgulden van 1521, de voorvader van de huidige gulden, had een goudgewicht van bijna 1,7 gram. Deze had tegen de geldende goudprijs aan het begin van de 21e eeuw een intrinsieke waarde van ruim 36 gulden. Dat geeft al aan dat de koopkracht van de gulden veel lager was dan hij destijds was. In 1528 was bijvoorbeeld het loon van een meestertimmerman in Alkmaar zes stuivers per dag. In het jaar 2000 lag dat honderden malen hoger.  Dergelijke toetsen leiden alle tot dezelfde conclusie: de gulden had aan het eind van zijn tijd nog maar een fractie van de waarde die hij ooit had. Dat zien we ook terug in de wisselkoers van de gulden van 1619- 1998.


Een krachtig gulden ten opzichte van de buitenlanden

De tabel toont dat de gulden in vergelijking met het Engelse pond en de Franse franc veel beter heeft gepresteerd. Dat geldt in het bijzonder ten aanzien van de Franse franc. In de tabel is immers voorbijgegaan aan het feit dat die munt tussen 1950 en 1975 door een technische ingreep met een factor honderd is opgewaardeerd. De cijfers in de tabel houden ook geen rekening met de kolossale waardevermindering van de mark tussen 1900 en 1950 (in 1923 waren 100 mark nog niet een cent waard) waardoor die munt aanzienlijk beter lijkt te hebben gepresteerd dan in feite het geval is. Ook de Amerikaanse dollar had waarde verloren ten opzichte van de gulden. Na 1998 is die munt weliswaar sterk geapprecieerd ten opzichte van de euro, maar dat valt de gulden niet meer aan te rekenen. In feite is, van de bekende munten, alleen de Zwitserse franc sinds diens ontstaan in de tweede helft van de 19de eeuw meer guldens waard geworden.
 

De gulden, Nederlands trots en een waardevolle munteenheid 

De Nationaal geldeenheid hoort thuis in hetzelfde rijtje als nationale vlaggen, voetbalelftallen en de Koninklijke familie. Hun wel en wee wekken in veel landen emoties in brede lagen van de bevolking. Het was daarom verrassend te constateren dat men vrij gemakkelijk accepteerde dat de gulden werd vervangen door de euro. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld, was de situatie geheel anders. Het vooruitzicht afstand te moeten doen van het pond, leidde daar tot heftige protesten. Dit is een van de redenen dat zij ook niet tot de euro toetraden. Terwijl de Britten eigenlijk niet zo veel aanleiding hadden voor tevredenheid met hun munt, zoals zichtbaar in de getoonde wisselkoers.  


Veel emotie en verzet loslaten gouden standaard

Opvallend was dat nog geen zeventig jaar terug, de Nederlanders minder koel en rationeel waren als het ging om de nationale munt. In de jaren dertig, toen het ene na het andere land de gouden standaard losliet, werd het besluit van Nederland daarin niet mee te gaan veelal gerechtvaardigd met emotionele argumenten die in politieke kringen breed werden aanvaard. Een georganiseerde groep economen bood felle weerstand, met weinig succes. En toen Nederland in september 1936 als allerlaatste de gouden standaard toch moest loslaten en de gulden moest devalueren, was het land in rouw. Er is zelfs een Delftsblauw herdenkingsbord gemaakt: De gulden los van het goud 


Nauwelijks een emotionele reactie op de afschaffing van de gulden

Het besluit de gulden te vervangen door de euro in Nederland had nauwelijks een emotionele reactie teweeggebracht. Misschien kwam dat omdat al geruime tijd verschillende processen gaande waren waardoor de gulden veel minder prominent aanwezig was dan voorheen. De gulden werd vanaf 1980 steeds minder tastbaar en was als nationaal symbool vervaagd. De gulden werd na 1983 feitelijk gekoppeld aan de Duitse mark. In feite ging Nederland daarmee een informele muntunie aan met Duitsland, doordat het monetair beleid van de Bundesbank nagenoeg blindelings werd gevolgd door De Nederlandsche Bank. Aldus werd vrijwillig afstand gedaan van een eigen Nederlandse geldpolitiek en verloor de gulden een belangrijk deel van zijn nationale identiteit.  Als oppotmiddel deed de tastbare gulden, uitgevoerd in metaal of papier, in feite al geen dienst meer. Ze hadden die rol moeten afstaan aan allerlei beleggingsvormen, die het risico van verlies door brand en diefstal beperken en meer inkomsten kunnen genereren.
 

Conclusie

De geschiedenis van de gulden kun je beschrijven als een vreemd verloop. De lange aanloop naar de status van exclusieve munt verliep met veel horten en stoten. De aanloop begon in 1526 en voerde onder andere langs de merktekens '1694' en '1816'. In het laatste deel van de aanloop, tussen 1816 en 1901, begon de gulden aan een metamorfose, waarbij zijn zilver voor een deel in papier veranderde. Nadat hij in 1901 het enige wettige betaalmiddel in Nederland was geworden, ging dat proces door. De vervanging van de gulden door de euro was natuurlijk voor alle Nederlanders een belangrijke gebeurtenis. Maar de introductie van een nieuwe munteenheid, de euro, was niet uniek in de Nederlandse geldgeschiedenis. Soortgelijke veranderingen hebben in de afgelopen eeuwen al een paar keer plaatsgevonden. Een aantal keren zijn we weer teruggekeerd naar de gulden, koste wat het kostte.

Dus is het vreemd dat er opnieuw wordt gediscussieerd over de terugkeer van de gulden? Kijkend naar de geschiedenis is het antwoord nee! Misschien hebben we indertijd wel te gemakkelijk afscheid genomen van de gulden? Misschien ook niet? De toekomstige geschiedenis zal het leren.
 

Lees ook:
De ruilhandel is weer helemaal terug. Bespaar geld door het ruilen van producten en diensten
De terugkeer van de gulden of weer naar de ruileconomie

Reacties (8) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik was al bang dat ik de enige was.....
Ik reken nog vaak terug naar de gulden..... Jaja, ik weet, zinloos maar het zit dus nog altijd in mijn systeem :-)
Ik heb ook heimwee naar de gulden. Al die mooie kleurtjes. Maar goed om nu weer terug te gaan is ook kostbaar. Ik houd het maar op de introductie van de ruilhandel;-)
@Karazmin: helemaal mee eens. Inderdaad vreemd dat een Engels bureau het onderzoek heeft uitgevoerd. Zij waren nooit voorstander van de Euro. Bijzonder!
Sorry , ik heb heimwee naar de gulden ,maar denk wel na, terug gaan zou dom zijn voor de economie, stop BRUSSEL, GREEK AND ITALY , lets go, goed artikel !
Terecht punt. Als je de emotie te pakken hebt doet de rest er niet per se zo veel meer toe. Hetgeen me met terugwerkende kracht doet concluderen dat je geheel gelijk hebt dat er maar weinigen echt emotionele waarde aan de gulden hechten, want ik moet de eerste niet-PVV'er nog ontmoeten die de gulden terug wil.
goed artikel,veel informatie. Ik heb geen heimwee, en dat rapport van Wilders overtuigt niet. Het is te overduidelijk geschreven om de opdrachtgever gelijk te geven. Een Brits bureau dat euro-sceptisch is? Als hij echt een objectief onderzoek wilde had hij het ook aan een Nederlands bedrijf of universiteit kunnen vragen. Niet TNO want die spreekt ook naar de baas zijn mond.
Opnieuw een heel interessant artikel! Ik had er geen idee van dat bankbiljetten pas zo laat officieel betaalmiddel werden. Overigens appelleert Wilders volgens mij vooral aan de emotionele waarde van de gulden met zijn "onderzoek". Dus kennelijk hebben sommigen dat gevoel wel.