Lezen bij kinderen in het basisonderwijs

Door MarijkeBarten gepubliceerd op Friday 28 September 12:10

Lezen is een heel belangrijke vaardigheid. Het leren lezen gaat echter niet bij alle kinderen even gemakkelijk. Wat nu als je kind maar niet leert lezen? Hoe komt dat? En wat zijn belangrijke componenten?

Hoe kinderen leren lezen en wat je als ouder kunt doen

De vaardigheid begrijpend lezen is opgebouwd uit verschillende componenten. Voor een kind tot begrijpend lezen komt moet er eerst in zekere mate beheersing zijn van het technisch lezen. Hiervoor is het van belang dat een kind kan decoderen, dus de letters kan omzetten in klanken, en dat het zich die letters en letterclusters eigen maakt (Struiksma, Van der Leij en Vieijra, 2004). Wanneer er sprake is van automatisering van het decoderen, is de eerste stap naar begrijpend lezen gezet. Toch is er meer voor nodig dan enkel decoderingsvaardigheden.
Wanneer een kind een kleine woordenschat heeft zal het sommige woorden niet begrijpen. Tevens belemmert een kleine wereldkennis het kind in het begrijpen en kunnen interpreteren van teksten. Tijdens het lezen moet een kind tevens onthouden wat het al gelezen heeft, selecteren welke informatie van belang is, en verbindingen kunnen leggen tussen zinnen. Al voor een kind met decoderen begint, kunnen deze vaardigheden worden gestimuleerd door het oefenen van de luistervaardigheid (Van der Leij, 1998). Niet voor niets wordt ouders aangeraden al vroeg te beginnen met het stimuleren van de leesontwikkeling van hun kind, door bijvoorbeeld te gaan voorlezen (Hood, Conlon and Andrews, 2008). Kinderen met ernstige leesproblemen kunnen daar bij alle schoolvakken, en ook in hun latere leven, hinder van ondervinden. Kinderen die vloeiender lezen scoren bijvoorbeeld beter op schoolvakken die een beroep doen op  lezen (Waldron, 2008).

Oefening
Kinderen hebben veel oefening nodig om competente lezers te worden. In remediërende lesmethodes wordt veelal gesproken van 'leeskilometers maken'. Leeskilometers maken, dus veel oefenen in het lezen, helpt leerlingen betere lezers te worden. Dit geldt ook voor risicoleerlingen (Bosman en Gijsel, 2007). Zoals Van den Bos in zijn oratie 'Lezen moet doorgaan' (2005) stelt, bestaat het risico dat een leerling met dyslexie op de basisschool niet meer leest, omdat de school het leesonderwijs aan deze leerling heeft opgegeven, of omdat de kennis die het kind bij extra behandeling heeft opgedaan, niet thuis of in de klas wordt toegepast. Het is van belang dat dit scenario vermeden wordt.

Leesproblemen
Verschillende factoren kunnen ten grondslag liggen aan leesproblemen. In het model van de 'Simple view of reading' wordt de nadruk gelegd op de mogelijkheden binnen het kind. Woordherkenningsprocessen en taalbegripsprocessen spelen een belangrijke rol bij het kunnen begrijpen van teksten (Stuart, Stainthorp and Snowling, 2008). Decoderen en begrijpen zijn beide belangrijke componenten van het lezen (Malatesha Joshi and Aaron, 2000). Wat men echter niet over het hoofd mag zien is dat hierbij niet alleen biologische, maar ook omgevingsfactoren (exogene factoren) een belangrijke rol spelen in het al dan niet ontstaan van leesproblemen.

De school als omgevingsfactor
Eén van die omgevingsfactoren is de instructie die de school biedt. Op scholen wordt bij zwakke lezers vaak meer aandacht besteed aan technisch lezen dan aan tekstbegrip. Dit komt waarschijnlijk door de veronderstelling dat het technisch lezen beheerst moet worden voor er aan begrijpend lezen kan worden begonnen. Wat ze vaak niet beseffen is dat er ook begrip nodig is om te kunnen groeien in technische leesvaardigheid. Immers, wanneer je de betekenis van een woord niet kent zal het woord moeilijker te onthouden zijn. Bovendien zal een kind sneller gemotiveerd zijn te lezen wanneer een tekst betekenis heeft. Leerlingen die moeite hebben met leren lezen hebben behoefte aan kwalitatief goede groeps- en aanvullende instructie (Vernooy, 2006), waarbij de inhoudelijk opbouw van de vaardigheid stap voor stap systematisch moet worden aangeleerd (Van der Leij, 1998).
Elkaar onderwijzen in begrijpend lezen en luisteren, een lesprogramma om bij leerlingen die zwak zijn in begrijpend lezen en technisch lezen tekstverwerkingsstrategieën te ontwikkelen, is effectief gebleken bij zowel kinderen van een reguliere basisschool als bij kinderen van het LOM-onderwijs. Deze kinderen scoorden na deelname aan het programma beter dan de controlegroep op begrijpend leestests en begrijpend luistertests (Gruwel, Aarnoutse en Van den Bos, 1995). Ook uit onderzoek onder volwassenen met een licht verstandelijke handicap is gebleken dat een interventieprogramma voor begrijpend lezen zeker effectief kan zijn (Nicolay, 2003).

De thuissituatie als omgevingsfactor
Ook de thuissituatie is als exogene factor van groot belang voor de leesontwikkeling van kinderen. Kinderen van laag opgeleide ouders lezen doorgaans slechter, zelfs wanneer gecorrigeerd is voor de literaire thuisomgeving. Deze kinderen staan dus al in een nadeelspositie (Park, 2008). Voor deze kinderen is het daarom van cruciaal belang een ondersteunende geletterde thuisomgeving te creëren. Wanneer die taalrijke thuisomgeving niet automatisch aanwezig is, is het van belang ouders te stimuleren meer aandacht aan de leesontwikkeling van hun kind te besteden (Vernooy, 2006). Kinderen die wekelijks samen met hun ouders een boek bekeken en lazen, hadden daarna een positievere houding tegenover lezen en scoorden bovendien beter op lezen op school (Janiak, 2003). Kinderen die regelmatig worden voorgelezen of leesoefeningen doen met hun ouders hebben een grotere woordenschat en zijn beter in letter- en woordidentificatie in de kleuterklas (Hood, Conlon en Andrews, 2008). Ouders van goede lezers gebruiken doorgaans meerdere manieren en meerdere media om kinderen op een speelse manier te leren lezen. Ouders van zwakke lezers zijn dikwijls zelf ook zwakke lezers en weten niet goed hoe ze hun kind in het lezen kunnen stimuleren. Ze hanteren weinig verschillende methodes om hun kind kennis te laten maken met lezen en bezoeken bezoeken niet vaak de openbare bibliotheek (Dix, 1976).

Ouders betrekken
Logischerwijs reist hier de vraag wat er in die driehoeksrelatie tussen het kind, de school en de ouders op basis van het thuisfront nog uit te werken is. Instructie op school is belangrijk, maar zou het wellicht nog beter kunnen, door het thuisfront (de ouders) actief te betrekken bij het begrijpend lezen?
Dat kinderen een grotere kans hebben goede lezers te worden wanneer ze regelmatig door hun ouders worden voorgelezen is al vrij bekend, en ouders lijken zich vaak wel bewust van het belang van voorlezen (Meyer, Hastings en Linn, 1990). Bovendien zijn ouders van jonge kinderen veelal in staat effectieve strategieën te gebruiken om hun kind te helpen wanneer het moeilijkheden heeft met een tekst. De strategieën die ouders gebruikten waren bijvoorbeeld het kind aanmoedigen beter te kijken wanneer het een fout maakte, het juiste woord voorzeggen en de context benadrukken om het kind te helpen het woord te begrijpen (Evans, 1993). Echter, bij oudere kinderen lijkt het enthousiasme van ouders te vervagen. De taak kinderen te leren lezen wordt aan school overgelaten, en ouders weten vaak niet goed wat zij kunnen doen om hun kind te helpen een succesvolle lezer te worden.

Amerikaans onderzoek
Uit een Amerikaans onderzoek van Folsom (1994) bleek dat een programma om ouders meer te betrekken bij het leesproces van hun kind hielp de kinderen meer competente lezers te maken. De oudste groep leerlingen bleek een grotere uitdaging te zijn: van de 25 leerlingen uit de oudste groep leerlingen van het basisonderwijs (vergelijkbaar met groep acht) hadden acht leerlingen geen enkel boek gelezen, en velen hadden maar weinig deelgenomen aan het project.

Nederlands onderzoek
In Nederland is weinig onderzoek bekend over het betrekken van ouders van kinderen op het Speciaal Basisonderwijs bij het lezen. Veel artikelen baseren zich op buitenlandse artikelen, zoals Kees Vernooy doet in zijn artikel 'Wat werkt bij het betrekken van ouders bij de leesontwikkeling van hun kind?' (2009). Hij bespreekt hier een meta-review van Sénéchal (2006) waarin de conclusie wordt getrokken dat het trainen van ouders om hun kinderen specifieke leesgerelateerde vaardigheden bij te brengen het meeste effect heeft op de leesontwikkeling van kinderen. Deze methode zou meer effect hebben dan het luisteren naar het lezen van het kind, of het voorlezen van het kind. Van Gaelen (2010) heeft in het kader van een afstudeeronderzoek voor de opleiding Groeps Gespecialiseerde Leerkracht onderzoek gedaan naar het betrekken van ouders van kinderen van het SBO bij het lezen. Zij heeft hierbij een methode gebruikt gebaseerd op het tutorprogramma 'Samen Beter Lezen'. Wat opvalt is dat deze onderzoeken zich voornamelijk richten op het jonge kind, dat begint met het (technisch) leren lezen. Weinig onderzoek richt zich op het betrekken van ouders bij het begrijpend lezen van schoolverlaters. Toch valt er bij deze groep nog wel wat te winnen.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.