Taal in het onderwijs

Door Nas gepubliceerd op Friday 28 September 12:10

Veel informatie over de Nederlandse taal in het onderwijs. Zeer goede uitleg voor leerkrachten in opleiding en ook voor andere leerkrachten.

Wat heb je nodig om goed taalonderwijs te geven?

• je eigen taalvaardigheid: je moet het zelf goed kennen en weten
bv les bez vnw; weet je zelf wat bez vnw is?
                          Weet je hoe je het kan herkennen? Wat je ermee kunt?
Denk ook aan eigen kennis zinsontleden, spelling, begrijpend lezen

• je kennis van didactiek v/d Nederlandse taal:
Hoe geef je les in taal, hoe leg ik het uit, welke methode? (9 puntjes)
 Taaldidactische competenties

• vaardigheid in lesgeven in het algemeen:
Goed overzicht, goed doelen stellen en ernaar werken, aandacht en belangstelling voor kinderen? (9 puntjes)   Algemene competenties

Taal in het (school)leven

Functies van taal:
• communicatiemiddel: vb mening geven, standpunt verdedigen, vuurtje vragen,…
• expressiemiddel: we proberen ons te onderscheiden van anderen door iets op een originele manier te zeggen
• manier om gedachten te ordenen: al pratend en zoekend meer greep krijgen op de zaak

Belang van taalonderwijs

Alle situaties waarin kinderen in contact komen met anderen  ontwikkeling taalvaardigheid. Op straat, in crèche, peuterspeelzaal en ook televisie.

1. niet alle kinderen kunnen zich zelfstandig een bepaald niveau van taalvaardigheid eigen maken
2. kinderen leren schriftelijke taalvaardigheid niet spontaan
3. op school leer je een ander soort taalvaardigheid dan in het dagelijkse leven
4. bepaalde taalvormen leer je alleen met behulp van taalonderwijs
5. als je kinderen plezier in het lezen van boeken wilt bijbrengen, moet je daar apart aandacht aan besteden

1) veel kinderen hebben niet het Standaardnederlands als moedertaal (vb: Fries, Brabants, Marokkaans, Turks)  komen in basisschool voor het eerst in aanraking met Nederlands. Dergelijke kinderen komen met enorme achterstand binnen.
Ze kunnen niet goed deelnemen aan onderwijs en samenleving
2) bij anderstalige kinderen  vergroten v/d woordenschat, aandacht besteden aan elementaire communicatie
Lezen, schrijven, spellen leren meeste kinderen niet op zichzelf
3) regels, (spreek)woorden en begrippen en Standaardnederlands
4) regels bijbrengen van bv.: brief, samenvatting of verslag schrijven, discussie voeren
5) kinderen in aanraking brengen met boeken (sprookjes, jeugdliteratuur, gedichten,…)
Boeken bieden de mogelijkheid te ontsnappen aan de sleur van alledag, kennis te maken met andere mensen en culturen
Taak v/d basisschool bij taalonderwijs

Hoofddoel voor taalonderwijs (staat als volgt in kerndoelen omschreven):
• lln ontwikkelen vaardigheden waarmee ze de taal doelmatig gebruiken in situaties die zich in het dagelijkse leven voordoen
• kennis en inzicht verwerven omtrent betekenis, gebruik en vorm van taal
• plezier hebben of houden in het gebruiken en beschouwen van taal

Opvallend aan de algemene doelstellingen:
Kennis van taal staat niet op de eerste plaats, belangrijkste is taalvaardigheid van kinderen

De kerndoelen v/d Nederlandse taal zijn verdeeld onder 4 domeinen:
1) mondelinge taalvaardigheid
2) leesvaardigheid
3) schrijfvaardigheid
4) taalbeschouwing
    
Taal bij andere vakken

Kinderen leren veel van elkaar (ook taal).
Bij een kringgesprek vertelt een lln dat hij een USB-stick heeft gekregen en hij legt uit wat het is  kinderen die dit niet wisten, hebben iets bijgeleerd

Vb: tekst over windmolens met daarbij vragen die de kinderen moeten oplossen
Combinatie met begrijpend lezen

vb: tekstje over geschiedenis
Er staan nogal wat woorden in die niet tot de dagelijkse taal behoren, maar onmiskenbaar zijn voor het begrijpen v/d tekst
Combinatie met woordenschat

Buiten de taalles ben je nog voortdurend met taal bezig. Je leert de kinderen nieuwe woorden, je maakt de betekenis van uitdrukkingen en woorden duidelijk of legt verband tussen 2 zinnen

Moeilijkheden in taalgebruik:

• Lange zinnen
• Schrijftaalwoorden:                                omstreeks
• Woorden met 2 betekenissen:                 bus, rooster
• Abstracte woorden:                                 rechtspraak
• Ironie:                                                      lief beestje
• Figuurlijk taalgebruik:                            deze uitspraak deed veel stof opwaaien
• Vaktaal:                                                   thermen
• Lange woorden:
• Onduidelijke relaties tussen zinnen
• Woordspelingen:                                    hoe lang is een Chinees
• Uitdrukkingen en gezegden:                   met de gebakken peren zitten


Onderwijs in taal

Traditioneel taalonderwijs

• Oudste en meest gangbare manier van taalonderwijs
• Lesgeven met behulp van een methode
Voordelen:
-  je weet precies wat je moet doen
- je kunt de lln didactisch verantwoord lesmateriaal voorzetten dat aantrekkelijk is vormgegeven
• leerstof opsplitsen in verschillende gebieden of domeinen
Nadelen: kunstmatig: in het dagelijkse leven hooguit tweedeling  schriftelijk en mondeling
Voordelen: taal is complex  handig om een onderverdeling te maken
                   beter overzicht over wat je de lln moet leren, makkelijker om te structureren
• we onderscheiden volgende domeinen:
- aanvankelijk lezen   - spreken en luisteren
- technisch lezen   - taalbeschouwing
- begrijpend lezen   - belevend lezen
- spelling    - woordenschat
- stellen

Aanvankelijk lezen:
• eerste helft van 1ste leerjaar
• Beginselen van het lezen bijbrengen (welke letters er zijn en eenvoudige woorden hardop lezen)

Technisch lezen:
• Vaardigheid van het decoderen van teksten vergroten
• Het gaat om vlot voorlezen, niet begrijpen wat je leest
• Er wordt ook aandacht besteed aan efficiënte leesstrategieën
              Vlot herkennen van klanken als -ieuw en str-
• vaak in groepen geoefend waarbij kinderen met eenzelfde leesvaardigheid in dezelfde groep zitten  niveaulezen

Begrijpend lezen:
• begrijpen van een tekst
• evaluatie door vragen te stellen over de tekst, betekenis van woorden vragen

Spelling:
• meest voorkomende woorden correct schrijven
• belangrijkste spellingsregels kunnen toepassen
          vb: trema op knieën, word je = zonder t

Stellen:
• schrijven van teksten
• regels en kenmerken van belangrijkste tekstsoorten
• hoe je een tekst moet opbouwen (en hoe je rekening moet houden met de lezer)


Spreken en luisteren:
• ervaring opdoen met mondelinge taalvormen bvb: discussie, spreekbeurt
• spreek- en luisterstrategieën hanteren
vb: hoe je iets uitlegt of iets spannend vertelt, hoe ze op elkaar kunnen reageren

Taalbeschouwing:
• leren reflecteren op de taalvorm
• manier waarop iets verwoord is
• bijzonderheden en regelmaat ontdekken
vb: kantelen kan je op 2 manieren uitspreken
      PV geeft altijd de tijd in de zin aan
• zinsontleding en woordsoorten benoemen

Belevend lezen:
• emotionele betrokkenheid v/d lezer
• inleven in de personages van een verhaal

Woordenschat:
• aanleren van betekenis van nieuwe woorden
• uitdrukkingen, zegswijzen en spreekwoorden


Synthetische taalmethode

• leerstof is opgesplitst in verschillende domeinen
• verschillende leerlijnen staan niet altijd los van elkaar
Soms integratie van taalactiviteiten. Woorden die bij woordenschat aangeleerd worden, kan je bvb laten terugkomen bij spelling
• samenvoeging van verschillende losse leergangen
Spreken en luisteren, stellen, spelling, taalbeschouwing en woordenschat
• lessen zoveel mogelijk groeperen rond een onderwerp, maar de keuze v/d leerstof is niet afhankelijk van het onderwerp
   vb: onafhankelijk v/h onderwerp wordt in het 4de lj de PV aangeleerd
Voordelen:
• leerstof opbouwen van gemakkelijk naar moeilijk
• je weet als Lk als precies wat de lln gehad hebben
Nadeel:
• leerstof is erg versnipperd
De ene dag ben je met woordenschat bezig, de volgende spelling en daarna nog stellen

 

 


Thematisch of geïntegreerd taalonderwijs

• Puur thematisch onderwijs is niet realiseerbaar
• Bepaald thema staat centraal en sluit aan bij belevingswereld v/d kinderen + biedt voldoende mogelijkheid tot verkenning en uitdieping
• Keuze van de leerstof hangt af van het onderwerp
• Alle onderwijsactiviteiten binnen een thema blijven beperkt tot taal
• Uitgaan v/d inbreng v/d lln
• Meer bezig met het toepassen van hun taalvaardigheid
• Kinderen moeten al de nodige taalvaardigheid bezitten om deze methode toe te passen
• Kinderen zijn zelf verantwoordelijk voor de uitwerking v/h thema
• Lk heeft rol van begeleider en vraagbaak
• Al-doende-leert-men-didactiek
• Minder aandacht voor systematisch aanleren van vaardigheden
• Thematisch leren is niet voor alles geschikt:
   bvb grammatica en spelling (gestructureerde aanpak is van groot belang)

Voordelen:
• kinderen zijn vaak enthousiast (sluit aan bij eigen leefwereld en interesses)
• ze zijn zelf verantwoordelijk voor de vormgeving van hun onderwijs
• goede mogelijkheid om gebruik te maken van sterke kanten en talenten v/d kinderen
Nadelen:
• leren de kinderen bepaalde taalvaardigheden wel genoeg?
• Sterk beroep op het vermogen v/d kinderen om zelf verbanden te ontdekken en vaardigheden te ontwikkelen  sommige kinderen hebben dat vermogen niet
• Je moet veel energie steken in de organisatie van onderwijs (bvb bij excursie)
• Lastig om goed beeld te krijgen v/d vorderingen v/d lln
Bij groepstaken is het moeilijk te achterhalen wat de inbreng van een bepaalde ll is

 

 

 

 

 

Interactief taalonderwijs

• Taalonderwijs loskoppelen van methoden en proberen de kinderen taal te laten leren in situaties waarin dat voor de hand ligt.
• Interactie tussen ll en Lk staat centraal: die interactie biedt ook veel mogelijkheden voor taalonderwijs
Vooral bij:
Spreken en luisteren: in kringgesprek spreekt kind voor zijn beurt  uitleggen hoe het moet
Woordenschat: les over bomen en ll vraagt wat zijn loofbomen? Uitleggen wat loof betekent
• 3 centrale uitgangspunten
- sociaal leren
- betekenisvol leren
- strategisch leren

Sociaal leren:
• Leren door samen te werken met anderen
• Taalontwikkeling door interactie met anderen (klasgenoot en Lk)
• Lk is niet diegene die alles weet
 Lk is een soort coach die het samenwerken v/d lln begeleidt en stimuleert

Betekenisvol leren:
• functionele situaties: kinderen in situaties brengen waarin ze taal op een natuurlijke manier gebruiken
                 vb: weg vragen, brief schrijven, gebruiksaanwijzing lezen
• taak v/d Lk: betekenisvolle situaties creëren en onderwerpen aandragen die kinderen herkennen en waar ze warm voor lopen

Strategisch leren:
• kinderen moeten nadenken over de aanpak van een bepaalde leertaak
• ze moeten zich bewust zijn v/d strategieën die ze kunnen hanteren
 Lk kan dit stimuleren door kinderen hardop te laten verwoorden hoe ze tewerk zijn gegaan

 

 

 

 

 

Nederlands als 2de taal (NT2)

NT2: methoden en werkwijzen voor kinderen die het Nederlands als 2de taal spreken
Vooral vergroten v/d woordenschat en mondelinge taalvaardigheid

Tegenwoordig maken Nederlandstalige en anderstalige kinderen gebruik van dezelfde materialen  geïntegreerde NT1/NT2 methoden (soms aparte leerlijn woordenschat vr NT2)

Anderstalige kinderen krijgen hierbij gemakkelijkere woorden aangeboden dan Nederlandstalige kinderen
Vb: onderwerp ruimtevaart
NT2-woorden: de horizon, de volle maan, het heelal, de antenne (lidwoorden!)
NT1-woorden: de duisternis, het detail, de dampkring

Voordelen:
• anderstalige kinderen leren op dezelfde manier als Nederlandstalige kinderen
• als kinderen ergens moeite mee hebben moet je ze op dezelfde manier benaderen
• alle methoden hebben woordenschatdidactiek v/d NT2-methoden overgenomen
   Belangrijke reden voor bestaansrecht voor speciale NT2-methoden is dus vervallen
• het is niet goed om anderstalige kinderen in een uitzonderingspositie te zetten

Taalaanbod NT2-kinderen:
• pas als Lk je spreeksnelheid aan (langzamer spreken en duidelijk articuleren)
• gebruik korte zinnen met vaste opbouw
• benadruk moeilijke woorden
• concrete ondersteuning (bv: aanwijzen van voorwerpen waarover je spreekt)
• herhaal informatie in andere woorden
• geef van tevoren het onderwerp aan (makkelijk inschakelen van voorkennis)
• geef kinderen veel gelegenheid om de taal te gebruiken
• geef duidelijke feedback op taalgebruik van kinderen
   vb: verbeterd herhalen van zinnen

 

 

 

 


Taak voor de leerkracht

Reflecteren op een taalles

20 vragen: aantal vbn:
• Waarom moeten lln dit doen?
• Wat is de inhoud?
• Hoeveel tijd was er?
• Welke werkvorm?
• Welke hulpmiddelen?
• Computer?
• Lln laten samenwerken?
• Beginsituatie v/d lln?
• Hoe lln begeleid?

Beroepsrollen:
1. Interpersoonlijk
2. Pedagogisch
3. Vakinhoudelijk en didactisch
4. organisatorisch

Algemene competenties

1. Didactiseren: lesvoorbereiding
2. Responsief: goed contact met kinderen en aansluiten bij hun vragen
3. Presenteren: duidelijk praten, oogcontact, juiste gebaren maken, open houding
4. Leiding geven: alle kinderen betrekken
5. Flexibel: vragen en lesverloop kunnen aanpassen aan de inbreng v/d kinderen
6. Doelgericht werken
7. Plannen/ organiseren: hoeveel tijd voor deze opdracht? Welke materialen? + wanneer gebruiken?
8. Samenwerken
9. Reflecteren: wat ging goed en niet goed?  vervolgactie

Vakspecifieke competenties

Bij Nederlands:
Vbn:        -  correct spreken en schrijven
- verschil aan kinderen uitleggen tussen onderwerp en gezegde
- je weet waarom ‘antwoord je’ zonder -t is

Verschil algemene en vakdidactische competenties:

Algemene competenties zijn kernbekwaamheden die je moet beheersen om in het onderwijs te kunnen stappen. Je hebt ze in alle situaties in het onderwijs nodig.
Vakdidactische competenties zijn specifiek gericht op een vak. Wat je voor een bepaald vak moet beheersen.


Zie ook: praktijkcompetentiecirkel (p52)
Taaldidactische competenties

9 onderdelen/aspecten van taalcompetenties:

1. taalactiviteiten verwoorden
            je kunt aangeven waarom je een taalles zo geeft, je visie op onderwijs
2. beginsituatie van kinderen bepalen
      je kunt aangeven wat de kinderen al weten over een bepaald onderwerp
3. doelstellingen van taalactiviteiten bepalen
           onder woorden brengen welke leertaken je de lln wilt bijbrengen
4. didactische route bepalen
           onderwijsactiviteiten in een goede volgorde aanbieden
5. kinderen motiveren voor de les
           kinderen enthousiast maken, duidelijk maken waarom ze iets moeten doen/kunnen
6. goede instructie geven
           kinderen duidelijk maken wat ze moeten doen om een bep. leertaak uit te voeren
7. juiste werkvorm gebruiken
           bv: quiz
8. gebruik van goede materialen
                 kinderen zich de leertaak eigen laten maken door werkbladen, voorwerpen,…
9. onderwijs evalueren
           vaststellen of de kinderen iets hebben opgestoken (door bvb toets)

Niveaus in taalcompetenties

1. methodelessen verzorgen
Lesgeven in de verschillende domeinen van Nederlands adhv een methode

2. zelf lessen ontwerpen
Zelf didactische route ontwerpen om kinderen verder te laten ontwikkelen in de verschillende domeinen van Nederlands

3. adaptief werken
De door jezelf ontworpen didactische route afstemmen op de verschillen in niveau, interesse, leerstijlen en tempo van de kinderen om verder te komen in hun ontwikkeling in de verschillende domeinen van Nederlands

4. lessenseries en thematisch werken
Vanuit verantwoorde visie op taalonderwijs in een serie taalactiviteiten doelgericht werken aan de ontwikkeling v/d kinderen en die activiteiten thematisch integreren in andere schoolvakken

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.